In de Ware waterstroom

(gedeeld door Jara)

Kunnen we stoppen met het zijn van onze eigen kopie?

Niet langer voortbrengen wat gemodelleerd is geworden?

Een halt toeroepen aan het doordravende van de eens zo raak gevonden pulsen

Ook en misschien wel júist het vooraan opgebouwde bewustzijns ID annuleren

De projecten, uitingen, samenkomsten en vormen die het in een eerder moment waren, loslaten, gewoon los? En niet in een herhaling laten verschieten?

– De houdbaarheids Data zijn voorbij –

En wij kunnen voorbij dit gedrag gaan bewegen

Compleet vanuit Nieuw en Nu, móet het ontstaan,

vanuit de diepst innerlijke authentiekste straal van Ooit van wie wij zijn

Dat andere gewoon niet meer, het mag vervallen, kunnen we het laten vervallen?

En kan je jezelf laten vallen? In dat Echte?

In de Ware waterstroom

En dan…


DAT GING HEEL DIEP……

(door Emma Krebs)

We hadden heerlijk gegeten met vrienden veel gepraat en nu op weg naar station Muiderpoort, hier splitsten onze wegen, wij gingen op weg naar Den Haag, overstappen in Amsterdam.

Op dat kleine stukje zeer gezellig gepraat met een jonge vrouw uit Azerbeidzjan, we stapten uit en wensten elkaar goede reis toe. Deze keer had ik 2 tassen mee, handtas en schoudertas en ben eigenlijk altijd wel alert, deze keer niet.

“He, ik miste mijn schoudertas gewoon weg met alles erop en in ik vloog terug de trein in alle mensen wegduwend maar niets, niets, weg, dit alles in enkele seconden. In 1ste instantie kreeg ik een doodsschrik, alles zat erin, verschillende betaalpasjes, paspoort, cash geld, camera, ook de pasjes van mijn broer, allerlei persoonlijke gegevens en bril.

Ik herstelde me heel snel…actie…terug naar Muiderpoort, misschien stond de tas daar nog onder een bankje (haha, wens), de vriendin vloog mee ze was met mij mee gereisd op mijn voordeelurenkaart.  Dus ook geen vervoersbewijzen meer…helemaal niets meer wat belangrijk is in deze maatschappij.

Er begon zich iets wonderlijks te voltrekken: ik begon het grappig te vinden had niets meer wat mijn bestaan hier op aarde kon vertellen dat ik Emma was. De vriendin begon zich op te winden, hoe kan je nu zo rustig zijn? Ik kwam los van dat alles.

Bij de Muiderpoort was natuurlijk geen tas onder een bankje of zo. Terug naar restaurant waar we gezeten hadden ,nee niets gevonden wel veel medeleven.

Er bleef ons niets anders over daar naar de politie te gaan aangifte doe. Om 22.30 uur op het politie buro waar een jonge agent dienst had.

Nu gaat het echt dol worden “Nee, mevrouw, kunt geen aangifte doen want U weet niet of het gestolen of verloren is.

Nu zei ik “zo U wilt verloren, daarna bleek gestolen. Omdat we waren gaan zoeken, heette het verloren.

En…….. nu komt het: ik moest bewijzen wie ik was, wat de vriendin ook zei “ja, dat is echt Emma, ik ken haar al jaren.” Ze kon wel van alles zeggen zei de agent. Ik moest bewijzen tonen…het werd steeds grappiger en vriendin die ook haar mond niet hield, de hele inhoud van de tas maakte me eigenlijk niets meer uit en bewijzen had ik niet. Wat nu?

Ik moest vaststellen dat ik niemand was, ik had geen identiteit meer, ik alleen wist dat ik echt Emma was en vrienden die mij kenden. Bankpasjes laten blokkeren, nee, zei de agent en nog eens nee, wat een gedoe, eindelijk. Dan ja, mocht ik de banken bellen, 3 stuks (ik was mentor van mijn broer via de rechtbank aangesteld, hij had agressieve alzheimer, vandaar zijn pasjes).

ING bank ging vlot, ABN Amro had storing die tot de volgende dag duurde – blokkeren onmogelijk… Meisje van de Rabobank vertikte het, nu dus 2 rekeningen niet geblokkeerd. Ik vroeg de agent om een ondertekend schrijven dat mijn tas met inhoud gestolen was zodat we zonder vervoersbewijs met de trein konden reizen. De agent sputterde nog tegen maar… uiteindelijk schreef hij het dan op een vodje papier.

