Je hebt er vast weleens van gehoord, het placebo-effect. Door de overtuiging dat een medicijn werkt, werkt het ook. Vaak wordt er schouderophalend op gereageerd met “nou, als het werkt, werkt het, niet belangrijk verder hoe dat komt”. Zo was destijds ook mijn reactie, niet beseffende wat er nou echt gebeurt. Want wat gebeurd er nou werkelijk? Nu kan ik hier een heel essay gaan schrijven over kwantumfysica en de biologie van de overtuiging, maar laat ik het begrijpbaar houden.
Een overtuiging creëert jouw realiteit. Een overtuiging kleurt jouw perceptie van de werkelijkheid.
Ben je ervan overtuigd dat een pil jouw ziekte of aandoening geneest, dan doet het dat ook. Onderzoeken hebben aangetoond dat een suikerpilletje werkte bij mensen die een bepaalde aandoening hadden. Puur door hen te vertellen dat het een medicijn was tegen die betreffende aandoening. Nu is dit alleen het medicijn-voorbeeld, maar zo zijn er nog tal van andere voorbeelden waarbij de overtuiging zorgt voor een bepaalde uitkomst. Het fenomeen waarbij de overtuiging een positief resultaat geeft is het placebo. Nu wordt het woord “placebo” veelal gebruikt in medische situaties, maar feitelijke is het overal op toepasbaar.
Nu is er ook het nocebo-effect. Dat is de tegenhanger van placebo. Dus de andere kant van dezelfde medaille, namelijk dat een overtuiging, geloof of gedachte een negatief gevolg heeft.
Een aantal voorbeelden:
Een man beland s’nachts op een treinstation, loopt een wagon in die hij aanziet voor een koelwagen. Wanneer hij daar in loopt valt ineens de deur achter hem dicht, op slot. De volgende ochtend wordt hij doodgevroren gevonden. Hij was er van overtuigd dat hij in een koelwagen zat die slechts een gewone wagon was. Die overtuiging zorgde ervoor dat hij doodvroor…
Zo was er een oncoloog die na wat hoesten een longfoto liet maken. Er was direct een duidelijke vlek te zien. Volgens zijn eigen diagnose gaf hij zichzelf nog hooguit drie maanden te leven. De oncoloog stierf netjes drie maanden na deze longfoto. Tijdens het opruimen van zijn kamer vond men een andere longfoto, van 20 jaar geleden. Daarop was exact dezelfde vlek te zien….
Uit dit laatste voorbeeld kun je opmaken dat diagnoses dus ook overtuigingen zijn. Een arts stelt een diagnose vanuit zijn aangeleerde overtuigingen. Maar is dat waar? Een arts heeft dan wel jarenlange studies achter de rug, maar zijn die studies niet ook een berg bij elkaar geraapte overtuigingen? Daarnaast is het dus óók een overtuiging dat een arts iemand is die het bij het rechte eind heeft en jij niet. Ingegeven door de eeuwenoude misvatting dat alleen autoriteiten de waarheid spreken en we die moeten gehoorzamen of geloven. Dat een arts vele jaren gestudeerd heeft zegt mij niet zoveel. Er zijn ook mensen die andere studies hebben gedaan en vanuit die perceptie bepaalde diagnoses stellen die tegengesteld zijn en waarbij hun behandelplan ook werkt, bezien vanuit die perceptie en door het geloof van de patiënt/client in die diagnose.
Dus ja, wat is waar?
Wat als je beide “artsen” en hun diagnoses niet gelooft?
Wanneer je dat allemaal loskoppelt en de “diagnose” niet aanneemt als waarheid en je dus niet laat “overtuigen”, zal een zogenaamde diagnose jou ook niets doen, van welke kant hij ook afkomstig is.
Wat dan overblijft zijn fysieke gewaarwordingen, fysieke verschijnselen. Je voelt iets in je lichaam, er gebeurt iets in het lichaam, meer is het niet. Wij hebben geleerd er etiketjes op te plakken, diagnoses. Diagnoses zodat het gefikst kan worden.
Maar het lichaam heeft een zelfhelende vermogen en hoeft dus niet gefikst te worden. Wat als een “ziekte” (het woord ziekte is ook een overtuiging, een etiketje) simpelweg een natuurlijk lichamelijk opruimmechanisme is die je zijn werk moet laten doen?
(a chapter from the book “The Extraterrestrial Species Almanac” by Craig Campobasso.)
Universal origin: Altarians are from the Aquila constellation. Inhabitable worlds in their immediate vicinity are home to other humanoids, reptilians and Greys. Altarians are great cohabiters with other races.
Physical characteristics: Altarians are indistinguishable from Earth humans though they are taller: men are six to nine feet; women are five feet nine to seven feet. Altarians are a beautiful race; men have toned, muscular bodies and women are voluptuous.
Although most are light-skinned, some Altarians’ skin tones range from blue, green, tan, and brown, to a variety of different hues due to breeding with other human races. The skin tone spectrum is a natural occurrence within star nations.
Altarians also study the colours in suns and stars in planetary systems to understand how the frequency of light denotes our different skin pigmentations,
Belief Systems: Altarians are a very intelligent, wise and learned race, and they follow the Cosmic Law of One. They study science and natural philosophy. It is in their nature to analyze the fundamental questions about creation, to study other human societies from across the universe, and note the similarities and differences due to culture and environment.
Altarians believe that the universe is a symphony and we are its instruments. As we learn from planet to planet, raising our octave, our frequency, our soul’s song, that in divine time, we will ultimately master the whole composition.
Cosmic Agenda: Altarians are members of the Galacterian Alignment and participate in the Melchizedek Star Seed Program. The Altarians will become our cosmic teachers once we are a fully conscious race.
In the fifties, Altarians reached out to US government officials and asked them to disclose their existence and of life in the universe. The government declined.
Technology: Antarians have Galacterian motherships, starships, thought-ships, fleet ships, and scout ships. All their craft and command centers use biological supercomputers. All craft are able to travel through time-space funnels and the innerspace continuum.
Their home world’s modes of transportation are teleportation portals designed for one or groups of any size. They also have sky buses that run on magnetic currents.
Consciousness Abilities: Altarians are fully conscious and sovereign beings. They are sympathetic telepaths; they feel a profound depth of others’ soul history and recognize the beauty of it.
Altarians explore the cosmos and dimensional layers by astral traveling in groups. It leads them to territories in their own dimension they wish to study and explore.
Dimensional Capacity: Altarians have multirealm commandership. They are able to reassemble their physical bodies or any matter from one location to another through a molecular stimulation of light codes. They can sweep an entire civilization from the ground up into mothership in less than a second.
Some Altarians come to our space-time from the future.
Lieve lezers van deze site, schrijvers op deze site en alle andere frequentie-dragers. De site groeit en wordt steeds breder bezocht. Vandaar deel twee met de vlaggetjes, die regelmatig te zien zijn in de site-statistieken, en omdat talen zo leuk zijn. Misschien heeft het ook te maken met de WordPress vertaalprogramma. En dat er mensen overal op de Aarde geïnteresseerd zijn in onderwerpen rondom bewustzijn, buitenaardse contacten en quantumfysica.
In de afgelopen maanden postten meer mensen hun artikel, gedicht of kunst. Ik hoop, dat er nog meer mensen volgen. (Volgen? Nou ja, willen delen!) Wil je iets delen, maar weet je niet hoe het posten werkt, stuur ons een bericht via Contact. Oh ja, en dank alle mensen, die een donatie hebben gedaan. Jullie deelname, reacties en ook geldbijdragen laten jullie waardering zien. Hoe je het zou kunnen doen staat bij Over.
De meeste onderwerpen van de forum (Tijdlijnen) zijn nu open, ook voor mensen, die geen login hebben. Verder zijn er de hele subforum erbij gekomen voor Quantum science. Ja, soms klinkt het misschien wat ingewikkeld, maar het besef van hoe het (ongeveer) werkt, helpt mij om een brug te bouwen tussen verschillende uitleg-mogelijkheden. Misschien een klein beetje een upgrade voor het brein.
Gelukkig lukt het om robot-accounts en meldingen tegen te houden. Het is ook waargenomen – hoe meer er verkeer op de site is, hoe meer nepmeldingen, goed bijhouden dus. Een keer was de site op een onverklaarbare manier helemaal eruit geknald. Het was binnen 10 min van het publiceren van het bericht van Martijn over convenanten. Ik kreeg verschillende foutmeldingen, kon niet in, maar gelukkig kon de technische ondersteuning het weer terugzetten. Maar sinddien zijn er af en toe problemen met de links naar de forum-berichten. We gaan door!
Merk je iets, heb je een idee, wil je iets delen, laat het ons weten! Samen -bundelenscheppings-kracht.
Virussen (letterlijk ‘vergiften’) werden eind 19de eeuw bedacht op basis van de veronderstelling dat ziekten die niet aan bacteriën kunnen worden toegeschreven, veroorzaakt moeten worden door een microbe die te klein is om onder een normale microscoop te worden waargenomen. De ontwikkeling van de elektronenmicroscoop in de jaren dertig van de vorige eeuw maakte het mogelijk dat microbiologen kleine stipjes in en rond zieke cellen zagen. Ze trokken meteen de conclusie dat deze stipjes virussen waren en de cellen ziek maakten.
Dit was een grote vergissing, want uit onderzoek van de afgelopen decennia is gebleken dat wanneer cellen beginnen af te sterven, ze allerlei deeltjes produceren die niet van ‘virussen’ zijn te onderscheiden; dit kan gebeuren als onderdeel van het normale proces van celdood en -vervanging, of omdat cellen worden beschadigd door toxiciteit. Men denkt dat zulke deeltjes – onder andere bekend als extracellulaire blaasjes en exosomen – functies vervullen zoals het elimineren van ongewenste stoffen en het vervoeren van eiwitten en nucleïnezuren naar andere cellen.
Bacteriën zijn zelfreplicerende organismen. Virussen zijn veel kleiner, en bestaan slechts uit kleine strengen genetisch materiaal (DNA of RNA) in een eiwitcapsule. Deze deeltjes zijn inert, hebben geen stofwisseling, en kunnen niet op eigen kracht bewegen, groeien of zich voortplanten. Het is absurd om te geloven dat zulke deeltjes onze cellen – die intelligente, zeer complexe organismen zijn en een miljoen keer zo groot – kunnen kapen en doden. Zoals een criticus zegt: ‘om aan virussen ook maar enige handeling toe te schrijven is ongeveer hetzelfde als handelingen toe te schrijven aan het afgehakte hoofd van een overledene’!1
Het medische establishment trakteert ons via de mainstream media op eindeloze angstscenario’s over virale epidemieën, zoals polio, aids, hepatitis C, SARS (severe acute respiratory syndrome), vogelgriep, varkensgriep, ebola, en nu Covid-19 (coronavirus-ziekte).2 In de praktijk worden ‘virale infecties’ nooit gediagnosticeerd door het virus rechtstreeks waar te nemen en te isoleren, maar op basis van indirect bewijs, zoals klinische symptomen, antistofniveaus, of DNA- of RNA-fragmenten waarvan wordt aangenomen dat ze deel uitmaken van een virus.
De juiste manier om het bestaan van een virus te bewijzen is door het te isoleren van een gastheercel, d.w.z. het te scheiden van alle andere cellulaire componenten en afvalstoffen. De standaardprocedure daarvoor is om vloeistof van een zieke af te nemen, het te filteren (om alles ter grootte van bacteriën te verwijderen), het in een ultracentrifuge te laten draaien zodat de bestanddelen in verschillende dichtheidsbanden worden gescheiden, en de gezuiverde virusdeeltjes daaruit te halen zodat ze kunnen worden geanalyseerd en de volgorde van hun genen kan worden vastgesteld.
