Luisteren

Kan een gedachte luisteren?

Stel je voor dat een vriendin je vertelt over de details van haar dag en, in plaats van te luisteren naar wat er gezegd wordt, komen er één voor één luidruchtige gedachten in je op. Deze gedachten kunnen bepaalde details van haar verhaal in twijfel trekken, het eens of oneens zijn met haar beoordeling van een situatie waarover ze vertelt, of zelfs afdwalen naar details van je dag of of je vanochtend de katten eten hebt gegeven.

Gedachten luisteren niet. Alleen bewustzijn doet dat. Besef dat jij de bewuste ruimte bent waarin je vriendin praat. Voel het bewustzijn van aanwezig zijn van het innerlijke lichaam en de geest. Dat bewustzijn is van nature wakker en stil. Het luistert moeiteloos. Als er luidruchtige gedachten opkomen tijdens het luisteren, zie het gewoon. Door ze te zien, herkent de innerlijke ruimte zichzelf weer.

Wanneer een stem opkomt die je vertelt dat “je meer moet luisteren”, herken dan die gedachte. Die gedachte is geen luisteren. Door elke gedachte op te merken, mag de gedachte een natuurlijke dood sterven. Elke gedachte ontstaat uit en verdwijnt in de ruimte. Terwijl elke gedachte sterft, blijft de ruimte over die werkelijk luistert. Deze ruimte bevat oprechte compassie. Daarom zal elke reactie op je vriend(in) die vanuit die ruimte komt, van nature compassievol zijn.

Uit: Reflections of the One Life van Scott Kiloby


Listening

Does thought listen?

Imagine a friend telling you about the details of her day and, rather that hearing what is being said, noisy thoughts are coming up one by one in your mind. These thoughts may be questioning certain details of her story, agreeing or disagreeing with her assessment of some situation she is telling you about, or even wandering into details of your day or whether you fed the cats this morning.

Thought does not listen. Only awareness does. Recognize that you are the aware space in which your friend is talking. Sense the present awareness of the inner body and mind. That awareness is naturally awake and quiet. It effortlessly listens. If any noisy thoughts arise while listening, simply see them. In seeing them, the inward space recognizes itself again.

When a voice arises that tells you that “you should listen more,” just notice that thought. That thought isn’t listening. In noticing each thought, the thought is allowed to die its natural death. