Het gaat slecht met de Nederlandse natuur, maar er gloort ook hoop

Home Tijdlijnen (forum) Aarde, Natuur Het gaat slecht met de Nederlandse natuur, maar er gloort ook hoop

Weergave van 2 reactie threads
  • Auteur
    Berichten
    • #9214
      Anna
      Sleutelbeheerder

      Het gaat slecht met de Nederlandse natuur, maar er gloort ook hoop

      Bron: https://www.nu.nl/klimaat/6206878/het-gaat-slecht-met-de-nederlandse-natuur-maar-er-gloort-ook-hoop.html

      Door stikstofvervuiling, verdroging en versnippering verkeert de Nederlandse natuur in de een-na-slechtste staat van de EU. Toch is herstel mogelijk, zeggen toonaangevende ecologen tegen NU.nl. Cruciaal is dat stikstof wordt teruggedrongen, maar ook dat landbouw en natuur weer samengaan. En daar wordt op steeds meer plekken werk van gemaakt.

      De grote uitdaging, zo zeggen de ecologen, is dat we weer leren samenleven met de natuur. Hun droombeeld voor Nederland zijn geen grote afgesloten natuurgebieden, maar is een landschap waarin natuur, landbouw en menselijke bewoning samengaan. Dat landschap heeft Nederland vele eeuwen gehad, en is pas in de twintigste eeuw verdwenen.

      “Ons geschetste droombeeld ligt vaak in het verleden, niet in de toekomst”, zegt hoogleraar plantenecologie Hans de Kroon van de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Maar de natuur uit het verleden komt niet meer terug.”

      De Kroon belandde in 2017 in de internationale spotlights met een schokkende studie over de achteruitgang van insecten. Ruim driekwart verdween in slechts 27 jaar tijd. Insecten vormen samen met wilde planten de basis voor de ecologie. Beleven we een volledige ineenstorting van het natuurlijke leven?

      Dijken kunnen nieuwe bloemenweides worden
      Dat hoeft niet, zegt De Kroon: “De neergang kan naar boven worden omgebogen. Maar dat wordt in een nieuw, natuurrijk landschap.”

      Hij verwijst naar een project voor ‘bloemrijke dijken’, samen met de waterschappen. Het geheim is daar vooral ander maaibeleid. Nu worden bermen en dijken gemaaid met een schadelijke klepelmaaier. Die hakt alle planten kapot en laat de resten liggen. In zulke bermen stapelt stikstof steeds hoger op en blijft uiteindelijk alleen gras en brandnetel leven.

      Dat verandert al gauw met een beleid van ‘maaien en afvoeren’ – en niet alles in één keer, maar ‘gefaseerd’, zodat bloemen zaad kunnen vormen en rupsen kunnen uitgroeien tot vlinders. Binnen een paar jaar is resultaat te zien: op dijken langs de Rijn bloeien weer grasklokjes, de grote centaurie, wilde marjolein en talloze andere kruiden. En er worden weer tientallen wilde bijensoorten geteld.

      Als dit beleid ook in bermen zou worden toegepast, zouden de bloeiende graslanden die ooit kenmerkend waren voor het Nederlandse landschap weer terugkeren – maar wel op een nieuwe plek.

      De grote centaurie, een wilde bloem die in het rivierenlandschap thuishoort.
      Foto: Ivar Leidus

      Geen herstel zolang stikstofdeken dikker wordt
      Toch blijft het dweilen met de kraan open zolang het grote onderliggende probleem niet wordt aangepakt: stikstof. Vorige week vrijdag presenteerde minister Christianne van der Wal voor Natuur en Stikstof het stikstofplan van het kabinet. Die uitstoot moet scherp omlaag, om het verlies van soorten en leefgebieden te stoppen, en om te voldoen aan Europese eisen voor natuurbescherming.

      Zo ver zijn we nog niet. De Nederlandse natuur zal op veel plekken eerst nog verder verslechteren. Dat komt doordat stikstof zich opstapelt: zolang de uitstoot hoog blijft, wordt de deken steeds dikker en neemt de schade van bijvoorbeeld vergrassing en verzuring eerst nog jaren toe.

      Het is eigenlijk overal wachten tot die deken van stikstof weer dunner wordt, zegt Joop Schaminée, hoogleraar plantecologie aan de universiteiten van Wageningen en Nijmegen. “In de tussentijd moeten we zien te voorkomen dat talloze soorten voorgoed verdwijnen.”