Deze techniek is gebruikt om exosomen te isoleren, en ook twee soorten zogenaamde virussen: bacteriofagen, die bacteriën zouden aanvallen; en ‘gigantische virussen’, die eencellige organismen zoals algen zouden aanvallen. Een alternatieve opvatting is dat deze twee soorten sporen in feite bacteriën en algen helpen door hun genetisch materiaal met hen te delen. Sommige bacteriën en algen lijken onder zeer ongunstige omstandigheden in deze sporen te veranderen, en vervolgens weer naar hun oorspronkelijke vorm terug te keren zodra de normale omstandigheden zijn hersteld.3
Geen enkel virus waarvan wordt aangenomen dat het bij mensen ziekten veroorzaakt, is ooit met behulp van bovenstaande techniek geïsoleerd. In plaats daarvan nemen virologen vloeistof van een zieke af die allerlei verontreinigingen bevat (het virus wordt verondersteld er een van te zijn), en voegen deze vervolgens toe aan een cultuur van menselijke of apencellen die ‘uitgehongerd’ zijn (om de opname van het virus te bevorderen) en die met antibiotica en andere chemicaliën zijn vergiftigd. Als sommige van de cellen vervolgens ziek worden of sterven, dan gaat men ervan uit dat het onzichtbare virus daarvoor verantwoordelijk is – en zegt men dat het is ‘geïsoleerd’!4
De procedure voor het ‘isoleren’ van het mazelenvirus voor gebruik in vaccins is als volgt.5 Was niercellen van apen met trypsine (een enzym van een varken), waardoor de cellen beginnen op te lossen. Voeg ze toe aan een celcultuur die antibiotica bevat, en voeg foetaal runderserum toe (een groeisupplement dat lichaamsvreemd genetisch materiaal bevat en deeltjes die niet te onderscheiden zijn van virussen). Voeg vervolgens een urine-, slijm- of speekselmonster toe van een mazelenpatiënt. Als de cellen tekenen van beschadiging beginnen te vertonen, dan wordt dit aan het mazelenvirus toegeschreven.
Op geen enkel moment wordt het virus feitelijk waargenomen, gezuiverd en gefotografeerd met een elektronenmicroscoop. Er wordt ook geen controle-experiment uitgevoerd om erachter te komen wat er zou gebeuren als dezelfde gifstoffen aan de celcultuur zouden worden toegevoegd maar zonder het monster van menselijk materiaal (en het zogenaamde virus). Tijdens een proces in Duitsland over de vraag of het bestaan van het mazelenvirus ooit is bewezen, gaf dr. Stefan Lanka opdracht aan een onafhankelijk laboratorium om dit controle-experiment uit te voeren. Het toonde aan dat de weefsels in de celcultuur stierven, zelfs als er geen materiaal van een ‘geïnfecteerde’ patiënt aan werd toegevoegd.6
Geen zogenaamd ziekteverwekkende virussen zijn ooit met een elektronenmicroscoop waargenomen in mensen of dieren, of in hun lichaamsvloeistoffen zoals bloed en speeksel. Ze zijn alleen gefotografeerd in celculturen waarin beschadigde cellen uit elkaar beginnen te vallen – waarbij allerlei virusachtige deeltjes vrijkomen, waaronder exosomen.
Boven: een exosoom-bevattend blaasje in een cel. Onder: het ‘Covid-19-virus’ in een cel. (odysee.com)
Om te bewijzen dat een virus ziekte veroorzaakt, dienen wetenschappers aan proefdieren zoals muizen of apen vloeistof toe die het virus zou bevatten. Als de dieren ziekteverschijnselen vertonen, dan worden deze aan het virus toegeschreven. Apen worden bijvoorbeeld vastgebonden in een vacuümkamer en ‘met mazelen geïnfecteerde’ vloeistoffen worden in hun luchtpijp en longen gepompt via een slangetje in hun neus; alle weefselschade wordt vervolgens toegeschreven aan het mazelenvirus, in plaats van aan de mishandeling die ze hebben ondergaan.
In 1908 werd een experiment uitgevoerd waarbij het ruggenmerg van een aan polio overleden jongen werd fijngehakt en vermengd met water. Dit mengsel, waarvan werd aangenomen dat het het poliovirus bevatte, werd vervolgens aan twee apen te drinken gegeven, maar ze vertoonden geen ziekteverschijnselen. Vervolgens werd het in hun ledematen geïnjecteerd, maar opnieuw zonder enig effect. Ten slotte werd het rechtstreeks in hun hersenen geïnjecteerd. Dit keer stierf de ene aap onmiddellijk, terwijl de andere langzaam verlamd raakte. Dit grove experiment was de eerste keer dat wetenschappers zogenaamd het poliovirus ‘isoleerden’ en ‘bewezen’ dat het besmettelijk was.7
Virologen hebben nog nooit een volledig genoom uit een zogenaamd ziekteverwekkend virus gehaald en vervolgens van begin tot eind gesequenced. Tegenwoordig worden computerprogramma’s gebruikt om duizenden geselecteerde DNA- of RNA-fragmenten die bij patiënten worden aangetroffen, kunstmatig samen te brengen in een compleet ‘viraal’ genoom, door overlappende gebieden te matchen en ontbrekende genen gewoon toe te voegen. Dit staat bekend als een ‘in silico’ (door een computer gemaakt) genoom.
Wetenschappers kibbelen gewoonlijk jarenlang over welke stukjes genetische code bij een bepaald ‘virus’ horen; bij het mazelenvirus duurde dit decennia. Maar in het geval van SARS-CoV-2, het virus dat Covid-19 zou veroorzaken (een ‘nieuwe’ ziekte zonder nieuwe symptomen), was het een kwestie van een paar muisklikken. Daarbij zocht men naar genetische stukjes die vergelijkbaar zijn met die welke zijn geclassificeerd als stukjes van het eerste SARS-coronavirus uit 2003 (dat ook nooit op de juiste manier is geïsoleerd) en vervolgens gaf men een computer de opdracht om ze aan elkaar te plakken.
De oorspronkelijke Chinese versie van het SARS-CoV-2-genoom wordt nu als sjabloon gebruikt door andere laboratoria die op zoek zijn naar het virus. Maar door de diversiteit aan genetische fragmenten in ons lichaam vinden ze nooit een perfecte match, en eventuele verschillen worden dan gehypet als potentieel dodelijke ‘mutaties’. Het is opmerkelijk dat het genoom van SARS-CoV-2 snel zou muteren en in lengte zou variëren van 26 tot 32 duizend basen, terwijl het genoom van elk type bacteriofaag en gigantisch virus, dat wél op de juiste manier is geïsoleerd, altijd exact dezelfde lengte en samenstelling heeft.
Veel wetenschappers en publieke gezondheidsinstanties hebben toegegeven dat SARS-CoV-2 niet is geïsoleerd en gezuiverd.8 Een beloning van 1,5 miljoen euro is uitgeloofd voor wie kan bewijzen dat het virus bestaat.9 Dit betekent dat geen van de tests voor het virus (of beter gezegd zogenaamde fragmenten van het zogenaamde virus) ooit is gevalideerd. Virologen geven toe dat de tests kunnen reageren op materiaal uit andere bronnen, waaronder andere veronderstelde virussen.
Covid-‘gevallen’ worden voornamelijk gediagnosticeerd met behulp van de PCR (polymerase-kettingreactie) techniek. Elke PCR-cyclus verdubbelt het aantal genetische strengen waarnaar wordt gezocht, dus na 30 cyclussen zijn ze een miljard keer vermenigvuldigd (dit is alleen nodig omdat ze in zulke kleine hoeveelheden aanwezig zijn). De tests gebruiken tussen de 30 en 45 cyclussen, hoewel alles boven de 30 een hoog percentage ‘valse positieven’ oplevert.10 Op de testkits staat letterlijk de waarschuwing: ‘Alleen voor onderzoeksdoeleinden. Niet gebruiken om een diagnose te stellen.’ Maar de Covid-cult zou niet bestaan zonder het misbruik van PCR, dat zelfs gezonde mensen kan veranderen in ‘bevestigde gevallen’ en dus potentiële ‘oma-killers’.
Om te testen of het denkbeeldige Covid-virus ziekteverwekkend is, voerden onderzoekers een experiment uit waarbij ze een giftige vloeistof uit apencellen die op de kweek waren gezet met menselijk longpus (dat het virus zou bevatten) en schadelijke chemicaliën in de neuzen van transgene muizen brachten. Minder dan de helft van de muizen vertoonde symptomen: de ergste waren gewichtsverlies (geen Covid-symptoom) en ‘een licht borstelige vacht’ (bij mensen nog niet geconstateerd!). Bovendien kwamen de bevindingen van de autopsie bij de transgene muizen niet overeen met die bij Covid-patiënten.11 Toch wordt deze studie geprezen als bewijs dat ‘SARS-CoV-2’ Covid veroorzaakt.
In een ander onderzoek werd vloeistof van een Covid-patiënt onder hoge druk in de luchtpijp van zes makaken gespoten. Dit veroorzaakte enige schade aan hun longen (bedenk dat longontsteking kan worden veroorzaakt door het inademen van braaksel of een schadelijke stof), maar na zes dagen waren de aandoeningen grotendeels verdwenen. Geen van de apen ontwikkelde zichtbare klinische symptomen, behalve dat een aap gedeeltelijk zijn eetlust verloor. De onderzoekers waren blij met dit resultaat omdat het overeenkwam met het feit dat de meeste mensen die positief testen op ‘het virus’ volledig gezond zijn!12 En zo gaat de zwendel maar door.
Kortom, virologie is een waardeloze maar gevaarlijke pseudowetenschap, gebaseerd op een verkeerde interpretatie van microdeeltjes geproduceerd door dood en stervend weefsel. SARS-CoV-2 is een door de computer gefabriceerde fantasie. En de Covid-19-crisis is volledig door mensen gecreëerd.
Torsten Engelbrecht, Claus Köhnlein, Samantha Bailey en Stefano Scoglio, Virus Mania: How the medical industry continually invents epidemics, making billion-dollar profits at our expense, Books on Demand, 3de ed., 2021.
Thomas Cowan, Vaccines, Autoimmunity, and the Changing Nature of Childhood Illness, Chelsea Green Publishing, 2018, hfst. 9; Roberts, Fear of the Invisible, blz. 45.