De agent ging door met zijn werk bekeek ons niet meer. Ik begon het zat te worden, leunde over zijn verhoging waar hij achter zat en zei: “Ik lijk Rene Visser wel”. Meer niet. Zijn reaktie was prachtig: heel langzaam draaide hij zijn hoofd weg van zijn papier mijn richting uit. Onze ogen ontmoeten elkaar…ik grijnsde heel onschuldig en had echt leedvermaak. Zei: “…nu ben ik ook zonder alles, alleen ongewild maar verder wel hetzelfde.” (Rene Visser had in die tijd al zijn pasjes doorgeknipt. Rene had gezegd dat dat zeker invloed had op jou als mens).

Heel bijzonder, wat een schat aan ervaringen kreeg ik. De agent stopte zijn aantekeningen in een la en ik kreeg het vodje papier met alleen telefoonnummer van ‘gevonden voorwerpen’ Amsterdam.

We gingen op weg naar het station, ik voelde me wonderlijk…ik was niemand, ik grijnsde. Ik wist wel beter, ik was mijn ware zelf en ontdekte hoe en wat voor invloed dat soort pasjes hebben. Dat vond ik verbijsterend daar ik er nooit veel mee had gehad alleen maar omdat het niet meer anders kon, systeem! Nu kwam ik tot de ontdekking dat het altijd invloed heeft, daar je in het systeem zit. De ervaring was anders.

Echt niemand zijn, alleen je ware Zelf, ik voelde me vrij, zonder ballast, geweldig. Ineens hoorde ik keihard een stem die riep: “HET komt terecht”. Ik keek om me heen, niemand te zien en vroeg de vriendin “hoorde jij dat ook?” Vragend werd ik aangekeken “wat” die keiharde stem. Ik was in de veronderstelling dat iedereen dat kon horen. Alleen ik had het gehoord. De reis naar huis verliep voorspoedig, alleen de vriendin wondt zich weer op, nu over mij “hoe kan je zo rustig zijn, je straalt.”

Het weer was heerlijk heel warm, heerlijk thuis geslapen, volgende dag kriebelde het en ik miste mijn bril erg. De zon scheen en het lokte me naar dezelfde plek terug te gaan, stel, dat ze mijn bril vonden en hem afgaven bij de politie, die moesten toch weten wie zie moesten bellen……o, nee dat kon niet want ik kon niet bewijzen wie ik was dat ik was wie ik was voor de maatschappij. Voor de maatschappij.! Ik vond nog wat kleingeld voor een drankje en ging op weg met alleen mezelf.

Genietend van de treinreis kwam ik aan op station Muiderpoort, het was puffend heet, ik besloot alle bossages in de buurt van het station door te werken. Het aparte is dat ik dit deed zonder gene, gewoonlijk zou ik denken: wat zullen de mensen wel denken ….nu niet. Ik had een rede.

Een man hielp nog een tijdje mee zoeken, daarna alleen, niemand keek en vroeg: wat doet U daar, of rare blikken. Ik was vrij, ik was mijn ware zelf.

Al genietend hoe raar dat ook klinkt, ontdekte ik een hele verborgen wereld tussen de struiken…matrassen, hutjes en van allerlei bezittingen, de mijne niet en ook mijn bril niet. Ik kroop onder en door de bossages, wat veel groter was dan ik dacht. Nog eens naar het restaurant waar we heerlijk gegeten hadden. De straten zagen er anders uit: het zonlicht gaf een helderheid met veel ruimte lichtend overal, de brede wandelweg met grasranden leken wel marmer, en daar liep ik – iemand die niemand was.

Daardoor was ik juist meer aanwezig dan ooit. Een zacht briesje waaide zachtjes door mijn haren, het streelde mijn huid, wat een rijk gevoel hier zo op deze manier aanwezig te zijn! In het restaurant vond ik ook weer geen tas, kocht van de laatste euro’s een broodje, wat verrukkelijk smaakte, wat een genot in deze wonderlijke wereld om mij heen. Raakte verzeild in het verhaal van het Turkse jongetje. Driehoog op een piepklein balkonnetje aan het spelen met een ballon, een briesje liet de ballon naar beneden zweven, danste tussen de auto’s door. Het jongetje rende naar beneden en mama gilde op het balkon, het was ook levensgevaarlijk. Een kleine knal maakte een einde aan de gevaarlijke situatie – ballon was niet meer. Een klein jongetje in mijn armen snikkend van verdriet, totdat de moeder buiten adem de deur uit kwam rennen en het kind een hele retirade moest aanhoren…

