(door Paul Mulliner) We live always in the silence of the Great Mystery, an intelligence perhaps that guides all life and seems to sometimes guide our heart like waves are guided by the breeze across an endless ocean.
And while all the moments slide like dreams, this conscious silence heard only in our heart is everywhere, like light, or maybe gravity, a conscious space holding every star and every human heart, an ocean of consciousness unbounded by our human brain or sense of separate self, revealing all the silent poetry in the fleeting beauty of a flower.
This Great Spirit, always in our heart, always knowing every smile and every time we find its silence and its gentle gaze, knows every time we let forgiveness bring us into sync with harmony, freeing us from all the shadows of the past.
We leven altijd in de stilte van het Grote Mysterie, misschien bewustzijn dat al het leven leidt en lijkt soms ook ons hart te leiden hoe golven zijn door wind gestuurd dwars door de oceaan oneindig.
Terwijl momenten als de dromen glijden, deze bewuste stilte in ons hart alleen gehoord is overal, als licht, of zou het kunnen – zwaartekracht, een bewuste ruimte elke ster vasthoudend en elk mensenhart, een bewustzijns-oceaan van slot gehaald van menselijke brein of van gevoel van afgescheiden zelf, onthullend alle stille poëzie in de vluchtige schoonheid van een bloem.
Deze Grote Geest, die altijd in ons hart is, die kent elke glimlach en elke keer ontdekken we zijn stilte en zijn zachte blik, weet elke keer dat door vergiffenis te schenken brengen wij ons in synch met harmonie, en ons bevrijden uit alle schaduwen van ‘t verleden.
Onderstaande woorden zijn ontstaan middels observatie en in Samenspraak met de wezens die wij dieren noemen. Ik ben een ambassadeur van Het Leven alsmede ervaar ik mijzelf ook als een ambassadeur in naam van de dieren zolang een groot deel van de Mens hen nog niet wezenlijk voelt en verstaat op de wijze waarop dit mogelijk is.
Als Mens voel ik de dieren verfijnder dan dat ik menig mede Mens voel, dit omdat zij zich in openheid laten voelen en ook ik open sta voor hen. Zo versta ik vaak ook helder in gevoel wat zij communiceren. Zij zijn namelijk eerlijk en direct en communiceren ook op die wijze. Dieren zijn zo Wezens vol puur in de wijze waarop zij verbinding maken.
Wat mij opvalt is dat de dieren een ‘bij rol’ lijken te hebben hier in deze wereld. Zelf ervaar ik dat Zij een gelijkwaardige positie hebben in relatie tot de Mens, ook in de processen die er gaande zijn hier op aarde. Wat er geschied op aarde alsmede ook buiten de aarde gaat ons allemaal aan en ik zie dan ook vanuit mijn bewustzijn en mijn visie dat er veel meer erkenning, ondersteuning en aandacht, zachtheid en liefde en samenwerking mag zijn voor en met de dieren wezens vanuit volledige gelijkwaardigheid. Ook tussen Mens en Dier mag de hiërarchie komen te vervallen.
Ik voel mij dan ook diep bewogen om zichtbaarheid te scheppen in het blikveld van mijn mede Mens en om een bewustzijnsschakel te Zijn aangaande het in herinnering brengen van wie de dieren werkelijk zijn en welke bijdrage zij leveren in het mede in balans brengen, het verfijnen en verdiepen van de gevoelslagen in de Mens en het algehele Leven hier op aarde. Zodat de rechtmatige plek die de dieren wezens hebben in de schepping weer erkend zal worden. Ook voel ik mij bewogen een schakel te zijn om het diepe weten dat verborgen geraakt is in de Mens te stimuleren zodat de Mens zich het feit weer zal herinneren dat de mogelijkheid er is dat buitenaardse beschavingen * Onze sterrenfamilie * zich tonen door de (huis)dieren op aarde heen en op deze wijze met ons communiceren en ons observeren en informatie naar ons toe transporteren. Tevens is het zo dat er ook buitenaardse (Mensachtige) wezens zijn die Zelf het uiterlijk van een dier vertonen en ook hier mag de Mens zich weer bewust van worden want zij zullen zich nu ons bewustzijn zich steeds meer zal gaan verruimen ook gaan tonen aan de Mensheid. Zelf voel ik mij nauw verbonden met de leeuwenbeschaving.
Samen het Leven belevend en bevoelend met de prachtige wezens (de honden) die je op de foto ziet bij de tekst kwam onderstaande tekst tot stand. Niet omdat het enkel hen woorden zijn, want ik heb geschreven in naam van alle dieren wezens. Echter de tedere voelende en liefhebbende wijze honden waarmee ik samen leef zijn het wel die mij dagelijks diep observeren en mij aanraken in mijn diepste emotie en voel Kracht. En door hun aanwezigheid heb ik kunnen voelen… Ja, dit is het Moment… Om te spreken in naam van De dieren *
Grote dankbaarheid in en vanuit mij voor ALLE dieren die er Zijn en die Hier Aanwezig Zijn met Ons Pure, wijze, zachte en krachtige Wezens die wij weer in gelijkwaardigheid moge omarmen als onderdeel van het Geheel.
*********************************
MENS
WIJ … die dieren genoemd worden Wij zijn met vele hier SAMEN met Jullie
Zijn jullie bereid om de scheiding die door denkbeelden tussen ons is ontstaan op te heffen Om het denkbeeld te laten vervallen dat wij minder zijn omdat wij ‘dier’ zijn En jullie meer omdat jullie Mens zijn
Zijn jullie bereid om Jullie Ware Zelf te openen voor Ons Om de Levens Hartslag te voelen die ook in ons klopt Zoals ook in jullie
Zijn jullie bereid om op gelijke voet te staan met Ons Om de gelijkwaardigheid van Wezens Vol Leven weer te Beleven Samen Waardoor de hiërarchie van hoger en lager zal komen te vervallen
Zijn jullie bereid om de Taal te spreken die wij spreken De Taal van gevoel Want vanuit gevoel verbinden wij en spreken wij
Zijn jullie bereid om Ons toegang te geven tot jullie gevoelsbeleving Zodat jullie Mensen Ons weer echt kunnen Voelen En daardoor ook weer jullie Zelf
Zijn jullie bereid om naar Ons te luisteren En om Ons écht te horen Om te verstaan wat Wij communiceren van Wezen tot Wezen
Zijn jullie bereid om te herinneren Dat Het Ware Leven geleefd word in het NU Want dat tonen wij jullie
Zijn jullie bereid tot realisatie te komen dat ook wij Wezens Zijn met gevoel En dat het tijd is om ons te erkennen als Wie Wij Zijn Zodat we in harmonie kunnen Samenleven en Samenwerken met elkaar
In de jaren 90 woonde ik regelmatig lezingen, bijeenkomsten, bij van Alexander Smit. Hij was Nederlands bekendste advaita leraar. Advaita vedanta is een ‘traditie’ uit India die zich richt op de vraag wie of wat men nu werklijk is. Alexander ontwarde zijn laatste knopen in India dankzij zijn leraar Sri Nisargadatta Maharaj. Ik wil hier alleen zeggen dat er veel valt te zeggen over Alexander, de traditie, en over Dat, maar dat kan je ook allemaal niet doen 🙂
behalve dat ik zeg: zeer waardevol geweest voor mij. En o ja, onze ideeën over en definities van bepaalde onderwerpen, zoals hier emoties en gevoelens, hoeven niet samen te vallen met die van elkaar, of van een ander, in dit geval die van Alexander Smit. Maar ik vind het wel ‘delenswaardig’ genoeg, dit fragment van een bijeenkomst. Een bijeenkomst die waarschijnlijk in Baarn was en toen was ik er nog niet bij. Later waren de bijeenkomsten in Amsterdam, maar dit geheel terzijde.
“Alexander gaf onderricht aan iedereen die in deze vraag geïnteresseerd was. Zijn onderricht zat vol humor, en was ontregelend en confronterend waardoor een onmiddelijke diepe herkenning van wat je wezenlijk bent, mogelijk werd.” (Uit de inleiding van het boek Alexander Smit~Geschenk van het Absolute, wat de betekenis is van zijn spirituele naam, Parabrahmadatta.).
Alexander Smit ~ (21 oktober 1948 ~ 20 juni 1998)
B: Wat is eigenlijk: je gevoel?
A: Je gevoel? Dat is eh… heb je wel eens een gitaar gezien? Als je daar een snaar aanraakt, dan gaat die kast meetrillen. Dan komt er muziek uit, mits de snaren een beetje zorgvuldig gestemd zijn natuurlijk. En dat is gevoel.
B: Mm, alles wat je meemaakt, dat gaat in je gevoel, door je gevoel heen bedoel ik.
A: Nee, door het lichaam heen. Gevoelens voel je in je lichaam. Er is geen gevoel wat je niet in je lichaam voelt. Het lichaam is het klankbord waardoor het gevoel heen resoneert. Het is een klankbord, net als een gitaar, een instrument. Nou er kunnen dus prachtige klanken of gevoel uitkomen, er kunnen ook de meest afgrijselijke klanken uit voortkomen. Ook hele saaie klanken, new age muziek of zo.
B: En emoties zijn dan ontwikkelingen van het…
A: Emotie is een te hard aangeslagen toon. Waardoor die niet echt meer goed klinkt en dat weet je ook.
B: Is je gevoel een juist klankbord? Altijd of hoeft dat niet?
A: Niet per definitie. Maar het gevoel.. kijk het aardige van het gevoel is, dat het dieper gaat dan wat dan ook. Maar er is een heel groot verschil tussen gevoelens en emoties. Een gevoel is iets natuurlijks en een emotie is iets kunstmatigs. Ik neem een voorbeeld: stel, je vriendin maakt het uit of je vrouw gaat weg. Daar kun je twee reacties op hebben. Dat je denkt, nou blij dat ze opgehoepeld is, maar het kan ook zijn, dat er een diep of naar gevoel wakker wordt in je. Doorgaans is het de tweede. Nou, daar kan je een paar maanden last van hebben enzovoort. Dat lijkt mij heel natuurlijk. Maar als je drie jaar later nog schuimbekkend honden in de fik steekt, omdat je vrouw je verlaten heeft, dan hebben we te maken met emoties. Dat is uit de hand gelopen. Je gooit ruiten nog in en zo. En je langspeelplaten, die je voor je verjaardag hebt gekregen van haar, die vermorzel je nog. “Hhhgggrrr!”, zeg je dan hè? En het bestek ligt omgebogen in de bakken. Dan hebben we te maken met emoties. Het is uit de hand gelopen. Begrijpt U wel?
En dat verschil wil ik wel maken. Maar we weten heel goed wanneer iets emotioneel is of dat het een gevoel is. Het karakter van een gevoel is, dat het aanvaardbaar is voor jezelf en je omgeving. Dus als iemand sterft dan zeg je niet: “Ja, hou nou op met je gezeik joh! Zit niet te janken. Het lichaam, ik bedoel wat is nou het lichaam, ik bedoel: je hebt dat wijf toch lang genoeg gezien?” Dat zeg je niet! Ja er zijn mensen die het zeggen, maar dat is niet helemaal lekker hè? Dus dan voel je mee. Dat hoort gewoon bij de mens. Dat is een aanpassing van de gigantische verandering die zich ineens voltrekt. Het is een aanpassing. Maar als die aanpassing te lang duurt, drie, vier, vijf jaar. Of negen jaar later, je hebt je zoon bijvoorbeeld verloren in een auto-ongeluk, tien jaar geleden, en je kan geen auto zien of je barst in tranen uit na tien jaar. Dan ben je emotioneel. Dat wil zeggen: je hebt er hinder van. En anderen hebben er hinder van. Maar een gevoel niet. Een gevoel is aanvaardbaar. Begrijpt U dat? Dat is dus het verschil. Zeg nog eens wat. Ga er eens wat dieper op in.
Wat U ook moet begrijpen, pardon hoor dat ik U even onderbreek, wat U ook moet begrijpen is dat alle gevoelens in serie geschakeld zijn. Dat zal ik U uitleggen hoe dat zit, het is heel eenvoudig. Bijvoorbeeld de mens kan buitenissig reageren op een situatie en dat lijkt niet in overeenstemming met het gebeuren, wat er gebeurt eigenlijk. Bijvoorbeeld, je bent ineens iets kwijt, iets wat je dierbaar is, een mooi beeldje of zo, een glazen vaas of iets dergelijks, ik kan het me allemaal niet voorstellen maar goed. En ineens is dat ding weg. En dan voel je je ineens ontzettend verdrietig. Buitensporig verdrietig zelfs. Je denkt zelfs: he, hoe kan dat nou. Die vaas is weg en ik voel me zo verschrikkelijk verdrietig. Laten we zeggen, dat je al zo bewust bent.Want meestal word je meegesleurd in zo’n emotie onderhand en dan ben je al helemaal niet meer in de situatie om echt te kijken. Maar stel dat je dat kunt bekijken, dan zul je zien dat het in serie geschakeld is, dat gevoel met alles wat je al eerder bent kwijtgeraakt. Want je voelt niet alleen de pijn van die vaas die weg is, je voelt alle pijn van alles wat je is afgenomen tot en met de beer die uit je hand getrokken werd, door een buurjongetje en die hem in het kolenhok verstopt heeft of iets dergelijks. Ik noem maar iets tragisch uit deze psychotherapiewereld.