Onze gezondheidstoestand wordt bepaald door onze voeding en levensstijl, door de omgeving waarin we leven, door hoe we omgaan met onze levenservaringen, en door onze gedachten, emoties, overtuigingen en verwachtingen. Orgaanstoornissen kunnen niet alleen het gevolg zijn van slechte voeding, giftige stoffen en verwondingen, maar ook van emotioneel en psychisch stressvolle ervaringen. Verschillende soorten conflicten beïnvloeden verschillende hersengebieden, wat resulteert in symptomen in de corresponderende organen of weefsels.1 Psyche, hersenen en lichaam zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Angst, waaronder angst voor ziektekiemen, is zeer besmettelijk en kan de gezondheid aantasten of zelfs dodelijk zijn. Zo werden in 1853 twee jonge Fransen gebeten door dezelfde hond. De een stierf binnen een maand aan ‘hondsdolheid’, maar de ander wist dit niet omdat hij naar Amerika was vertrokken. Vijftien jaar later keerde hij terug naar Frankrijk en hoorde over de dood van zijn vroegere vriend. Hij ontwikkelde vervolgens zelf symptomen van hondsdolheid en stierf binnen drie weken.2
Afrikaanse artsen schrijven de aids-ziekte soms toe aan het ‘voodoo-dood-syndroom’, een term voor psychisch veroorzaakte ziekten. Een verpleegkundige meldde dat toen een groep ernstig zieke patiënten werd getest en ze ontdekten dat ze negatief waren op het ‘virus’, ze plotseling herstelden en weer helemaal gezond werden.3
In 2006 werd in Portugal een aflevering van een populaire soap voor tieners uitgezonden, waarin de personages besmet raakten met een levensbedreigend virus en last kregen van huiduitslag, duizeligheid en ademhalingsmoeilijkheden. Kort daarna kregen meer dan 300 Portugese studenten dezelfde symptomen en verschillende scholen moesten sluiten. Na onderzoek werd geconcludeerd dat de symptomen van de studenten werden veroorzaakt door massahysterie door het kijken naar het televisieprogramma.4
Een jongeman die bij een klinisch onderzoek betrokken was, probeerde zelfmoord te plegen door een overdosis van het geteste medicijn te nemen. Hij was ervan overtuigd dat hij zou sterven, kreeg ernstige symptomen en belandde zwetend en bevend en met een extreem lage bloeddruk in het ziekenhuis. Het bleek echter dat hij deel uitmaakte van de controlegroep en dat de pillen die hij had ingenomen ongevaarlijke placebo’s waren. Toen de dokter hem dit vertelde, herstelde hij binnen 15 minuten.5
Een recente studie van Covid-19 concludeerde: ‘Negatieve informatie die herhaaldelijk via de massamedia wordt verspreid kan de volksgezondheid negatief beïnvloeden in de vorm van nocebo-effecten en massahysterie.’ Dit kan leiden tot fysieke symptomen zoals zwakte, hoofdpijn of een gevoel van verstikking – een verschijnsel dat bekendstaat als massa psychogene ziekte of epidemische hysterie.6
Door de huidige obsessie met Covid loopt iedereen die sterft de kans om als ‘Covid-slachtoffer’ te worden bestempeld – niet alleen mensen met een longontsteking, maar zelfs mensen die sterven aan een hartaanval, verkeersongeval of schotwonden. Niettemin laten zelfs de officiële cijfers zien dat de kans om aan of met Covid te sterven uiterst klein is, behalve bij hoogbejaarden. Toch is een intense campagne van sensationele, angstzaaiende propaganda erin geslaagd de meerderheid van de bevolking ervan te overtuigen dat een dodelijk virus snel om zich heen grijpt en dat alleen draconische maatregelen hen kunnen redden.
Overlevingspercentages van Covid-19 per leeftijdsgroep in de Verenigde Staten7
0-17 jaar
99,998%
18-49 jaar
99,95%
50-64 jaar
99,4%
65+ jaar
91%
Lockdowns, gedwongen afzondering, verplichte mondkapjes en beperking van menselijke contacten vormen een ongekende inbreuk op burgerlijke vrijheden. De shutdowns hebben de wereldeconomie verwoest en het leven van vele miljoenen mensen kapotgemaakt.8 Maar tientallen onderzoeken hebben aangetoond dat er wereldwijd geen verband blijkt te bestaan tussen strenge lockdown-maatregelen en lagere sterfte- en ziektecijfers.9 De meeste ‘Covid’-slachtoffers zijn overleden aan bestaande gezondheidsproblemen, verergerd door angst, paranoia, stress, isolement en wanhoop, in combinatie met giftige medicatie en invasieve beademing, en verschillende vormen van milieu- en elektromagnetische vervuiling.10
Zoals H.L. Mencken eens zei: ‘Het hele doel van de praktische politiek is om het volk bang te houden (zodat men schreeuwt om in veiligheid te worden gebracht), door een eindeloze reeks schrikbeelden te verspreiden, waarvan de meeste denkbeeldig zijn.’ Onder het voorwendsel van een strijd tegen een ‘killer virus’ proberen donkere krachten een surveillancestaat te vestigen die wordt geregeerd door een medische technocratie. Het goede nieuws is dat hoewel veel mensen nog steeds in de ban van de Covid-manie zijn, anderen juist een bewustwording ervaren; ze trekken het mainstream-groepsdenken en de kiemtheorie-dogma’s in twijfel, en vormen nieuwe netwerken en samenwerkingsverbanden.
( Zie deel 1 https://brongenoten.nl/2022/02/waarom-kwantummechanica-nog-steeds-fysici-verbluft-deel-1/) Sommige pogingen om die vraag te beantwoorden, hebben in ieder geval alleen maar een extra dosis gekheid toegevoegd aan het kwantumbrouwsel. Misschien wel de vreemdste van alle interpretaties is die welke voor het eerst werd voorgesteld in 1957 door de natuurkundige Hugh Everett van Princeton. In zijn proefschrift betoogde Everett dat de vergelijkingen (formules) van de kwantummechanica helemaal “zo als ze zijn” moeten worden genomen: kwantumgolven zijn reëel, waarbij elke mogelijke golf in feite een afzonderlijke, onafhankelijke realiteit vertegenwoordigt. Volgens de Many Worlds-theorie, zoals het idee van Everett nu bekend is, vindt elke mogelijke fysieke gebeurtenis daadwerkelijk plaats – in zijn eigen parallelle universum. De implicaties zijn onthutsend. Op dit moment, bijvoorbeeld, lezen ontelbaar veel van jullie dit, mogelijk hun hoofd krabbend.
Ondanks al zijn universum-verwekkende vreemdheid, heeft de Many Worlds-visie veel voorstanders. “In zekere zin is het erg conservatief”, zegt David Wallace, natuurkundefilosoof aan de University of Southern California. “Het laat de fysica ongewijzigd, en het houdt vast aan het idee dat wetenschappelijke theorieën ons een beschrijving moeten geven van wat er aan de hand is, zelfs als wat er aan de hand is veel vreemder is dan wat we dachten.”
Maar natuurlijk is er geen consensus. Veel natuurkundigen geven de voorkeur aan het idee dat kwantumgolven – of beter gezegd, hun wiskundige representaties, golffuncties – niet overeenkomen met werkelijke fysieke entiteiten; de golffunctie spiegelt eenvoudigweg de kans weer dat een bepaald experimenteel resultaat zal optreden. Dit elimineert de paradoxen van de kwantummechanica zonder de noodzaak om ontelbare universums op te roepen. Voorbeeld: de ongelukkige kat van Erwin Schrödinger.
Schrödinger, een tijdgenoot van Bohr en Einstein, en een van de grondleggers van de kwantummechanica, bedacht zijn beroemde gedachte-experiment om te benadrukken wat hij als “de absurditeit” van Bohrs ideeën zag. Zijn Rube Goldbergiaanse experiment bestaat uit zes componenten: een stalen doos, een kat, een radioactief element, een geigerteller, een hamer en een flesje cyanide. De kat wordt in de stalen kist gedaan; het deksel is gesloten. Niemand kan zien wat er binnen gebeurt. Gedurende een bepaald tijdsinterval kan het radioactieve element al dan niet een hoogenergetisch deeltje uitzenden. Als dat zo is, detecteert de geigerteller het en activeert de hamer om de flacon kapot te slaan, waardoor giftige dampen vrijkomen die de kat doden. Als dat niet het geval is, overleeft de kat.
Volgens de regels van de kwantummechanica bestaat het radioactieve deeltje als een golffunctie in al zijn mogelijke toestanden – zowel uitgezonden als niet uitgezonden. Een enkele, bepaalde toestand kristalliseert pas bij meting. Wat betekent dat voor de kat? Is het zowel levend als dood totdat iemand de doos opent om te kijken? Schrödinger maakte het idee belachelijk dat een kat – of wat dan ook – in twee verschillende toestanden tegelijk bestaat.
Voor sommige natuurkundigen laat het gedachte-experiment van Schrödinger zien dat de golffunctie niet reëel kan zijn, dat het niets meer is dan de waarschijnlijkheden van verschillende gebeurtenissen. De kat is levend of dood, niet levend en dood. De toestand van de kat wordt bepaald voordat iemand de doos opent. Het enige dat verandert als de doos opengaat, is onze kennis van het lot van de kat.
Kaarten tegen de werkelijkheid
In onze dagelijkse wereld lijken de wetten van de kwantumtheorie tot absurde resultaten te leiden. Maar hoe zit het met dat tweespleten-experiment? Als de golffunctie niet echt is, wat creëert dan die lichte en donkere banden?
Vier jaar geleden publiceerden Matthew Pusey van het Perimeter Institute in Waterloo, Ontario, Jonathan Barrett, toen aan de Universiteit van Londen, en Terry Rudolph van het Imperial College London een artikel in Nature Physics waarin ze overtuigend betoogden dat kwantumgolven echt moeten zijn. In een interview met Nature zei Clemson-natuurkundige Valentini: “Ik hou er niet van om hyper(bolisch) te klinken, maar ik denk dat het woord ‘seismisch’ waarschijnlijk van toepassing is op dit artikel.”
De stelling van Pusey, Barrett en Rudolph, bekend als PBR, gebruikt een geavanceerd wiskundig argument om aan te tonen dat elke interpretatie van de kwantummechanica die de golffunctie niet als een echt object behandelt, steevast leidt tot resultaten die in tegenspraak zijn met de kwantumtheorie zelf. Als ze gelijk hebben en de golffunctie reëel is, kunnen interpretaties zoals Everett’s Many Worlds, die de realiteit van de golffunctie als een gegeven beschouwen, aannemelijker gaan lijken. In dat geval zou de kat van Schrödinger levend zijn in het ene universum en dood in het andere. Als alternatief zouden fans van Bohr’s visie kunnen beweren dat de kat bestaat als een vage kwantumgolf in de gesloten doos; de uitgeputte kat zou inderdaad in een gecombineerde levend-dood staat zijn totdat iemand ernaar kijkt.
Om de kern van het PBR-argument te begrijpen, kunt u een eenvoudig kaartspel tussen u en een dealer overwegen met twee kaartspellen. Het ene kaartspel bevat alleen rode kaarten, het andere kaartspel alleen azen. De dealer geeft je een kaart en vraagt uit welk kaartspel deze komt. In de meeste gevallen zal het antwoord eenvoudig zijn. Maar voor twee kaarten – de twee rode azen – is er geen manier om het te weten. De azen kunnen van beide decks komen. Dat is prima met een pak kaarten, maar de kwantumversie speelt niet zo makkelijk.
(Credit: Richard Kail/Getty Images)
Als de golffunctie geen echt fysiek object is en in plaats daarvan alleen experimentele kansen meet, dan zou meer dan één golffunctie een enkele fysieke toestand kunnen beschrijven, laten we zeggen de positie van een foton (net zoals die rode aas van beide stapels kan komen). Het idee dat een hele reeks verschillende golffuncties dezelfde onderliggende realiteit zouden kunnen beschrijven, valt uiteen in de kwantummechanica, zegt Pusey. De realiteit kan niet uit twee decks komen. Hij en zijn collega’s lieten zien dat de probabilistische of kans-interpretatie problematisch wordt.
“Het leidt tot zoveel mogelijkheden dat je kunt bewijzen dat de kwantummechanica het niet zou toestaan”, zegt Pusey. “Het zou niet logisch zijn als één fysieke toestand compatibel zou zijn met zoveel verschillende golffuncties. De voorspellingen die die golffuncties doen zijn zo verschillend.” De stelling van PBR laat zien dat kwantumtoestanden daarom uniek moeten corresponderen met iets dat echt is – dat wil zeggen, het bewijst dat de golffunctie echt bestaat en niet alleen een abstracte maatstaf voor waarschijnlijkheid is.
Ondanks enkele lovende recensies, heeft het PBR-resultaat niet veel gedachten veranderd. “Ik was een beetje teleurgesteld dat de mensen die het leuk vonden, de mensen waren die de conclusie al geloofden”, zegt Pusey. De nee-zeggers ontkennen in plaats daarvan een van de belangrijkste veronderstellingen van PBR: dat er een objectieve realiteit bestaat die we in de eerste plaats kunnen meten.
