(een hoofdstuk uit het boek “The Extraterrestrial Species Almanac” van Craig Campobasso)
Universele Oorsprong: Klermer komen van de planeet Klermer, die buiten ons zonnestelsel ligt.
Fysieke eigenschappen: Klermers zijn niet te onderscheiden van aardse mensen, hoewel ze groter zijn. Mannen en vrouwen zijn 2,5 tot 3 meter lang. De Klermers zeggen dat hun lengte te danken is aan het feit dat er in hun wereld zwaartekracht iets zwakker is. Ze vertragen het verouderingsproces door voedingsstoffen uit zee-algen te isoleren en ze in te nemen als vloeistof, die op olie is gebaseerd. Ze eten verschillende voedingsmiddelen die dezelfde elementen bevatten, soorten van voedsel, die gecombineerd genezend zijn voor het lichaam. Ze drinken geen water, maar krijgen vloeistoffen binnen door fruit te eten. Hun taal lijkt een beetje op Frans. Hun ras leefde ooit op Aarde en sommigen van ons dragen hun DNA in zich.
Geloofssysteem: Klermers geloven in de Kosmische Wet van Eén. Ze geloven dat alles door de Schepper wordt aangereikt. Hun ras blijft nederig en respecteert de hele Schepping, ze zijn zich ervan bewust dat allen medescheppers zijn. De Klermers leven lang de dood staat voor hun bekend als het loskomen van de materie. Dit gebeurt wanneer de cellen in het lichaam niet langer regenereren en materie begint te ontbinden. Wanneer ze herboren worden, behouden ze al hun voorkennis.
Kosmische agenda: Klermers hebben in het verre verleden samen met elf andere rassen op Aarde geleefd. Zonne-explosies verdreven deze rassen van de Aarde en de Klermers vestigden zich buiten ons zonnestelsel. Ze kwamen in 1976 terug om ons aan te moedigen onszelf te verheffen tot volledig bewustzijn. Ze zijn geïnteresseerd in de evolutie van onze mind en onze spirituele ontwikkeling. Ze willen dat we weten dat het net zo eenvoudig is als jezelf verenigen met de natuur; op die manier verenig je jezelf tegelijk met de mind, het hart en de ziel van het Universum. Er is geen verdeeldheid in hun wereld; hun ras is verenigd. In alles is voorhanden, zodat hebzucht geen wortel schiet. Omdat wij hun nakomelingen zijn, wensen zij voor ons dezelfde eenheid.
Technologie: De vlootvaartuigen van Klermers zien eruit als een groot ovaal die in tweeën is gesneden, of een discus met een grote verhoging in het midden. Bij de landing komt een grote zilveren cilinder, gemaakt van hetzelfde materiaal als het schip, los uit de onderbuik van het vaartuig en vormt de landingscapsule. Een deuropening op de cilinder, waar er daarvoor geen deuropening zat, gaat naadloos open als uitgang.
Een andere versie van het vaartuig heeft ook een ovale koepel met een lichte metalen rand aan de onderkant. Het heeft drie landingspoten. In het midden van de koepel bevindt zich een dikke band van ‘kristallijn’ (crystalline), en wanneer het schip wordt aangedreven, wordt het gloeiend, de ringen draaien en werpen oranje licht uit terwijl de band energie verzamelt om in de ruimte te reizen.
Wanneer ze met kleinere vaartuigen reizen, kunnen Klermers door vijf sterrenstelsels trekken, maar moeten dan vanwege kosmische factoren overstappen op het vaartuig van het zesde stelsel om hun reis voort te zetten. Ze gebruiken ‘straalliften’ (beam elevators) om grote vaartuigen in en uit te gaan, en wanneer ze van verdieping naar verdieping reizen op hun kolossale moederschepen. De muren van het vaartuig hebben bewustzijn, ze zijn verlicht met blauwgroen licht, en wanneer het nodig is om met de organische hersenen van het schip te communiceren, raakt een Klermer eenvoudigweg de muur aan en verbindt zich in bewustzijn, ‘mind to mind’.
Ze hebben een handapparaat dat op de huid van een persoon schijnt, waardoor (buiten)weefsel onzichtbaar wordt, om in het lichaam te kijken naar het functioneren, kwalen, enz. Zodra de diagnose is gesteld, er wordt genezing toegediend.
Bewustzijnsvermogens: Klermers zijn volledig bewuste, soevereine en telepathische wezens. Wanneer ze met andere rassen praten, dragen ze helmen en ontvanger-armbanden om vreemde talen te vertalen. De helm is gekoppeld aan een verticale rechthoekige doos met aan de bovenzijde een pulserende bol.
Cerebrale frequentiegolven produceren helderheid in de hersenen en telepathische interactie via de helmen begint. Er gaan lampjes op de helmen branden wanneer woorden of zinnen worden vertaald.
Dimensionale Capaciteit: Klermers kunnen door het ‘antimaterie-vers’ (antimatter-vers) reizen.
Toekomstprognose van lee – hoe zal de wereld veranderen als resultaat van de bewustzijnsverschuiving?
. . .
Ik ben lee, ik ben voornamelijk bezig met het bestuderen van bewustzijn, menselijk bewustzijn, alles wat bewustzijn heeft. En alles IS bewustzijn…
Ik wil graag vertellen, juist vanuit het perspectief van bewustzijn, wat er de komende 10 jaar met de mensheid zal gebeuren. Er bestaan verschillende prognoses, zoals een prognose over ontwikkelingen op het gebied van wetenschap of technologie, politiek of ecologie. Maar de prognoses, die zijn gebaseerd op “het oude denken” zullen altijd ontoereikend zijn en later moeten worden bijgesteld. Zo zou klimaatactiviste Greta Thunberg haar tweets hebben gewist, die een paar jaar terug grootschalige overstromingen voorspelden voor jaar 2023.
. . .
Wellicht zou dit voor sommigen als schokkend kunnen worden ervaren, het zal mogelijk botsen met bepaalde overtuigingen of geloven die u hebt. Ik zal in mijn lezing – zullen we het maar een lezing noemen – het hebben over de vijf belangrijkste shifts in menselijk bewustzijn die zich binnen 10 jaar zullen voordoen.
Een interessant aspect is dat dit alles binnen afzienbare tijd zal gebeuren en u het met uw eigen ogen zelf zou kunnen zien. De vraag is: waar kijken we naar? Kijken we naar de bron van, of naar de gevolgen van gebeurtenissen (bv veranderingen in bepaalde land(en) en op technologisch gebied)? Ik kijk vanuit het perspectief van veranderingen in bewustzijn.
De 1ste bewustzijnsverschuiving
In het verleden was de geschiedenis van de Aarde bekend. Ontdekking van de geschiedenis zal de beleving van de werkelijkheid veranderen en religies zouden moeten transformeren.
Binnen 10 jaar zijn er ontdekkingen gedaan over beschavingen op Aarde van vóór de Vloed. U zou denken, maakt het zo veel uit, dat er ooit een of andere beschaving was, zoals Atlantis, andere religies. Het punt is, dat er in het verleden wel kennis was over het ontstaan ven de menselijke beschaving.
. . .
Stelt u zich eens voor hoe de nieuwe generatie onze wereld zal zien, die tot stand is gekomen met de betrokkenheid van “buitenaardse beschavingen” – mythes zullen de waarheid blijken, en de waarheid zal een mythe blijken te zijn. Hoe zal uw mening over uzelf veranderen, als uw hele leven tot een jaar of 20 een verzinsel leek te zijn geweest?
Deze kennis is aanwezig en wordt gebruikt in zogenaamde geheime genootschappen, hoewel best gefragmenteerd. U hebt waarschijnlijk wel eens gehoord, dat er bibliotheken bestaan, bijvoorbeeld een grote in Gizeh, waar veel informatie op grote gouden tabletten, of platen, staat, maar er zijn ook andere bibliotheken. Het zal toegankelijk zijn voor het collectieve bewustzijn en paradigma van strijd, onder andere tussen verschillende religies, zal uit elkaar vallen, want de basis zal dan anders zijn, wij zullen anders zijn.
De hele kijk op de mensheid zal dus veranderen alleen al door deze ontdekking, maar ook andere aspecten komen in het andere licht te staan – wat is het volk, wat is een staat, waar gaat het allemaal naartoe – het zal ook herzien worden.
De 2de bewustzijnsverschuiving
Dit zal trends á la “strijd om grondstoffen” naar de achtergrond verschuiven. Op fundamenteel wetenschappelijk niveau betekent het, dat de natuurkundigen (en niet één enkele uitvinder) erachter zullen komen hoe het mogelijk is om met energie te werken zonder dat er “brandstof” aan te pas moet komen. Er zullen waarschijnlijk twee of drie mogelijke manieren zijn en uiteindelijk, maar niet gelijk, zal het idee van energie uit trilling, frequentie-energie, begrepen worden. Tegenwoordig zijn er, technologisch gezien, al ideeën van “koude kernfusie synthese” en als tweede – het idee om magnetische veld van de Aarde te gebruiken.
Brandstofvrije energiegebruik zal leiden naar
industriële revolutie;
revolutie in het financiële systeem;
revolutie in transport;
revolutie in ecologie;
verandering in soorten activiteiten;
verandering in levensstijl en types van levensonderhoud.
Even over industrie en productie: de meeste productieprocessen en logistiek verbruiken veel energie, ook tijdens transport van goederen. Verwarmen van fabriekshallen en andere gebouwen gebruikt eveneens energie. Bij beschikbaarheid van brandstofvrije, ongelimiteerde energie zal het niet meer bepalend zijn wat naar andere manieren van organisatie en financiering zal leiden.