Dus als je moeder je ontnomen is als je vier bent, dan geeft dat natuurlijk een forse inprint in een kind. En als dan, als je dan ineens gaat verhuizen op je tiende en je al je vriendjes moet je achterlaten en je komt in een buurt waar helemaal geen vriendschap te sluiten is. Nou dan heb je het moeilijker, dan ben je wéér wat kwijt. En als je dan vriendjes of vriendinnetjes krijgt als je veertien, vijftien bent, of tegenwoordig met elf, en je raakt ze kwijt, dan weer. En als je dan gaat scheiden: weer. Dus je voelt ál die pijn. Want zo werkt dat in dat brein. Ik lijk wel een dichter: de inprinter en het kind en het brein de pijn. Begrijpt U wat ik bedoel? Zo zit dat. En het werkt voor iedereen. Daarom zeg je ook als je iets overkomt, dan zeg je: dat mij dat nou wéér moet overkomen. Je zegt niet: dat mij dat nou overkomt. Nee je gebruikt het woordje “weer”, wat aangeeft dat het al eerder gebeurd is. Anders hoef je dat woordje niet te gebruiken natuurlijk. Ben ik godverdomme wéér de sleutels kwijt; dat is eerder gebeurd.
Zo eenvoudig werkt dat. En daar is niks aan te doen, dat moet je heel goed begrijpen. Daar is niets aan te doen. Als U dat realiseert doet u er ook niets meer aan. Wat een grote zegen voor de mensheid is. Want sommige mensen zeggen wel eens: daar is niets aan te doen, zeggen ze dan. Maar dóe het dan ook niet! Wie? Ga eens verder.
B: Je kan ook onder de indruk komen van iets dat er een positief gevoel over je heen komt.
A: Natuurlijk.
B: En dat kan behoorlijk op je inwerken.
A: Het lijkt wel een psychotherapie-avond. Kijk, er is een aardig verhaal van een, ik meen dat het de Baron van Münchausen is, daar heb je wel eens van gehoord? Nou dan gaat het verhaal, dat hij op een nacht op een soort koets door de sneeuw reed. En de man die op de koets zat, die speelde fluit, een fluittoon. Maar doordat het zo verschrikkelijk vroor, bevroren de tonen. Het vroor zó hard, dat de tonen bevroren. Maar de man speelde door, maar op gegeven moment hoorde je niets meer. Dus op gegeven moment werd het toch wel erg koud en toen zeiden ze: jongens zullen wij eens wat soep gaan eten in de herberg? Ja hoor, zo gezegd zo gedaan. Ze stapten af met die fluit en ze gaan die herberg in, waar het lekker warm was. De soep werd opgeschept en ineens klonken er tonen. De bevroren noten ontdooiden en begonnen te klinken. Nou, dit is symbolisch, dit verhaal natuurlijk voor de menselijke psyché. Als kind bevriezen we gevoelens en komen we in een situatie waarin warmte is, liefde dus, dan ontdooien die gevoelens en beginnen te klinken. Dat gaat weer feest vieren in je lichaam. Begrijpt U? Soms overspoelt het ons dan zo erg, dat we gelijk weer teruglopen naar de vrieskast. Ja? Alles beter dan iets voelen.
Dus je moet ook, en dat weet ook iedereen die kookt, je moet nooit snel iets ontdooien want dan brandt het aan en dat soort dingen. Laat het maar rustig ontdooien. Dus geen haast met al die dingen. Daarom is psychotherapie ook een hele slechte zaak. Men ontdooit alles te snel en dan overspoelt het je en dan willen ze weer terug naar die ijskast, snap je? Op zijn minst naar de koelkast. Dus laat het rustig ontdooien. In een warme, liefdevolle atmosfeer ontdooien alle bevroren gevoelens. Want je hebt ze… ze zijn bevroren geraakt, denk eraan, jíj hebt ze niet bevroren hoor! Ze zijn bevroren geraakt door omstandigheden. Dat is de symboliek. Kijk in de psychotherapie word je vaak verantwoordelijk gesteld voor het feit, dat jij ze bevroren hebt. En zeggen ze: je moet verantwoordelijkheid nemen voor je leven. Ja maar dat is nou net het hele probleem. Dat ze tegen een alcoholist zeggen: kom maar terug als je geen alcohol meer drinkt… Als een alcoholist voor hulp komt, dan komt hij voor hulp en dan is zijn probleem dat hij teveel alcohol drinkt. En als dan de dokter zegt: nou het is goed, maar ik heb toch liever dat je eerst ophoudt met drinken, dat we dan met de therapie beginnen. Ja, maar dat is een van de allergrootste fouten die, tot in de hoogste kringen, álle therapeuten maken, is dat je verantwoordelijk gesteld wordt voor jouw leven, wat je tot nu toe geleid hebt.
Want alles wat er gebeurd is, heb je zo adequaat mogelijk gedaan. Je kon niet beter. En die moraliteit, dus dat jij verantwoordelijk bent daarvoor, is nou juist wat je allang weet en wat je alleen maar gehoord hebt van iedereen altijd. Je hebt je hele leven niets anders gehoord: jij bent verantwoordelijk. Dus er moet eerst een sfeer komen waarin je kunt ontdooien. Langzaam, rustig. Niet met de snijbrander erover. Begrijp je? En dan kunnen al die gevoelens, dat hele scala van gevoelens, wat allemaal bevroren is in ons allemaal, kan dan ontdooien. En dan is het weer goed. Ja? Heb je er wat aan wat ik zeg?
(Door Paul Mulliner, Engelse origineel onder) Hoe het naar binnen richten van de aandacht ons helpt om intuïtief onze verbinding met intelligentie in het universum te realiseren.
Het is gemakkelijk, tijdens ons dagelijks leven in de wereld, om te vergeten hoe bijzonder mensen werkelijk zijn.
Elke seconde vinden er verschillende biljoenen complexe biochemische reacties plaats, allemaal synchroon met elkaar.
Door biljoenen synapsen in onze hersenen genereert coherente en georkestreerde neurale verwerking de indruk van een driedimensionale wereld om ons heen, met behulp van informatie van onze zintuigen van zien, horen en aanraken.
. . .
Ondanks deze buitengewone realiteit, denken veel mensen dat mensen zijn voortgekomen uit willekeurige mutaties van materiële dingen en wordt het universum als grotendeels leeg en levenloos beschouwd.
De huidige mainstream populaire westerse kosmologie ziet een dood, mechanisch universum waarin leven ontstaat als gevolg van willekeurige processen, het menselijk brein bewustzijn genereert en ieder van ons volledig van elkaar gescheiden is.
In dit wereldbeeld, wanneer we sterven, eindigt ons gescheiden, door de huid omsloten persoonlijke zelf, op de een of andere manier gegenereerd door onze hersenen, abrupt.
Als we de aandacht echter regelmatig naar binnen richten, naar de innerlijke kern van onszelf, kunnen we intuïtief beseffen dat ons bewustzijn niet los staat van dat van andere mensen, maar overal in de ruimte, in en om ons heen en door het hele Universum heen bestaat.
Alleen, we kunnen niet onze weg naar dit besef bedenken, omdat het geen concept is.
Als we ons afstemmen op de intelligente kosmische ruimte, kunnen we het gevoel van scheiding dat inherent is aan ons alledaagse bewustzijn, oplossen.
. . .
Mensen laten kosmische intelligentie toe om zichzelf te realiseren en te kennen binnen de context van een bewust levend wezen. Ieder van ons is deze kosmische intelligentie die een menselijke vorm aanneemt voor de duur van een mensenleven.
. . .
Ons bewustzijn verdiept zich naarmate onze gerichte aandacht ons helpt het kosmische veld-zelf bewust te begrijpen. We kunnen dan de praktische , feitelijk begeleiding die dit ruimtelijke bewustzijn ons altijd via onze intuïtie biedt, duidelijker horen.
Bewust gewaarzijn in ieder van ons is een gelokaliseerd weten binnen een niet-lokaal veldbewustzijn, dat intrinsiek is in het Universum en in ons allemaal.
Als de voortdurend voortbrengende bron van al het leven in het heelal bestaat het gedurende de geboorte en de dood van alle levende wezens.
Als we ons afstemmen op deze kosmische intelligentie in onszelf, kunnen we ons realiseren dat ons menselijk lichaam een vloeiende stroom-expressie is van kosmische intelligentie, een continu opkomende, van moment tot moment transformerende kosmische intelligentie in hoe het zich materialiseert en laat zien in de wereld.
. . .
Zoals een driedimensionale muziek die van moment tot moment zichtbaar wordt, komen vloeiende stromen van resonanties op kwantumschaal tevoorschijn uit kosmische intelligentie en verschijnen ze als biochemie van levende cellen en levende wezens.
Dit ruimtelijke intelligentie-organisme is de primaire stof van het Universum en alles wat leeft is er een continu gegenereerde uitdrukking van, een vibrerende verandering van zichzelf waardoor het zichtbaar en tastbaar wordt als bomen, bloemen, mensen en al het leven overal.
Door onze aandacht naar binnen te richten, kunnen we de aanwezigheid kennen van deze generende, scheppende bron-intelligentie die voortdurend de hele wereld uit zichzelf maakt, zichzelf vibrerend transformeert in de vloeiende stromen en verweven schikking van biochemie van levende cellen.
Onze aandacht naar binnen richten is een gemakkelijke oefening om in het dagelijks leven in te passen, en net zoals we niet zouden verwachten dat ons lichaam in vorm blijft als we niet regelmatig oefenen, kunnen we niet verwachten dat onze mind in vorm blijft tenzij we regelmatig de aandacht naar binnen brengen.
Dit helpt ons volledig aanwezig te zijn in het voortdurend voorbijgaande nu-moment, beter in staat om onze intuïtie duidelijk te horen en beter in staat om ons diepe zelf met anderen te delen.
. . .
Zoals een driedimensionale muziek die van moment tot moment zichtbaar wordt, komen vloeiende stromen van resonanties op kwantumschaal tevoorschijn uit kosmische intelligentie en verschijnen ze als biochemie van levende cellen en levende wezens.
. . .
Als we ons bewust realiseren als uitdrukkingen van kosmische intelligentie, kunnen we een groter besef krijgen van wat het betekent om mens te zijn.
Het kosmische intelligentieveld-organisme, dat alle ruimte overal vult, drukt zich uit als een zichtbare wereld door de continue dynamische opkomst van clusters van resonantietrillingen op kwantumschaal te vergemakkelijken, die we met onze zintuigen interpreteren als de tak van een boom of de vorm van een bloem.
Niets in onze ogenschijnlijk vaste lichamen is statisch, alles is in wording. Kosmische intelligentie wordt voortdurend zichtbaar terwijl het zichzelf transformeert in ons en alles om ons heen.
In elke cel van ons lichaam kunnen we deze continue opkomst zien plaatsvinden in de vloeiende stroom-verschijning van voortreffelijk en coherent georkestreerde complexe biochemie.
Mensen staan kosmische intelligentie toe om zichzelf te beseffen, te realiseren en te kennen binnen de context van een bewust levend wezen. Ieder van ons is deze kosmische intelligentie die een menselijke vorm aanneemt voor de duur van een mensenleven.
. . .
~We kunnen dit intuïtieve besef in ons dagelijks leven brengen door de aandacht naar binnen te richten.
~De focus van onze aandacht, zoals de lichtstralen die door een lens in een punt met hoge intensiteit worden gefocust, heeft een werkelijke locatie in de ruimte die ons omringt.
~Als we even stoppen met lezen, kunnen we de locatie van deze op één punt gerichte aandacht verplaatsen van de woorden op ons scherm naar de innerlijke kern van onszelf.
~We kunnen deze aandachtsfocus voorzichtig in de innerlijke kern van onszelf houden en ons denken laten verdwijnen.
~Onze aandacht is nu gericht op een bewuste, zelfbewuste ruimte die niet alleen in ons lijkt te zijn, maar overal in het universum.
. . .
Als we onze aandacht naar binnen richten, worden we ons bewust van deze kosmische intelligentie, of we zouden kunnen zeggen, het wordt zich van zichzelf bewust binnen in ons.
Binnenin ieder van ons is de hele ruimte van bewustzijn in ons allemaal.
It’s easy, during our everyday life in the world, to forget how remarkable human beings really are.
Several trillion complex biochemical reactions, all in sync with one another, are occurring throughout our human body every second.
Across trillions of synapses in our brain, coherent and orchestrated neural processing generates the impression of a three dimensional world around us, using information from our senses of sight, hearing and touch.
Despite this extraordinary reality, human beings are thought by many people to have emerged from random mutations of material stuff and the Universe is regarded as being mostly empty and lifeless.