Een kneedbaar universum
Het idee van een volledig objectieve realiteit is het basisprincipe van de wetenschap, wat de belangrijkste reden is waarom Einstein zo ongemakkelijk was met Bohrs “niets bestaat zonder observatie” kijk op de kwantumtheorie. Maar Christopher Fuchs, een natuurkundige nu aan de Universiteit van Massachusetts, en Ruediger Schack van de Royal Holloway University of London zijn het daar niet mee eens. Ze beweren dat Bohr iets op het spoor was: ons idee van een objectieve realiteit moet worden gewijzigd. De fysieke wereld kan niet worden gescheiden van onze eigen pogingen om haar te onderzoeken. Hoe kan het ook anders, aangezien we zelf zijn ingebed in de wereld die we proberen te begrijpen?
Ze noemen hun manier van kijken naar de kwantummechanica QBism, een aangepaste versie van een theorie die ze ontwikkelden met de natuurkundige Carlton Caves van de University of New Mexico, genaamd Quantum Bayesianism. QBism combineert kwantummechanica met Bayesiaanse waarschijnlijkheid, een variatie op standaardwaarschijnlijkheid waarin de kansen op een bepaalde gebeurtenis worden herzien naarmate men meer kennis verkrijgt van de vele mogelijke omstandigheden die aan de gebeurtenis zijn gekoppeld. Als een patiënt bijvoorbeeld klaagt over hoofdpijn bij een arts, kan de eerste kans op een diagnose van hersenkanker laag zijn. Terwijl de arts de patiënt onderzoekt, kan de kans op een diagnose van kanker stijgen of dalen.
QBism past soortgelijke redeneringen toe op natuurkundige experimenten: wanneer natuurkundigen een experiment uitvoeren, werken ze hun eigen subjectieve kennis bij. Er is geen vaste onderliggende realiteit die verschillende waarnemers onafhankelijk van elkaar kunnen ervaren. Net zoals een arts elke patiënt afzonderlijk moet beoordelen, zo moet ook een natuurkundige de nieuwe, steeds veranderende verschijnselen benaderen die door de kwantumwereld worden gepresenteerd. In QBism kan de experimentator niet worden gescheiden van het experiment – beide zijn ondergedompeld in hetzelfde levende, onvoorspelbare moment.
“Als QBism iets radicaal en belangrijks zegt over de aard van de werkelijkheid, dan is het wel de participatie van waarnemers”, zegt Schack. “Observanten zijn belangrijk. En de werkelijkheid, als QBism gelijk heeft, kan niet worden bedacht zonder altijd observant erbij te betrekken. Dat is zeker een gewaagde uitspraak over de echte wereld, over de realiteit. Het is gewoon een kenmerk van de realiteit dat heel fundamenteel is.”
De kwantumtheorie, zegt Schack, biedt diepgaande observaties over de echte wereld, maar de theorie zelf is geen beschrijving van de wereld. Hij stelt dat de juiste manier om over kwantummechanica te denken, is als een reeks regels over hoe experimenten correct kunnen worden uitgevoerd.
“Of je een golf of deeltje ziet, hangt af van welke vraag je stelt”, zegt Schack. “Wat doen natuurkundigen? Ze kiezen experimenten. Je zou elk experiment kunnen omschrijven als een gok op de uitkomst. Kwantummechanica is een nuttige gids voor actie: het vertelt je hoe je je experimentele apparaat moet samenstellen zodat het uiteindelijk werkt.”
Schack zegt dat hij en Fuchs graag een term gebruiken die ze hebben geleend van de Amerikaanse filosoof William James, die de werkelijkheid als ‘kneedbaar’ beschouwde. QBism, zegt Schack, maakt hetzelfde punt. In wat voor soort universum leven we? Is het als een gigantische machine, waarbij de toekomst evolueert vanuit het verleden volgens onveranderlijke wetten? Of is het inherent interactief? “Waarom zou je een uurwerkuniversum willen?” vraagt hij. “QBism geeft een veel rijker universum. Het is een realiteit waarin we er veel meer toe doen dan ooit in een uurwerkuniversum.”
Terug naar het begin
Als QBism gelijk heeft, als de golffunctie niet echt is en de kwantumtheorie ons geen directe beschrijving van de werkelijkheid geeft, laat het de meest fundamentele van alle vragen onbeantwoord: hoe ziet de kwantumwereld er dan eigenlijk uit? Waar is het van gemaakt? Deeltjes? Golven? Iets dat we ons niet kunnen voorstellen? Voor theoretisch fysicus Valentini was het antwoord er al vanaf de vroegste dagen van de kwantumtheorie.
In 1927 ontwikkelde de Franse natuurkundige Louis de Broglie, die voor het eerst voorstelde dat deeltjes zich als golven zouden kunnen gedragen, een interpretatie van de kwantummechanica genaamd pilootgolftheorie, waarbij golven en deeltjes beide even reëel zijn. Elk deeltje berijdt zijn eigen golf. De pilootgolf is een bizar iets – het bestaat in meerdere dimensies – maar het is een echt fysiek object.
Pilootgolftheorie verklaart het vreemde tweespleten-experiment: een deeltje gaat altijd door de ene of de andere spleet; tegelijkertijd gaat zijn pilootgolf door beide spleten. Maar er is geen golf-deeltjesparadox omdat het experimentele apparaat en het golfsurfende deeltje allemaal één onderling afhankelijk systeem vormen dat wordt beschreven door een pilootgolf. Door een detector aan het experiment toe te voegen of te verwijderen, verandert de pilootgolf van het systeem en het patroon op het scherm.
Bohr en andere natuurkundigen verwierpen het idee van De Broglie echter gedeeltelijk, omdat het geen enkele manier bood om de exacte paden van deeltjes te voorspellen. In de jaren vijftig deed David Bohm, een vooraanstaand Amerikaans natuurkundige, wat extra werk met het idee van De Broglie, maar voor het grootste deel kwijnde de pilootgolftheorie weg tot het begin van de jaren negentig toen het Valentini als afstudeerstudent aan de haak sloeg.
Valentini heeft zijn carrière gewijd aan het bijna eigenhandig nieuw leven inblazen van het idee van een pilootgolf. Nu hebben zijn jarenlange werk een kans – een kleine, geeft hij toe – om in het gelijk te worden gesteld. Van de vele interpretaties van de kwantumtheorie is de pilootgolftheorie uniek, omdat Valentini een manier heeft gevonden om deze experimenteel te testen. Geen enkele andere interpretatie van de kwantummechanica kan die claim maken. Vele werelden, Bohr’s interpretatie en andere zijn allemaal experimenteel niet te onderscheiden – ze reproduceren de resultaten van de standaard kwantumtheorie. Maar als Valentini gelijk heeft, hebben bepaalde effecten voorspeld in de pilootgolftheorie misschien een afdruk achtergelaten op de kosmische microgolfachtergrond, de oerstraling die is overgebleven van de oerknal die nog steeds de hele ruimte doordringt.
De temperatuur van die straling is bijna een perfect uniforme 2,725 graden Celsius boven het absolute nulpunt. Gedetailleerde waarnemingen hebben echter kleine variaties in de straling gevonden. De standaardkwantumtheorie kan bijna al deze variaties verklaren, maar in 2015 onthulden nieuwe gegevens die door het Planck-ruimtevaartuig van de European Space Agency werden vrijgegeven, bewijs van kleine anomalieën in de achtergrondstraling. En dat is precies waar Valentini naar op zoek was. Terwijl de conventionele kwantumtheorie voorspelt dat willekeurige kwantumfluctuaties in het vroege universum hemelse sporen hebben achtergelaten, voorspelt de pilootgolftheorie fluctuaties die minder willekeurig zijn, waardoor er iets andere rimpels in de kosmische microgolfachtergrondstraling achterblijven.
“Het is verleidelijk”, zegt Valentini. “We doen de analyse deels om de zaken beter te begrijpen en deels om te zien wat de data ons kan vertellen over de voorspellingen die we hebben.” Nog twee jaar aan gegevens en analyse zou de kwestie moeten oplossen.
Valentini voelt zich ook aangemoedigd door de stelling van PBR omdat die steun verleent aan een centraal principe van de pilootgolftheorie: de golffunctie is reëel. Desalniettemin realiseert hij zich dat de kans dat zijn levenswerk wordt bevestigd klein is. “Wie weet wat er gaat gebeuren?” zegt hij. “Het kan twintig jaar werk in de afvoer zijn. We weten het niet. Je hebt verschillende kampen die hard aan het pushen zijn voor hun eigen interpretatie. Maar echt, als we eerlijk zijn, als wetenschappers, als een lid van het publiek ons vraagt wat de betekenis is van onze meest elementaire natuurkundetheorie, denk ik dat we allemaal moeten zeggen dat we het niet weten.”
________________________________________
Tim Folger is een bijdragende redacteur van Discover en serieredacteur van The Best American Science and Nature Writing, een jaarlijkse bloemlezing. Hij woont in Nieuw-Mexico.
[Dit artikel verscheen oorspronkelijk in gedrukte vorm als “The War Over Reality.”]
(Part one: https://brongenoten.nl/2022/02/waarom-kwantummechanica-nog-steeds-fysici-verbluft-deel-1/) Some of the attempts to answer that question have, if anything, only added an extra dose of weirdness to the quantum brew. Perhaps the strangest of all the interpretations is the one first proposed in 1957 by Princeton physicist Hugh Everett. In his doctoral thesis, Everett argued that the equations of quantum mechanics should be taken at face value: Quantum waves are real, with each possible wave in effect representing a separate, independent reality. According to the Many Worlds theory, as Everett’s idea is now known, every possible physical event actually takes place — in its own parallel universe. The implications are staggering. At this moment, for example, an uncountable number of yous are reading this, possibly scratching their heads.
For all its universe-begetting outlandishness, the Many Worlds view has many advocates. “In a certain sense, it’s very conservative,” says David Wallace, a philosopher of physics at the University of Southern California. “It leaves the physics unchanged, and it holds onto the idea that scientific theories are supposed to give us a description of what is going on, even if what’s going on is much weirder than we thought.”
But, of course, there’s no consensus. Many physicists prefer the idea that quantum waves — or more precisely, their mathematical representations, wave functions — don’t correspond to actual physical entities; the wave function simply reflects the probability that a particular experimental outcome will occur. This eliminates the paradoxes of quantum mechanics without the necessity of conjuring innumerable universes. Case in point: Erwin Schrödinger’s hapless cat.
Schrödinger, a contemporary of Bohr and Einstein, and one of the founders of quantum mechanics, devised his famous thought experiment to highlight what he saw as the absurdity of Bohr’s ideas. His Rube Goldbergian experiment has six components: a steel box, a cat, a radioactive element, a Geiger counter, a hammer and a vial of cyanide. The cat is put in the steel box; the lid is closed. No one can see what’s happening inside. During any given interval of time, the radioactive element may or may not emit a high-energy particle. If it does, the Geiger counter detects it and triggers the hammer to smash the vial, releasing poisonous fumes that kill the cat. If it doesn’t, the cat survives.
According to the rules of quantum mechanics, the radioactive particle exists as a wave function in all its possible states — both emitted and not emitted. A single, definite state crystallizes only upon measurement. What does that mean for the cat? Is it both alive and dead until someone opens the box for a look? Schrödinger ridiculed the notion of a cat — or anything — existing in two different conditions at once.
To some physicists, Schrödinger’s thought experiment shows that the wave function can’t be real, that it represents nothing more than the probabilities of different events. The cat is alive or dead, not alive and dead. The cat’s condition is determined before anyone opens the box. The only thing that changes when the box opens is our knowledge of the cat’s fate.