      Daar heeft Schaminée samen met collega Nils van Rooijen ‘Het Levend Archief’ voor opgezet – een poging om alle bedreigde planten van Nederland voor uitsterven te behoeden. Vaak komen die planten nog maar in piepkleine populaties en versnipperde gebieden voor.

      De zaden worden zorgvuldig opgeslagen in Wageningen en Nijmegen, zodat de bedreigde planten een kans houden om uiteindelijk, als het stikstofoverschot weg is, te kunnen terugkeren in de Nederlandse natuur.

      Plantenpionier verloor zijn hoop, tot vlak voor zijn dood
      Maandag kwamen de ecologen bijeen op de Radboud Universiteit, waar de Victor Westhofflezing werd gehouden, vernoemd naar de bioloog die in de vorige eeuw beroemd werd met zijn beschouwingen over de Nederlandse natuur.

      “Westhoff was zelf weinig optimistisch”, zegt Schaminée. “Hij heeft tientallen jaren achteruitgang meegemaakt van de Nederlandse natuur, ingezet door ruilverkaveling, verstedelijking en steeds verdere intensivering van de landbouw.”

      Dat deed hem veel pijn, vertelt Schaminée, die als leerling veel tijd doorbracht met de in 2001 overleden Westhoff. “Zijn meest geliefde landschap lag in Twente. Hij wilde daar jarenlang niet meer terugkeren, omdat er zo veel verloren was gegaan. Uiteindelijk hebben we hem overgehaald om het resultaat van natuurherstel te bekijken bij Ootmarsum.”

      Een stuk krentenwegge etend op een boerenerf bekende Westhoff aan Schaminée dat het zijn verwachtingen overtrof. “Natuurherstel is misschien toch mogelijk.”

      Waar heggen terugkeren in het boerenland, neemt biodiversiteit weer toe.
      Foto: Valentijn te Plate, Vereniging Nederlands Cultuurlandschap

      Beheer van een levend landschap mag wat kosten
      De nieuwe generatie ecologen heeft die hoop vastgehouden. En ze staan bovendien stevig in de samenleving. Zo lanceerde emeritus hoogleraar Louise Vet van het Nederlandse Instituut voor Ecologie het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Naast boeren en natuurbeschermers zijn grote maatschappelijke spelers als LTO, ProRail en de Rabobank aangesloten. “Er is een sterk groeiende bottom-up beweging van boeren die aan verandering werken. Het bruist van de inspirerende alternatieven”, zegt Vet.

      Sleutel is volgens Vet de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen. “Boeren die ons landschap beheren en natuur herstellen, moeten daarvoor betaald worden. Een gezond levend landschap is een nutsvoorziening.”

      Een voorbeeld is de Ooijpolder, waar boeren en natuurbeschermers het heggenlandschap herstellen. Ook daar neemt de diversiteit aan bloeiende planten, insecten en vogels inmiddels weer toe. En hebben ook de boeren toekomst.

    • #9215
      Anna
      Sleutelbeheerder

      Naar aanleiding van het nieuwsbericht op 2 sites gekomen die veel soorten planten, maar ook dieren, insecten enz in beeld brengen (en op de kaart zetten).

      FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten  https://www.verspreidingsatlas.nl/0536

      https://www.verspreidingsatlas.nl/

    • #9255
      Anna
      Sleutelbeheerder

      Tijd voor het verhaal van de natuur (door Sander Turnhout)

      bron: https://www.msn.com/nl-nl/gezondheid/medisch/tijd-voor-het-verhaal-van-de-natuur/ar-AAYGGHh?ocid=msedgntp&cvid=6e50a89706114a0db8c900af19b4b390

      Op 10 juni presenteerde minister Van der Wal (Natuur en Stikstof) de maatregelen die nodig zijn om uit de stikstofimpasse te komen. Die maatregelen zijn ingrijpend en het is goed invoelbaar dat het bij veel boeren tot onrust leidt. Maar veel media vergroten deze onrust uit waardoor de debatten verharden. Het verhaal van de natuur wordt onvoldoende verteld.

      Het verhaal van de natuur zou je kunnen laten beginnen bij de Habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn (uit 1992) is net als de Vogelrichtlijn uit 1978 een politiek antwoord op het grote uitsterven van soorten dat we kennen uit de negentiende en de twintigste eeuw. Het is een hele sympathieke richtlijn. In de inleiding wordt uitgebreid beschreven dat het niet de bedoeling is dat je niet kunt wonen en werken in Natura 2000-gebieden en dat er aan het bereiken van een gunstige staat van instandhouding voor de indicatieve soorten en habitats geen datum is verbonden. Je kunt nu eenmaal niet van de kelder naar de zolder springen. Het enige dat écht niet mag is een beperkt aantal soorten en habitats nog verder achteruit laten gaan. Het beroemde ‘artikel 6’. Dat is ons de afgelopen dertig jaar dus niet gelukt.