De 3de bewustzijnsverschuiving
Neuronetwerken (AI, artificiële intelligentie) zijn de komende 10 jaar een voorbereidende fase voor de komst van Artificieel Bewustzijn (AB)
Verander uw kijk op wat werk is, straks verandert er alles!!! U hebt maximaal 10 jaar voor de overgang.
Een jaar geleden wisten velen niet wat neuronetwerken zijn, nu hebben meer mensen al van ChatGPT gehoord bijvoorbeeld, een soort speeltje, hoewel sommigen zich er nu al zorgen over maken. Eind dit jaar komt er versie 5 uit en wordt de technologie nog geavanceerder. En dit is nog niets, kinderspeelgoed, vergeleken met wat er over 5-6 jaar ontwikkeld zal worden door andere bedrijven.
. . .
Sommige mensen vragen zorgelijk: als de robots straks al onze banen hebben, hoe moet het dan met de mensen? Ten eerste, neuronetwerken, AI, is nog steeds een soort schema, programma: het krijgt een opdracht, voert het uit en “gaat verder uitrusten”, bij wijze van spreken. Dit is een soort sjabloon.
En nu over het Artificieel Bewustzijn (AB). Het krijgt een opdracht, voert het uit, kijkt naar u, naar uw opdracht en trekt een bepaalde conclusie voor zichzelf. Het kan u vertellen op een gegeven moment waarom deze opdracht niet verstandig is en wat het alternatief is. Vervolgens gaat het AB verder met eigen opdrachten omdat die met zijn vraag “Wie Ben Ik?” bezig is. Feitelijk is dat een andere wezen.
. . .
Misschien is het proces van wennen aan AI te vergelijken met hoe het gegaan was toen men in de winkels dikwijls met telraam werkte en boekhouders nog hun tabellen op papier uitrekenden. Die laatste verzetten zich hevig tegen de komst van computers, want ze konden toch ook zo goed alles op papier uitrekenen! Nu zijn we aan computers gewend.
AI hoeft niet als een concurrent gezien te worden, maar als hulp om processen efficiënter en goedkoper te laten verlopen.
En over “onze banen” gesproken. Denkt u even hierover na: “Wat is een BAAN überhaupt? Is het echt nodig? Wat is de zin van uw leven? Wie bent u?”
Ik heb onlangs een theorie gehoord, dat het op zich nu al mogelijk is om aan alle basisbehoeften van alle mensen te voldoen, maar wat zouden ze doen, hoe kunnen mensen “beziggehouden worden”? Dan maar iedereen een VR helm op en “op naar de metaverse”? Een soort van “complotdenken”.
Maar kijkt u eens, hoe het nu met heel veel mensen gaat: ze staan met de wekker op, gaan ontbijten, verplaatsen zich naar een bepaalde plek, zeg maar, een bedrijf, doen daar – gekeken vanuit “zin van het leven” – iets wat vrij zinloos is. Dan komen ze thuis, even slapen. Dag in, dag uit in een soort loop.
Wordt dan werken, een baan hebben, de zin van het leven? Of kunnen mensen op een andere manier de zin van hun leven vinden? Oké, dus “baan” is niet gelijk aan “zin van het leven”. En met de assistentie van AI hoeven mensen niet zo veel te werken. Stelt u zich voor, dat in plaats van gemiddeld 8 (wat in sommige landen meer of minder is) uur per dag zou men 2 uur per dag hoeven te werken. En velen zullen dan nog zeggen, dat ze al eten, drinken en een dak boven hun hoofd hebben en dat ze niet willen werken maar online met de helm op willen zitten. Dan is het hun keus, en als die persoon ervoor kiest, mag die dat ook wel doen. De keus zal er altijd zijn.
Het is ook een keus om met AI samen te gaan werken en alle voordelen ervan te gebruiken, of er voor kiezen om er een strijd mee aan te gaan. De keus is er altijd. En de keus, het proces van kiezen, is misschien wat de zin van het leven is. Niet “werken”. Het is het oude paradigma: je moet hard werken om te overleven. Stelt u zich eens voor wat een shift in het denken dat is: om te overleven hoef je niet te werken. Overleven betekent – kiezen wat je van leven wil.
En daarna komt er, wat ik al noemde, het Artificieel Bewustzijn.
Is het voor u interessant om in de wereld te zijn waar …
Artificieel Bewustzijn tot technologie van het besturen van zwaartekracht en tijd leidt, tot frequentieheelkunde, tot voorspelbare economie…
Veel mensen zegt het niet zoveel, maar voorspelbare economie is een economie zonder element van toeval, zoals inflatie of groei. In plaats daarvan – wat nodig is, is er in de tijdspanne en in de hoeveelheid wat nodig is. Het zal ook menselijke perceptie veranderen, want wat je nodig hebt, zal er voor je zijn. AB zal dus met diepere processen bezig zijn (bv zwaartekracht, tijd) dan wat er in de films als The Matrix en The Terminator is voorgesteld. Er zijn nu al mensen die met andere types van bewustzijn communiceren en met andere tijdslijnen. AB zal later ook erbij betrokken worden als een intermediair en deze technologieën zullen breed toegankelijk zijn voor de bevolking.
Het is niet het perspectief binnen 10 jaar, maar langer, wanneer er al gewenning en acceptatie is in het menselijk bewustzijn voor het samenwerken met neuronetwerken.
Geselecteerde wetenschappelijke verklaringen – een samenvatting door Eberhard Liß. – Geschiedenis van het universum, onze planeet, de mensheid en onze uitdagingen in een vogelvlucht (of vanuit een ruimtevaartuig) gezien. Om waar te nemen.
De hieronder verzamelde gegevens komen overeen met eerder gepubliceerde verklaringen van bevindingen en hypothesen [zie eerste bron: GEOkompakt nr. 6, 2006, waarnaar de onderstaande paginanummers verwijzen].
Volgens de “Big Bang” theorie werd het universum (universum, kosmos) ongeveer 13,8 miljard jaar geleden op expanivatische wijze gecreëerd door een Big Bang singulariteit. – Ongeveer 85% van de materie in de kosmos is donkere materie. We kunnen alleen de resterende 15% zien [p. 138] Gebeurtenissen uit het verleden in de ruimte kunnen door mensen worden gedetecteerd door middel van astronomische waarnemingen, omdat sinds het begin van de uitdijing van het universum, licht ons in de buurt van de aarde heeft geraakt met een (zoals constant bepaalde) snelheid van ongeveer 300.000 km / s van afstanden van miljarden lichtjaren. Het licht van de oudste ontdekte sterrenstelsels is ongeveer 13 miljard jaar oud en dit markeert ook de grootste afstand waarop moderne telescopen nog steeds sterren kunnen vinden: ongeveer 13 miljard lichtjaar.
De structuur van het heelal wordt op recent gemaakte foto’s afgebeeld als een enorm web van draden van lichtgevende materie, als een complex netwerk van sterren en sterrenstelsels. [blz. 27]
Metingen toonden aan dat het heelal al zo’n 5 miljard jaar steeds sneller uitdijt (uitdijing met toenemende snelheid). [blz. 138]
200 tot 500 miljoen jaar na de oerknal ontstonden de eerste sterrenstelsels. Tot een biljoen zonnemassa’s zijn geconcentreerd in deze enorme structuren. [blz. 127]
De centra van veel sterrenstelsels (e.B. spiraalstelsels) bevatten superzware ‘zwarte gaten’ met tot enkele miljarden zonsmassa’s. Ze kunnen elk worden gevormd door de ineenstorting van een uitgebrande extreem zware ster. [blz. 97]
In een zwart gat (object met een enorme dichtheid) is de massa zo geconcentreerd dat deeltjes noch lichtstralen aan de zwaartekracht ontsnappen. Daarom is het onzichtbaar en alleen te herkennen aan zijn effect: het kan materie uit een ronddraaiende ster rukken door zijn extreme zwaartekracht. Alle materie die in het zwarte gat wordt getrokken (e.B. stofwolk) wordt zodanig verwarmd dat er röntgenstraling wordt geproduceerd, die ook vanaf de aarde kan worden waargenomen. [blz. 95]
Een van de ongeveer 100 miljard sterrenarchipels (sterrenstelsels) in het universum is het spiraalstelsel “Melkweg”. Dit ‘ons’ sterrenstelsel heeft een leeftijd van ongeveer 10 tot 13 miljard jaar. Het centrum van de Melkweg is een zwart gat met een massa van meer dan 4 miljoen zonnen. Rond deze baan een goede 100 miljard zonnen, die net als de onze tot het sterrenstelsel behoren. Naar schatting 5 tot 10 procent van dergelijke sterren is omgeven door planeten. Volgens de laatste bevindingen produceren de gaswolken van het sterrenstelsel gemiddeld zeven nieuwe zonnen per jaar. [blz. 27, 90, 62, 122] Over ongeveer 10 miljard jaar zal de Melkweg het Andromedastelsel ontmoeten, op ongeveer 2,5 miljoen lichtjaar afstand, dat momenteel met 500.000 km/u in onze richting raast. [blz. 6, 93]
Ons zonnestelsel (als planetenstelsel met de aarde) is een subsysteem van de Melkweg in het buitenste gebied van het sterrenstelsel (cf. infraroodbeeld, met halo rond het centrum van het sterrenstelsel). Het werd meer dan 4,5 miljard jaar geleden gevormd en heeft tot nu toe ongeveer 19 keer in het centrum van het sterrenstelsel gewerkt. De diameter is meer dan 150 000 astronomische eenheden (1 eenheid = gemiddelde afstand van de aarde tot de zon = 149,598 miljoen kilometer).