Cards Against Reality
In our everyday world, it seems, the laws of quantum theory lead to absurd results. But what about that two-slit experiment? If the wave function isn’t actually real, what creates those light and dark bands?
Four years ago, Matthew Pusey of the Perimeter Institute in Waterloo, Ontario, Jonathan Barrett, then at the University of London, and Terry Rudolph at Imperial College London published a paper in Nature Physics where they argued convincingly that quantum waves must be real. In an interview with Nature, Clemson physicist Valentini said, “I don’t like to sound hyperbolic, but I think the word ‘seismic’ is likely to apply to this paper.”
Pusey, Barrett and Rudolph’s theorem, known as PBR, uses a sophisticated mathematical argument to show that any interpretation of quantum mechanics that doesn’t treat the wave function as a real object invariably leads to results that contradict quantum theory itself. If they’re right and the wave function is real, interpretations like Everett’s Many Worlds, which take the reality of the wave function as a given, could start to seem more plausible. In that case, Schrödinger’s cat would be alive in one universe, dead in another. Alternatively, fans of Bohr’s view could claim that the cat exists as a fuzzy quantum wave inside the closed box; the frazzled feline would indeed be in a combined alive-dead state until someone takes a look.
To get the gist of the PBR argument, consider a simple card game between you and a dealer involving two decks of cards. One deck holds only red cards, the other deck only aces. The dealer gives you a card and asks which deck it came from. In most cases the answer will be easy. But for two cards — the two red aces — there’s no way to tell. The aces could come from either deck. That’s fine with a deck of cards, but the quantum version doesn’t play so nicely.
(Credit: Richard Kail/Getty Images)
If the wave function is not a real physical object and instead only measures experimental probabilities, then more than one wave function could describe a single physical state, say the position of a photon (just like that red ace could come from either deck). The notion that a slew of different wave functions could describe the same underlying reality falls apart in quantum mechanics, says Pusey. Reality can’t come from two decks. He and his colleagues showed that the probabilistic interpretation becomes a problematic one.
“It leads to so many possibilities that you can prove that quantum mechanics wouldn’t allow it,” says Pusey. “It wouldn’t make sense for one physical state to be compatible with so many different wave functions. The predictions those wave functions make are so different.” The PBR theorem shows that quantum states must therefore correspond uniquely with something that’s real — that is, it proves the wave function actually exists and is not just an abstract measure of probability.
Despite some rave reviews, the PBR result hasn’t changed many minds. “I was a bit disappointed that the people who liked it were the people who already believed the conclusion,” says Pusey. The naysayers instead deny one of PBR’s main assumptions: that there exists an objective reality we can measure in the first place.
A Malleable Universe
The notion of a completely objective reality is the bedrock principle of science, which is the main reason Einstein was so uncomfortable with Bohr’s “nothing exists without observation” take on quantum theory. Yet Christopher Fuchs, a physicist now at the University of Massachusetts, and Ruediger Schack of Royal Holloway University of London disagree. They contend that Bohr was on to something: Our notion of an objective reality needs modification. The physical world cannot be separated from our own efforts to probe it. How could it be otherwise, since we ourselves are embedded in the very world we’re seeking to understand?
They call their way of looking at quantum mechanics QBism, a modified version of a theory they developed with University of New Mexico physicist Carlton Caves called Quantum Bayesianism. QBism combines quantum mechanics with Bayesian probability, a variation on standard probability in which the odds of any given event are revised as one gains more knowledge of the many possible conditions tied to the event. For example, if a patient complains of headaches to a doctor, the initial odds of a diagnosis of brain cancer might be low. As the doctor examines the patient, the odds of a cancer diagnosis may go up or down.
QBism applies similar reasoning to physics experiments: Whenever physicists perform an experiment, they are updating their own subjective knowledge. There is no fixed underlying reality that different observers can independently experience. Just as a doctor must assess each patient individually, so too must a physicist approach the fresh, ever-changing phenomena presented by the quantum world. In QBism, the experimentalist cannot be separated from the experiment — both are immersed in the same living, unpredictable moment.
“If QBism says one radical and important thing about the nature of reality, then observer participancy is it,” says Schack. “Subjects matter. And reality, if QBism is right, cannot be conceived without always including the subject. That’s certainly a bold statement about the real world, about reality. It’s just a feature of reality that is very fundamental.”
Quantum theory, Schack says, offers profound observations about the real world, but the theory itself is not a description of the world. He posits that the right way to think of quantum mechanics is as a set of rules about how to correctly conduct experiments.
“Whether you see a wave or particle depends on what question you ask,” says Schack. “What do physicists do? They choose experiments. You could describe any experiment as a gamble on the outcome. Quantum mechanics is a useful guide to action: It tells you how to put together your experimental apparatus so that it works in the end.”
Schack says he and Fuchs like to use a term they’ve borrowed from the American philosopher William James, who saw reality as being “malleable.” QBism, says Schack, makes the same point. What sort of universe do we inhabit? Is it like a giant machine, with the future evolving from the past according to immutable laws? Or is it inherently interactive? “Why would you want a clockwork universe?” he asks. “QBism gives a much richer universe. It’s a reality in which we matter far more than we ever could in a clockwork universe.”
Back to the Beginning
If QBism is right, if the wave function isn’t real and quantum theory doesn’t give us a direct description of reality, it leaves unanswered the most basic of all questions: What then is the quantum world actually like? What is it made of? Particles? Waves? Something beyond our ability to imagine? For theoretical physicist Valentini, the answer has been there from the earliest days of quantum theory.
In 1927, the French physicist Louis de Broglie, who first proposed that particles could behave like waves, developed an interpretation of quantum mechanics called pilot wave theory, where waves and particles are both equally real. Each particle rides its own wave. The pilot wave is a bizarre thing — it exists in multiple dimensions — but it is a real physical object.
Pilot wave theory explains the strange two-slit experiment: A particle always goes through one slit or the other; at the same time its pilot wave travels through both slits. But there’s no wave-particle paradox because the experimental apparatus and the wave-surfing particle all form one interdependent system described by a pilot wave. Adding or removing a detector from the experiment changes the system’s pilot wave and the pattern on the screen.
Bohr and other physics luminaries rejected de Broglie’s idea, though, in part because it didn’t provide any way to predict the exact paths of particles. In the 1950s, David Bohm, a leading American physicist, did some additional work with de Broglie’s idea, but for the most part pilot wave theory languished until the early 1990s when it hooked Valentini as a grad student.
Valentini has devoted his career to almost single-handedly resurrecting the pilot wave idea. Now his years of work actually have a chance — a small one, he admits — of being vindicated. Of the many interpretations of quantum theory, pilot wave theory is unique in that Valentini has found a way in which it might be experimentally tested. No other interpretation of quantum mechanics can make that claim. Many Worlds, Bohr’s interpretation and others are all experimentally indistinguishable — they reproduce the results of standard quantum theory. But if Valentini is right, certain effects predicted in pilot wave theory may have left an imprint on the cosmic microwave background, the primordial radiation left over from the Big Bang that still pervades all of space.
The temperature of that radiation is almost a perfectly uniform 2.725 degrees Celsius above absolute zero. Detailed observations, however, have found slight variations in the radiation. Standard quantum theory can explain nearly all of these variations, but in 2015, new data released by the European Space Agency’s Planck spacecraft revealed evidence of small anomalies in the background radiation. And that is just the kind of thing Valentini has been looking for. While conventional quantum theory predicts that random quantum fluctuations in the early universe have left celestial imprints, pilot wave theory predicts fluctuations that are less random, leaving slightly different wrinkles in the cosmic microwave background radiation.
“It’s tantalizing,” Valentini says. “We’re carrying out the analysis partly to understand things better and partly to see what the data can tell us about the predictions that we have.” Another two years of data and analysis should settle the question.
Valentini also feels encouraged by the PBR theorem because it lends support to a central tenet of pilot wave theory: The wave function is real. Nevertheless, he realizes the odds of his life’s work being confirmed are slim. “Who knows what will happen?” he says. “It may be 20 years of work down the drain. We don’t know. You have different camps pushing hard for their own interpretation. But really, if we’re going to be honest, as scientists, if a member of the public asks us what is the meaning of our most basic theory of physics, I think we all have to say we don’t know.”
Tim Folger is a contributing editor to Discover and series editor of The Best American Science and Nature Writing, an annual anthology. He lives in New Mexico.
[This article originally appeared in print as “The War Over Reality.”]
Een waarneming over taal delen. Ik kwam iets tegen, wat heel bijzonder is. Er is een woord, die al duizenden jaren in Sanskrit gebruikt werd en die ook in het Nederlands, Engels, Duits, Zweeds en vele andere talen doorgang heeft gevonden. Oke, wat is Sanskit dan?
“Het Sanskriet (Devanagari: संस्कृतम् ; Sanskriet: Saṃskṛtam, [/ säⁿskr̩t̪əm /]?, < sam, samen + kṛta, gemaakt) of Oudindisch is een Indo-Arische taal en de heilige schrijftaal voor het brahmanisme, boeddhisme, jaïnisme en hindoeïsme.” (Wikipedia)
“Er zijn verschillende woorden in Indo-Europese talen, die ook in het Sanskriet terug te vinden zijn. Het gaat hier om telwoorden (1 éka 2 dvi 3 trí ), benamingen van familieleden (moeder: mātṛ, vader: pitṛ) en enkele diernamen (koe: gow).” Maar ook stammen van “bij, mug, muis, stier, zit, arm, avatar, acht, eik, appel, rood, neus, hoofd, ster, linnen, mega, meer, leuk, nu” enz ( https://nl.wiktionary.org/wiki/WikiWoordenboek:Lijst_van_Proto-Indo-Europese_wortels )
En het Sanskrit het woord voor “hart” is ook “hart”. Woord-frequentie van plus-minus 7000 jaar geleden leeft ook in moderne talen, dat is bijzonder.
Sanskrit: हार्ट IPA uitspraak: /hɑrt/ of variant “Hṛdaya”
Al jaren heb ik door dat er iets niet klopt aan deze wereld. Een gevoel van binnen dat het anders in elkaar zit als dat mij wordt geleerd, voorgehouden, gespiegeld …
Mijn zoektocht liep via persoonlijke ontwikkeling, spiritualiteit, traumatherapie, filmpjes van klokkenluiders,etc. Ik heb alles binnenste buiten gedraaid en dat heeft mij een bijzonder perspectief opgeleverd. Van elke beweging, overtuiging, informatie, lering die mij werd aangereikt, ben ik gaan herkennen dat ze mij willen laten zien hoe de wereld in elkaar steekt. Op het moment dat ik daar een tijd in mee ging, dan sloeg ik daarmee een specifieke richting in. Dan werd dat mijn nieuwe perspectief en vond ik altijd bewijzen dat mijn inzichten de meest kloppende waren. Ik voelde emoties die mijn overtuiging bekrachtigden.
Het gevoel dat er iets niet klopt in deze wereld ging nooit weg. Het bleef. Ondanks de enorme hoeveelheden ervaringen, wijsheden en kennis ik door de jaren had opgedaan. Stukje bij beetje ben ik al die brokjes informatie gaan voelen. Helemaal doorvoelen, groter maken en waarnemen wat het werkelijk met mij doet. De plekken in mijn lichaam gaan voelen waar het raakt en de trilling die ermee gepaard gaat en zo een sensatie veroorzaakt in mij. Het helemaal volgen met mijn bewustzijn in volledige nieuwsgierigheid en vertrouwen. In alle veiligheid in mijzelf de maximale reikwijdte ervaren.