Mijn omzwervingen brachten mij na een poosje bij een terrasje, pff, wat was het warm, had nog 2 euro en besloot mezelf op een biertje te trakteren … loom zat ik erbij, relaxed en fijn los van alles, de kelner vond de 2 euro goed, daar het zo warm was. Op weg naar het politieburo even door het Oosterpark. Daar werd een verjaardag gevierd, een groep zigeuners speelde de sterren van de hemel, ze nodigden me uit en ik ging er gezellig bij zitten. Ja, en dan eindelijk het buro, ik stapte naar binnen, vertelde het verhaal. Nee, er was niets afgegeven, ook geen bril, nee, ik kon geen aangifte doen. Ik bleef niemand. Wonderlijk, hoe dat afhankelijk is van een stel kaartjes.

Zo nog wat gaan dwalen daar houd ik van, de tijd vorderde en ging naar het station terug, stapte over in Amsterdam Centraal, was al op het goede perron en … deed mij op mijn schreden terugkeren naar de gevonden voorwerpen, dat ik daar niet aandacht had. Het was een ingeving.

Een medewerker kwam naar mij toe, ik vroeg hem of ze een hele oude zwarte handtas binnengekregen hadden, een tas die er niet uitzag. Zijn ogen begonnen te glinsteren, het gaf mij hoop en, ja, daar was hij weer en aan z’n vinger bungelde mijn oude tas. Ik joelde: ”Ja, daar is ze, Emma is er weer.” Maar moest nog even geduld hebben voordat ik Emma kon verwelkomen. De man vroeg wat erin zat, ik somde steeds wat op, alles was er: paspoort, bankpasjes fotocamera behalve mijn cashgeld, had daarvoor net gepind 300 euro, weg. Ach, jammer, maar het mocht de pret niet drukken. De man vroeg nog eens naar mijn naam, vergeleek het met de inhoud, het klopte en hij reikte mij de tas.

Ik sloot Emma in mijn armen, kuste haar overal, de tas dus, uitroepend: Emma, je bent er weer! (Natuurlijk, maakte ik toneel, maar het voelde wel zo.) De man herkende wat ik deed, hij was een vluchteling, even gepraat, statenloos zijn, hoe wonderlijk.

Lang ben ik blijven voelen, dat mijn tas met z’n totale inhoud mijn persoon was. Ik bleef een tijd dit duidelijk voelen, niemand zijn, los van alles. Ik was in een ander energieveld terecht gekomen, wat ik zelf diep ervaren heb, verbonden met mijn afkomst en wandelde door een wonderlijke wereld waar ik later weer in terug duikelde af en toe nog even weer dat, wat ik Ben… maar de persoonlijkheid kwam weer terug en ik was weer Emma als aardemens.

Toch sijpelt het andere er steeds weer doorheen, het is in mij, bij mij.

Art cover: Maxfield Parrish: Princess Parizade Bringing Home the Singing Tree


Luister!, hoor mens aan

(door moniek van pelt) ik kan urenlang luisteren naar pianomuziek. Luisteren doet de zee en ik doe druppel voor druppel mee. ik beluister de bomen, de rivieren, de wind en het gras en zij richten zich tot mij. De bloemen geven kleurrijk aandacht, ik voel me bloesems lang bezien. De dieren fluisteren als ik luister, soms met een luide samenbrul. Het tekenpapier luistert mijn beeld tot leven. Als ik de vrijheid in mij beluister straal ik, mijn ware aanzien laat zich onomwonden zien. Ik hoor de wezens spreken tot ver in de kosmos, vol verhalen over een thuis die ik zo goed ken. In diepe afstemming laat ik mij door de levenskracht beschrijven als nooit te voren. Ik ervaar de immense fonkeling van leven in mijn waarneming, die meer omvat dan alleen mijn oren. Als ik luister naar mijn lichaam weet ik wat ze nodig heeft, wat er echt mankeert (de man-mens-inkeer) en hoe ik hierin kan zakken. En eigenlijk is het nooit de beschrijving van wat een dokter of de healer mij vertelt. Ik beluister andere talen, technologische verhalen, die mij niet voorspellen of verdoemen. Ik beluister geometrie in vele vormen en observeer de vrije mandela er dwars doorheen. Ik bemerk mijn enorme gevoeligheid voor leven al tijd als ik vrijuit luister. Ik voelde diep in, in het sterven van mijn aardse vader. In het geluid van het doodse zelf voelde ik zijn geloof erin. En de computerschermen bleven aan. Hij was mijn vader wel en hij was mijn vader niet. Hij ging niet naar huis en ik was hier niet thuis. En de vogels vlogen hoorbaar in hun gouden vlucht, rakend aan alle adem.