Onze zon ligt op ongeveer 26.000 lichtjaar van het centrum van de Melkweg in de Orionarm, een spiraalarm van het discusvormige sterrenstelsel (afvlakkend 1:6), dat een straal heeft van meer dan 50.000 lichtjaar. De zon is meer dan 4,5 miljard jaar oud en zal ongeveer 10 miljard jaar branden (d.w.z. nog steeds ongeveer 5 miljard jaar). Het heeft duizend keer zoveel massa als al zijn negen planeten samen. [blz. 7]. De planeten Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bewegen allemaal bijna in één vlak (def. Ecliptica) in bijna cirkelvormige banen rond de zon. Pluto, die sinds 2006 als een ‘dwergplaneet’ wordt beschouwd, maakt deel uit van de Kuipergordel
Onze aarde is meer dan 4,5 miljard jaar oud en wordt op een afstand van bijna 400.000 km door de maan om de maan heen gedraaid. De maan is ontstaan uit gesteente als gevolg van de inslag van een impactor op de oeraarde. De hete kern van de aarde heeft nog steeds een temperatuur van ongeveer 6000 °C (net als het zonoppervlak).
Het begin van het leven op aarde wordt verondersteld een willekeurige gebeurtenis te zijn, ongeveer 4 miljard jaar geleden. De evolutie van organismen (levende wezens) onder de zeer specifieke omstandigheden die hiervoor nodig zijn, is tot nu toe alleen op aarde bepaald. – Oudste fossielen van eencellige organismen zijn ongeveer 3,8 tot 2 miljard jaar oud.
In de “prebiotische fase” (in het Archaïsche), die 200 tot 500 miljoen jaar duurde, ontstonden de eerste levensvormen (repliceerbare moleculen en eencellige organismen) – vermoedelijk in vloeibaar water (bewijs van oorsprong: 4,4 miljard jaar oude zirkoniumkristallen). – De geleidelijke verrijking van de atmosfeer met zuurstof werd ondersteund door de eerste organismen die in staat waren tot fotosynthese (2,5 miljard jaar geleden, cf. cyanobacteriën). – Oud zijn fossiele afzettingen van blauwalgen of groene algen (stromatolieten).
Vanaf het moment van oorsprong van het leven ontstaan primordiale cellen (zogenaamde procyten) zonder celkernen, die als archaebacteria-achtig worden beschouwd. – Zelfs vandaag de dag zijn er archaebacteria, die worden begrepen als “levende fossielen” van evolutionaire tussenvormen van de ontwikkeling van levende wezens (cf. 3 organismegebieden: proto-, pro- en eukaryoten). De aarde werd minstens 2 miljard jaar voornamelijk bevolkt door eencellige organismen (bacteriën, algen) totdat de eerste meercellige organismen werden gevormd (fossielen uit het Precambrium). Ongeveer 550 miljoen jaar geleden verschenen meercellige organismen in grote diversiteit, vooral oorspronkelijke trilobietsoorten (cf. “Cambrische explosie”). – Het eerste leven op het land was ongeveer 425 miljoen jaar geleden (Siluur).
Ongeveer 250 miljoen jaar geleden, bij de ommekeer van het Perm naar het Trias (d.w.z. van het Paleozoïcum naar het Mesozoïcum: Trias, Jura, Krijt), vond de grootste massa-extinctie in de geschiedenis van de aarde plaats (ongeveer 95% van alle soorten). Bovenal beïnvloedde het de warmwaterfauna’s en het plankton van de zeeën. – De belangrijkste oorzaak hiervan was een abrupte klimaatverandering, met name een snelle opwarming tot 10 graden (door vulkanisme) en ook een langzame afkoeling (door continentale drift). – Het supercontinent Pangaea, dat aan het einde van het Perm alle latere subcontinenten verenigde, dreef noordwaarts. – In deze tijd stierven veel meer soorten uit dan aan het einde van de dinosaurusperiode ongeveer 65 miljoen jaar geleden op de Krijt-Tertiaire grens (door meteoriet).
De ontwikkeling van vele soorten van de moderne tijd (Cenozoïcum: Tertiair en Kwartair) wordt gedocumenteerd door talrijke fossielen uit het Tertiair (beginnend ongeveer 65 miljoen jaar geleden) en het volgende Kwartair (beginnend ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden, duurt tot op de dag van vandaag). – De zoogdieren (als soort ongeveer 200 miljoen jaar oud) hebben hun grootste soortontwikkeling meegemaakt in het Cenozoïcum. Voor de verschillend ontwikkelde soorten kunnen stambomen alleen onvolledig en hypothetisch worden gepresenteerd. – Het volgende evolutieschema wordt vertegenwoordigd door het Natuurhistorisch Museum in kasteel Bertholdsburg in Schleusingen.
Het meeste fossiele bewijs voor de menselijke evolutie (als zoogdier) dateert uit de laatste twee- tot driehonderdduizend jaar (voorheen Homo sapiens, beginnend bij Homo erectus). De oudste fossielen van gemeenschappelijke voorouders van mensen (Homo) en mensapen (pongids) zijn gevonden in Oost-Afrika van meer dan 15 miljoen jaar geleden. Dergelijke hominoidea waren opvolgers van primaten (meesterdieren), waarvan de evolutie ongeveer 60 miljoen jaar geleden begon.
De ontwikkeling van tweevoetige mensachtigen (Hominidae) is gedocumenteerd door fossiele vondsten in Afrika (Ethiopië en Tanzania) uit een tijd van 3,2 tot 3,7 miljoen jaar geleden. Deze omvatten recent gevonden fossielen van de “Lucy”, de Australopithecus afarensis en andere “menselijke soorten” die zo groot waren als chimpansees. – Fossielen van “Ardi” zouden ongeveer 4,4 miljoen jaar oud zijn.
Homo habilis (bekwaam) was in staat om gevonden stenen werktuigen te maken die dateren van ongeveer 2 (ook: 2,2 – 1,4) miljoen jaar geleden. Zijn speciale vaardigheid in hoogwaardige vuursteenverwerking voor nuttige snijgereedschappen wordt toegeschreven aan een aanzienlijke vergroting van zijn hersenen tot ongeveer 800 cm³ (vooral de cortex).
Homo erectus (opgericht) wordt beschouwd als een veronderstelde afstammeling van Homo habilis. Het leefde ongeveer een miljoen jaar geleden (in het Pleistoceen) tot meer recent ongeveer 150.000 jaar geleden. Naast de vakkundige productie van vuistbijlen wordt hij ook gecrediteerd met het eerste gebruik van vuur (0,8 tot mogelijk 1,5 miljoen jaar geleden). De hersenen van Homo erectus hadden een volume van ongeveer 850 – 1225 cm³. Bij de geboorte was het slechts een derde zo groot als dat van een volwassene (zoals bij mensen, vergeleken met ongeveer 50% bij apen). De intensieve zorg van ouders voor hun peuters (cf. sociaal milieu van de mens) begon zich ongeveer 1,7 miljoen jaar geleden te ontwikkelen in de vroege Homo erectus. Homo erectus was een goede hardloper en waarschijnlijk al een jager-verzamelaar. Zijn zeer succesvolle soort breidde zijn actieradius uit over Afrika naar Azië en Europa, – al een miljoen jaar geleden, gedocumenteerd door verschillende locaties in China, Indonesië en Eurazië (zie foto).
Homo heidelbergensis, gevonden in Mauer bij Heidelberg, wordt beschouwd als een afstammeling van Homo erectus, die pas ongeveer 0,8 miljoen jaar geleden naar Europa emigreerde. Hij wordt wetenschappelijk beschouwd als de voorouder van de Neanderthaler in Europa.
De Neanderthaler leefde als bijzondere homosoort zo’n 130.000 tot 30.000 jaar geleden in West-Europa, het Midden-Oosten en Azië. In 1856 werden de eerste botvondsten ontdekt in de Neanderthaler bij Düsseldorf. Onlangs zijn DNA-sequenties van Neanderthalers bestudeerd met als resultaat dat ze voor 99,9% identiek zijn aan die van mensen (ongeveer 20 genen waren verschillend). Het is wetenschappelijk vastgesteld dat de Neanderthalers zich in een vroeg stadium (ongeveer 0,3 tot 0,5 miljoen jaar geleden) afsplitsten van de genetische lijn naar Homo sapiens. Deze bevinding bevestigt de hypothese van het “Out-Of-Africa Model” voor de ontwikkeling van Homo sapiens door natuurlijke selectie.
Het “Out of Africa Model” gaat ervan uit dat een kleine populatie homo erectus zich pas in Afrika heeft ontwikkeld tot homo sapiens, voor wiens genoom een leeftijd van ongeveer 170.000 jaar is bepaald. Nadat het slechts 0,1 tot 0,07 miljoen jaar geleden de rest van de wereld had gekoloniseerd, stierven alle andere afstammelingen van Homo erectus (inclusief de Neanderthalers) uit. Volgens deze hypothese zijn de huidige mensen veel meer genetisch verwant dan volgens het “multiregionale model” (de “parallelle” ontwikkeling van Homo sapiens) moet worden aangenomen.
De vroege Homo sapiens leefde voor de laatste ijstijd (zo’n 120.000 jaar geleden) als jager-verzamelaar, aantoonbaar in het Oosten en Azië. Zijn ontwikkelde intellect stelde hem in staat om hogerop te leren en problemen “intelligent” op te lossen. Of hij een begin van taalkundige communicatie met partners liet zien, is niet bekend. Zijn begrafenis van de doden in de aarde is gedocumenteerd voor ongeveer 100.000 jaar. De evolutionaire vergroting van het menselijk hersenvolume, vooral het cerebrum met een sterk vergrote frontale cortex (frontale hersenen), werd ongeveer 100.000 jaar geleden voltooid. De vroege steentijdman had een gemiddeld brein van dezelfde grootte als ‘de mens van vandaag’. De hersengrootte komt overeen met ongeveer drie keer het hersenvolume in vergelijking met de eerste mensachtigen en chimpansees.