Ik ben er achter gekomen het leven op aarde meer is dan ik altijd dacht. Dat het gevoel een veel bredere en diepere betekenis geeft aan informatie, al dan niet van mijzelf. Het gevoel kan eindeloos verbanden leggen en steeds weer diepere lagen aan ervaren geven. Het is maar net waar mijn bewustzijn haar aandacht aan geeft. Mijn bewuste aandacht zet alles in beweging in mij. Niets is meer statisch. Potentiële opties openen zich als bloemen in zon. Als ik het helemaal doorvoeld heb zakt de starheid weg en komt er een open veld met alle richtingen open. Het voelt zacht en rijk aan wijsheid. Het voelt verbonden en autonoom tegelijk. Het voelt verbonden met alles, zelfs met het ontelbare waarvan ik het bestaan niet eens weet.
Maar als mijn hoofd zich ermee gaat bemoeien, dan brengt het alle informatie (al dan niet van mijzelf) in referentiekaders netjes op zijn plek. Er is dan geen beweging. Oorzaak-gevolg staat vast waardoor ik merk dat alle overige opties automatisch worden uitgesloten. Mijn leven lang heb ik de wereld onderzocht via mijn mind. Ook mijn gevoelens wilde ik begrijpen en probeerde er logica in te zien. Alles werd verklaard volgens eerder opgedane informatie via scholing of ervaring. Voor mij voelt het dat het denken volgens een vaststaand raster werkt. Alles waarvoor in oorsprong geen plekje is ingericht, wordt door de mind niet eens waargenomen. Ik vergelijk het steeds met die bak van tv waar ze vroeger cavia’s in lieten rond rennen op zoek naar het beste poortje. De logica waar we naar opzoek zijn zit achter de poortjes. De schotten in de bak zelf staan voor obstakels, afleiding, richting en zelfs trauma. En steeds weer probeert de mind via een andere weg bij het beste poortje te komen. We draaien in cirkels en lossen alles steeds op dezelfde wijze op.
Onze wereld is ingericht op basis van het vaste denkraster. Alles in mijn leven heeft mij geleerd, gemotiveerd, geconditioneerd om het leven te leven en te begrijpen via het denkraster. School, studies, politiek, tv, opvoeding, benadering van gezondheid, geld en werkafhankelijkheid, etc. Ik ben op deze wereld gekomen en het leek allemaal zo broodnodig en logisch dat deze inrichting en manier van omgaan met elkaar de enige manier kon zijn.
Nu ik met mijn gevoel alles anders ervaar valt voor mij de denklogica steeds meer weg. Ik heb niet meer de neiging om steeds maar alles te moeten verklaren en begrijpen met mijn mind. Ik deins niet meer terug voor geen enkel gevoel, want dat wat ik voel ben ik. Een gevoel wegstoppen of negeren zou betekenen dat ik een deel van mijzelf amputeer. En ik voel dat dat ook is wat de wereld nodig heeft. Konden we maar even tegelijk stil staan met zijn allen. Dan konden we opmerken wat we aan het doen zijn en of het resoneert met wat we voelen dat we eigenlijk willen. Door het stilstaan en voelen zouden totaal andere oplossingen naar voren komen voor hetgeen wat we willen creëren.
Ik ben gestopt met oplossingen zoeken die mij worden aangedragen. Ik demonstreer niet, teken geen petities, stem niet. Voor mij zijn het ideeën die gecreëerd zijn om binnen het mindsysteem, de caviabak te komen tot een oplossing. En voel zo’n diepe innerlijke overtuiging dat daar de oplossing niet ligt, omdat alleen maar de mind bevestigd van haar functie. Door steeds maar weer te voelen in elk moment waar mijn waarheid en behoefte ligt, creëer ik mijn eigen werkelijkheid. Het is een werkelijkheid van absolute transparantie, eerlijkheid, directheid, zachtheid, openheid, stromen, autonomie, creatie. Als ik mij verbind vanuit mijn werkelijkheid met het leven om mij heen, dat krijgt het leven om mij heen te maken met nieuwe mogelijkheden die de mind niet kan bedenken. Het is het voeden en behouden van de spontaniteit en verbinding. En bovenal zien dat iedereen die leeft op deze planeet op zijn manier zijn best doet om het leven te begrijpen, te vormen en zo aangenaam mogelijk te maken. Maar de warrior in mij strijdt om in iedereen te zien dat het veld van onbegrensde en onvoorwaardelijke liefde in hun aanwezig is. En slechts met mijn waarneming vanuit mijn gevoel zet ik alles om mij heen in beweging, wetende dat alles energie is.
Ik bekrachtig elke vlam met een glimlach van aandacht. Een nieuw bewustzijn wordt geboren van binnen naar buiten. Ik zie het groeien om mij heen en wereldwijd.
For years I have realized that something is not right in this world. A feeling inside that things are different of what I am taught, mirrored…
My search ran through personal development, spirituality, trauma therapy, whistleblower videos, etc. I turned everything inside out and that gave me a special perspective. From every movement, belief, information, teaching that was presented to me, I have come to recognize that they want to show me how the world works. The moment I went along with that for a while, I then went in a specific direction. Then that became my new perspective and I always found evidence that my insights were the most accurate. I felt emotions that confirmed my belief.
The feeling that something is not right in this world never went away. It stayed. Despite the vast amounts of experience, wisdom and knowledge I had gained over the years. Little by little I started to feel all those bits of information. To fully feel, to enlarge and to observe what it really does to me. Feel the spots in my body where it touches and the vibration that goes with it, causing a sensation in me. Following it all the way with my consciousness in complete curiosity and confidence. Experience the maximum range in myself in complete safety.
I found out that life on Earth is more than I ever thought. That feeling gives a much broader and deeper meaning to information, whether or not mine. The feeling can make endless connections and continuously add deeper layers to the experience. It’s just what my consciousness gives its attention to. My conscious attention sets everything in motion in me. Nothing is more static. Potential options open up like flowers in the sun. When I have completely felt it, the rigidity disappears and an wide field opens up with all directions open. It feels soft and rich in wisdom. It feels connected and autonomous at the same time. It feels connected to everything, even to the countless that I don’t even know exist.
But when my head gets involved, it neatly arranges all information (whether or not mine) in frames of reference. Then there is no movement. Cause and effect is fixed, so I notice that all other options are automatically excluded. All my life I have explored the world through my mind. I also wanted to understand my feelings and tried to see logic in them. Everything was explained according to previously acquired information through education or experience. For me it feels like thinking works according to a fixed grid. Everything for which no place has been set up in origin is not even perceived by the mind. I keep comparing it to that TV box they used to let guinea pigs run around in looking for the best gate. The logic we are looking for is behind the gates. And the baffles in the box itself represent obstacles, distractions, direction and even trauma. And again and again the mind tries to get to the best gate by another way. We run in circles and always solve everything in the same way.
Our world is organized on the basis of the fixed thinking grid. Everything in my life has taught me, motivated me, conditioned me to live and understand life through the grid of thought. School, studies, politics, TV, education, approach to health, money and work dependency, etc. I came into this world and it all seemed so necessary and logical that this arrangement and way of relating to each other could be the only way.
Now that I experience everything differently with my feeling, the thinking logic increasingly disappears for me. I no longer have the tendency to have to explain and understand everything with my mind all the time. I no longer shrink from any feeling, for what I feel is me. To hide or ignore a feeling would mean amputating a part of myself. And I feel that’s what the world needs too. If only we could all stand still at the same time. Then we could notice what are doing and whether it resonates with what we feel we actually want. By standing still and feeling, completely different solutions would emerge for what we want to create.
I have stopped looking for solutions that are presented to me. I don’t protest, don’t sign petitions, don’t vote. For me they are ideas that have been created to come to a solution within the mind system, the guinea pig box. And feel such a deep inner conviction that the solution is not there, because only the mind confirms its function. By constantly feeling in every moment where my truth and need lie, I create my own reality. It is a reality of absolute transparency, honesty, directness, softness, openness, flow, autonomy, creation. When I connect from my reality with the life around me, the life around me has to deal with new possibilities that the mind cannot imagine. It is nurturing and maintaining the spontaneity and connection. And above all, see that everyone who lives on this planet does their best in their own way to understand, shape and make life as pleasant as possible. But the warrior in me fights to see in everyone that the field of limitless and unconditional love is within them. And only with my perception from my feeling do I set everything around me in motion, knowing that everything is energy. I empower each flame with a smile of attention. A new consciousness is born from the inside out. I see it growing around me and worldwide.
Hier is een gedachte-experiment: stel je voor dat astronomen niet echt geloofden dat de Aarde om de zon draait of dat onze wereld dagelijks om zijn as draait. Wat als ze het heliocentrische model van het zonnestelsel slechts zouden zien als een abstract wiskundig hulpmiddel om planeten en sterren met grote precisie te volgen, niet als een letterlijke beschrijving van hoe de dingen zijn? Wat als ze beweerden dat we niet echt kunnen weten of de zon om de Aarde draait of omgekeerd en bovendien dat dergelijke vragen niet eens de moeite waard waren om te stellen?
Het zou belachelijk zijn. Geen enkele respectabele wetenschapper zou ooit zulke opvattingen koesteren – behalve als het gaat om de krachtigste theorie in de geschiedenis van de natuurkunde: de kwantummechanica. Meer dan een eeuw na zijn geboorte blijft de kwantummechanica, de fysica van atomen, fotonen en andere deeltjes, even verbijsterend als altijd. Experimenten hebben herhaaldelijk de vreemde voorspellingen van de theorie bevestigd met fenomenale nauwkeurigheid – in sommige gevallen tot een dozijn of meer decimalen. Technologieën die ervan zijn afgeleid, drijven de wereldeconomie aan: de elektronica-industrie zoals we die kennen zou niet bestaan zonder de kwantummechanica. Het verklaart waarom de lucht blauw is en hoe sterren hun licht genereren. En toch, ondanks de onbetwiste dominantie en praktische betekenis van de theorie, zijn natuurkundigen het nog steeds niet eens over wat het betekent of wat het zegt over de aard van de werkelijkheid. Sommige natuurkundigen ontkennen dat de kwantummechanica elke vorm van objectieve realiteit beschrijft.
Minstens een dozijn interpretaties van de kwantummechanica strijden om de harten en geesten van natuurkundigen, elk met een radicaal andere kijk op de werkelijkheid. Adán Cabello, een natuurkundige aan de Universiteit van Sevilla in Spanje, vatte onlangs de verwarrende, onverenigbare reeks gezichtspunten samen als ‘een kaart van waanzin’.
Er is het Many Worlds-model, dat het bestaan van ontelbare parallelle werkelijkheden veronderstelt. Als dat een beetje extravagant lijkt, geef je misschien de voorkeur aan QBism (uitgesproken als “kubisme”), waar de kwantumwereld en de wetenschappers die het observeren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in een onvoorspelbaar, interactief universum. Het centrale probleem is dat natuurkundigen niet weten wat de meest elementaire vergelijking (formule) van de kwantumtheorie – een wiskundige formulering die de golffunctie wordt genoemd – eigenlijk vertegenwoordigt. Beschrijft het een fundamenteel kenmerk van de fysieke wereld? Of is het juist een handige manier om experimentele resultaten te voorspellen?
“Er is geen standaardinterpretatie”, zegt Antony Valentini, een theoretisch natuurkundige aan de Clemson University. “Het is buitengewoon. Ik ken geen vergelijkbare episode in de geschiedenis van de wetenschap.”
Fractal (Credit: Pixabay)
Waar blijft dat gebrek aan consensus van natuurkundigen? Kwantummechanica is immers niet alleen een tak van de natuurkunde; het is moderne natuurkunde. “De meeste dingen die mensen op bijna elke verdieping van elke natuurkundeafdeling ter wereld doen, zijn op de een of andere manier kwantum”, zegt Matt Leifer, een natuurkundige aan de Chapman University in Californië.
