May
Ze zit meestal alleen, een stil meisje met grote mooie ogen. Maar het is maar zelden, dat ze je aankijkt, of aanspreekt. “Anders”, en nog meer van dat soort benamingen, worden snel uit de kast gehaald en – klaar, duidelijk, volgende…
Vandaag was het feest, ze vertelde me iets over het feestje in het weekend, ze vond het heel gezellig – haar gezicht en ogen straalden. En toen vroeg ik, of ze iets later langs kon komen voor een praatje voor mijn vak, en dat wou ze. Het thema van het praatje was een van de verschillende tradities rondom volwassen worden. Daar had ze een paar feiten opgenoemd, heel kort en zonder enthousiasme. Dat wordt dus vragen stellen, was mij duidelijk.
Ik wist, dat het enige tot nu toe waar ze echt van hield was om te praten over paarden en dieren in het algemeen. Een keertje had ze laten vallen: Ik hou van paarden, omdat ze geen oordeel over mij hebben… Het was voelbaar, dat ze dit echt meende.
En nu praten we over reizen naar verschillende landen (stel je voor, dat er geen belemmeringen weer zijn, en de kinderen snappen precies waar het om gaat). En wat voor- en tegen-argumenten er zijn om naar een bepaald land te gaan. We komen uit op Japan. Maar het is te ver weg, weet ze. Maar ze hebben daar ook veel cafés met dieren, die je kunt bekijken en zelfs aaien. En toen herinnerde ze, dat men daar ook dolfijnen kan zien. Haar stem werd heel anders, het veranderde van een zachte, verlegen stem naar een diepe stem, die haast wel naar buiten stormde. Met kracht. Het was heel bijzonder om mee te maken. Ze sprak uit, dat ze het echt wou zien. Het duurde maar even, maar maakte zo veel zichtbaar, hoorbaar.
Wie zijn we? En wie zijn we nog meer, daar ergens in de diepte? (door Anna)