De moderne Homo sapiens sapiens (de huidige mens) met ‘hoog ontwikkelde’ cognitieve capaciteit (lat. sapientia – geest, inzicht, wijsheid) leefde in de jongere paleolithische periode ongeveer 50.000 tot 10.000 jaar geleden. Typische fossielen van ongeveer 40.000 tot 20.000 jaar geleden werden bekend als “Cro-Magnon Man” (eerste schedel gevonden in Zuid-Frankrijk, 1868).
Al zo’n 40.000 jaar geleden drukte de mens linguïstische uitdrukkingsvormen uit voor subjectieve statusrapporten (statusrapporten) en expliciete boodschappen als uitspraken in de vorm van symbolische tekens en woorden (cf. hints of beschrijvingen). Deze kunnen voordelig worden gebruikt in sociale communicatie en interactie, e.B. met als doel hulp te bieden en “intelligente” probleemoplossing. Het leren van ten minste één taal wordt geassocieerd met een hoger bewustzijn (ongeveer 50.000 jaar geleden ontwikkeld), wat kenmerkend is voor mentale zelfreflectie en opzettelijk modelgebruik.
De adaptieve mens heeft “rationele” cognitieve en geheugencapaciteiten, in het bijzonder met het oog op individuele waarnemingen door herkenning, interpretatie, evaluatie en beoordeling van huidige situaties volgens zijn herinnerde ideeën of bijbehorende voorspellingen, waarmee hij empirische oordelen kan bepalen en zo ‘intelligente’ beslissingen kan nemen door verwachte gevolgen af te wegen, – op basis van zijn ervaringskennis (cf. » adaptieve geheugenstructuren). Het speciale vermogen van “creatieve” mensen om te denken in nieuwe manieren van denken (verbeelding, intuïtie) stelt hen in staat om ontwerpen of ideeën te creëren als conceptuele benaderingen van probleemoplossing, die kunnen worden geobjectiveerd als constructieve concepten of innovatieve scripties voor theoretische denkmodellen (cf. » cognitief-logische modellering ). Door hun pragmatische gebruik is het mogelijk om reproduceerbare hulpmiddelen te gebruiken om kunstmatige producten te produceren die culturele betekenis hebben en kunnen bijdragen aan de verbetering van sociale omstandigheden.
De eerste artistieke werken van de steentijdmens werden ongeveer 40.000 jaar geleden gemaakt. De ‘kunst van de laatste ijstijd’ wordt geïllustreerd door vele kleine sculpturen, rotstekeningen en grotschilderingen. In culturen rond 30.000 voor Christus werden ivoorsnijwerk gemaakt, gevolgd door kleisculpturen. Uit de periode 20.000 tot 11.000 jaar geleden, reliëfs uitgehouwen in de rots en grotschilderingen met gekleurde afbeeldingen van dieren en mensen (e.B kunstwerken in grotten in de buurt van Lascaux en Altamira).
De “Neolithische Revolutie” begon ongeveer 10.000 jaar geleden na de laatste ijstijd. De cultuurgeschiedenis van Europa wordt het best onderzocht. Er volgden afwisselend nieuwe culturen, gekenmerkt door speciaal ontworpen jachtwapens, bontkleding en hutten (landbouw gedurende 11.000 jaar, keramisch gebruik gedurende 9.000 jaar).
Met de bestrijding van het vuur ontstonden de eerste dorpsnederzettingen voor landbouw en veeteelt. De eerste stadscomplexen en grote gebouwen bestonden ongeveer 6000 jaar geleden (eerste stedelijke cultuur: Catalhöyük ongeveer 7400 jaar geleden). Een van de eerste steden van de mensheid was ur, die rond 4000 voor Christus in Mesopotamië werd gesticht. Als eerste hoge cultuur (na 4000 v.Chr.) komen de Sumeriërs voor in het zuiden van Mesopotamië. Ze worden gecrediteerd met de uitvinding van het wiel rond 3500 voor Christus (pottenbakkerswiel en wagenwiel).
Al rond 4600 – 4200 voor Christus waren er gouden sieraden en sinds ongeveer 4000 voor Christus koperen sieraden (gevonden in Egypte als grafgiften). Rond 3000 voor Christus begon het technische gebruik van kopererts (in Egypte) en rond 1500 voor Christus gebruikten de Hettieten de eerste ijzeren werktuigen. – Koper-tinlegeringen werden gebruikt voor het maken van gereedschappen in de bronstijd (rond 2500 – 800 voor Christus).
Rond 3300 voor Christus creëerden de Sumeriërs een (wig)schrift dat, samen met de hiërogliefen in Egypte, een van de oudste in de mensheid is. – In het oorspronkelijke milieu van stedelijke culturen (stadstaten) ontwikkelden de volkeren hun schrift, uitgaande van een eenvoudig picturaal lettertype met interpreteerbare vormen van representatie (invariante tekens) als overeengekomen conceptuele symbolen voor toegewezen woorden van begrijpelijke uitspraken (vgl. In het begin was ‘Logos’.). Na de woorduiting volgde: woordelijk, syllabium en briefschrijven. Oud spijkerschrift (spijkerschrifttekens met een pen geperst in vochtige klei, lineair van links naar rechts) werd gevonden in Ugarit (Syrisch-Palestijns gebied) van ongeveer 1800 tot 1500 voor Christus. De Hettieten (in het oosten van Klein-Azië) namen het spijkerschrift over, maar na 1200 v.Chr. gebruikten ze hun eigen syllabium in picturale karakters. De hettitische taal is de oudste nog bestaande Indo-Europese taal. In het 2e millennium voor Christus werd het spijkerschrift niet alleen door de Hettieten overgenomen, maar ook door de Syriërs en vervolgens door de Perzen.
In de 9e eeuw voor Christus werd het Griekse letterschrift gemaakt met verwijzing naar het Fenicische schrift. In deze periode werd ook de Griekse kunststijl voor geometrisch ontworpen schepen gecreëerd. Een voorbeeld van oude kunst op kleivaten uit de periode voor 540 voor Christus is de grafische weergave van een quadriga als vaasdecoratie, die afkomstig is van Cerveteri (Attica):
Vroege culturen vonden geld uit als ruilmiddel of warenequivalent. Zeer oude gouden munten gevonden in Lydië (Klein-Azië) dateren uit ongeveer 650 voor Christus.
Het smelten van metalen en hun productieve gebruik, vooral ijzer (vóór ongeveer 750 voor Christus) en staallegeringen creëerden technische voorwaarden (later metaal- en staalindustrie) voor een “industriële” ontwikkeling van de mensheid met grote sociale en culturele implicaties.
Voor het begin van de 19e eeuw, beginnend vanuit Groot-Brittannië, begon een versnelde ontwikkeling van wetenschap en technologie, vooral gekenmerkt door een grootschalige productie van machines voor vele toepassingsgebieden. Deze “industriële revolutie” bereikte een enorme vermindering van de hoeveelheid handarbeid en leidde tot groeiende welvaart, vooral in de westerse wereld (zelfs na twee wereldoorlogen!). Sinds ongeveer 1965 gebruiken mensen hoogwaardige machines voor vele toepassingen, voertuigen en vliegtuigen, computers, robots, automaten, ruimtevluchtapparaten, satellieten en wereldwijde telecommunicatiesystemen met complexe functionaliteit.
Industrialisatie op wetenschappelijke basis steeg vanaf ongeveer 1980 tot een “technologische revolutie”. Dit bevorderde de groeigerichte markteconomie, die gepaard gaat met een verhoogd energie- en grondstoffenverbruik. De technische rationalisatie werd geïntensiveerd in productie, handel, transport en communicatie, ook in militaire technologie en ruimtevaart (zie » Chronk-gegevens). Innovatieve informatietechnologieën met veelzijdige (geminiaturiseerde) computers en “intelligente” technische artefacten maken verdere productiviteitsstijgingen mogelijk, ook bij het oplossen van sociale problemen. Voorzienbare gevolgen van deze ontwikkeling zijn een grotere complexiteit van processen die moeten worden beheerst en een riskante technologische afhankelijkheid van de “geïndustrialiseerde” mensheid.
De cultuur van de moderne consumptiemaatschappij met haar vele gemakken maar ook risico’s, bv. door automatisering en stortvloed van informatie met behulp van computers, wijkt steeds meer af van de manier van leven uit het stenen tijdperk, waarvoor ‘evolutionair aangepaste’ genetische aanleg van de mens is bedoeld. Dit resulteerde in een toenemende gevoeligheid van het menselijk lichaam voor cultuurgerelateerde ziekten, gecombineerd met exploderende kosten van ziektesystemen in geïndustrialiseerde landen. Grote moeilijkheden worden veroorzaakt door noodzakelijke oplossingen voor niet alleen commercieel-economische problemen, met name door verstedelijking, mechanisatie, vervoersbeleid, toerisme en toenemende (relatieve) verarming ondanks industriële overproductie. Grote ecologische en sociale problemen zijn te verwachten als gevolg van verdere bevolkingsgroei, massale werkloosheid, wereldwijde staatsschuld, veel vluchtelingen en oorlogen.