      Dat is – gezien het historische verlies vóór 1992 – ongelofelijke armoe. De landbouwsector pocht vol trots dat er 90 miljard omgaat in de sector, maar van dat geld is het dus niet gelukt om een beetje fatsoenlijk voor natuur, landschap en de boeren te zorgen. Ook dat is armoe. Maar niet ‘de schuld van de boeren’ want ‘de boer’ bestaat niet. De landbouwlobby daarentegen, bestaat wel en die heeft zo’n beetje de hele boterberg op zijn hoofd. Al in de jaren zestig werd duidelijk dat Nederland een groot probleem met mest zou krijgen, vooral vanuit natuur- en milieubeschermingsoogpunt. Natuurbescherming viel in die tijd onder het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk. In 1982 wordt natuur ondergebracht bij het ministerie van Landbouw, eigenlijk vrij letterlijk, in politieke zin gaat de prioriteit op het departement uit naar landbouw en staan natuur en landschap onderaan de agenda.

      Het natuurbeleidsplan: wie bouwt er een halve brug?

      Aanvankelijk kondigt Gerrit Braks, de eerste LNV-minister, in 1984 krimpmaatregelen aan voor de veehouderij. Dat leidt tot heftige protesten en die zijn behoorlijk effectief. Maar de door overproductie ontstane boterberg en melkplas verdwijnen niet.

      Tijdens de Koude Oorlog was de mondiale afzetmarkt nog niet echt ontdekt, dus het natuurbeleidsplan uit 1990 bood perspectieven voor een warme sanering van de landbouw. Het plan is een compromis van compromissen: een paar reservaatgebieden, een ecologische hoofdstructuur met een lichter beschermingsregime, een grote opgave voor boerennatuur en agrarisch beheer en dat alles aaneengekoppeld via robuuste verbindingen. Allemaal keurig wetenschappelijk onderbouwd met de eilandtheorie.

      In het plan zit voor elk wat wils: de discussie over scheiden of verweven wordt bediend met een paar reservaten (scheiden) en rijksbufferzones of extensiveringsgebieden (verweven). Er zijn gronden voor terreinbeheerders volgens het principe ‘verwerven, inrichten, beheren’ maar er is ook een zware natuuropgave voor landbouw. Die lijkt in het huidige debat helemaal verdwenen te zijn. Maar de helft van de beschermde soorten en habitats is voor duurzame instandhouding afhankelijk van gebieden die we niet begrensd hebben in Natura 2000-reservaten.

      Het natuurbeleidsplan zat op papier goed in elkaar. Maar het technocratisch jargon sloeg niet aan bij de boeren en als gevolg van hun verzet en electorale angst zijn de natuurambities door de jaren heen steeds verder naar beneden bijgesteld. Gebieden werden kleiner, extensieve zones werden toch intensief gebruikt en het brutaalste kabinet – Rutte1 – bezuinigde niet alleen driekwart van het budget, maar haalde ook de verbindingen uit het netwerk. Dat is de ketting van je fiets weglaten en dan verwachten dat je toch kunt gaan rijden. Of civiele ingenieurs vragen om een halve brug te bouwen. Heel duur, vooral omdat je er nog steeds niet overheen kan.

      Bureaucratisering van het beleid

      De bezuiniging en het schrappen van de verbindingen waren niet het enige dat Rutte1 deed om het natuurbeleid onklaar te maken: de decentralisatie en de juridificatie hebben ook stevig bijgedragen aan het organiseren van de mislukking. Decentralisatie is een beproefd recept, je ziet het ook op andere terreinen. Als je ergens geen zin in hebt, maak je de verantwoordelijkheid zoek. Uit een onderzoek van Bastmeijer en Van Krefeld (pdf; 2,2 MB) bleek al meteen dat de provincies niet goed omgaan met de wettelijke verplichtingen die volgen uit de natuurwet en ook dat je sommige zaken helemaal niet op provincieniveau kunt regelen. Wat doe je met soorten die in de ene provincie foerageren en in de andere slapen? Hoe vertaal je de landelijke opdracht voor een bepaald aantal broedparen weidevogels door naar de provincies? Je kunt het niet door twaalf delen, dat wordt onzin.