The current mainstream popular western cosmology sees a dead, mechanistic Universe in which life emerges as a consequence of random processes, the human brain generates consciousness and each one of us is entirely separate from each other.
In this worldview, when we die, our separate, skin-enclosed personal self, generated somehow by our brain, ends abruptly.
If we regularly take a focus of attention inward, however, into the inner core of ourselves, we can intuitively realize that our consciousness isn’t separate from that of other people, but exists in all space everywhere, within and around us and throughout the Universe.
We can’t think our way to this realization though, because it’s not a concept.
As we tune in to the intelligent cosmic space, we can dissolve the sense of separation inherent in our everyday awareness.
. . .
Human beings allow cosmic intelligence to realize and know itself within the context of a sentient living being. Each one of us is this cosmic intelligence taking on human form for the duration of a human life.
. . .
Our awareness deepens as our focussed attention helps us consciously realize the cosmic field-self and we can more clearly hear the practical guidance that this spatial consciousness is always offering us through our intuition.
Conscious awareness within each one of us is a localized knowing within a nonlocal field-consciousness, which is intrinsic in the Universe and within all of us.
As the continuously generative source of all life in the Universe it exists throughout the birth and death of all living beings.
If we tune in to this cosmic intelligence within ourselves, we can realize our human body is a streaming flow-expression of cosmic intelligence, a continuously emergent, moment by moment transforming of cosmic intelligence into materialization and appearance in the world.
. . .
Like a three-dimensional music becoming visible moment by moment, streaming flows of quantum-scale resonances are emerging out of cosmic intelligence and coming into appearance as living-cell biochemistry and living beings.
This spatial intelligence-organism is the primary stuff of the Universe and everything that lives is a continuously generated expression of it, a vibrational altering of itself that allows it to become visible and touchable as trees, flowers, human beings and all life everywhere.
Moving our attention inward allows us to know the presence of this generative source-intelligence that is continuously making the whole world out of itself, vibrationally transforming itself into the streaming flows and interwoven orchestration of living-cell biochemistry.
Inwardly focussing our attention is an easy practice to fit into everyday life, and just as we wouldn’t expect our body to stay in shape if we didn’t exercise it regularly, we can’t expect our mind to remain in shape unless we regularly take a focus of attention inward.
This helps us be fully present in the continuously transient now moment, more able to clearly hear our intuition and more able to share our deep self with others.
. . .
Like a three-dimensional music becoming visible moment by moment, streaming flows of quantum-scale resonances are emerging out of cosmic intelligence and coming into appearance as living-cell biochemistry and living beings.
. . .
As we consciously realize ourselves as expressions of cosmic intelligence, we can find a larger sense of what it means to be human.
The cosmic intelligence field-organism, which fills all space everywhere, is expressing itself as a visible world by facilitating the continuous dynamic emergence of clusters of quantum-scale resonance vibrations, which we interpret with our senses as the branch of a tree or the shape of a flower.
Nothing in our apparently solid bodies is static, everything is in the process of becoming. Cosmic intelligence is continuously becoming visible as it transforms itself into us and everything around us.
Within every cell of our body we can see this continuous emergence occurring in the streaming flow-appearance of exquisitely and coherently orchestrated complex biochemistry.
Human beings allow cosmic intelligence to realize and know itself within the context of a sentient living being. Each one of us is this cosmic intelligence taking on human form for the duration of a human life.
. . .
~We can bring this intuitive realization into our daily life by taking a focus of attention inward.
~The focus of our attention, like the rays of light focussed into a high intensity point by a lens, has an actual location in the space that surrounds us.
~If we pause from reading for a moment, we can take the location of this point-focussed attention away from the words on our screen and move it into the inner core of ourself.
~We can gently hold this focus of attention in the inner core of ourself and allow our thinking to subside.
~Our attention is now focussed within a conscious, self-aware space which seems to be not only inside us, but everywhere throughout the Universe.
. . .
As we take a focus of attention inward, we become conscious of this cosmic intelligence, or we could say, it becomes conscious of itself within us.
Within each one of us is the whole conscious space in all of us.
(door Heleen van den Berg) Welke KRACHT vertegenwoordigen WIJ als GALACTEN aanwezig op planeet Aarde?
Alweer 15 jaar geleden werd gemeld over het fenomeen van de verdwijnende blaastumor in een Medicijnloos Ziekenhuis in China. Zowel de artsen als de patienten daar, zijn zich er volledig van bewust dat genezing op andere wijze plaatsvindt. Deze situatie gaat over een vrouw met een blaastumor, welke op het filmpje op een scherm wordt getoond met behulp van echoscopie.
Eén beeld betreft een foto van de blaastumor van voordat het fenomeen plaatsvond.
Het andere beeld laat de actuele situatie zien, door de echoscoop weer gegeven.
Op een bepaald moment komen drie mannen de ruimte binnen, waar de vrouw ligt. Ze zijn goed ‘ingespeeld’ op elkaar en na enkele minuten start het gelijktijdig uitspreken van enige krachtige woorden. De woorden betreffen een zeer krachtige frequentie, die weergeeft dat de blaas reeds IS geheeld. Het is niet eens doodstil in de ruimte, wel is het uitstoten van deze woorden krachtig hoorbaar gedurende enkele minuten.
Op het beeld van de actuele situatie in de blaas van de patiente, is zichtbaar dat binnen slechts 3 minuten, de tumor totaal is verdwenen!
Hoe bijzonder.
Op mij heeft bovenstaande situatie in het medicijnloze ziekenhuis toen en nog altijd een grote en diepe indruk gemaakt.
Los van het feit dat hierboven een doel werd bereikt, zoals het genezen van de tumor ..
draagt iedere mens, die bewust is van zijn/haar christusbewustzijn ofwel de Force, deze zelfde Grootse Kracht IN zich.
Enkele maanden geleden kwam bij mij dit fenomeen van de genezen tumor in relatie tot Onze Eigen Kracht opnieuw weer binnen. Het is deze Kracht, ons Nulpunt, onze grootse Ontvlamming, de Force die we met elkaar en gefocust op elke situatie stééds opnieuw kunnen inzetten! De focus is altijd zonder waarde, zonder oordeel en zonder doel (dus anders dan in het ziekenhuis in China).
Dit kan ingezet worden voor relatief kleine tot hele grote wereldwijde situaties en er zal altijd een soort van uitdeuking plaatsvinden ..
Menselijke Aandacht = totale Harmonie (de Force) die stroomt in elke voelbare disharmonie, zal altijd leiden tot verandering. Hoe mooi is dit?
We gebruiken dit nog veel te weinig!!
We zouden op elke denkbare plek en elk moment met enkele of meer mensen bij elkaar kunnen zijn en voor enkele minuten onze Nulpunt Ontvlamming AAN zetten door focus op elke voelbare disharmonie die ergens is.
Deze gezamenlijke focus en Ontvlamming van het Nulpunt, de Force is behalve om voor disharmonische kleine en grotere wereldsituaties in te zetten, tevens dezélfde Kracht en Focus waarmee we Het Platform ZIJN en VORMEN om onze Galactische Familieleden, Vrije Bewustzijns-Ruimte en Veiligheid te bieden om ‘hier’ te kunnen landen en enige tijd te zijn.
Dit is zo nodig voor de Upgrade van het Menselijk Bewustzijn hier op Aarde.
Door hiermee meer en meer bezig te zijn, komen en lopen we onze Buitenaardse Families tegemoet!
DIT WORDT VAN ONS ‘VERWACHT’ .. IS ONZE OPDRACHT .. DAAROM ZIJN WIJ –NU– HIER!
Hieronder de link naar een kort filmpje (4 min) van het zien herstellen van de blaastumor ..
Deze link is de hele en interessante 4-uur durende lezing van Gregg Braden waarin hij ongeveer vanaf 1:26 begint met zijn uitleg en het tonen van de blaastumor in het ziekenhuis in China .. met erna nog enige uitleg.
( van gewoon-spiritualiteit.nl) Op 22 februari 2017 verscheen er een buitengewoon interessante samenspraak van Marcel Messing en Martijn van Staverenop het internet. Hieronder tref je het transcript aan van de laatste passage die gaat over de Oerkracht van de oorspronkelijke mens. Dit transcript is opgesteld door Mareijke Giglio. Allereerst tref je de uitsnede aan van de film die aansluit bij het transcript. Veel inspiratie toegewenst.
Marcel: Hier gebeurt dus het omgekeerde dan bijvoorbeeld in de film “De Matrix” waar Nemo in verdwaald raakt en Mr. Smith overal de poorten en de mogelijkheden laat zien, daar zie je dus een cyborg-matrix. Bij ons weet je, je noemt het dan een, mag ik het zo vertalen, authentieke levenskracht die zich manifesteert, met gevoelens, mededogen, weliswaar met inserties en met allerlei bepalingen en infiltraties etc., maar puur in ons als menselijk wezen is die Oerkracht nog en die Liefdeskracht. Dus vanuit andere beschavingen gezien betekent het dat ze ons met “argusogen”, maar dan niet in negatieve zin want argus heeft een negatieve connectie naar de oude mythologie, maar ze volgen ons heel nauwlettend ook als dit slaagt, ondanks de giga dreiging die op dit moment op deze planeet afkomt. Stel dat wij toch nog een deeltje erin zouden kunnen slagen, heeft dat een immens gevolg op alle andere levensvormen.
Zouden we mogen zeggen, dat wat we voorzichtig God hebben genoemd, een bezoedelde naam. Rommie zegt: “als je God uitspreekt drink eerst een glas water om je mond te reinigen”. Ik vind dat dat juist is, maar dat alle expressies, die we zien, alles wat manifest is, is dat Ene en dat zijn wij. Ook in de leegte, ook in de vorm. Dus het experiment, noem het zo maar even, dat hier plaatsvindt, is een totale verbondenheid met alle levende wezens. En wij vervullen daar, niet om ons belangrijk te maken, een essentiële rol in. En niet om te zeggen, wij staan boven jullie of wij zijn meer, nee wij zijn ‘connected’, maar een belangrijke rol, een beslissende rol. Kan jij dat ook voelen juist in deze tijd? Een beslissende rol, een belangrijke rol, dat wakker worden, dat ontwaken wat je bent, wie je bent, waarom je hier bent?
Martijn: Ja, wat ik ervan weet als wezen, is dat dit universum, waarin wij leven, dus dit hele hologrambewustzijn, dat zich afspeelt in een veel groter ‘meta universe’, vandaar dat het ook wordt gebruikt. We worden de slapers genoemd in het universum de mensen op deze aarde, we worden ook gezien als slapers binnen een simulatiemodel. Dat is het oorspronkelijke script, de blauwdruk van dit universum dat gecreëerd is door wezens, die ooit ook oorspronkelijke mensen zijn geweest en dat zich hier een waarnemingsexperiment afspeelt in dit universum, dat gekaapt is door 7 superbeschavingen onder archontisch toezicht.
Marcel: Kun je dat toelichten die 7 superbeschavingen?
Martijn: Die 7 superbeschavingen daar is een deel van het Siriaanse bewustzijn bij betrokken, de Annunaki zijn er bij betrokken, daar zijn engelenrassen bij betrokken, zoals ze op dit moment worden uitgedrukt, dat zijn de Cinsé (?) rassen, de Annunaki beschavingen, dus de Noma’s beschavingen horen daarbij, het is eigenlijk een heel arsenaal van…
Marcel: Die worden ook genoemd in de oudste geschriften hè, de Noma’s.
Martijn: Ja daar worden ze beschreven.
Marcel: Zijn dat die wezens, die jij ook misschien hebt ervaren, die ook in de zeeën optreden?
Martijn: Ja, dat klopt.
Marcel: Dat is merkwaardig, dat is even heel goed om aan te vullen, er zijn heel veel oude afbeeldingen uit de mythologie, dat ze uit de zee opdoemen. Die bestaan gewoon.
Martijn: En het bijzondere is, dat ze niet echt uit de zee kwamen opdoemen in die tijd, maar ze kwamen opdoemen via de informatiekanalen van wat “water” wordt genoemd. Dus zo wordt het eigenlijk uitgedrukt. Dus ze komen uit een andere dimensie en ze gaan via het watermolecuul, subatomair nog eens in op dit veld. Dat doen de Noma’s beschavingen. En wat er aan de hand is, is dat deze 7 superbeschavingen het oorspronkelijke script van dit universum hebben gekloond, artificieel, en over elkaar heen hebben gelegd. Wij leven dus nu in een universum dat bestaat uit 8 lagen, dat is het oorspronkelijke script waarin de mens zichzelf onderzoekt, en 7 lagen er doorheen, waar de mens wordt gemanipuleerd op neurologisch veld.
Marcel: Maar hoe doen ze dat?