De bevolkingsgroei werd niet afgeremd, waardoor de wereldbevolking tussen 1964 en 2008 verdubbelde tot 6,6 miljard mensen. Tegen 2020 zal hun aantal naar verwachting toenemen tot meer dan 8 miljard. De verstedelijking in verband met industrialisatie heeft ertoe geleid dat vandaag ongeveer de helft van alle mensen in steden woont (2008: 3,3 miljard), waarvan ongeveer 30% (1 miljard) in sloppenwijken woont met groeiende criminaliteit en existentiële ontberingen (armoede, ziekten, onderwijsachterstanden). – In 2010 waren er al 30 ‘megasteden’, elk met minstens 10 miljoen inwoners. Ecologische gevolgen van “vervuilende” activiteiten van de snel groeiende mensheid zijn drastische milieuveranderingen (cf. vernietiging van de natuur met enorme vermindering van biodiversiteit, grondstoffenwinning en waterschaarste) en een klimaatverandering die mede door de mens wordt veroorzaakt, wat leidt tot opwarming van de aarde en stijgende zeespiegels. – Een toenemende existentiële bedreiging voor de mensheid kan worden veroorzaakt door gebrek aan grondstoffen, verarming, oorlogen, verwoesting en catastrofes.
Door de vermindering van vitale hulpbronnen neemt de concurrentie en oneerlijkheid tussen mensen toe ten koste van hun sociale samenwerking. Naast gevaren als gevolg van mogelijke economische en financiële crises, is er sociale onzekerheid als gevolg van fanatiek terrorisme en een groeiend oorlogsgevaar als gevolg van overbewapening en accumulatie van massavernietigingswapens, waarvoor internationale controle met het oog op veiligheid ontbreekt.
De “bloedige” culturele geschiedenis van de mensheid werd bepaald door massa-effectieve religies en ideologieën voor de demagogische rechtvaardiging van de vele op voordeel gerichte machtsstrijd en veroveringsoorlogen, – tot nu toe twee wereldoorlogen met daaropvolgende wapenwedloop (in 50 jaar sinds 1945 nog eens 150 oorlogen met ongeveer 30 miljoen doden – volgens het VN-rapport). Traditionele en nieuwe dogmatische ideologieën, die ‘demagogisch’ gedachten en acties jegens andersdenkenden beïnvloeden, leiden tot extreme vormen van fanatisme zoals haat en agressie (cf. laster, demonisering, verdrijvingen, uitroeiingen of terroristische aanslagen), – met politieke en/of religieuze doelen die meestal te wijten zijn aan economische of egoïstische belangen (cf. hebzucht naar winst en het nastreven van macht, ook angstpsychose).
Tot nu toe is er een gebrek aan effectieve controlemaatregelen om de wereldwijde gevaren als gevolg van aantasting van het milieu en klimaatverandering te verminderen, onder meer als gevolg van de toenemende afhankelijkheid van mensen van technologie, met name met betrekking tot (riskante en kwetsbare) informatie- en computertechnologie, die moet worden beschermd tegen fouten en misbruik (cf. Cyberrisico’s, Cyberwar of -terreur).
Het acute dilemma van »Homo sapiens« wordt ecologisch beoordeeld als een natuurlijke aberratie van de veeleisende diersoort “mens”, die zijn leefgebied herontwerpt en daardoor een milieuvernietigend effect heeft (in de zin van een zelfvernietiging van de natuur door de ‘gebrekkige constructie’ van de mens). – In dit verband zijn de volgende declaratieve verklaringen van toepassing:
“De ongeveer twee miljoen jaar die zijn verstreken sinds de vorming van het geslacht Homo zijn een zeer korte periode, en de bijna veertigduizend jaar dat Homo sapiens sapiens tot nu toe op aarde is geweest, zijn een praktisch onbeduidende periode op de tijdschaal van evolutie. Niettemin vindt in deze periode – met een steeds grotere versnelling – het grootste drama in de evolutionaire geschiedenis van het leven op aarde plaats.”
“Mensen hebben het vermogen om bewuste doelen te stellen, intenties na te streven, in het verleden en in de toekomst te kijken. Op grond van zijn zelfvertrouwen kan elke individuele persoon zich duidelijk “onderscheiden” van zijn omgeving, zijn soortgenoten en andere levende wezens. Hij kan bewust zijn doelen nastreven en proberen af te dwingen tegen de belangen van andere levende wezens in. Daarom kan het ook enorme rampen veroorzaken.” (beide citaten van Franz M. Wuketits, in: Die Selbstzerstörung der Natur, dtv 2002, pp. 125/126)
“De mens is een vooruitstrevend wezen. Naast het vermogen om alles op de meest meedogenloze manier aan de natuur te ontworstelen, heeft de mens ook het vermogen om zijn verantwoordelijkheid daarbij te heroverwegen. Hij moet en kan de waarde voelen van wat hij op het punt staat te vernietigen.” (Hans Jonas in gesprek, DER SPIEGEL 20/1992, p. 101)
“Als we er niet in slagen om onze intelligentie te gebruiken om onze agressie te beheersen, zijn de kansen voor de mensheid slecht. Maar zolang er leven is, is er ook hoop.” (Citaat van Stephen Hawking, uit: Lezing “Ist alles vorbestimmt?”, 1990)
“Na het onderzoeken van alle voorgaande overtuigingen, concluderen we dat we de betekenis van het leven niet kennen; maar de erkenning dat we niet weten wat de zin en het doel van het leven is, opent waarschijnlijk de uitweg voor ons – we hoeven dit alleen maar toe te staan in de context van onze verdere ontwikkeling, dan lopen we niet het risico alle andere mogelijkheden te belemmeren, zijn we niet enthousiast over het hebben van een definitieve kennis, de absolute waarheid, maar blijven we altijd in onzekerheid – we nemen het risico.” (Citaat van Richard P. Feynman, uit: Lezing over het belang van wetenschappelijke cultuur voor de samenleving, 1964)
“Als men de wereld neemt zoals hij is, is het onmogelijk om er een betekenis aan te verbinden waarin de doelen en doelen van het werk van de mens en de mensheid betekenisvol zijn.” (Citaat van Albert Schweitzer, uit: Vorrede zu “Kultur und Ethik”, 1923)
Albert Einstein verwierp de kwestie van betekenis en pleitte voor duidelijke ethische doelstellingen voor de mensheid. Hij schreef: “Vragen naar de betekenis en het doel van het eigen bestaan en het bestaan van schepselen heeft me vanuit objectief oogpunt altijd zinloos geleken.” (uit: “Mein Weltbild, Wie ich die Welt sehen”, rond 1930)
“Onze situatie op deze aarde lijkt vreemd. Ieder van ons lijkt onvrijwillig en ongevraagd om kort te blijven, zonder te weten waarom en met welk doel. In het dagelijks leven hebben we alleen het gevoel dat de mens er is omwille van anderen: degenen van wie we houden en talloze andere wezens die aan zijn lot gebonden zijn.” (uit: “Mein Glaubensbekenntnis”, plaat, 1932)
“Perfectie van middelen en verwarring van doelen lijken me kenmerkend voor onze tijd. Als we oprecht en hartstochtelijk verlangen naar de veiligheid, het welzijn en de vrije ontwikkeling van de capaciteiten van alle mensen, zullen we niet de middelen missen om zo’n staat te benaderen. Als zelfs maar een klein deel van de mensheid door dergelijke doelen wordt vervuld, zal het voor de duur superieur blijken te zijn.” (uit: Albert Einstein Archief, Jeruzalem, 28-557, p. 3, 1941)
“Mensen moeten blijven vechten, maar alleen wat de moeite waard is om voor te vechten: en dit zijn geen denkbeeldige grenzen, raciale vooroordelen of verlangens naar verrijking die de vlag van patriottisme ophangen. Onze wapens zijn wapens van de geest, geen tanks en projectielen.” (uit: “Warum Krtieg?”, Interview, 1931)
Resultaat: Zoals elk dier vecht de ‘godgelijke’ mens voor zijn zelfbehoud in een omgeving die slechts gedeeltelijk herkenbaar is. Daarnaast streeft hij naar de voordelige bevrediging van zijn subjectieve behoeften. – Door zijn agressieve acties kan hij niet alleen zichzelf vernietigen, maar ook zijn wereld; het heeft de natuur al zodanig beschadigd dat het voortbestaan ervan door rampen wordt bedreigd. – Het evolutionaire dilemma van Homo sapiens weerlegt zijn geloof in vooruitgang en is een “wereld-immanent” onderdeel van kosmische en natuurlijke levensprocessen. – Het is de vraag of de adaptieve ‘intelligente’ mensen voldoende rationeel inzicht kunnen krijgen in realistische contexten om passende oplossingen te vinden voor problemen voor ‘maatschappelijk verantwoord’ handelen. De meeste mensen zijn niet geïnteresseerd in wereldwijde problemen van de mensheid, om zichzelf er niet mee te belasten en proberen zo lang mogelijk van hun bedreigde leven te genieten. Kritische uitspraken over echte onzekerheden, gevaren of risico’s worden door het onbewuste in de hersenen negatief beoordeeld en zelfs bewust ontkend of bestreden, vooral vanwege noodzakelijke opiniecorrecties (tegen denkgewoonten) of zelfs in gevallen van erkende hopeloosheid (hulpeloosheid, machteloosheid).
De volgende voorwaarden zijn vereist voor wereldwijde oplossingen voor complexe sociale problemen: collectief verantwoordelijkheidsgevoel, economisch gebruik van hulpbronnen, afstand doen van consumptie in solidariteit, wetenschappelijke inventiviteit en vertraagde bevolkingsgroei. Wereldwijde verbeteringen in de levensomstandigheden kunnen alleen worden bereikt door noodzakelijke bezuinigingsmaatregelen en staatsovereenkomsten (bijv. sociale overeenkomsten tegen aantasting van het milieu, gevaarlijke herbewapening, overheidsschuld, inflatie, permanente werkloosheid en toenemende criminaliteit).
Een ‘probleemoplossende’ samenleving vereist individueel verder leren in de creatieve (constructief-creatieve) activiteit om door middel van empirische en theoretische bevindingen vitaal inzicht te krijgen in natuurlijke contexten, – gecombineerd met mogelijke zelfkennis en zelfkritische rede in persoonlijkheidsontwikkeling.