Als natuurkundigen het niet eens kunnen worden over – of niet weten – waar hun heersende theorie over gaat, betekent dit dan dat ze een muur hebben geraakt in termen van het begrijpen van de wereld? Recente pogingen om sommige interpretaties uit te sluiten hebben ons niet dichter bij een antwoord gebracht. Als er één ding zeker is over de kwantumwereld, dan is het dat er nooit iets is vastgesteld.
Licht en schaduw
De verwarring dateert uit de begindagen van de kwantummechanica, in de jaren twintig, toen Niels Bohr in botsing kwam met Albert Einstein. Bohr, een bijna orakelfiguur in de 20e-eeuwse natuurkunde, betoogde dat natuurkundigen bij het bestuderen van de atomaire wereld het idee van een realiteit die onafhankelijk van hun eigen metingen bestaat, moeten opgeven. De boodschap van de kwantummechanica is onontkoombaar, zei hij, en buitengewoon vreemd: atomen en alle andere deeltjes hebben geen definitieve posities, energieën of eigenschappen totdat ze in een experiment worden gemeten. Voor alle duidelijkheid: het is niet alleen dat natuurkundigen niet weten wat de eigenschappen zijn; de eigenschappen komen letterlijk pas tot stand op het moment van de meting.
Einstein verwierp de opvatting van Bohr categorisch. Terwijl hij op een maanverlichte nacht over het terrein van het Institute for Advanced Study aan de Princeton University slenterde, vroeg Einstein op beroemde wijze aan een collega: “Geloof je echt dat de maan er niet is als je er niet naar kijkt?” Einstein bleef tot zijn dood ervan overtuigd dat de kwantummechanica slechts een opstap was naar een diepere, meer omvattende theorie die de griezelige verschijnselen van de kwantumwereld zou begrijpen.
Wat maakt kwantummechanica zo verwarrend?
Herinner je het volgende iconische, vaak herhaalde experiment: Een lichtstraal schijnt door twee parallelle spleten die in een barrière zijn gesneden en valt op een strook fotografische film achter de barrière. Aangezien licht zelf bestaat uit een stroom deeltjes – fotonen – lijkt het redelijk om aan te nemen dat de fotonen op weg naar de film door de ene of de andere spleet gaan. En als natuurkundigen het experiment opzetten met een fotondetector bij elke spleet, dan is dat inderdaad wat ze zien: fotonen razen willekeurig door de eerste spleet of de tweede, wat resulteert in twee afzonderlijke klompjes stippen op de film.
Een kleine aanpassing verandert de resultaten echter ingrijpend. Als natuurkundigen de fotondetectoren verwijderen, verandert het patroon dat op de film is gemaakt volledig. In plaats van twee clusters van stippen verschijnen afwisselend lichte en donkere banden over de film, wat natuurkundigen een interferentiepatroon noemen. Dat patroon zou zich alleen kunnen vormen als elk afzonderlijk foton zich op de een of andere manier als een golf zou verspreiden en tegelijkertijd door beide spleten zou gaan. Op de film ontstaan heldere banden waar twee golftoppen samenvallen; overlappende toppen en dalen creëren de donkere banden. Met andere woorden, fotonen gedragen zich als deeltjes met detectoren en als golven zonder detectoren.
Voor Bohr toonde dit aan dat de objecten die we als deeltjes beschouwen, geen definitief bestaan hebben totdat ze worden waargenomen. Op de allerkleinste schaal is de werkelijkheid wazig, niet scherp gedefinieerd – tenminste als niemand kijkt.
Aangezien alles uiteindelijk uit die wazige “deeltjesgolven” bestaat, waarom zien we dan geen kwantumeffecten in ons dagelijks leven? Waarom zijn mensen, bomen en al het andere niet zo golvend en onduidelijk als de atomen waaruit ze zijn gemaakt? Het korte antwoord is dat niemand het echt weet, vandaar de gekke overvloed aan kwantuminterpretaties. Op de een of andere manier proberen de vele versies allemaal een enkele vraag te beantwoorden: zijn deze ‘kwantumgolven’ zo echt als de grond onder je voeten, of zijn het puur wiskundige constructies zonder enig fysiek bestaan?
(wordt vervolgt. Als je toch de hele artikel wil lezen, staat het als een document hier)
Here’s a thought experiment: Imagine astronomers didn’t really believe that Earth orbits the sun or that our world turns daily on its axis. What if they viewed the heliocentric model of the solar system merely as an abstract mathematical tool to track planets and stars with great precision, not as a literal description of the way things are? What if they claimed we can’t truly know whether the sun orbits Earth or vice versa and, moreover, that such questions were not even worth asking?
It would be preposterous. No respectable scientist would ever entertain such notions — except when it comes to the most powerful theory in the history of physics: quantum mechanics. More than a century after its birth, quantum mechanics, the physics of atoms, photons and other particles, remains as baffling as ever. Experiments have repeatedly confirmed the theory’s weird predictions with phenomenal accuracy — to a dozen or more decimal places in some cases. Technologies derived from it drive the world’s economy: The electronics industry as we know it wouldn’t exist without quantum mechanics. It explains why the sky is blue and how stars generate their light. And yet, despite the theory’s unquestioned dominance and practical significance, physicists still don’t agree on what it means or what it says about the nature of reality. Some physicists deny that quantum mechanics describes any sort of objective reality.
At least a dozen interpretations of quantum mechanics vie for physicists’ hearts and minds, each with a radically different take on reality. Adán Cabello, a physicist at the University of Seville in Spain, recently summed up the confusing, incompatible gaggle of viewpoints as “a map of madness.”
There’s the Many Worlds model, which posits the existence of innumerable parallel realities. If that seems a tad extravagant, you might prefer QBism (pronounced “cubism”), where the quantum world and the scientists who observe it are inextricably bound together in an unpredictable, interactive universe. The central issue is that physicists don’t know what the most basic equation of quantum theory — a mathematical formulation called the wave function — actually represents. Does it describe a fundamental feature of the physical world? Or is it instead just a handy way to predict experimental results?
“There is no standard interpretation,” says Antony Valentini, a theoretical physicist at Clemson University. “It’s extraordinary. I don’t know of any comparable episode in the history of science.”
Fractal (Credit: Pixabay)
Where does that lack of consensus leave physicists? After all, quantum mechanics isn’t just a branch of physics; it is modern physics. “Most of the things that people are doing on almost every floor of every physics department in the world are quantum in one way or another,” says Matt Leifer, a physicist at Chapman University in California.
If physicists can’t agree on — or don’t know — what their reigning theory is all about, does it mean they’ve hit a wall in terms of understanding the world? Recent efforts to rule out some interpretations haven’t brought us any closer to an answer. If there’s one thing certain about the quantum world, it’s that nothing’s ever settled.
Light and Shadow
about:blank about:blank The confusion dates to the early days of quantum mechanics, in the 1920s, when Niels Bohr clashed with Albert Einstein. Bohr, an almost oracular figure in 20th-century physics, argued that when studying the atomic world, physicists must give up the notion of a reality that exists independently of their own measurements. The message of quantum mechanics is inescapable, he said, and exceedingly strange: Atoms and all other particles do not possess definite positions, energies or any properties until they are measured in an experiment. To be clear, it’s not just that physicists don’t know what the properties are; the properties literally only come into being at the time of the measurement.
Einstein categorically rejected Bohr’s view. While strolling the grounds of the Institute for Advanced Study in Princeton University one moonlit night, Einstein famously asked a colleague, “Do you really believe the moon is not there when you are not looking at it?” Einstein remained convinced until his death that quantum mechanics was only a steppingstone toward a deeper, more comprehensive theory that would make sense of the uncanny phenomena of the quantum world.
What makes quantum mechanics so confounding? Consider the following iconic, oft-repeated experiment: A beam of light shines through two parallel slits cut into a barrier and falls on a strip of photographic film beyond the barrier. Since light itself consists of a stream of particles — photons — it seems reasonable to assume that the photons pass through one slit or the other en route to the film. And if physicists set up the experiment with a photon detector at each slit, that is indeed what they see: Photons hurtle randomly through either the first slit or the second, which results in two separate clumps of dots forming on the film.
(Credit: Wikimedia Commons)
A slight adjustment, however, profoundly alters the results. If physicists remove the photon detectors, the pattern created on the film changes completely. Instead of two clusters of dots, alternating light and dark bands appear across the film, what physicists call an interference pattern. That pattern could form only if each individual photon somehow spread out like a wave and went through both slits simultaneously. Bright bands develop on the film where two wave crests coincide; overlapping crests and troughs create the dark bands. In other words, photons behave like particles with detectors present and like waves without detectors.
For Bohr, this showed that the objects we consider particles don’t have a definite existence until they are observed. On the very smallest scales, reality is blurry, not sharply defined — at least when no one is looking.
Since everything ultimately consists of those blurry particle-waves, why don’t we see quantum effects in our everyday lives? Why aren’t people, trees and everything else as wavy and indistinct as the atoms they’re made of? The short answer is no one really knows, hence the crazy cornucopia of quantum interpretations. In one way or another, the manifold versions all seek to answer a single question: Are these “quantum waves” as real as the ground beneath your feet, or are they purely mathematical constructs without any physical existence?
( to be continued. If you want to read the whole article, the document is HERE)
Waar wonen wij en hoe zijn wij hier? Een perceptie van bewustzijn en ervaring in jou werkelijkheid.Hieronder informatie over de portalen en grids en de dempingen die gezien worden door de wezens die hier leven.
Bron: Martijn van Staveren educatie Baarn
We beschouwen deze aarde nu gewoon als een bal, dus niet plat, en deze aarde is eigenlijk ook een elektron, zo zou je het kunnen zien en heeft dus ook allemaal elementen om zich heen. Wij noemen dat planeten. Maar in een veel grotere opzet is dat weer een onderdeeltje in dat hele zonnestelsel van een groot cluster van zonnestelsels die bij elkaar opgeteld ook weer een eenheid is in een sterrenstelsel en als we nu helemaal terugreizen naar de aarde, we zien dus de aarde als bol, dan zien we dat de aarde allemaal rasters heeft, elke grid, elke plek van de aarde is een specifieke locatie die als je het gaat bekijken met het universum er omheen zoals wij dat nu aanschouwen, dat het universum er omheen eigenlijk ook een soort bal is, dan kun je zeggen dat die ene plek van de aarde correspondeert met die ene plek in het universum. Dus waar wonen wij op de aarde? Wat is Nederland?
Iemand deelt: In Nederland zijn veel meer stargates verbindingen met andere universa.
Martijn: er is hier heel veel.
Deler vervolgt: meer dan andere landen ook omdat wij vrij gecomprimeerd zijn.
Martijn: en het is natuurlijk een matrix. Dus wat is er in deze matrix, wat is Nederland? Ik praat nu puur over Nederland, wat is deze plek van Nederland? En dan kun je ook nog zeggen van ja we hebben provincies, gemeenten en we hebben ook exacte graden van waar ik sta. Waar sta ik nou eigenlijk, nu heb ik het niet meer over deze plek, nu heb ik het over de kosmos, waar sta ik, welke invloeden spelen ervan buitenaf op deze plek? Waarom hier. Waarom staat die naald van Paleis Soestdijk daar en niet daar. “Ja nou ja als ze hem daar hadden willen bouwen dan…”Ja maar daar staat íe niet.