Martijn: Dat doen ze om de uitkomst van het eerste experiment, dus de blauwdruk van het universum, om de uitkomst daarvan te frustreren. Want de uitkomst van het eerste universum waar de mens nu in leeft, waar wij nu zijn, niet waar wij van oorsprong vandaan komen, de uitkomst daarvan is de sleutel voor de beschaving, die het experiment gestart is. Om terug te keren in een deeltje van het grotere uurwerk, een frequentie gevoelsbewustzijn om uit een cyborg archontisch bewustzijn te ontsnappen, zichzelf daaruit te kunnen ontslaan. En wat wij nu hier op de aarde aan het doen zijn met elkaar, is de Kracht in onszelf te herkennen. En zodra dat wordt ervaren in onszelf, wordt dat waargenomen door deze superbeschaving die de oudere rassen zijn, waar ook de oervolkeren op de aarde uit zijn ontstaan …
Marcel: Ook afgebeeld…
Martijn: Ook afgebeeld…
Marcel: Met lange baarden en de handen allemaal zo (in elkaar), dat kun je weer terugvinden…
Martijn: Precies en deze superbeschavingen die wachten op dit moment totdat de mens de Kracht in zichzelf ervaart. En zodra dat wordt waargenomen, omdat het een metafysische gebeurtenis is… het is best een hoog abstractiegehalte waar ik het nu even over heb hoor…
Marcel: Ik denk dat het goed te volgen is…
Martijn: En deze wezens die kunnen dus door dat te observeren in de mens, kunnen deze wezens het in zichzelf ervaren. Zodra wij met elkaar hier iets doen, dat ervaren wordt in de oudere rassen, kunnen zij het experiment loslaten en kunnen ze terugkeren in de cirkel van het heelheidsbewustzijn. En kunnen wij ons ontkoppelen uit het hologram en kan het hele gebeuren samenvloeien.
Wat die 7 verschillende velden nu doen, is de mens misleiden op basis van een krachtveld, dat jij zo mooi hebt aangegeven als wat wij kennen als jaloezie, en zorgen ervoor dat er verschillende hologrammen actief zijn, die hier doorheen lopen. Dus er zijn een heleboel elementen in deze wereld aanwezig, die helemaal niet bij script 1 horen, maar bij hologram 2 t/m 8. En dat is een enorm grote misleiding.
En wat eigenlijk de bedoeling daarvan is, is dat het experiment mislukt dat de mens de Krachtdrager in zichzelf ervaart, waarbij die wezens, de oudere rassen, er niet in slagen om die Kracht in zichzelf weer terug te ontdekken. Dus wij zijn eigenlijk een beetje de voorhoede van deze superbeschaving, waar we dus zelf ook weer een deel van zijn. En als dat lukt om dat te frustreren, dan wordt het hele spel gekanteld van waar we in zitten en ontstaat er weer een andere geometrie en wordt alles compleet gewist en ontstaat er een compleet nieuwe invulling van de versplintering van bewustzijn. Dus dat is nogal wat, wat ik hier nu benoem.
Marcel: Dat is heel ingrijpend…
Martijn: Vandaar dat ik jouw woorden ook zo goed kan volgen als je zegt: dan hebben we een heel kritieke, gevaarlijke situatie bereikt…
Marcel: Heel kritiek, heel kritiek…
Martijn: En het is ook heel belangrijk, want er is namelijk net zoveel mogelijkheid dat het goed gaat als dat het goed gaat op een manier die uitstel geeft.
Marcel: Daar sluiten we volledig op elkaar aan, volledig. Ik heb nog nooit in mijn eigen lijf, in de geest zo diep gevoeld hoe kritiek het is. En ik sluit dan weer aan met het beeld, de kosmische levensboom ook bij veel oudere volkeren bekend hè. De splitsing, de versplintering de kennis van goed en kwaad, op diep niveau bestaat er eigenlijk niet goed en kwaad, alleen binnen de denkruimte en binnen de evolutionaire lijnen.
Martijn: Ja.
Marcel: Ik zou zelfs zo ver willen gaan, dat wat de mens als kwaad benoemt, is een potentiemogelijkheid binnen het scheppingsveld.
Martijn: Ja
Marcel: En het is niet existentieel kwaad, laten we het toch even zo noemen, maar er is potentieel kwaad. Wat is dan kwaad? Kwaad is wat zich eigenlijk keert uit macht, jaloezie, onwetendheid hè, onwetendheid vooral, tegen het Oerveld van het Licht. (Martijn knikt bevestigend).
Marcel: Dan gaan we in één keer een heleboel dingen begrijpen uit religies. Ik spreek liever over religie, want religie wil zeggen ‘religaren’, weer terug verbinden. Godsdienst is dienen van een God waarvan eigenlijk niemand weet wie men dient. Dat betekent dus uiteindelijk als je weer terug kunt gaan tot het Lichtveld en die andere kracht gaat verstaan als tegenstand, het Hebreeuwse woord satan of ‘satanas’, betekent letterlijk alleen maar tegenstand.
En je kunt dus door je eigen tegenstand heengaan, dus je eigen donkere kracht, je onwetendheid, “satan ga weg van mij” zegt de Christus. Dat betekent eigenlijk: jij onwetende die nu in mijn buurt staat, die een blokkade bent in jezelf, los je op. Allemaal dat durven te ervaren, dat het Scheppingsveld noch goed noch kwaad is, eindeloze potenties heeft, dat dus de goddelijke energie eindeloos creatief kan zijn in zoveel dimensies, dan is dus ook waar we nu door gaan met die eindeloze beschavingsmogelijkheden, ook een experiment tussen aanhalingstekens van God zelf.
Martijn: Van het veld, ja
Marcel: Van het veld zelf. Alle mogelijkheden worden bekeken, centraal zo voel ik dat. Ik maak toch weer automatisch het gebaar hier (bij het hart), centraal daarin staat de hoogste trilling: Licht en Liefde. Akkoord?
Martijn:Akkoord. Dat is het.
Ik denk, dat het ook heel erg nodig is, dat we beseffen dat er in de oudheid heel veel andere beschavingen op de aarde aanwezig waren en zich ook gewoon lieten zien. De vraag hoe het komt dat we grotschilderingen zien en oude tekeningen uit oudheden en hoe het komt dat ze zich toen wel lieten zien en nu niet. Dat heeft te maken met het vermogen van waarneming. Op dit moment is het waarnemingsvermogen van een grote groep mensen op deze aarde, die zich hier bewust van is, zo in potentie toegenomen dat ze het niet wagen om zichtbaar te worden. Op het moment dat ze zichtbaar worden -en degene die hen waarneemt, fysiek hè, fysieke waarneming, hen kan waarnemen vanuit het grotere besef- ervoor zorgt dat dat wezen ontstoord wordt en eigenlijk letterlijk opgaat in het niets. Dat is wat er gebeurt, daarom houden ze zich onzichtbaar. Ik wil het eigenlijk een beetje zo afkoelen wat ik nu bezie hè, dat is eigenlijk een beeld wat eigenlijk een beetje heel concreet is, wat ik zelf zeg hè.
Er zijn 7 super allianties uit verschillende universa, die onder controle van archontische, microbische, artificiële super intelligenties…
Marcel:Parasitair…
Martijn: Parasitair…
Marcel: Die zich ook in bepaalde rassen parasitair infiltreren en zich in deze wereld in machtsposities volkomen uiten…
Martijn: Exact. Kan ik alles mee.
En stel je nu eens voor dat deze 7 superbeschavingen, die onder dat archontisch bewustzijn vallen, met elkaar in een heel groot klaslokaal zitten en er is geen leraar. En ze vechten met elkaar om de macht in dat klaslokaal. Er wordt met vliegtuigjes gegooid, er wordt geruzied. Er wordt eigenlijk op een hele kinderlijke manier heel veel geruzied. En ineens stapt er een wezen binnen, dat de deur opendoet van het lokaal en dat stapt binnen en dat zegt niets. En dat gaat midden in het klaslokaal staan en observeert alleen vanuit kracht zonder arrogantie, zonder oordeel. Dat observeert alleen en ziet de gelijkwaardigheid van de wezens die met elkaar ruzie maken en brengt daarmee een soort aanzien van respect wederzijds, waarbij er geen woord hoeft te vallen, geen opmerking hoeft te worden gezegd, en het wordt stil in de klas. En één voor één kijkt de leraar, die noch mannelijk noch vrouwelijk is, al deze wezens recht in de ogen aan. En één voor één verdwijnt die bezettingsmacht en dat is wat er gebeurt, dat is wie wij zijn. Wij zijn zieners van Kracht, Liefde en Licht.
Marcel: Ik vind dat een heel mooi beeld, ook een mooi beeld om het af te ronden en onze ontmoeting, dat is eigenlijk een heel mooi woord, het moet niet, het ontstaat. Ik vind het heel fijn, dat je zo ook helemaal vanuit jezelf hebt gesproken, voelt heel warm aan, heel sympathisch, dat is verbindend, en ik vind het een hele mooie samenspraak in de hoop, dat de urgentie die we ook met zijn tweeën naar buiten brengen van: echt word heel erg wakker, dat dat ook een pijl mag treffen van geestkracht in je eigen hart.
Martijn, ongelooflijk dank dat we zo mogen samen zijn.
Gregg Braden – Er is geen twijfel dat WIJ allemaal verbonden ZIJN, de vraag is alleen ‘Hoe diep’?
Gregg Braden legt in deze episode van Missing Links series (Gaia.com) hoe precies het experiment over de tweeling fotonen ging en wat het voor wetenschap en voor ons mensen betekent. Ook het holografische principe van het universum is belangrijk en wordt hier uitgelegd. https://www.youtube.com/watch?v=cNdALb5Ha_U (19:47)
“Gedurende driehonderd jaar hebben wetenschappers gewerkt aan een objectief begrip van de natuurlijke wereld en onze verbinding ermee. Onderweg werden enkele valse veronderstellingen gemaakt en deze begrippen werden een onderdeel van de opgelegde doctrine. Naarmate technologie en technieken blijven verbeteren, dagen nieuwe resultaten van oude experimenten deze veronderstellingen uit. We onderzoeken de resultaten van baanbrekende experimenten die bevestigen dat alle dingen zich in een veld bevinden dat kan worden beïnvloed door onze emoties en diepste overtuigingen. Met speciale dank aan onze partner Gaia.”
From Gregg Braden – For three hundred years, scientists have worked to come to an objective understanding of the natural world and our connection to it. Along the way, some false assumptions were made and these notions became a part of the enforced doctrine. As technology and techniques continue to improve, new results to old experiments are challenging these assumptions. We explore the results of cutting edge experiments which confirm that all things are contained within a field which can be influenced by our emotions and innermost beliefs. With Special Thanks to our partner Gaia.
Martijn: Dit is ook de wereld waar we nu zijn. En ik ben daar ook heel dankbaar voor om hier te zijn. We moeten het ook gewoon hier doen. Hou het simpel, hou het in de basis simpel. We kunnen hele grote veranderingen in onszelf laten stromen maar wel vanuit onszelf. Het vraagt een grote verantwoordelijkheid. En ik zeg dat niet als een meester of een leraar tegen jullie, verre van dat … ik zeg dat als familielid. Gewoon om ons allemaal goed te doordringen van de verantwoordelijkheid die er bij ons aanwezig moet zijn, om te werken hiermee…
Het is een heel oorspronkelijk stuk. We zijn zo ontzettend afgedreven geraakt van bewustzijnsbewegingen in onszelf. … Het gaat niet om techniek. Het is een besef moment vanuit een gevoelsintelligentie bij jezelf, waarin je merkt wanneer je gas geeft. Als je heel veel liefde voor iemand voelt, voor iemand die je nu gewoon heel goed kent, waar je ontzettend veel van houdt … En als je dat niet lukt, omdat je nu even geen mensen kent waarbij je dat goed kunt voelen, misschien is er een dier bij wie het goed kunt voelen … Maar als we ons op dit moment richten op die persoon, dat wezen waar we zo ontzettend veel liefde bij voelen, als we dat nu bij iemand voelen, ga dat maar eens uitleggen wat dat is. En dat wat we dan doen, binnen in onszelf, wat ons vermogen is, die compassie … dat is wat we doen met deze techniek.
En daarvoor moet je wel beseffen, echt beseffen, dat er geen verschil is tussen jou en wie dan ook. Dat is er niet. Natuurlijk, er zijn vervelende momenten. Maar mensen zijn zo slecht als dat ze zich tonen, dat is één. Ze zijn zo slecht als dat jouw brein wordt gesynchroniseerd dat ze slecht zijn, dat is twee, maar ze zijn zo slecht als dat je hen op afstand houdt met je bewustzijn. Hè, als we in bepaalde boeken lezen dat je je naaste lief hebt, dan heeft dat hiermee te maken. Je moet niet goedkeuren wat kwaadaardige krachten zijn. Je moet niet goedkeuren dat er maar allemaal dingen gebeuren wat tegen de vrije wil in gaat. Je moet ook niet bevechten. En je moet ook in ieder mens, in ieder mens die je voor je ziet, die je op de televisie ziet, ieder mens moet je ook de ruimte laten in jezelf om het goede te zien. Dat is heel erg belangrijk.