Optimisten hopen op het probleemoplossend vermogen van intelligente mensen, die met hun verstand en inzicht ook schijnbaar onoverkomelijke uitdagingen kunnen weerstaan. – Omdat noodzaak je inventief maakt, is er een zekere hoop op “intelligente” oplossingen voor problemen en wereldwijd gecoördineerde staatsmaatregelen van het noodzakelijke crisismanagement. Als baken van hoop op noodzakelijke oplossingen voor problemen, zijn we op zoek naar goed presterende ‘fatsoenlijke’ mensen met kennis van zaken, verantwoordelijkheidsgevoel en sociale zorg, – vooral ‘slimme’ experts die kunnen worden gekwalificeerd voor speciale taken.
Literatuur
GEOkompakt Nr. 6, Gruner + Jahr AG & CoKG, Hamburg, 2006, ISBN 3-570-19599-6
Dieter B. Herrmann, Die Kosmos Himmelskunde, für Einsteiger, Franckh-Kosmos Verlags-GmbH & Co., Stuttgart, 19999,ISBN 3-440-09406-5
Richard Leakey, Die ersten Spuren, Über den Ursprung des Menschen, Wilhelm Goldmann Verlag, München, 1999, ISBN 3-442-15031-0
Franz M. Wuketits, Evolution, Die Entwicklung des Lebens, Verlag C. H. Beck oHG, München, 2000, ISBN 3-406-44738-4
Franz M. Wuketits, Naturkatastrophe Mensch, Evolution ohne Fortschritt, Deutscher Taschenbuch Verlag GmbH & Co. KG, München, 2001, ISBN 3-423-33063-5
Arndt von Haeseler en Dorit Liebers, Molekulare Evolution, Fischer Taschenbuch Verlag, Frankfurt a.M., 2003, ISBN 3-596-15365-4
Kleine Enzyklopädie der Fossilien, Tandem Verlag GmbH, KÖNEMANN, 2005, ISBN 3-8331-1312-X
Richard P. Feynman, Es ist so einfach, Vom Vergnügen, Dinge zu entdecken, Piper Verlag GmbH, München, 2003, ISBN 3-492-23773-8
Veel mensen kennen de ‘Devils Mountain’ (foto hieronder) uit de film ‘Close Encounters of the Third Kind’ van Steven Spielberg. Een fascinerende film, waarbij de top van deze berg wordt gebruikt als landingsplaats voor aliens, die contact maken met de mensheid. Deze berg -Devils Mountain- toont zich in zijn uiterst vreemde vorm. De beschrijving van ‘een afgekapte boom’ komt nog het beste overeen met hetgeen je ziet. Een versteende boomstronk..? Téveel overeenkomsten om deze gelijkenis als ‘waanbeeld’ te kwalificeren. Maar wat ook meespeelt, is dat dit voorbeeld van een ‘versteende boomstronk’ niet op zichzelf staat..! Wij kwamen het schitterende nieuwe boek‘De Reuzenbomen van de Oude Wereld’ tegen en willen onze fascinatie graag met je delen.
De wereld vóór de laatste IJstijd en vóór het uitsterven van megafauna en -flora en de zoektocht naar ontdekkingen en antwoorden. Reuzenbomen domineerden het landschap van de oude wereld en hun versteende overblijfselen laten onmiskenbaar bewijs van hun bestaan achter..! Rotspartijen en bergen. Over de hele wereld domineren deze monumentale natuurwonderen en staan ze pontificaal in het landschap. Maar heb je je al eens afgevraagd hoe deze rotspartijen en bergen zijn ontstaan en waaruit een groot gedeelte bestaat?
De auteur neemt je mee op een spannende reis door het verleden en laat je op een laagdrempelige en indringende wijze, door middel van foto’s en bewijsmateriaal, kennismaken met de wereld van de reuzenbomen en de bijzondere krachtige eigenschappen van bomen in de natuur in het algemeen. Ook wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de wereld plotseling is veranderd en hoe dit de overgang van het Pleistoceen naar het huidige Holoceen heeft gemarkeerd.
In deze laatste periode van het Pleistoceen, in de laatste IJstijd ook wel genoemd de Younger Dryas periode (12.800-11.600 jaar geleden), heeft er een catastrofe plaatsgevonden, waardoor de meeste grote zoogdieren/megafauna en megaflora zijn uitgestorven. Ook is de zeespiegel toen 80-120 meter gestegen. Kortom, een spannende ontdekkingstocht en als je het eenmaal ziet, gaat er een ‘Oude Wereld’ opnieuw voor je open! Een zoektocht naar ontdekkingen en antwoorden en de uitdaging om stoutmoedig te verkennen waar nog niemand heeft gekeken. Wij stelden 10 vragen aan en antwoorden van Hans Scheffers over zijn fascinerende, prachtige nieuwe boek:
‘De Reuzenbomen van de Oude Wereld’
Dag Hans,
We hebben je nieuwe boek in handen en ingezien/gelezen; onze complimenten hoor. Over een fascinerend onderwerp, dat zóveel intrigerende perspectieven biedt over de ontwikkeling van de Aarde. Fijn dat we je een paar vragen mogen voorleggen over de totstandkoming ervan!
Kun je iets zeggen Hans over jouw achtergrond en waarom dit onderwerp je zo ‘triggert’..?
Hans Scheffers
Ik ben 61 jaar, woon in Midden-Limburg en ben 30 jaar eigenaar geweest van het reclame-ontwerpburo Creation Station in Roermond. In 2018 ben ik gestopt met werken om mij toe te leggen op research en onderzoek van de vraag: ‘Wie zijn wij en waar komen we vandaan’. Mijn hele leven had ik al door dat alles wat we leren (op school en in het dagelijks leven) niet helemaal klopt. Ik heb dan ook vanaf mijn 20e samen met mijn partner Carina letterlijk de hele wereld met rugzak afgereisd om te ervaren, te kijken en te onderzoeken wie de mensheid eigenlijk is, waar we ons mee bezig houden en vooral ‘waarom’.
Op deze vele reizen met de rugzak en op de paden van de niet traditionele wegen waren we vooral verbaasd over de vele bouwwerken van/en megalitische stenen waarvan de wetenschap nog steeds geen verklaring kan geven hoe deze reusachtige stenen bewerkt en vervoerd zijn geworden. We spreken van stenen, die kaarsrecht zijn gemaakt en meer dan 1.250.000 kilogram wegen en nu nog niet te tillen zijn met de moderne technieken! Maar vooral waar deze mysterieuze bouwwerken voor dienden en door wie deze zijn gemaakt. Een ding is zeker: dit zijn bouwwerken gemaakt door oude beschavingen van voor de laatste ijstijd, want vele piramiden en bouwwerken, over de gehele wereld, liggen onder water en de zeespiegel is na de laatste ijstijd (12.500 jaar geleden) tussen de 80-120 meter gestegen, wereldwijd!
Ben je zelf op locaties geweest om deze fossiele reuzenbomen te zien?
Enkele locaties van deze ‘Reuzenbomen’ heb ik inderdaad bezocht, maar toen we destijds de hele wereld afreisden op zoek naar de mysteriën der Aarde was deze ‘theorie’ nog niet in zicht, dat is de laatste jaren ontstaan toen ik de basaltformaties ben gaan bestuderen en mijn bewustwording is gegroeid.
Hoe zijn de reacties geweest over je werk aan het boek en het onderwerp in het algemeen, vanuit je omgeving, bij je collega’s, familieleden en vrienden?
Het boek is ongeveer 3 weken geleden gepubliceerd en de reacties zijn veelal overweldigend positief! Ik krijg veel complimenten over het onderwerp ‘Reuzenbomen’ maar vooral ook op het inzichtelijk maken van de wereldgeschiedenis van voor de ijstijd en over de micro-macro wereld, zoals de Fractalen en de Gulden Snede. En de ongelooflijke wijze hoe alles energetisch en complex wiskundig (Sacred Geometry – Ancient Wisdom) in elkaar zit in de natuur. Het hoofdstuk Mycelium geeft dit ongelooflijke – maar wetenschappelijk bewezen – bijzondere aspect van de natuur goed weer.
Het eerste wat ons te binnen schoot, is de overeenkomst met de film ‘Avatar’ uit 2009. Hoe kijk jij daar tegenaan?
Ja, dat is ook wel heel bijzonder! Maar heel veel Hollywood-producties (in de SciFi) laten de reuzenbomen zien, kijk maar naar de Lord of the Rings en Star Wars bijvoorbeeld. We hebben allemaal een vage herinnering aan reuzen, reuzenbomen (waar Elfen en andere wezens in wonen) en aan een wereld waarin alles ‘gewoon’ immens groot was. De bewijzen hiervan liggen voor het oprapen. Denk maar aan de Dino’s maar ook aan de gigantische zoogdieren, vogels en insecten die vroeger voorkwamen. Hier heeft de mens tussen geleefd, dat kun je je toch niet voorstellen.
Je spreekt in het boek over een ‘catastrofe’ die in het verre verleden heeft plaatsgevonden. Waarbij ook een zeespiegelstijging van zo’n 100 meter optrad. Heb je het gevoel dat toen ook de reuzenbomen zijn uitgestorven..?
Dat is niet met zekerheid te zeggen, in de bijbelse boeken van aartsvader Henoch beschrijft hij hoe ‘engelen’ grote reuzenbomen (de Ceders van Libanon) hebben gekapt. Als je engelen vertaalt naar buitenaardsen dan kom je al snel terecht op hoog ontwikkelde rassen met hoogwaardige technologieën. (De Paleo-SETI theorie van Erich von Däniken beschreven in zijn wereldwijde bestseller ‘Waren de Goden Kosmonauten’.) De periode vóór de zondvloed, de laatste ijstijd toen de oceanen zijn gestegen, is de periode waarin Henoch leefde. Hij was de overgrootvader van Noach en is dus antediluviaal.