      Het rapport is direct onklaar gemaakt in ‘een goed gesprek tussen IPO en LNV’ en de formele evaluaties van het natuurpact kenmerken zich door steevast een ronkend persbericht over hoe goed het gaat, een optimistisch voorwoord van een politicus en een inhoudelijke analyse die een heel ander beeld laat zien. Die analyse is te ingewikkeld voor de media. In de geschreven pers klinkt kritiek soms door, maar de televisie haalt het niet en zo komen de maatregelen voor sommigen nog steeds als ‘een donderslag bij heldere hemel’.

      Indicatormisbruik

      Veel kwalijker dan bezuinigingen is de ‘nationale koppen eraf’ die Rutte1 invoerde en die nog steeds leidend is, ook bij de huidige voorstellen. Natuur hoeft niet duur te zijn, zeker als je stopt met pesticiden en stikstof. Maar de beperking ‘we doen alleen wat moet’ is ecologisch onzinnig. Hierboven stond al dat de Habitatrichtlijn een sympathieke richtlijn is, dat blijkt ook uit de verschillende bijlagen. Er zijn er vijf en ze gaan over habitats, strikt beschermde soorten, populatie-omvang, rust- en verblijfplaatsen en typische soorten. Dat is ecologisch logisch, soorten hebben van alles nodig. Alleen bijlage 2 is juridisch zodanig hard dat je ook boetes kunt krijgen. Dus ‘we doen alleen wat moet’, betekent dat je een paar soorten uit hun verband trekt en het beleid daarop gaat richten. Dat is indicatormisbruik.

      Negatieve framing

      Maar behalve ecologisch onzinnig, is er ook sprake van kwaadaardige framing: het natuurbeleid wordt uitgelegd als: ‘we doen wat moet van Europa’. De woorden die je kiest doen er toe. Natuur is hier niet schoon, gezond of rustgevend, maar een bureaucratische, dure en moeilijke verplichting en we doen het alleen maar omdat de rechter het zegt. Behalve dat het framing is van de landbouwlobby, die liever regenwoud in poep omzet omdat een paar partijen daar veel geld mee verdienen, is het ook een hele goede strategie om iets te laten mislukken.

      Bij de vakbonden kennen ze het als stiptheidsactie: je kunt elk proces kapot krijgen door heel precies niks méér en niks minder te doen dan wat de regels voorschrijven. Binnen een dag heb je het productieproces in een fabriek of het openbaar vervoer plat.

      De debuutbundel van W.F. Hermans heet ‘Moedwil en Misverstand’. Het zijn tien prachtige verhalen waarin alles altijd mislukt, soms door boze opzet – moedwil – soms door onhandigheid – misverstand. Bij literatuur is het ook aan de lezer om te bepalen wat er speelt, bij beleid kom je gelijk in afrekenjargon, maar als het je doel is om natuurbeleid te laten mislukken dan moet je het zo aanpakken als we gedaan hebben; schroef het vast in verplichtingen, haal het budget eruit, maak de verantwoordelijkheid zoek en spreek erover in termen van beperkingen en verplichtingen.

      De uitweg

      De kabinetten Balkenende en Rutte hebben zich in de hoek geschilderd met het natuurbeleid. De ‘ruk naar rechts’ maakte het politiek opportuun om adviezen van ecologen, juristen, bestuurskundigen en economen gewoon te negeren ten faveure van de lobby van grote bedrijven die konden beschikken over makkelijk te mobiliseren, boze, en door het beleid murw gebeukte boeren. Maar je komt hier alleen uit als we – met zijn allen – heel veel meer aan herstel en ontwikkeling van natuur gaan doen. Grotere Natura 2000-gebieden en beleid richten op veel méér soorten dan alleen de strikt beschermde soorten van bijlage 2. “Ja, dank je de koekoek”, zullen veel boeren denken, “die paar soorten leggen nu al mijn bedrijf plat en jij wil er méér”? Dat is logisch, maar méér soorten in grotere gebieden schept ruimte. Met één soort kan altijd iets aan de hand zijn waar je ‘niks mee kan’, een palet soorten geeft een beter beeld. En in een klein gebied krijg je nooit een hele kringloop voor elkaar en moet je blijven rommelen. Grote landschappelijke eenheden zijn robuuster, daar kan dus ook meer. En het maakt het makkelijker. Als je een boer afrekent op een zeldzame grote modderkruiper in de sloot dan vraag je iets onmogelijks. Het is een modderkruiper, als die er zit dan doet de sloot niet wat ie volgens de boer moet doen. Als je ook snoeken en groene kikkers meetelt, wordt het makkelijker. Met relatief eenvoudige ingrepen kun je een dode sloot veranderen in een sloot waarin in het voorjaar weer kikkers kwaken en snoeken paaien. Dan organiseer je een succes en positieve feedback voor een boer.

