Ik vertrouw mijzelf ten diepste (gedicht)

(door Asma) Ik vertrouw mijzelf ten diepste

Ik vertrouw mijn diep vermogen van waarneming

Mijn waarneming als een Zijnsvibratie

Een klank

Een kleur

Een ademhaling

Stilte

In en uit

Intact

Vol

Rond

Levend

Een aanwezigheid in het Veld

Het is wie ik ben

Ik vertrouw mijzelf ten diepste

Wanneer ik mijzelf vertrouw hoef ik niet bang te zijn voor jou

Voor wie jij bent

Voor wie jij niet bent

Voor jouw kracht

Voor jouw macht

Want ik zie jou

Ik voel jou

En ik weet jou in mij

Ik vertrouw mijzelf ten diepste en daarmee vertrouw ik jou

In hoe jij beweegt

In wie jij bent

In wie jij zegt te zijn

Ik luister…

En ik voel…

Ik hoef niet aan je te sleutelen of aan je te trekken

Aan je te rammelen of je te veranderen

Je te hebben of te houden

Want jij bent jij

In jouw eigen unieke zijn

Met jouw vermogens

Ik hoef je alleen maar te zien

En te voelen

In de oprechtheid van wie ik Ben

In hoe jij je laat zien aan mij

In dat wat ik voel diep van binnen

Wetende dat alles daarin zal ontstaan

Vriendschap en samenwerking

In Openheid en Waarheid

In alles wie jij bent

En in alles wie ik Ben

Daar waar niks verborgen kan zijn

In een bedding van oprecht Samen

Open

Eerlijk

Met ruimte voor elkaar

Ik vertrouw mijzelf ten diepste

Ik vertrouw mijn diep vermogen van waarneming

Mijn waarneming als een Zijnsvibratie

Die hele werelden kan scheppen

En ook tot stilstand kan brengen

In een moment van stilte

Rust

Balans

Een brullende kracht van Leven

In zachtheid

die zich niets toe-eigent

En alles vrijlaat

In stroming

Ik vertrouw mijzelf ten diepste

mijn gevoel

mijn weten

mijn waarneming

Een diepe vibratie van Zijn

Waarin ik elke vorm van leven ontmoet

Ik vertrouw mijzelf ten diepste

En daarmee vertrouw ik jou

In vriendschap en in samenwerking

Asma leest het gedicht voor: https://www.youtube.com/watch?v=_cUFqBHOwno

Bron: https://www.codesvancreatie.nl/ikvertrouwmijzelf/


Huid (gedicht)

*** (Huid)

En hij komt naar huis en trekt zijn jas uit en hij trekt zijn trui uit en doet uit zijn hemd,

en verwijdert huid, en verwijdert vlees ook, gaat een hapje eten – en hij leest een boek …

en hij draait een liedje, en hij draait de lucht aan, ’s nachts op het balkon.

in de lucht zijn sterren, en hij is heel naakt zo, helemaal wel naakt zo – en hij is niet bang ..

en ze komt naar huis, maar hij is niet zichtbaar, en het is zo moeilijk, hoe je hem aanraakt?

want zijn handen zijn lucht,  want zijn lichaam is lucht, en hij zit afzonderlijk, en hij lijkt op hemel ..

het gesprek is moeizaam, hun gesprek is moeilijk, maar ze plotseling ziet dat

op de vloer ligt huid, op de vloer ligt vlees ook, op de grond – z’n T-shirt, trui en jas ernaast ..

en ze doet haar jas uit, trekt haar trui en hemd uit, trekt voorzichtig huid uit,

en verwijdert vlees ook.. om ook naakt te zijn.

“Wat ik ben nu zie je .. want nu zie je, niet waar? want nu weet je, niet waar? onder huid zat ik. ”

en ze weet dit alles: “Ja, ‘k begrijp het, luister, je bent ‘n weide hemel, je bent ogen, zo groot,

je bent moe, dat weet ik, de hele dag in huid, op je werk in huid, ondergronds, in metro,

vreselijk krap zit huid, ‘t is benauwd in huid … zo veel woorden nodig om het uit te leggen

maar nu ben je thuis, maar niet binnen de muren, het gevoel van thuis, waar thuis – vrede is. ”

“uitgekleed, zo sta ik, jij en ik – finaal naakt, ’t is alleen met jou dat ‘k ben zo naakt geweest ..

nu probeer en raak me, raak me aan, vertel me, hoe ik bij aanraking, hoe je mij ervaart? ”

“op Gevoel je sterk lijkt, op onmetelijk voelen, als de lucht, die open – en je bent zijn ziel …

‘t voelt alsof je groots bent, zo enorm en groots bent, je bevat wat zin heeft, je zo gewichtig bent,

maar in handen – juist licht, als de vlucht van ‘n vogel, nauwelijks waarneembaar, in je hart gewichtloos …

en allen door voelen ken ik jouw omtrek. ”

Raakte hij haar aan en    spoor in haar gelaten, op een dag in lente sliepen twee sereen,

lucht voor hun – als deken, zij — twee lentehemels, en hun huid sliep stillaan naast hun op de vloer.

” ’k zal je zo herinneren, voor altijd en eeuwig, zonder einde naakt-zijn, ‘k ben zo blij dat jij

als een antwoord op mij kleedde je je uit, was ontdaan van huid en alles wat er was,

nu zijn wij geworden zo dat we alles kunnen, je hebt mij gegeven wat ik zo hard nodig heb ..

niet opstaan, ik kom zo, ik zal de huid tot morgen, zodat erin geen kreuk komt, ophangen in de kast ..

in de ochtend moet ik dit huis weer verlaten, naar mijn werk weer haasten, wachten op de bus,

van dit huid, weet je, ben ik zo moe geworden,  en tussen voorbijgangers, als het mogelijk was

hem plotseling uit wil trekken, in zicht van de verkopers, inmates van de metro, modellen en jong aanwas ..

iedereen draagt huid, niet iedereen in staat is hem zo uit te trekken, te zijn wie we eigenlijk zijn ..

soms dacht ik dat niemand wist dat onder huid zit er iets of iemand, onder huid ben “jij” ..

vreselijk bang zijn mensen, ik ben zo moe van modder, van vreselijke   platte    “huid-schoonigheid” ..

over huid oordelen, mensen houden van huid – dit is ook hun liefde, huiddiep en leeg …

hun huid is mooi en prachtig, attractief – hun huizen – maar gevuld met leegte huid-mensen zijn ..

een mens moet eigenlijk voelen als mens, en niet als lichaam – maar de mens zit in ..

ik snap niet, hoe te duiden, wanneer ’n huid zegt tegen ’n huid dat die ervan houdt, want

huid-mensen spelletjes   lijkt het te zijn..?

want liefde bedrijf je immers en alleen als je je uitkleedt, ontdoet, uittrekt, verwijdert, zo als ik en jij”

En ze lagen zachtjes en naakt, in elkaar doordringend,

twee hemelen, versmolten, niet meer twee maar één

en in die nacht ontstonden in onlichamelijk denken in hun beiden woorden, geboren aaneen …

het is tenslotte vulgair om met de huid te vrijen, want een soort van nep is, faken of een spel …

tastend in verwarring, mensen gaan bedekken met de huideleugen hun verborgen Zijn,

Alexandra Grigorieva

(vertaling uit het Russisch)