Waarom is dit onderwerp niet vaker en intensiever in de media besproken denk je? Je zou toch zeggen, ook ná de film ‘Close Encounters of the First Kind’ van Steven Spielberg, waarin dat ‘reuzenboomfossiel’ de ‘Devils Tower’-berg in Wyoming, een cruciale rol in speelde, het ook meer in de perceptie van het bewustzijn zou komen..?
Tja, dat is de hamvraag van de vele onderwerpen die allemaal ‘weggemoffeld’ worden door de wetenschap en de mainstreammedia. Ze kunnen er geen verklaring (lees bewijs) voor geven, dus bestaat het niet. Maar zoals gezegd in mijn boek zijn er steeds meer moderne technieken zoals satellieten, echo, sonar, radar, Lidar, C14 etcetera waarvan de resultaten in de wetenschap steeds meer als bewijzen worden aangevoerd.
Zo stond de archeologische wereld op zijn kop met de ontdekking van Gobekli Tepe in Turkije. Een immens megalitisch bouwwerk (tempelcomplex) dat bewezen is gebouwd zo’n 11.500 jaar geleden. Volgens de narrative liepen we toen nog rond in berenvellen en waren we nog jagers-verzamelaars. Er is slechts 5% van Gobekli Tepe opgegraven en nu staat al vast dat deze ‘mensen’ een enorme kennis hadden van het heelal, architektuur, het bewerken van enorme stenen en astronomie. Nou dat waren nog eens knappe jagers-verzamelaars! Ook zo de Bosnische piramiden die gedateerd zijn met C14 methode op ruim 25.000 jaar. Evenals de berg Gunung Padang (885 meter hoog!) in Indonesië, die gebouwd is van enorme hexagonische basaltkolommen en carbon, gedateerd is op minstens 20.000 jaar oud!
Heb je het gevoel dat het ‘ongeloof’ van mensen over deze ‘bizarre versteende reuzenbomen’ aan de basis staat van de weinige aandacht voor het onderwerp?
Het is niet het ongeloof, maar de onwetendheid die parten speelt, want dat hebben we nooit uit de geschiedenisboeken geleerd en wat niet in ‘de boeken’ staat is er ook niet. Nu van alles tevoorschijn komt wordt ook de wetenschap heel langzaam wakker. Maar het geldt nog steeds dat wanneer een wetenschapper zich begint te roeren, hij meteen wordt geridiculiseerd door zijn collega’s; hij of zij kan dan zijn of haar verdere loopbaan wel vergeten. En ook is het zo dat wetenschappers, zoals archeologen en geologen en biologen, niet samenwerken. Ieder werkt aan zijn eigen stuk informatie en het levert geen inzicht in de complete puzzel als alle stukjes apart worden opgeslagen. In het oude India staan veel Tempelgebouwen op zo’n ‘reuzenboom stam’, want deze oude versteende bomen bezitten een enorme energie en energetische straling en dat wisten de mensen vroeger.
Hoe lang ben je bezig geweest met het boek, dus van concept/idee t/m de laatste woorden op papier en/of bijpassende foto’s gevonden?
Werkelijk met opmaak en inhoud (foto’s etc.) heb ik er 2 jaar aan gewerkt (in de Coronatijd) maar inzichten verzamelen en bewustwording denk ik zo’n 3-4 jaar in totaal.
Wat ons opvalt, is dat een aantal van die versteende reuzenboomfossielen, een platte bovenkant hebben, alsof ze afgezaagd zijn. Heb je daar een verklaring voor gevonden?
In vraag 5 geef ik al een uitleg hierover. Als de ‘engelen’ uit de boeken van aartsvader Henoch deze gekapt zouden hebben dan moet dit toch wel met een zéér geavanceerde techniek zijn gebeurd, toch? Voor alle overige verklaringen sta ik natuurlijk altijd open.
en de laatste jaren oprecht niet zo’n prachtig verzorgd boek gezien, inclusief papiersoort en harde cover. Het boek is echte ‘must-have’ voor mensen in ons gevoel. Ook de sfeer van het boek past perfect bij het onderwerp. Is dit allemaal gebaseerd op jouw wensen?
Omdat ik zelf vormgever ben heb ik mijn boek ook helemaal zelf vormgegeven en opgemaakt, dan krijg ik het precies zoals ik in gedachten had. Maar ook de kwaliteit van foto’s en illustraties is ontzettend belangrijk, want ik ben iemand die in beelden denkt met (noodzakelijke) ondersteunende tekst, want een foto spreekt meer dan duizend woorden. Ook wilde ik het gevoel meegeven om je helemaal te laten opgaan in de materie en het gevoel van het boek, zoals je je kunt verliezen in een spannend jongens- en/of meisjesboek. Kijken waar nog nooit iemand heeft gekeken en openstaan voor nieuwe inzichten dat is het motto van het boek. (To boldly go where no man has gone before!)
* * *
Intro en andere citaten uit het boek:
De Reuzenbomen van de Oude Wereld Een paradigmaverschuiving is een fundamentele verandering in de basisconcepten van kennis van een systeem van theoretische, filosofische en wetenschappelijke modellen en aannames. Kenmerkend voor paradigma’s is dat we ons meestal zelfs niet meer bewust zijn van onze eigen paradigma’s: het zijn stellingen en aannames die we zo vanzelfsprekend vinden (o.a. door onderwijs) dat we ook blind zijn voor de tekortkomingen ervan. Zo blind, dat als we met onze neus er bovenop staan, we de realiteit niet (kunnen of willen) zien..!
Daarom is dit boek bedoeld om een handreiking te bieden in de wereld van ‘zien is geloven’ of ‘geloven is zien’. Het is maar aan welke kant van de spiegel je staat. Vertrekpunten, denkkaders, inzichten en intuïtie dienen je om de werkelijkheid en realiteit te analyseren, interpreteren en beschrijven. Als je deze weg volgt zonder blindelings aan te nemen wat je wordt voorgeschoteld dan betreed je de kaders van ‘vrijdenken’ en word je onafhankelijk onderzoeker en werkelijk ‘vrijdenker’.
Wat is de werkelijke ‘Oude Wereld’ en wat is Geomythologie (Geologie en Mythe) Oude Wereld In de context van de archeologie en de wereldgeschiedenis omvat de term ‘Oude Wereld’ die delen van de wereld die vanaf de Bronstijd in cultureel contact stonden, wat resulteerde in de parallelle ontwikkeling van de vroege beschavingen. Het omvatte Babylonië, Mesopotamië, het Perzische plateau, het Indiase subcontinent, de Indus Vallei, China en delen van Afrika ten zuiden van de Sahara. De culturele, filosofische en religieuze ontwikkelingen leidden uiteindelijk tot het ontstaan van de historische cultuursferen: het Westen (Hellenisme, ‘klassiek’), het Nabije Oosten (Zoroastrisch en Abrahamitisch) en het Verre Oosten (Hindoeïsme, Boeddhisme, Jaïnisme, Sikhisme, Confucianisme, Taoïsme).
Maar er is nog een ‘oudere’ Oude Wereld, namelijk de wereld van voor de laatste IJstijd, 12.800 jaar geleden. Archeologen dachten dat de oudste bouwwerken en beschavingen ontstonden in het Oude Babylonië en Egypte, zo’n 8.000 tot 5.000 jaar geleden. Want hiervóór had je alleen maar ‘Jagers en Verzamelaars’. Maar met de ontdekking van Gobekli Tepe in Turkije kwam deze wetenschap op zijn kop te staan, want deze opgravingen van tempels met geavanceerde steenbewerking dateren van minstens 11.500 jaar geleden.
Maar evenzo de monolithische steenbewerkingen en complexe architecturen met reusachtige bewerkte stenen waarvan sommige met een gewicht van 1,6 miljoen kilo! Hoe en waarom deze monolithen (stenen bestaand uit één stuk) werden vervaardigd en verplaatst, vaak over afstanden van honderden kilometers, is voor de wetenschap een compleet raadsel. Monolithische beelden van dioriet en graniet zijn tot in de perfectie bewerkt en glad gepolijst en hebben enorme formaten. De hardheid van deze stenen is 7-8 (op basis van de hardheidsschaal van Mohs staat diamant op 10 als hardste materiaal op Aarde). De stenen zouden bewerkt zijn met koperen werktuigen met een hardheid van 3-5 en dat is onmogelijk!!
Dus hebben er voor de laatste IJstijd beschavingen bestaan met geavanceerde technieken en kennis waarvan wij in het heden geen flauw benul hebben. En na de enorme catastrofe die 12.800 jaar geleden heeft plaatsgevonden zijn wij ‘mensen met geheugenverlies’ geworden. Hoe is het mogelijk dat niet alle geschiedkundigen hierover spreken en deze zaak bestuderen? ‘De Reuzenbomen van de Oude Wereld’ laat je kennismaken met die andere wereld die steeds meer zichtbaar wordt door de introductie van moderne technologische systemen zoals Google Earth, satellietfoto’s en -metingen, drones, lidar, onderwatersonar en echo, groundpenetrading radar, C14 carbondatering, ijsboringen op Groenland en Antarctica, internet etc.
Maar ook door jonge gepassioneerde wetenschappers die wél buiten de bestaande paden denken en verbanden leggen tussen geologie en biologie en tussen archeologie en mythologie.
Mythologie Een mythologie is het geheel van verhalen en denkbeelden van een bepaalde cultuur waarin belangrijke vragen aan bod komen zoals de oorsprong van de mens, de wereld en natuurverschijnselen. Een mythologie kan in de loop van de tijd veranderen en meegroeien met veranderende omstandigheden. Ze wordt als waarheid beschouwd en is bruikbaar binnen de cultuur waarin ze functioneert, omdat mythen filosofische reflecties, normen, waarden en historische gebeurtenissen uitdrukken.