En ook het leven in elk stuk bewustzijn een plek geven. Extreem waardevol, dit zijn zulke simpele boodschappen, maar nou moeten we het nog maar eens een keer zien of we dit in het slagveld van bewustzijn overeind kunnen houden. En ik zeg je dit omdat het kan. En ik zeg jullie dit niet omdat ik zo goed ben, ik zeg het omdat ik niet lieg. Ik sta op de eerste steen en we kunnen dat!
En het is heel makkelijk om elkaar te verketteren, het is heel makkelijk om iets over een ander te denken. Het is heel makkelijk om iets af te sluiten, dat is allemaal zo gedaan, het is heel eenvoudig, dat gaat supersnel … Hè, het afserveren, uitsluiten en afgelopen. Maar trek nou de boel maar eens open. Kijk nou maar eens naar iedere reactie bij iedereen. Zie nou maar eens dat ieder mens in deze wereld vraagt om een kans, een kans om ook een glimp van jou bewustzijn te ervaren. Om een glimp van jouw goddelijkheid te mogen ervaren. En een glimp van jouw meesterschap als schepper te mogen ervaren. Want wat ontzeg je de ander allemaal door die persoon uit te sluiten?
Reactie: Wat ontzeg je jezelf niet?
Martijn: Ook dat … Het werkt zo van alle kanten eigenlijk uit.
Reactie: Dat slechte is dan ook een vertaling van de Kracht?
Martijn: Het slechte, iets met een andere doelstelling, parasiteert door organische frequentie, dan buigt ie om. Dus dat is een mix. En dat is ook wat er gebeurd als je in een bepaalde sessie samenwerkt, dat die aandachtsvelden zo sterk daarin gaan, doorheen gaan, dus niet in de persoon … We komen niet in elkaar, maar dat die aandachtsvelden zo worden gelanceerd, dat die parasitaire besmetting, dus de parasitaire intelligentie die erin zit, die sturend werkt, dat die niet kan bestaan in die frequentie van bewustzijn. En op het moment dat die eruit springt, dan trekt die tijdlijn, de mogelijkheden, die trekt weer naar het evenwicht uitkomst toe. Dus het is een misbruikt scheppend veld wat geparasiteerd wordt. En de parasiet komt niet voort uit de schepping. Je zou kunnen zeggen, ja dat is zo, maar dan duik ik een heel spiritueel geloofsovertuigingsysteem in. Dus die wil ik graag nog openhouden, die beweging, omdat we daar nog niet mee klaar zijn.
Bron: training april 2022
(bedankt voor het maken en delen van de transcript!)
(over het onderzoek van Alberto d’Anna, geschreven door Giorgio Cozzi) Wat als alles al gebeurd is???… De definitieve herverbinding met de goddelijke bron
Alberto d’Anna’s interessante theorie over een bestaan dat een script is dat al geschreven is en dat mensen voorbestemd zijn om te leven alsof het nieuw is
Alberto D’Anna (rechts, die zichzelf een vrijdenker noemde) wijdde vele jaren aan een metafysisch en spiritueel onderzoek, wat hem ertoe bracht een alternatieve hypothese te formuleren voor de huidige, op de een of andere manier antagonistisch tussen determinisme en vrije wil. In zijn onlangs herziene boek, Un chiodo e gocce d’acqua (=Spijker en waterdruppels) (Akkuaria uitgeverij), maakte hij een diepgaand proefschrift over kwantummechanica en theorieën van bewustzijn, waarbij hij ze koppelde aan de hypothesen geformuleerd door verschillende wetenschappers, om aan te tonen dat het bestaan niet altijd reageert op algemeen aanvaarde wetenschappelijke principes en dat de twijfels die opengelaten worden door de vele dilemma’s geen adequate antwoorden vinden in de huidige wetenschappelijke kennis.
De eeuwige vragen over wie we zijn en waar we vandaan komen, vinden uiteindelijk nieuwe mogelijkheden van verklaring die volgens hem geen idealistische of fideïstische paden (=opvatting, dat we kunnen goddelijke niet begrijpen, alleen geloven) hoeven te volgen, maar om in ons de essentie te herontdekken waarvan we gemaakt zijn. Op de een of andere manier een herverbinding met het eeuwige en het oneindige waaruit we komen en waarnaar alles zou terugkeren, in een macroscopisch ontwerp dat zou functioneren als een softwareprogramma, dat de primitieve wil (of oerwil) vertaalt in een concrete realiteit die wij, menselijke wezens, in ons bestaan zouden katalyseren terwijl we het leven.
Het programma zou vanaf het begin worden geschreven en de ontwikkeling ervan zou worden gekoppeld aan het feit dat “we de geschiedenis waarin we leven niet anders kunnen interpreteren”. Elke keuze zou in die zin de enige mogelijke keuze zijn en in ieder geval is het aan ons om het te maken alsof het onze eigen autonome keuze is en niet een goddelijk plan dat al geschreven is. Het spreekt voor zich dat we allemaal in een totaal deterministische werkelijkheid zouden leven waar vrije wil slechts een perceptie zou zijn van een keuzevrijheid die al sinds het begin der tijden geschreven is.
Vergelijking tussen wetenschap en spiritualiteit De menselijke geschiedenis zou ook de keten van bestaan kunnen voorzien, gericht op het mogelijk maken van uiteenlopende experimenten die zullen leiden tot het bereiken van eeuwige volheid door zichzelf opnieuw op te nemen in de Universele Geest waaruit zij afkomstig is en waarnaar zij zou terugkeren. De recente theorieën over parallelle universa, ontleend aan de subatomaire fysica, zijn misschien niet in tegenspraak met dit principe, omdat ze de verscheidenheid aan menselijke mogelijkheden in veel verschillende existenties waarin de verschillende keuzes aanwezig zijn en dus de verschillende films die ieder van ons zou leven, met elkaar zouden verbinden. Zonder de geleerde en diepgaande discussie over wetenschappelijke theorieën die aan de laatste hypothese voorafgaat, zou men kunnen denken aan een van de vele spiritistische oriëntaties die moderne gebeurtenissen bezielen; het is echter juist de helderheid van presentatie en de voortdurende vergelijking met wetenschappelijk bewezen kennis die inhoud geeft aan de door de auteur verwoorde concepten, die zijn gedachten en voorstellen vergelijkingswaardig maken.
Er zijn veel wetenschappers die strijden om interpretaties over bewustzijn en evenveel die tegengestelde wetenschappelijke hypothesen ondersteunen met betrekking tot de voorwaarden van de oorsprong van de mensheid en haar evolutie, in de zin van de betekenis ervan. Is er een God die het menselijke experiment heeft voortgebracht? Zijn we het resultaat van toeval? Een curiose combinatie van chemische elementen afgeleid van de Big Bang? Is er een ultieme wil in dit alles? Eindigt alles met de dood van het lichaam? Komt er een vervolg? En waarom? De vragen verdringen onze geest en sporen hem aan om antwoorden te zoeken die de wetenschap op dit moment niet kan geven, laat staan de religie alleen met zijn “geïnstitutionaliseerde legendes”, niet het resultaat van bepaalde gebeurtenissen, maar van verhalen die “politiek” zijn opgebouwd. Dit zijn in een notendop enkele van de vragen die worden gesuggereerd door het onderzoekswerk van Alberto D’Anna.
Verstrengeling en paralelli-universa Volgens de principes van verstrengeling zouden we allemaal met elkaar verbonden zijn, zoals blijkt uit de experimenten van de deeltjesfysica. Dingen zouden alleen gebeuren als we ze waarnemen, zoals de kwantummechanica laat zien met de onbepaaldheid van het deeltje en de golf tegelijkertijd (of het is energie, beweging, of het is materie, stabiel, maar niet de twee samen: en we kunnen het alleen weten als we het fenomeen waarnemen, alsof we ernaar staren, in het uiterste geval alsof we het hebben geproduceerd, dat wil zeggen, we hebben het bepaald). Als deze wetenschappelijke bewijzen waar zijn, dan is het ook waar dat het een potentieel is om ons bewust te worden van de universele verbinding die alles en elke informatie bindt waarmee we ons opnieuw kunnen verbinden, waardoor verschijnselen en gebeurtenissen mogelijk zijn die niet langer zo gebonden zijn door het zintuiglijke systeem waarmee we zijn begiftigd. Dit is wat D’Anna beweert, in lijn met wat parapsychologie ook beweert. Het feit dat de golffunctie, voordat deze wordt bepaald dankzij observatie, veel mogelijkheden heeft, stelt ons in staat om te denken aan een wereld van parallelle universa waarin er in de virtuele staat al het “ik” zijn die anders hebben gekozen dan hoe ze hebben gekozen in het “hier en nu”, in de dimensie waarin we nu leven of liever waarvan we ons bewust zijn in de huidige wereld.
De verklaring van dit boek, die in de huidige kennis geen rechtvaardigingen vindt voor een bepaalde manier van zijn van de werkelijkheid, eindigt met een intrigerend voorstel: de enige manier om de fundamenten van het bestaan te vereenvoudigen zou inherent zijn aan de overweging dat het “slechts” het resultaat is van een geschiedenis die al sinds het begin van de tijd is geschreven, waar de interpretatie die we eraan geven, dat wil zeggen de keuzes die we maken, ze worden al bepaald door alles wat eraan voorafging. Het gevolg is dat er een finalisme zou zijn van het “programma” waar we (immers) deel van uitmaken. We zouden alleen informatie zijn, zoals bepaalde wetenschappelijke theorieën beweren): opnieuw verbinding maken met een geest die ons heeft gebaard en die ons in zijn baarmoeder zal verzamelen. De dood zou daarom niet bestaan, reïncarnatie zou mogelijk zijn, aardse ervaring is een evolutionair pad dat we moeten herenigen met de Universele Geest en de Parallelle Universa zouden andere gelijktijdig aanwezige virtualiteiten zijn waarin de mens in de keuzes die niet gemaakt zijn nog steeds aanwezig is in de andere alternatieven. Af en toe zorgde een enkele ontkoppeling ervoor dat we flarden van parallelle levens waarnamen, wat hun existentiële waarde aantoont. Kortom, een mooie provocatie, waarover lezers standpunten konden innemen en hun gedachten konden laten weten.
L’interessante teoria di Alberto d’Anna su un’esistenza che è un copione già scritto e che gli esseri umani sono destinati a vivere come se fosse nuova
Alberto D’Anna (a destra, che si è autodefinito libero pensatore) ha dedicato molti anni ad una ricerca metafisica e spirituale, che l’ha condotto a formulare un’ipotesi alternativa a quelle correnti, in qualche modo antagoniste tra determinismo e libero arbitrio. Nel suo libro, recentemente rivisitato, Un chiodo e gocce d’acqua (edizioni Akkuaria), ha compiuto una approfondita dissertazione sulla meccanica quantistica e sulle teorie della coscienza, agganciandole alle ipotesi formulate da diversi scienziati, in vista di dimostrare che l’esistenza non risponde sempre ai principi scientifici comunemente accettati e che i dubbi lasciati aperti dai numerosi dilemmi non trovano risposte adeguate nelle conoscenze scientifiche attuali. Le domande eterne su chi siamo e da dove veniamo, finiscono per trovare nuove possibilità di spiegazione che non richiedono, a suo dire, di tracciare percorsi idealistici o fideistici, bensì di riscoprire dentro di noi l’essenza di cui siamo fatti. In qualche modo una riconnessione con l’eterno e l’infinito da cui proveniamo e a cui tutto ritornerebbe, in un disegno macroscopico che funzionerebbe come un programma Software, che traduce la volontà primigenia in una realtà concreta che noi, esseri umani, catalizzeremmo nella nostra esistenza mentre la stiamo vivendo. Il programma sarebbe scritto in partenza e il suo divenire sarebbe legato al fatto che “non possiamo interpretare diversamente la storia che viviamo”. Ogni scelta sarebbe in questo senso l’unica scelta possibile e comunque tocca a noi effettuarla come se fosse una scelta autonoma nostra e non un disegno divino già scritto. Va da sé che vivremmo tutti in una realtà totalmente deterministica dove il libero arbitrio sarebbe soltanto una percezione di una libertà di scelta che invece è già scritta sin dall’inizio dei tempi.
Confronto tra scienza e spiritualità La storia umana potrebbe prevedere anche la catena delle esistenze, orientata a consentire una sperimentazione diversificata che condurrà al raggiungimento della pienezza eterna nel riassorbirsi nella Mente Universale da cui origina e a cui ritornerebbe. Le recenti teorie sugli Universi paralleli, mutuate dalla Fisica subatomica, potrebbero non risultare in opposizione a tale principio, in quanto raccorderebbero la varietà delle possibilità umane in tante esistenze diverse in cui sono presenti le diverse scelte e quindi i diversi film che ognuno di noi vivrebbe. Se non fosse per la dotta e approfondita disquisizione sulle teorie scientifiche che precede l’ipotesi finale, si potrebbe pensare a uno dei tanti orientamenti spiritualisti che animano gli eventi moderni; tuttavia proprio la chiarezza espositiva e il continuo confronto con le conoscenze scientificamente accertate, dà corpo ai concetti espressi dall’autore, che rendono meritevole di confronto il suo pensiero e le sue proposte. Sono molti scienziati che si contendono le interpretazioni sulla coscienza ed altrettanti che sostengono ipotesi scientifiche contrapposte relativamente alle condizioni dell’origine dell’umanità e alla sua evoluzione, in termini di senso e significato. Esiste un Dio che ha generato l’esperimento uomo? Siamo frutto del caso? Una straordinaria combinazione di elementi chimici derivati dal BIg Bang? C’è una volontà ultima in tutto questo? Con la morte del corpo finisce tutto? C’è una continuazione? E perché? Le domande si affollano alla nostra mente e la spronano a cercare risposte che la Scienza, al momento, non può dare, né tantomeno la sola religione con le sue “leggende istituzionalizzate”, frutto non di eventi certi, bensì di storie costruite “politicamente”. Queste in estrema sintesi alcune delle domande suggerite dal lavoro di ricerca di Alberto D’Anna.