      Kritische prestatie-indicatoren

      Wat in de praktijk nodig is, is goede samenwerking tussen ecologen en boeren. Er worden op dit moment allerlei kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) opgetuigd en die kunnen best behulpzaam zijn, maar er zijn wel twee kanttekeningen te plaatsen.

      De eerste heeft te maken met het doel. Het is niet helemaal duidelijk of de KPI’s bedoeld zijn als systematiek om boeren te belonen of dat ze bedoeld zijn om biodiversiteit te bevorderen. Beide, zullen veel zeggen, maar dat gaat dus niet. Jarenlang voerden zowel boeren als terreinbeheerders kemphaangraslandbeheer uit, simpelweg omdat je er de hoogste vergoeding voor kreeg en de budgetten zodanig laag waren dat je dit pakket nodig had om überhaupt iets gedaan te krijgen. In de periode dat deze beheerpakketten liepen, is de kemphaan als broedvogel uit Nederland verdwenen. Die zat niet in de beleidscyclus; geld werd uitgekeerd als de maatregelen genomen waren.

      Dit is heel goed verdedigbaar: je kunt een boer of beheerder niet afrekenen op soorten, die hebben hun eigen gedrag, maar wel op dingen die ze doen. Maar het is een voorbeeld van een beloningssystematiek en niet een resultaatgerichte aanpak. Voor een resultaatgerichte aanpak zul je toch naar de soorten moeten kijken. En omdat we ver door de juridische bodem zijn gezakt, dwingt de rechter nu een resultaatgerichte aanpak af en dat maakt het er niet makkelijker op. De juridisch vereiste zekerheid is nu eenmaal ecologisch moeilijk te geven. De echte uitweg zou weleens kunnen liggen in het ‘ontregelen’ van alle beheerpakketten en KPI’s. Waarom zou je tot achter de komma moeilijk doen over KPI’s en beheerpaketten als de relatie met de soorten en habitats er toch niet is?

      Doen – leren – beter doen; sturen vanuit de natuur

      Gewoon ‘doen’ – zou dat zijn in de terminologie van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Zet een boer naast een ecoloog in het veld en samen hebben ze vrij snel een heel redelijk idee wat je met die sloot zou kunnen. Doe maar gewoon, en dan kijken we wel. Dat is ‘leren’. Wat daarvoor nodig is, is brede ecologische monitoring van veel soortgroepen op veel plekken. Niet alleen strikt beschermde soorten van bijlage 2 van de Habitatrichtlijn maar zeker ook de typische soorten van bijlage 5 en de soorten van de basiskwaliteit. Als je dat doet, zie je wat er gebeurt in de context van wat er elders gebeurt.

      Met vogels kunnen we dat al. En dan kom je toe aan ‘beter doen’. Wat hier cruciaal is, is dat we niet één op één afrekenen op onze indicatoren; dat is de fout die we gemaakt hebben met het bureaucratiseren en juridificeren van het natuurbeleid. Het uitblijven van kemphanen na het uitvoeren van kemphaangraslandbeheer moet niet leiden tot een boete of een straf, maar tot het aanpassen en verbeteren van het beheer.

      Het klinkt zo simpel. En op zich is het ook zo simpel, maar we moeten wel ophouden met steeds proberen om onze doelen, onze soorten en onze habitats aan te passen aan de hoeveelheid vervuiling die we veroorzaken en leren onze activiteiten aan te gaan passen aan de ruimte die de natuur ons laat. Op dit moment is dat niet veel, daar moeten we eerlijk in zijn. ‘Niet alles kan overal’ concludeerde de commissie Remkes daarom in het rapport dat werd opgesteld naar aanleiding van het PAS-arrest. Maar het moet zijn ‘alles moet overal anders’, want je kunt alleen ruimte voor én boeren én natuur vinden als we ook de landbouweconomie omvormen. De ministers zouden er daarom verstandig aan doen de aandacht te richten op de veranderaars en niet op de vertegenwoordigers van de huidige machten en krachten. De ecologen en boeren komen er samen wel uit, daar zit het probleem niet.

      Deze opinie verscheen eerder op Nature Today

Weergave van 2 reactie threads
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.

Home Tijdlijnen (forum) Aarde, Natuur Het gaat slecht met de Nederlandse natuur, maar er gloort ook hoop