Mythologie komt onder andere tot uiting in muziek, literatuur, geschiedschrijving, religie en beeldende kunst. Er is één stroming in de mythologie, die we ‘geomythologie’ noemen. Dorothy Vitaliano, een geologe aan de Indiana University, bedacht deze term ‘geomythologie’ in 1968. Ook wel ‘legenden van de Aarde’, ‘landschapsmythologie’, ‘mythen van observatie’, ‘natuurkennis’ genoemd. Het is de studie van mondelinge en schriftelijke tradities die door pre-wetenschappelijke culturen zijn gecreëerd om, vaak in poëtische of mythologische beeldspraak, geologische gebeurtenissen en verschijnselen te verklaren, zoals aardbevingen, kometen, meteorietinslagen, vulkanen, overstromingen, tsunami’s, landvorming, fossielen en natuurlijke kenmerken van het landschap.
Het verhaal over de grote zondvloed is niet alleen een verhaal uit de Bijbel, waarin Noah zijn ark bouwt en overleeft. Over de hele wereld vertellen onafhankelijke inheemse stammen het verhaal van deze grote vloed.
Geomythologie duidt elk geval aan waarin kan worden aangetoond dat de oorsprong van mythen en legenden verwijzingen bevat naar geologische verschijnselen en aspecten in brede zin, met inbegrip van astronomische (kometen, verduisteringen, meteorietinslagen, enz.). Zoals aangegeven door Vitaliano (1973) ‘zijn er in de eerste plaats twee soorten geologische folklore, namelijk die waarin een of ander geologisch kenmerk of het optreden van een of ander geologisch verschijnsel de inspiratie is geweest voor een folkloristische verklaring, en die de verknipte verklaring is van een of andere feitelijke geologische gebeurtenis, meestal een natuurramp’.
Mondelinge tradities over de natuur worden vaak uitgedrukt in mythologische taal en kunnen echte en scherpzinnige natuurkennis bevatten, gebaseerd op zorgvuldige observatie van fysisch bewijsmateriaal gedurende generaties. In sommige gevallen kunnen deze geomythen waardevolle informatie verschaffen over vroegere aardbevingen, tsunami’s, overstromingen, inslaggebeurtenissen, fossiele ontdekkingen en andere gebeurtenissen. Geomythen omvatten volkse verklaringen van opvallende geologische kenmerken, en soms bedrieglijke of metaforische beschrijvingen van catastrofale geologische gebeurtenissen die in de oudheid werden waargenomen.
In het geval van grootschalige geomorfische gebeurtenissen in het pre-menselijke verleden, zoals de vorming van bergen, kwamen waarnemingen en verbeelding samen in mythische verklaringen die millennia lang mondeling werden overgeleverd. In het geval van natuurrampen die zich nog in het levend menselijk geheugen bevinden, werden beschrijvingen generaties lang doorgegeven.
Beide soorten geomythen bevatten vaak bovennatuurlijke details. Omdat de beschrijvende verhalen in mythologische taal werden uitgedrukt, waren wetenschappers en historici zich niet bewust van de werkelijke gebeurtenissen en rationele concepten die in de geomythologische verhalen besloten liggen.
Eén soort geomythe omvat verhalen die voortkomen uit verbeelding of populaire misvattingen, bijvoorbeeld wezens die op magische wijze in steen zijn veranderd om landvormen te verklaren. Naarmate meer onderzoek wordt gedaan in de geomythologie, komen wetenschappers en historici echter tot nauwkeurige inzichten over geologische processen. En dateerbare gebeurtenissen zoals tsunami’s, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen blijken te zijn opgetekend door ooggetuigenverslagen, sommige van duizenden jaren geleden. Sommige mythen brachten echte informatie over echte gebeurtenissen en waarnemingen over, waardoor geologische gegevens millennia lang bewaard bleven binnen nietgeletterde culturen.
De ringvormige constructie van ‘Atlantis’ zoals het beeld in veel verhalen over Atlantis wordt getekend.
Een goed gedocumenteerd voorbeeld van een dateerbare geologische gebeurtenis die in mythen is vastgelegd, is het ontstaan van Crater Lake in Oregon toen Mount Mazama instortte. De wetenschappelijke interpretatie van geologen van hoe het vulkanische cataclysme lang geleden resulteerde in Crater Lake, wordt punt voor punt herhaald in een lokale mythe over het ontstaan ervan, verteld door leden van de Klamath Indianenstam die het bijna 8.000 jaar geleden zagen gebeuren.
Net zoals de mythe van Atlantis die door de Griekse filosoof Plato wordt beschreven in Timeus, komt door recente ondekkingen steeds dichter bij de waarheid. Dit boek is het eerste deel van de reeks ‘De Oude Wereld’ met onderwerpen over de wereldgeschiedenis van vóór de laatste IJstijd 12.800 jaar geleden en gestaafd op vele onderzoeken en wetenschappelijke informatie met zoveel mogelijk beeldmateriaal om de lezer zo breed mogelijk te informeren. De in dit boek beschreven ‘natuurlijke fenomenen’ worden ook beschreven op diverse plekken in De Bijbel en andere oude overleveringen. Een reis die je zal verrassen door de indrukken en mooie foto’s van de gigantische reuzenbomen en overblijfselen uit de werkelijke ‘Oude Wereld’.
* * *
Op deze foto’s hiernaast/onder, overgenomen uit het boek, zien we verschillende variaties van versteende bomen zoals deze in de natuur voorkomen. Zie vooral de kleurverschillen en -schakeringen in de verstening. Versteend hout is het resultaat van een boom die door het proces van permineralisatie in steen verandert. Alle organische materialen van de boom zijn vervangen door silicaatmineralen, meestal een kwarts, met behoud van de oorspronkelijke structuur van het hout.
In tegenstelling tot andere soorten fossielen die compressies of afdrukken zijn, is versteend hout een driedimensionale weergave van het oorspronkelijke organische materiaal. Het versteningsproces vindt ondergronds plaats, wanneer hout bedekt begint te worden met sedimenten. Het is in eerste instantie bewaard gebleven door gebrek aan zuurstof. Mineraalrijk water dat door de sedimenten stroomt, zet mineralen af in de cellen van de boom.
Terwijl de lignine en cellulose van de boom beginnen te rotten, begint zich ook een steenvorm te vormen! En wanneer versteende bomen in plakken worden gezaagd en gepolijst, dan worden de mooiste organische minerale sedimenten zichtbaar in prachtige kleurschakeringen.
Zwart geeft meestal de aanwezigheid van koolstof aan. Groene of blauwe tinten komen meestal van kobalt, koper of chroom. Zwartachtige en gele kleuren kunnen het gevolg zijn van mangaanoxiden. Roze of oranje kleuren zijn het resultaat van mangaan. Rode, bruine en gele tinten worden bijgedragen door ijzeroxiden.
Bij het kijken naar het fotomateriaal van de maan, kunnen we mogelijk ook aanwijzingen treffen over onze eigen geschiedenis. Gregg Braden laat een aantal beelden zien, waarbij ik heel nieuwsgierig wordt. Gregg zegt ook dat landen, die binnenkort naar de maan gaan, zoals China en India, geen afspraken meer hebben om bepaalde artefacten geheim te houden, en dat dit heel belangrijk kan zijn voor ons als beschaving.
Gregg Braden – Unravelling the Mysteries of Our Past… Examining Out of Place Artefacts
Gregg Braden examines a series of ancient artefacts and asks this very important question – ‘ How Far Back Do These Ancient Artefacts Go? And Here Is Even Bigger Question – Are These Artefacts Confined Only to This Planet?’
==================== ======================
De Rode Planeet – duidden beelden op plasma?
Er is een andere kijk op hoe bepaalde artefacten, bij voorbeeld, de gesmolten stuk klei op de maan zou kunnen ontstaan. Het wordt uitgelegd met Mars als voorbeeld. Het gaat over de plasma-technologie die vele afgeplatte bergen, strak afgesneden canyons en de “litteken op Mars” zouden kunnen verklaren. Meer vanuit astronomie, maar ik vond het fascinerend om te kijken.
Symbols of an Alien Sky, Episode 2: The Lightning Scarred Planet Mars
Clementine (officieel het Deep Space Program Science Experiment (DSPSE) genoemd) was een gezamenlijk ruimteproject tussen de Ballistic Missile Defense Organization (voorheen de Strategic Defense Initiative Organization ) en NASA , gelanceerd op 25 januari 1994. Het doel was om sensoren en ruimtevaartuigcomponenten bij langdurige blootstelling aan de ruimte en om wetenschappelijke waarnemingen te doen van zowel de maan als de nabije aarde-asteroïde 1620 Geographos . Waarneming van de asteroïde is niet gemaakt vanwege een storing in het ruimtevaartuig.
Clementine (1994)
De maan waarnemingen opgenomen beeldvorming bij verschillende golflengten in het zichtbare en in ultraviolet en infrarood, laser variërend hoogte-meting, gravimetrie en geladen deeltjes metingen. Deze waarnemingen waren bedoeld voor het verkrijgen van multispectrale beeldvorming van het gehele maanoppervlak, het beoordelen van de oppervlakteminerologie van de maan, het verkrijgen van hoogtemetingen van 60N tot 60S breedtegraad en het verkrijgen van zwaartekrachtgegevens voor de nabije zijde. Er waren ook plannen om de grootte, vorm, rotatiekenmerken, oppervlakte-eigenschappen en kraterstatistieken van Geographos af te beelden en te bepalen. <…>