Entanglement e universi paralelli Secondo i principi dell’entanglement saremmo tutti connessi, come dimostrano le sperimentazioni della Fisica delle particelle. Le cose accadrebbero solo quando noi le osserviamo, come dimostra la Meccanica Quantistica con l’indeterminazione della particella e dell’onda in contemporanea (o è energia, movimento, o è materia, stabile, ma non le due insieme: e possiamo saperlo solo quando osserviamo il fenomeno, come se lo fissassimo, in estremo come se lo producessimo, cioè lo determinassimo). Se queste dimostrazioni scientifiche sono vere, allora è vero anche che un potenziale è prendere coscienza del collegamento universale che lega ogni cosa e ogni informazione a cui ci si può riconnettere, consentendo fenomeni ed eventi che non sono più così vincolati dal sistema sensoriale di cui siamo pur dotati. Questo sostiene D’Anna, in linea con quanto sostiene anche la Parapsicologia. Il fatto che la funzione d’onda, prima di determinarsi grazie all’osservazione, ha tante possibilità, consente di pensare ad un mondo di universi paralleli in cui esistono allo stato virtuale tutti gli “io” che hanno scelto diversamente da come hanno scelto nel “qui e ora”, nella dimensione che stiamo vivendo ora o per meglio dire di cui abbiamo consapevolezza nel mondo attuale. L’enunciato di questo libro, che non trova nelle conoscenze attuali giustificazioni a un certo modo di essere della realtà, si conclude con una proposta intrigante: l’unico modo di semplificare i fondamenti dell’esistenza sarebbe insito nella considerazione che essa è “solo” frutto di una storia già scritta sin dall’origine dei tempi, dove l’interpretazione che ne diamo, vale a dire le scelte che facciamo, sono già determinate da tutto ciò che le ha precedute. La conseguenza è che esisterebbe un finalismo del “programma” di cui facciamo parte (in fondo saremmo solo informazioni, come certe teorie scientifiche sostengono): riconnetterci ad una mente che ci ha partorito e che ci raccoglierà nel suo grembo. La morte dunque non esisterebbe, la reincarnazione sarebbe possibile, l’esperienza terrena è un percorso evolutivo di cui necessitiamo per ricongiungerci con la Mente Universale e gli Universi Paralleli sarebbero altre virtualità compresenti in cui l’essere umano nelle scelte non compiute è comunque presente nelle altre alternative. Ogni tanto qualche sconnessione ci farebbe percepire brandelli di vite parallele, dimostrandone il valore esistenziale. Insomma, una bella provocazione, su cui i lettori potrebbero prendere posizioni e farci conoscere il loro pensiero.
Geselecteerde wetenschappelijke verklaringen – een samenvatting door Eberhard Liß. – Geschiedenis van het universum, onze planeet, de mensheid en onze uitdagingen in een vogelvlucht (of vanuit een ruimtevaartuig) gezien. Om waar te nemen.
De hieronder verzamelde gegevens komen overeen met eerder gepubliceerde verklaringen van bevindingen en hypothesen [zie eerste bron: GEOkompakt nr. 6, 2006, waarnaar de onderstaande paginanummers verwijzen].
Volgens de “Big Bang” theorie werd het universum (universum, kosmos) ongeveer 13,8 miljard jaar geleden op expanivatische wijze gecreëerd door een Big Bang singulariteit. – Ongeveer 85% van de materie in de kosmos is donkere materie. We kunnen alleen de resterende 15% zien [p. 138] Gebeurtenissen uit het verleden in de ruimte kunnen door mensen worden gedetecteerd door middel van astronomische waarnemingen, omdat sinds het begin van de uitdijing van het universum, licht ons in de buurt van de aarde heeft geraakt met een (zoals constant bepaalde) snelheid van ongeveer 300.000 km / s van afstanden van miljarden lichtjaren. Het licht van de oudste ontdekte sterrenstelsels is ongeveer 13 miljard jaar oud en dit markeert ook de grootste afstand waarop moderne telescopen nog steeds sterren kunnen vinden: ongeveer 13 miljard lichtjaar.
De structuur van het heelal wordt op recent gemaakte foto’s afgebeeld als een enorm web van draden van lichtgevende materie, als een complex netwerk van sterren en sterrenstelsels. [blz. 27]
Metingen toonden aan dat het heelal al zo’n 5 miljard jaar steeds sneller uitdijt (uitdijing met toenemende snelheid). [blz. 138]
200 tot 500 miljoen jaar na de oerknal ontstonden de eerste sterrenstelsels. Tot een biljoen zonnemassa’s zijn geconcentreerd in deze enorme structuren. [blz. 127]
De centra van veel sterrenstelsels (e.B. spiraalstelsels) bevatten superzware ‘zwarte gaten’ met tot enkele miljarden zonsmassa’s. Ze kunnen elk worden gevormd door de ineenstorting van een uitgebrande extreem zware ster. [blz. 97]
In een zwart gat (object met een enorme dichtheid) is de massa zo geconcentreerd dat deeltjes noch lichtstralen aan de zwaartekracht ontsnappen. Daarom is het onzichtbaar en alleen te herkennen aan zijn effect: het kan materie uit een ronddraaiende ster rukken door zijn extreme zwaartekracht. Alle materie die in het zwarte gat wordt getrokken (e.B. stofwolk) wordt zodanig verwarmd dat er röntgenstraling wordt geproduceerd, die ook vanaf de aarde kan worden waargenomen. [blz. 95]
Een van de ongeveer 100 miljard sterrenarchipels (sterrenstelsels) in het universum is het spiraalstelsel “Melkweg”. Dit ‘ons’ sterrenstelsel heeft een leeftijd van ongeveer 10 tot 13 miljard jaar. Het centrum van de Melkweg is een zwart gat met een massa van meer dan 4 miljoen zonnen. Rond deze baan een goede 100 miljard zonnen, die net als de onze tot het sterrenstelsel behoren. Naar schatting 5 tot 10 procent van dergelijke sterren is omgeven door planeten. Volgens de laatste bevindingen produceren de gaswolken van het sterrenstelsel gemiddeld zeven nieuwe zonnen per jaar. [blz. 27, 90, 62, 122] Over ongeveer 10 miljard jaar zal de Melkweg het Andromedastelsel ontmoeten, op ongeveer 2,5 miljoen lichtjaar afstand, dat momenteel met 500.000 km/u in onze richting raast. [blz. 6, 93]
Ons zonnestelsel (als planetenstelsel met de aarde) is een subsysteem van de Melkweg in het buitenste gebied van het sterrenstelsel (cf. infraroodbeeld, met halo rond het centrum van het sterrenstelsel). Het werd meer dan 4,5 miljard jaar geleden gevormd en heeft tot nu toe ongeveer 19 keer in het centrum van het sterrenstelsel gewerkt. De diameter is meer dan 150 000 astronomische eenheden (1 eenheid = gemiddelde afstand van de aarde tot de zon = 149,598 miljoen kilometer).
Onze zon ligt op ongeveer 26.000 lichtjaar van het centrum van de Melkweg in de Orionarm, een spiraalarm van het discusvormige sterrenstelsel (afvlakkend 1:6), dat een straal heeft van meer dan 50.000 lichtjaar. De zon is meer dan 4,5 miljard jaar oud en zal ongeveer 10 miljard jaar branden (d.w.z. nog steeds ongeveer 5 miljard jaar). Het heeft duizend keer zoveel massa als al zijn negen planeten samen. [blz. 7]. De planeten Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bewegen allemaal bijna in één vlak (def. Ecliptica) in bijna cirkelvormige banen rond de zon. Pluto, die sinds 2006 als een ‘dwergplaneet’ wordt beschouwd, maakt deel uit van de Kuipergordel
Onze aarde is meer dan 4,5 miljard jaar oud en wordt op een afstand van bijna 400.000 km door de maan om de maan heen gedraaid. De maan is ontstaan uit gesteente als gevolg van de inslag van een impactor op de oeraarde. De hete kern van de aarde heeft nog steeds een temperatuur van ongeveer 6000 °C (net als het zonoppervlak).
Het begin van het leven op aarde wordt verondersteld een willekeurige gebeurtenis te zijn, ongeveer 4 miljard jaar geleden. De evolutie van organismen (levende wezens) onder de zeer specifieke omstandigheden die hiervoor nodig zijn, is tot nu toe alleen op aarde bepaald. – Oudste fossielen van eencellige organismen zijn ongeveer 3,8 tot 2 miljard jaar oud.
In de “prebiotische fase” (in het Archaïsche), die 200 tot 500 miljoen jaar duurde, ontstonden de eerste levensvormen (repliceerbare moleculen en eencellige organismen) – vermoedelijk in vloeibaar water (bewijs van oorsprong: 4,4 miljard jaar oude zirkoniumkristallen). – De geleidelijke verrijking van de atmosfeer met zuurstof werd ondersteund door de eerste organismen die in staat waren tot fotosynthese (2,5 miljard jaar geleden, cf. cyanobacteriën). – Oud zijn fossiele afzettingen van blauwalgen of groene algen (stromatolieten).
Vanaf het moment van oorsprong van het leven ontstaan primordiale cellen (zogenaamde procyten) zonder celkernen, die als archaebacteria-achtig worden beschouwd. – Zelfs vandaag de dag zijn er archaebacteria, die worden begrepen als “levende fossielen” van evolutionaire tussenvormen van de ontwikkeling van levende wezens (cf. 3 organismegebieden: proto-, pro- en eukaryoten). De aarde werd minstens 2 miljard jaar voornamelijk bevolkt door eencellige organismen (bacteriën, algen) totdat de eerste meercellige organismen werden gevormd (fossielen uit het Precambrium). Ongeveer 550 miljoen jaar geleden verschenen meercellige organismen in grote diversiteit, vooral oorspronkelijke trilobietsoorten (cf. “Cambrische explosie”). – Het eerste leven op het land was ongeveer 425 miljoen jaar geleden (Siluur).
Ongeveer 250 miljoen jaar geleden, bij de ommekeer van het Perm naar het Trias (d.w.z. van het Paleozoïcum naar het Mesozoïcum: Trias, Jura, Krijt), vond de grootste massa-extinctie in de geschiedenis van de aarde plaats (ongeveer 95% van alle soorten). Bovenal beïnvloedde het de warmwaterfauna’s en het plankton van de zeeën. – De belangrijkste oorzaak hiervan was een abrupte klimaatverandering, met name een snelle opwarming tot 10 graden (door vulkanisme) en ook een langzame afkoeling (door continentale drift). – Het supercontinent Pangaea, dat aan het einde van het Perm alle latere subcontinenten verenigde, dreef noordwaarts. – In deze tijd stierven veel meer soorten uit dan aan het einde van de dinosaurusperiode ongeveer 65 miljoen jaar geleden op de Krijt-Tertiaire grens (door meteoriet).
De ontwikkeling van vele soorten van de moderne tijd (Cenozoïcum: Tertiair en Kwartair) wordt gedocumenteerd door talrijke fossielen uit het Tertiair (beginnend ongeveer 65 miljoen jaar geleden) en het volgende Kwartair (beginnend ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden, duurt tot op de dag van vandaag). – De zoogdieren (als soort ongeveer 200 miljoen jaar oud) hebben hun grootste soortontwikkeling meegemaakt in het Cenozoïcum. Voor de verschillend ontwikkelde soorten kunnen stambomen alleen onvolledig en hypothetisch worden gepresenteerd. – Het volgende evolutieschema wordt vertegenwoordigd door het Natuurhistorisch Museum in kasteel Bertholdsburg in Schleusingen.
Het meeste fossiele bewijs voor de menselijke evolutie (als zoogdier) dateert uit de laatste twee- tot driehonderdduizend jaar (voorheen Homo sapiens, beginnend bij Homo erectus). De oudste fossielen van gemeenschappelijke voorouders van mensen (Homo) en mensapen (pongids) zijn gevonden in Oost-Afrika van meer dan 15 miljoen jaar geleden. Dergelijke hominoidea waren opvolgers van primaten (meesterdieren), waarvan de evolutie ongeveer 60 miljoen jaar geleden begon.