Ik zing mijn luisteringen aan de stilte, de sterren, aan het kind. En zij trillen zichtbaar terug. Ik beluister dat wat nooit gezegd is hier in ware woorden, omdat het zich geheimhouden wil. Maar mijn beweging in afstemming is vaak te verfijnd, te warm en trilt door de grove mazen van die wet heen. Ik luister en pel af, laag na laag na laag. En ik speel met bollen, draaiing, land en waarheid. Ik voel mij in die bewegingen zo speels, zo open, zo echt. Alles om mij heen reageert op mijn aanwezigheid, als is het op aarde dan een beetje en niet ten volle zoals thuis. Ja, zo ken ik het in mij..   Er is eigenlijk maar één ding van wat mij tegen zou kunnen houden om op te gaan in die kracht, in die energie. En dat is niet eens zozeer de overheersingstechnologie die de aarde wil en denkt te beheersen. Nee, het is de mens zelf. Mijn volk, die en masse drijft op een ingevoegde bestaanslaag die niet van hen is en die trilt en beeft.. van angst. Angst die de mens vol verleden vormt en normt en die hem uiterst bangt voor een mogelijke hack van lijf en zinnen. En ik luister naar de krachtsfrequenties die zich ver van mij houden, omdat er geen doorgangen zijn momenteel om in dit bezette veld die kracht vollicht te leven. Ik luister naar de aarde die niet goed gevoeld wordt en waar zo zwaar op geleund en gekreund en van geroofd wordt.

En ik luister naar de angst die in mij wil heersen. De mens die denkt dat hij weet dat hij denkt wie hij is.. De mens die spreekt tot hij preekt. De mens die zalft. De mens die troont. De mens die dwaalt. De mens die zich omringt met spirituele kleuren en geuren. De mens die is opgeleid in de leer van het systeem en zich warm houdt met feitenbreisels. De mens die gelooft in de verhaallijnen voor zijn neus. De mens die het heeft over verschillen tussen technisch en begrijpend luisteren. De mens die het maar blijft hebben over de kloof tussen kind en volwassene. De mens die redt en hoedt en opvoedt en onderwijst. De mens die in focus zo gericht is op geneeskunst, politiek, wetenschap en luistert naar alles behalve zijn ware natuur. De bange mens, zo bang voor lijf en mogelijkheden, zo angstig voor echte technologie.

Die mens wijst naar een tijdsbubbel waarin beelden afdraaien als van een film. Mijn persoon moet daarin een rol spelen. En in die ervaring van die bubbel ga ik dan in verleden tijd spreken en over mij. Hoe mal, om zo te moeten luisteren naar wie ik niet ben. Ik zal toch een stukje met je delen van dit verleden in mij en luister naar de frequentie;

Die mens luisterde nooit naar mij toen ik jong en kind, en toen ik zo vaak happend naar frisse lucht.. Ik werd er nukkig mens van, rebels, warrig, vergeetachtig en vol dromen. Weigerend om te gehoorzamen. En uiteindelijk weigerend om te luisteren naar deze frequentie vol van beta en beterweter. Want in die trilling in het verplichte luisteren, lag reeds het grote akkoord aan dit leven, zoals ik blijkbaar voorbestemd was. Ieder knikte van ja. En ik kon het niet, ik had mijn taal erin nog niet gevonden en ik liet me er niet naartoe sturen. Al moest ik wel gehoorzamen soms, te vaak dan me lief was. Die beta manische frequentie liet me voelen dat ik dit leven dus niet wilde en dan maar doods moest denken. En dus voel-dacht ik aan dood. Het werd mijn fascinatie, want als ik naar dood luisterde zoals ik naar het sterrenleven luisterde, dan kreeg ik bij de energie dood geen vrije beweging terug. Geen fijngevoeligheid trof mij, nee mijn aanwezigheid sloeg neer. dood. En ik luisterde dieper. Dit was niet wat de wind me zei, de blaadjes en de tak. Zij spraken anders, zo anders. Ik raakte diep verwikkeld in een gevecht om spontaniteit. En als ik thuis was in mijn eigen omgeving, dan hoorde ik soms direct , soms langzaam, de waarheid van leven altijd weer gaan spreken. Als ik uitgevochten was met de beelden in mijn hoofd, die ik meenam van buiten. Maar ik hield niet alle beelden buiten. Sommige beelden kropen heimelijker weg, dan ik hen kon terugvinden in trilling. En daar waar ik vocht om mijzelf tegen mijzelf, was ik daar wel thuis?