Martijn: nee, wat er gebeurt, even de dwarsverbanden tussen de aardse plek en het universum, als er dus iets in het universum verandert, als daar machten bezig zijn om dingen te veranderen wat effectueert op de plek van de aarde, dan resulteert dat dus ook in een verandering op de aarde, dat is wat er gebeurd is. Er zijn dus kosmische zaken gaande die resultaat hebben op waar wij leven. Dus de plek waar wij leven hier is een heel belangrijk machtscentrum en ik heb al heel veel over het labyrint iets gezegd dat mensen zeggen waar heeft die man het over. Het labyrint? Maar het Labyrinth is een groep, dat is direct verbonden aan de Oriongroep en dat is een menselijk bewustzijn wat echt een enorme technologie heeft ingezet om andere werelden in dit universum, om in dit universum, dus in deze matrix, zaken te veranderen, die zulke krachtige invloeden hebben op de aarde dat het direct verandert in het scenario op de aarde. Dus wat gebeurt er dan, even helemaal weer terug, wat gebeurt er nou eigenlijk als wij Nederland invliegen, wat gebeurt er, wat is dat, waar leven wij, kunnen we dat hier verklaren of zitten wij er met onze bibs bovenop een mogelijke oplossing of kunnen wij het niet zien, willen we het niet zien, waarom wordt hier niet gedemonstreerd, waarom zijn hier allemaal zoveel regels, waarom is dat allemaal in Nederland zo.
Iemand voegt toe: de hele wereld demonstreert maar wij demonstreren niet. Eén keer toen Pim ging maar het was weer snel voorbij.
Een ander: we zitten midden in het Labyrint. Dit is het middelpunt van het web.
Martijn: dus wij moeten vooral opletten dat we niet het exacte betekenissen willen geven, dan krijg je weer dat heldere pad, van ah zo zit het. En dat is het niet. Het gaat erom dat we waakzaam zijn en dat we daar ook uit een bepaalde noodzaak laten ontstaan, zo van maar wacht eens eventjes waarom vlieg ik dan eigenlijk steeds weg. Niet jij natuurlijk.
Iemand deelt: op dit moment zijn er ongelofelijk veel krachtwezens hier aanwezig dat er alles aan gedaan wordt om dit af te leiden.
Martijn: je zou ook kunnen zeggen dat er een doorbraak heeft plaatsgevonden in een systeem van controle waardoor er een ingang is vanuit Orion om op deze locatie op de aarde geboren te worden, wat normaliter niet kan, waardoor je elkaar dus gaat ontmoeten, wat normaliter niet kan omdat er geen script achter zit omdat alles maar, je wordt geboren op een plek wat niet geregeld is, maar je zou kunnen veronderstellen en de vraag lanceren van goh zou het kunnen zijn dat wat jij zegt, dat er in deze breedtegraad en hoogtegraad , de geografische plek van de aarde. Die overigens ook aan de andere kant van de wereld tegelijkertijd gebeurt. Je zou de vraag kunnen stellen of het zo is wat jij zegt, dat er dus inderdaad een hoeveelheid mensen in deze regio voorbij grenzen aan het kijken zijn waardoor hier de waarheid, de nieuwe waarheid, oude waarheid, herschreven wordt. Ofwel dat de matrix hier wordt gedecodeerd terug naar de oorspronkelijke plek. Zeg maar even beeldend, een gat in het web.
Iemand deelt: dan vraag ik mij af waarom ik hier in Nederland ben gekomen, is hier de hele aarde voor mij open.
Martijn: ik vind het interessant om dat gewoon zo eens te bekijken want het gaat niet om de antwoorden die we nu geven, maar het gaat om de informatie die nu in beweging is waardoor we straks naar huis gaan, dan zijn we daar verder mee bezig en dan pakken we zelf dingen uit. Dan vallen dingen dieper op zijn plek. En ook het heeft effect omdat wat we nu aan het doen zijn, zorgt ook straks voor reacties uit het veld. Dus je gaat als je nu gaat opletten, ga je dingen op de t.v. zien of wat er gebeurt in de media, waarvan je zegt aha daar is ‘ie. En dan zou je bijna kunnen denken van ik ben een fantast want ik zie dwarsverbanden die er niet zijn. Kijk er maar naar, hoe dat in elkaar zit. Hoe het projectiescherm, dus deze werkelijkheid ineens gaat reageren letterlijk op bewustzijn van binnenuit. Want ik weet één ding zeker en dat is dat die punt van die piramide waar we het vanochtend over hadden, dat dat het niet is, maar dat die piramide alleen maar een bezigheidstherapie is. En dat er andere krachten zijn die in feite vanwege hun belangen dingen hebben gedaan die veel groter zijn dan alleen die driehoek. En laten dat nou eens gewoon mensen zijn en geen reptilianen.
Vraag: maar wel aardse mensen of mensen van een andere beschaving?
Martijn: misschien zijn er niet echt aardse mensen.
Vraag: maar er zijn wel andere galactische …
Martijn: ja tuurlijk, maar misschien zijn er wel niet van oorsprong aardse mensen.
Vraag: Nee niet aardse mensen. Arcturiaanse (Arcturiërs) of…
Vraag: bedoel je is dat dat Orion bewustzijn wat dan, als ik jou zo hoor, dat kan dat hier geboren worden? Waardoor het nog lastiger wordt… Aanvullende
Opmerking: daar zijn wij mee verbonden.
Martijn: als Orion invloed heeft op deze plek, als het dus een controle mechanisme is wat in de graden exact, zie het maar als een stekelvarken die allemaal stekels heeft, verbindingen heeft met andere locaties, dus gridpoints, als daar een controle laag is wat doorbroken of opengebroken wordt waardoor ander bewustzijn zich in die computersystemen kunnen inladen, gedownload worden naar de aarde, want dat is eigenlijk wat er gebeurt, dan is het mogelijk om in dat soort momenten vrij snel met een grotere groep participanten, dus bewustzijnswezens, in hetzelfde gedeelte van de aarde terecht te komen. Dat is zo maar mogelijk. En dan maak je dus eigenlijk gebruik van een toegangsweg, die dus gewoon voor iedereen normaal gesproken toegankelijk is, maar dat die wel heel erg gecontroleerd wordt. Nederland is het grootste spionageland ter wereld. Amerika mag zijn vingers hierbij aflikken.
Nu ik steeds meer leef vanuit mijn eigen waarheid en gevoel, valt mij iets heel wonderlijks op. Het levensveld waarin ik mij bevindt reageert op mij. Situaties waarin ik aftast hoe ik graag iets zou willen worden werkelijkheid. Zonder mij vast te bijten en een eind uitkomst af te dwingen, exploreer ik de mogelijkheden. En ik voel daarin een bepaalde richting die past bij mij. Ik probeer die richting zo nauwkeurig mogelijk te concretiseren en daarna laat ik het weer los. Na een tijd valt mij op dat ik toch wel mazzel heb, dat precies uit komt waar mijn hart naar uitging.
Ik zal een voorbeeld geven. Jaren geleden woonde er een hondje in de buurt, waarvan het baasje het prima vond dat ik hem spontaan mee uit wandelen nam. Om mijzelf vaker uit te dagen om in de natuur te zijn zocht ik naar zo’n hondje met baas in mijn woonomgeving. Ik heb mijn gevoel aangezet om te ervaren in welke richting ik moest kijken. Maar er kwam tot dusver niet echt een antwoord. In een andere verhaallijn kwam ik bij een familielid vaker een hondje tegen van weer een ander familielid. Ik was steeds geraakt door het hondje. Kreeg het gevoel dat we bij elkaar pasten. Mijn gedachten straften dat meteen af, want het hondje had een ander baasje. Sinds een paar weken gaat het niet goed met het baasje en zocht het hondje naar een nieuw huis. Zelfs in dat moment voelde ik de verbinding tussen mij en het hondje, maar vond het maar een gek idee. Het was niet iets waar ik zeggenschap in had. En toch wandel ik nu heel veel met het hondje op het strand en in het bos. Het hondje neemt mij mee op avontuur in de natuur.
Als ik de ervaren momenten rondom het hondje terug voel, dan lijkt het bij elkaar wel één moment te zijn. Eén moment dat versnippert is geraakt over een tijdslijn. Eén moment waarin ik mijn wens en mogelijkheden heb doorvoelt, maar weg bleef bij de concrete uitkomst. Ik heb dit de laatste tijd met meerdere situaties. Precies het goede komt op mijn pad. De realiteit vouwt zich om mij heen op basis van waar ik met mijn bewustzijn aanwezig ben.
Vorige week kon ik goed doorvoelen hoe dit zo werkt. En dat motiveerde mij om een heel diepliggend besluit te nemen. Ik heb het onderstaande schilderij gemaakt. Het is voor mij een gevoel van de transitie waar de aarde in zit. Zonder dat ik precies weet hoe het in zijn werk gaat of dat ik het grotere plaatje er van zie. Zoals op het schilderij, zo voelt het. Het is alleen nog niet direct herkenbaar in de materie, in het alledaagse leven. In mijn leven is dat wel een groot thema. En het lijkt wel of ik daar op zit te wachten. Dat ik zit te wachten op een soort omslagpunt. Een moment van chaos waaruit ontelbaar veel nieuwe ideeën kunnen ontstaan. Een moment waarin ik zichtbaar in het fysieke zie dat de verandering er is.
Toen heb ik het besluit genomen. Heel diep van binnen heb ik besloten dat de verandering er NU is. En dat ik ook weet dat het tijdsbeeld en realiteit die ik om mij heen ervaar niet representeren wat er werkelijk aan het gebeuren is. Maar met het nemen van mijn besluit stap ik letterlijk in. Ik ben aanwezig in de transitie. Ik ben de transitie. Het gebeurd. Nu!
Gisteren was ik bij een lezing waarin iemand tegen mij vertelde: “Het besluit is al genomen”. Er kwam in mij een enorme golf aan emotie omhoog zetten. Ik voelde mij waargenomen en verbonden. Ja het klopt, in mij is het besluit al heel bewust genomen.
Now that I live more and more from my own truth and feeling, I notice something very wonderful. The field of life in which I find myself responds to me. Situations in which I sense how I would like something to be become reality. Without getting stuck and forcing an end result, I explore the possibilities. And I feel a certain direction in it that suits me. I try to concretize that direction as accurately as possible and then I let it go. After a while it strikes me that I am really lucky that exactly what my heart was going for comes out.
I will give an example. Years ago there lived a dog nearby, whose owner was fine with me taking him for a walk spontaneously. To challenge myself more often to be in nature, I was looking for such a dog with owner in my living environment. I turned on my feeling to experience in which direction I should look. But no real answer has been forthcoming so far. In another storyline at a family member I often encountered a dog belonging to another family member. I was always touched by the dog. I got the feeling that we fit together. My thoughts immediately punished that, because the dog had a different owner. Since a few weeks, things have not gone well with the owner and the dog was looking for a new home. Even in that moment I felt the connection between me and the dog, but thought it was a crazy idea. It wasn’t something I had control over. And yet I now walk a lot with the dog on the beach and in the woods. The dog takes me on an adventure in nature.
When I feel the experienced moments around the dog again, it seems to be one moment together. One moment that has become fragmented across a timeline. One moment in which I felt my wish and possibilities, but I stayed away from the concrete outcome. I’ve been having this with several situations lately. Just the right thing comes my way. Reality wraps itself around me based on where I am with my consciousness.
Last week I could really feel how this works. And that motivated me to make a very profound decision. I made the painting below. For me it is a feeling of the transition that the earth is in. Without knowing exactly how it works or seeing the bigger picture. As in the painting, that’s how it feels for me. It is just not yet immediately recognizable in the material, in everyday life. The upcoming transition is a big thing in my life. And it seems like I’m waiting for that. That I’m waiting for some kind of tipping point. A moment of chaos from which countless new ideas can arise. A moment in which I visibly see in the physical that the change is there.
Then I made the decision. Deep down I have decided that the change is NOW. And that I also know that the time frame and reality that I experience around me do not represent what is really happening. But now I make my decision, I literally step in. I am present in the transition. I am the transition. It’s happening. Now!
Yesterday I was at a lecture where someone told me: “The decision has already been made”. A huge wave of emotion came up in me. I felt observed and connected. Yes, it is true, the decision has already been made very consciously in me.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.