De ontwikkeling van tweevoetige mensachtigen (Hominidae) is gedocumenteerd door fossiele vondsten in Afrika (Ethiopië en Tanzania) uit een tijd van 3,2 tot 3,7 miljoen jaar geleden. Deze omvatten recent gevonden fossielen van de “Lucy”, de Australopithecus afarensis en andere “menselijke soorten” die zo groot waren als chimpansees. – Fossielen van “Ardi” zouden ongeveer 4,4 miljoen jaar oud zijn.
Homo habilis (bekwaam) was in staat om gevonden stenen werktuigen te maken die dateren van ongeveer 2 (ook: 2,2 – 1,4) miljoen jaar geleden. Zijn speciale vaardigheid in hoogwaardige vuursteenverwerking voor nuttige snijgereedschappen wordt toegeschreven aan een aanzienlijke vergroting van zijn hersenen tot ongeveer 800 cm³ (vooral de cortex).
Homo erectus (opgericht) wordt beschouwd als een veronderstelde afstammeling van Homo habilis. Het leefde ongeveer een miljoen jaar geleden (in het Pleistoceen) tot meer recent ongeveer 150.000 jaar geleden. Naast de vakkundige productie van vuistbijlen wordt hij ook gecrediteerd met het eerste gebruik van vuur (0,8 tot mogelijk 1,5 miljoen jaar geleden). De hersenen van Homo erectus hadden een volume van ongeveer 850 – 1225 cm³. Bij de geboorte was het slechts een derde zo groot als dat van een volwassene (zoals bij mensen, vergeleken met ongeveer 50% bij apen). De intensieve zorg van ouders voor hun peuters (cf. sociaal milieu van de mens) begon zich ongeveer 1,7 miljoen jaar geleden te ontwikkelen in de vroege Homo erectus. Homo erectus was een goede hardloper en waarschijnlijk al een jager-verzamelaar. Zijn zeer succesvolle soort breidde zijn actieradius uit over Afrika naar Azië en Europa, – al een miljoen jaar geleden, gedocumenteerd door verschillende locaties in China, Indonesië en Eurazië (zie foto).
Homo heidelbergensis, gevonden in Mauer bij Heidelberg, wordt beschouwd als een afstammeling van Homo erectus, die pas ongeveer 0,8 miljoen jaar geleden naar Europa emigreerde. Hij wordt wetenschappelijk beschouwd als de voorouder van de Neanderthaler in Europa.
De Neanderthaler leefde als bijzondere homosoort zo’n 130.000 tot 30.000 jaar geleden in West-Europa, het Midden-Oosten en Azië. In 1856 werden de eerste botvondsten ontdekt in de Neanderthaler bij Düsseldorf. Onlangs zijn DNA-sequenties van Neanderthalers bestudeerd met als resultaat dat ze voor 99,9% identiek zijn aan die van mensen (ongeveer 20 genen waren verschillend). Het is wetenschappelijk vastgesteld dat de Neanderthalers zich in een vroeg stadium (ongeveer 0,3 tot 0,5 miljoen jaar geleden) afsplitsten van de genetische lijn naar Homo sapiens. Deze bevinding bevestigt de hypothese van het “Out-Of-Africa Model” voor de ontwikkeling van Homo sapiens door natuurlijke selectie.
Het “Out of Africa Model” gaat ervan uit dat een kleine populatie homo erectus zich pas in Afrika heeft ontwikkeld tot homo sapiens, voor wiens genoom een leeftijd van ongeveer 170.000 jaar is bepaald. Nadat het slechts 0,1 tot 0,07 miljoen jaar geleden de rest van de wereld had gekoloniseerd, stierven alle andere afstammelingen van Homo erectus (inclusief de Neanderthalers) uit. Volgens deze hypothese zijn de huidige mensen veel meer genetisch verwant dan volgens het “multiregionale model” (de “parallelle” ontwikkeling van Homo sapiens) moet worden aangenomen.
De vroege Homo sapiens leefde voor de laatste ijstijd (zo’n 120.000 jaar geleden) als jager-verzamelaar, aantoonbaar in het Oosten en Azië. Zijn ontwikkelde intellect stelde hem in staat om hogerop te leren en problemen “intelligent” op te lossen. Of hij een begin van taalkundige communicatie met partners liet zien, is niet bekend. Zijn begrafenis van de doden in de aarde is gedocumenteerd voor ongeveer 100.000 jaar. De evolutionaire vergroting van het menselijk hersenvolume, vooral het cerebrum met een sterk vergrote frontale cortex (frontale hersenen), werd ongeveer 100.000 jaar geleden voltooid. De vroege steentijdman had een gemiddeld brein van dezelfde grootte als ‘de mens van vandaag’. De hersengrootte komt overeen met ongeveer drie keer het hersenvolume in vergelijking met de eerste mensachtigen en chimpansees.
De moderne Homo sapiens sapiens (de huidige mens) met ‘hoog ontwikkelde’ cognitieve capaciteit (lat. sapientia – geest, inzicht, wijsheid) leefde in de jongere paleolithische periode ongeveer 50.000 tot 10.000 jaar geleden. Typische fossielen van ongeveer 40.000 tot 20.000 jaar geleden werden bekend als “Cro-Magnon Man” (eerste schedel gevonden in Zuid-Frankrijk, 1868).
Al zo’n 40.000 jaar geleden drukte de mens linguïstische uitdrukkingsvormen uit voor subjectieve statusrapporten (statusrapporten) en expliciete boodschappen als uitspraken in de vorm van symbolische tekens en woorden (cf. hints of beschrijvingen). Deze kunnen voordelig worden gebruikt in sociale communicatie en interactie, e.B. met als doel hulp te bieden en “intelligente” probleemoplossing. Het leren van ten minste één taal wordt geassocieerd met een hoger bewustzijn (ongeveer 50.000 jaar geleden ontwikkeld), wat kenmerkend is voor mentale zelfreflectie en opzettelijk modelgebruik.
De adaptieve mens heeft “rationele” cognitieve en geheugencapaciteiten, in het bijzonder met het oog op individuele waarnemingen door herkenning, interpretatie, evaluatie en beoordeling van huidige situaties volgens zijn herinnerde ideeën of bijbehorende voorspellingen, waarmee hij empirische oordelen kan bepalen en zo ‘intelligente’ beslissingen kan nemen door verwachte gevolgen af te wegen, – op basis van zijn ervaringskennis (cf. » adaptieve geheugenstructuren). Het speciale vermogen van “creatieve” mensen om te denken in nieuwe manieren van denken (verbeelding, intuïtie) stelt hen in staat om ontwerpen of ideeën te creëren als conceptuele benaderingen van probleemoplossing, die kunnen worden geobjectiveerd als constructieve concepten of innovatieve scripties voor theoretische denkmodellen (cf. » cognitief-logische modellering ). Door hun pragmatische gebruik is het mogelijk om reproduceerbare hulpmiddelen te gebruiken om kunstmatige producten te produceren die culturele betekenis hebben en kunnen bijdragen aan de verbetering van sociale omstandigheden.
De eerste artistieke werken van de steentijdmens werden ongeveer 40.000 jaar geleden gemaakt. De ‘kunst van de laatste ijstijd’ wordt geïllustreerd door vele kleine sculpturen, rotstekeningen en grotschilderingen. In culturen rond 30.000 voor Christus werden ivoorsnijwerk gemaakt, gevolgd door kleisculpturen. Uit de periode 20.000 tot 11.000 jaar geleden, reliëfs uitgehouwen in de rots en grotschilderingen met gekleurde afbeeldingen van dieren en mensen (e.B kunstwerken in grotten in de buurt van Lascaux en Altamira).
De “Neolithische Revolutie” begon ongeveer 10.000 jaar geleden na de laatste ijstijd. De cultuurgeschiedenis van Europa wordt het best onderzocht. Er volgden afwisselend nieuwe culturen, gekenmerkt door speciaal ontworpen jachtwapens, bontkleding en hutten (landbouw gedurende 11.000 jaar, keramisch gebruik gedurende 9.000 jaar).
Met de bestrijding van het vuur ontstonden de eerste dorpsnederzettingen voor landbouw en veeteelt. De eerste stadscomplexen en grote gebouwen bestonden ongeveer 6000 jaar geleden (eerste stedelijke cultuur: Catalhöyük ongeveer 7400 jaar geleden). Een van de eerste steden van de mensheid was ur, die rond 4000 voor Christus in Mesopotamië werd gesticht. Als eerste hoge cultuur (na 4000 v.Chr.) komen de Sumeriërs voor in het zuiden van Mesopotamië. Ze worden gecrediteerd met de uitvinding van het wiel rond 3500 voor Christus (pottenbakkerswiel en wagenwiel).
Al rond 4600 – 4200 voor Christus waren er gouden sieraden en sinds ongeveer 4000 voor Christus koperen sieraden (gevonden in Egypte als grafgiften). Rond 3000 voor Christus begon het technische gebruik van kopererts (in Egypte) en rond 1500 voor Christus gebruikten de Hettieten de eerste ijzeren werktuigen. – Koper-tinlegeringen werden gebruikt voor het maken van gereedschappen in de bronstijd (rond 2500 – 800 voor Christus).
Rond 3300 voor Christus creëerden de Sumeriërs een (wig)schrift dat, samen met de hiërogliefen in Egypte, een van de oudste in de mensheid is. – In het oorspronkelijke milieu van stedelijke culturen (stadstaten) ontwikkelden de volkeren hun schrift, uitgaande van een eenvoudig picturaal lettertype met interpreteerbare vormen van representatie (invariante tekens) als overeengekomen conceptuele symbolen voor toegewezen woorden van begrijpelijke uitspraken (vgl. In het begin was ‘Logos’.). Na de woorduiting volgde: woordelijk, syllabium en briefschrijven. Oud spijkerschrift (spijkerschrifttekens met een pen geperst in vochtige klei, lineair van links naar rechts) werd gevonden in Ugarit (Syrisch-Palestijns gebied) van ongeveer 1800 tot 1500 voor Christus. De Hettieten (in het oosten van Klein-Azië) namen het spijkerschrift over, maar na 1200 v.Chr. gebruikten ze hun eigen syllabium in picturale karakters. De hettitische taal is de oudste nog bestaande Indo-Europese taal. In het 2e millennium voor Christus werd het spijkerschrift niet alleen door de Hettieten overgenomen, maar ook door de Syriërs en vervolgens door de Perzen.
In de 9e eeuw voor Christus werd het Griekse letterschrift gemaakt met verwijzing naar het Fenicische schrift. In deze periode werd ook de Griekse kunststijl voor geometrisch ontworpen schepen gecreëerd. Een voorbeeld van oude kunst op kleivaten uit de periode voor 540 voor Christus is de grafische weergave van een quadriga als vaasdecoratie, die afkomstig is van Cerveteri (Attica):
Vroege culturen vonden geld uit als ruilmiddel of warenequivalent. Zeer oude gouden munten gevonden in Lydië (Klein-Azië) dateren uit ongeveer 650 voor Christus.
Het smelten van metalen en hun productieve gebruik, vooral ijzer (vóór ongeveer 750 voor Christus) en staallegeringen creëerden technische voorwaarden (later metaal- en staalindustrie) voor een “industriële” ontwikkeling van de mensheid met grote sociale en culturele implicaties.
Voor het begin van de 19e eeuw, beginnend vanuit Groot-Brittannië, begon een versnelde ontwikkeling van wetenschap en technologie, vooral gekenmerkt door een grootschalige productie van machines voor vele toepassingsgebieden. Deze “industriële revolutie” bereikte een enorme vermindering van de hoeveelheid handarbeid en leidde tot groeiende welvaart, vooral in de westerse wereld (zelfs na twee wereldoorlogen!). Sinds ongeveer 1965 gebruiken mensen hoogwaardige machines voor vele toepassingen, voertuigen en vliegtuigen, computers, robots, automaten, ruimtevluchtapparaten, satellieten en wereldwijde telecommunicatiesystemen met complexe functionaliteit.
Industrialisatie op wetenschappelijke basis steeg vanaf ongeveer 1980 tot een “technologische revolutie”. Dit bevorderde de groeigerichte markteconomie, die gepaard gaat met een verhoogd energie- en grondstoffenverbruik. De technische rationalisatie werd geïntensiveerd in productie, handel, transport en communicatie, ook in militaire technologie en ruimtevaart (zie » Chronk-gegevens). Innovatieve informatietechnologieën met veelzijdige (geminiaturiseerde) computers en “intelligente” technische artefacten maken verdere productiviteitsstijgingen mogelijk, ook bij het oplossen van sociale problemen. Voorzienbare gevolgen van deze ontwikkeling zijn een grotere complexiteit van processen die moeten worden beheerst en een riskante technologische afhankelijkheid van de “geïndustrialiseerde” mensheid.