Ben je er nog? Ik hoor de beta manische trilling in dit gevecht om zelf, in mij. Ik zou nog paginalang door kunnen schrijven over de leegheid, het verlangen, het informatiegebrek, de zoektocht. Over mijn vallen en opstaan. En dan zou ik schrijven naar de punt vol openheid en heelheid. Het zou het verhaal rond maken. Mensen houden van een mooie ronding aan een verhaal. En ik zou de frisse lucht ademen in wat ze hier de thetastaat van zijn noemen. Het bewustzijn in de hersenen die het aardse verhalenspel kan overzien, die de leegte in zichzelf echt kan aanvaarden en die weet heeft van het echte mensthuis op zovele plekken in de kosmos. Ik zou wederom willen delen van hoe je jezelf uit de bezette beta-brein-staat kunt spreken. En het is prachtig om zo te schrijven. Ik heb het jarenlang gedaan en doe het nog. Het is een ritme van zijn in een poging, een onaffe herinnering in melancholie meedragend en daarin zoekend naar de gaten en dan springen. Overigens doen veel mensen alsof ze ergens uit gesprongen zijn en dat zijn ze dan toch niet echt. … verder lezen

Bron: Earth Matters https://earth-matters.nl/moniek-van-pelt/luister/


Ree!

ik voel de stilte voor de storm 
ik zie de tekens in de wereld
drie ratten kruipen aan wal
het schip Turbulentie geflankeerd door het schip Protection liggen aan de kade
de zon begint zich net te verschuilen achter de rustige mooie wolken
ik loop vastberaden en zelfverzekerd door de stad, het park en langs de rivier
zelfverzekerd, niet door wat ik doe of niet doe, wie ik ben of waar ik vandaan kom
maar doordat ik verzekerd ben van mijzelf, ik ben mijn zelf
een kracht waar ik niet naar toe hoef te groeien of die ik moet bereiken
mijn denken blijft schoon door de voeding van het hart
dat klopt en de verschillende emoties en frequenties emaneert en doet landen
alles is hier
er is nog weinig tijd om steviger gevestigd te zijn in dat wat alles weerstaat
die plek waar weten huist en onwaarheid wordt ontmaskerd
de kennis en het weten van het hart wordt gevoed door de connectie met
en de stroom van Leven, wat altijd vrij is, ook als het ogenschijnlijk gevangen lijkt
ik leef hier en nu en ben onderhevig aan de beperkingen en de beïnvloedingen
dus ik mag vallen, opstaan en weer doorgaan
met zijn, voelen, onderscheiden, verblijden, verrukken en ook lijden
maar niet blijven hangen, sir
ja ik ben een heer, een koning zelfs, gelijk aan ieder ander
in het koninkrijk zonder onderdanen, waar een ieder zelf bepalen mag
wat, hoe, wanneer en op welke wijze en met wie
er een ontdekkingsreis wordt gestart of een wereld wordt gecreëerd
of wordt samengewerkt om een wereld te bevrijden
van buitenaf of van binnenuit
met elke minuut en elk uur wordt ik meer en meer alert
wat nodig is want hoe krachtiger ik , jij en al die ikken over de hele planeet worden
hoe steviger de tegenstand en hoe dichter bij het moment supreme
wat altijd nu is en niet per se één moment en dat je daarna op je reet kunt rusten
kus je pijn en omarm de persoon, dat wat bij het lichaam en het verhaal hoort van deze wereld
maar weet dat dit alleen was en is omdat Jij er bent, wat niet de persoon en het verhaal is van slechts hier en nu op Aarde
maar het wezen dat op vele werelden heeft geleefd en hier is gekomen omdat
het wist van het plan en weet dat het kan
wat fijn dat wij er zijn en dat we het samen doen
door ieder voor zich er te zijn
wakker en bewust
klaar om te wenden….?


jortus.com