De cultuur van de moderne consumptiemaatschappij met haar vele gemakken maar ook risico’s, bv. door automatisering en stortvloed van informatie met behulp van computers, wijkt steeds meer af van de manier van leven uit het stenen tijdperk, waarvoor ‘evolutionair aangepaste’ genetische aanleg van de mens is bedoeld. Dit resulteerde in een toenemende gevoeligheid van het menselijk lichaam voor cultuurgerelateerde ziekten, gecombineerd met exploderende kosten van ziektesystemen in geïndustrialiseerde landen. Grote moeilijkheden worden veroorzaakt door noodzakelijke oplossingen voor niet alleen commercieel-economische problemen, met name door verstedelijking, mechanisatie, vervoersbeleid, toerisme en toenemende (relatieve) verarming ondanks industriële overproductie. Grote ecologische en sociale problemen zijn te verwachten als gevolg van verdere bevolkingsgroei, massale werkloosheid, wereldwijde staatsschuld, veel vluchtelingen en oorlogen.
De bevolkingsgroei werd niet afgeremd, waardoor de wereldbevolking tussen 1964 en 2008 verdubbelde tot 6,6 miljard mensen. Tegen 2020 zal hun aantal naar verwachting toenemen tot meer dan 8 miljard. De verstedelijking in verband met industrialisatie heeft ertoe geleid dat vandaag ongeveer de helft van alle mensen in steden woont (2008: 3,3 miljard), waarvan ongeveer 30% (1 miljard) in sloppenwijken woont met groeiende criminaliteit en existentiële ontberingen (armoede, ziekten, onderwijsachterstanden). – In 2010 waren er al 30 ‘megasteden’, elk met minstens 10 miljoen inwoners. Ecologische gevolgen van “vervuilende” activiteiten van de snel groeiende mensheid zijn drastische milieuveranderingen (cf. vernietiging van de natuur met enorme vermindering van biodiversiteit, grondstoffenwinning en waterschaarste) en een klimaatverandering die mede door de mens wordt veroorzaakt, wat leidt tot opwarming van de aarde en stijgende zeespiegels. – Een toenemende existentiële bedreiging voor de mensheid kan worden veroorzaakt door gebrek aan grondstoffen, verarming, oorlogen, verwoesting en catastrofes.
Door de vermindering van vitale hulpbronnen neemt de concurrentie en oneerlijkheid tussen mensen toe ten koste van hun sociale samenwerking. Naast gevaren als gevolg van mogelijke economische en financiële crises, is er sociale onzekerheid als gevolg van fanatiek terrorisme en een groeiend oorlogsgevaar als gevolg van overbewapening en accumulatie van massavernietigingswapens, waarvoor internationale controle met het oog op veiligheid ontbreekt.
De “bloedige” culturele geschiedenis van de mensheid werd bepaald door massa-effectieve religies en ideologieën voor de demagogische rechtvaardiging van de vele op voordeel gerichte machtsstrijd en veroveringsoorlogen, – tot nu toe twee wereldoorlogen met daaropvolgende wapenwedloop (in 50 jaar sinds 1945 nog eens 150 oorlogen met ongeveer 30 miljoen doden – volgens het VN-rapport). Traditionele en nieuwe dogmatische ideologieën, die ‘demagogisch’ gedachten en acties jegens andersdenkenden beïnvloeden, leiden tot extreme vormen van fanatisme zoals haat en agressie (cf. laster, demonisering, verdrijvingen, uitroeiingen of terroristische aanslagen), – met politieke en/of religieuze doelen die meestal te wijten zijn aan economische of egoïstische belangen (cf. hebzucht naar winst en het nastreven van macht, ook angstpsychose).
Tot nu toe is er een gebrek aan effectieve controlemaatregelen om de wereldwijde gevaren als gevolg van aantasting van het milieu en klimaatverandering te verminderen, onder meer als gevolg van de toenemende afhankelijkheid van mensen van technologie, met name met betrekking tot (riskante en kwetsbare) informatie- en computertechnologie, die moet worden beschermd tegen fouten en misbruik (cf. Cyberrisico’s, Cyberwar of -terreur).
Het acute dilemma van »Homo sapiens« wordt ecologisch beoordeeld als een natuurlijke aberratie van de veeleisende diersoort “mens”, die zijn leefgebied herontwerpt en daardoor een milieuvernietigend effect heeft (in de zin van een zelfvernietiging van de natuur door de ‘gebrekkige constructie’ van de mens). – In dit verband zijn de volgende declaratieve verklaringen van toepassing:
“De ongeveer twee miljoen jaar die zijn verstreken sinds de vorming van het geslacht Homo zijn een zeer korte periode, en de bijna veertigduizend jaar dat Homo sapiens sapiens tot nu toe op aarde is geweest, zijn een praktisch onbeduidende periode op de tijdschaal van evolutie. Niettemin vindt in deze periode – met een steeds grotere versnelling – het grootste drama in de evolutionaire geschiedenis van het leven op aarde plaats.”
“Mensen hebben het vermogen om bewuste doelen te stellen, intenties na te streven, in het verleden en in de toekomst te kijken. Op grond van zijn zelfvertrouwen kan elke individuele persoon zich duidelijk “onderscheiden” van zijn omgeving, zijn soortgenoten en andere levende wezens. Hij kan bewust zijn doelen nastreven en proberen af te dwingen tegen de belangen van andere levende wezens in. Daarom kan het ook enorme rampen veroorzaken.” (beide citaten van Franz M. Wuketits, in: Die Selbstzerstörung der Natur, dtv 2002, pp. 125/126)
“De mens is een vooruitstrevend wezen. Naast het vermogen om alles op de meest meedogenloze manier aan de natuur te ontworstelen, heeft de mens ook het vermogen om zijn verantwoordelijkheid daarbij te heroverwegen. Hij moet en kan de waarde voelen van wat hij op het punt staat te vernietigen.” (Hans Jonas in gesprek, DER SPIEGEL 20/1992, p. 101)
“Als we er niet in slagen om onze intelligentie te gebruiken om onze agressie te beheersen, zijn de kansen voor de mensheid slecht. Maar zolang er leven is, is er ook hoop.” (Citaat van Stephen Hawking, uit: Lezing “Ist alles vorbestimmt?”, 1990)
“Na het onderzoeken van alle voorgaande overtuigingen, concluderen we dat we de betekenis van het leven niet kennen; maar de erkenning dat we niet weten wat de zin en het doel van het leven is, opent waarschijnlijk de uitweg voor ons – we hoeven dit alleen maar toe te staan in de context van onze verdere ontwikkeling, dan lopen we niet het risico alle andere mogelijkheden te belemmeren, zijn we niet enthousiast over het hebben van een definitieve kennis, de absolute waarheid, maar blijven we altijd in onzekerheid – we nemen het risico.” (Citaat van Richard P. Feynman, uit: Lezing over het belang van wetenschappelijke cultuur voor de samenleving, 1964)
“Als men de wereld neemt zoals hij is, is het onmogelijk om er een betekenis aan te verbinden waarin de doelen en doelen van het werk van de mens en de mensheid betekenisvol zijn.” (Citaat van Albert Schweitzer, uit: Vorrede zu “Kultur und Ethik”, 1923)
Albert Einstein verwierp de kwestie van betekenis en pleitte voor duidelijke ethische doelstellingen voor de mensheid. Hij schreef: “Vragen naar de betekenis en het doel van het eigen bestaan en het bestaan van schepselen heeft me vanuit objectief oogpunt altijd zinloos geleken.” (uit: “Mein Weltbild, Wie ich die Welt sehen”, rond 1930)
“Onze situatie op deze aarde lijkt vreemd. Ieder van ons lijkt onvrijwillig en ongevraagd om kort te blijven, zonder te weten waarom en met welk doel. In het dagelijks leven hebben we alleen het gevoel dat de mens er is omwille van anderen: degenen van wie we houden en talloze andere wezens die aan zijn lot gebonden zijn.” (uit: “Mein Glaubensbekenntnis”, plaat, 1932)
“Perfectie van middelen en verwarring van doelen lijken me kenmerkend voor onze tijd. Als we oprecht en hartstochtelijk verlangen naar de veiligheid, het welzijn en de vrije ontwikkeling van de capaciteiten van alle mensen, zullen we niet de middelen missen om zo’n staat te benaderen. Als zelfs maar een klein deel van de mensheid door dergelijke doelen wordt vervuld, zal het voor de duur superieur blijken te zijn.” (uit: Albert Einstein Archief, Jeruzalem, 28-557, p. 3, 1941)
“Mensen moeten blijven vechten, maar alleen wat de moeite waard is om voor te vechten: en dit zijn geen denkbeeldige grenzen, raciale vooroordelen of verlangens naar verrijking die de vlag van patriottisme ophangen. Onze wapens zijn wapens van de geest, geen tanks en projectielen.” (uit: “Warum Krtieg?”, Interview, 1931)
Resultaat: Zoals elk dier vecht de ‘godgelijke’ mens voor zijn zelfbehoud in een omgeving die slechts gedeeltelijk herkenbaar is. Daarnaast streeft hij naar de voordelige bevrediging van zijn subjectieve behoeften. – Door zijn agressieve acties kan hij niet alleen zichzelf vernietigen, maar ook zijn wereld; het heeft de natuur al zodanig beschadigd dat het voortbestaan ervan door rampen wordt bedreigd. – Het evolutionaire dilemma van Homo sapiens weerlegt zijn geloof in vooruitgang en is een “wereld-immanent” onderdeel van kosmische en natuurlijke levensprocessen. – Het is de vraag of de adaptieve ‘intelligente’ mensen voldoende rationeel inzicht kunnen krijgen in realistische contexten om passende oplossingen te vinden voor problemen voor ‘maatschappelijk verantwoord’ handelen. De meeste mensen zijn niet geïnteresseerd in wereldwijde problemen van de mensheid, om zichzelf er niet mee te belasten en proberen zo lang mogelijk van hun bedreigde leven te genieten. Kritische uitspraken over echte onzekerheden, gevaren of risico’s worden door het onbewuste in de hersenen negatief beoordeeld en zelfs bewust ontkend of bestreden, vooral vanwege noodzakelijke opiniecorrecties (tegen denkgewoonten) of zelfs in gevallen van erkende hopeloosheid (hulpeloosheid, machteloosheid).
De volgende voorwaarden zijn vereist voor wereldwijde oplossingen voor complexe sociale problemen: collectief verantwoordelijkheidsgevoel, economisch gebruik van hulpbronnen, afstand doen van consumptie in solidariteit, wetenschappelijke inventiviteit en vertraagde bevolkingsgroei. Wereldwijde verbeteringen in de levensomstandigheden kunnen alleen worden bereikt door noodzakelijke bezuinigingsmaatregelen en staatsovereenkomsten (bijv. sociale overeenkomsten tegen aantasting van het milieu, gevaarlijke herbewapening, overheidsschuld, inflatie, permanente werkloosheid en toenemende criminaliteit).
Een ‘probleemoplossende’ samenleving vereist individueel verder leren in de creatieve (constructief-creatieve) activiteit om door middel van empirische en theoretische bevindingen vitaal inzicht te krijgen in natuurlijke contexten, – gecombineerd met mogelijke zelfkennis en zelfkritische rede in persoonlijkheidsontwikkeling.
Optimisten hopen op het probleemoplossend vermogen van intelligente mensen, die met hun verstand en inzicht ook schijnbaar onoverkomelijke uitdagingen kunnen weerstaan. – Omdat noodzaak je inventief maakt, is er een zekere hoop op “intelligente” oplossingen voor problemen en wereldwijd gecoördineerde staatsmaatregelen van het noodzakelijke crisismanagement. Als baken van hoop op noodzakelijke oplossingen voor problemen, zijn we op zoek naar goed presterende ‘fatsoenlijke’ mensen met kennis van zaken, verantwoordelijkheidsgevoel en sociale zorg, – vooral ‘slimme’ experts die kunnen worden gekwalificeerd voor speciale taken.
Literatuur
GEOkompakt Nr. 6, Gruner + Jahr AG & CoKG, Hamburg, 2006, ISBN 3-570-19599-6
Dieter B. Herrmann, Die Kosmos Himmelskunde, für Einsteiger, Franckh-Kosmos Verlags-GmbH & Co., Stuttgart, 19999,ISBN 3-440-09406-5
Richard Leakey, Die ersten Spuren, Über den Ursprung des Menschen, Wilhelm Goldmann Verlag, München, 1999, ISBN 3-442-15031-0
Franz M. Wuketits, Evolution, Die Entwicklung des Lebens, Verlag C. H. Beck oHG, München, 2000, ISBN 3-406-44738-4
Franz M. Wuketits, Naturkatastrophe Mensch, Evolution ohne Fortschritt, Deutscher Taschenbuch Verlag GmbH & Co. KG, München, 2001, ISBN 3-423-33063-5
Arndt von Haeseler en Dorit Liebers, Molekulare Evolution, Fischer Taschenbuch Verlag, Frankfurt a.M., 2003, ISBN 3-596-15365-4
Kleine Enzyklopädie der Fossilien, Tandem Verlag GmbH, KÖNEMANN, 2005, ISBN 3-8331-1312-X
Richard P. Feynman, Es ist so einfach, Vom Vergnügen, Dinge zu entdecken, Piper Verlag GmbH, München, 2003, ISBN 3-492-23773-8
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.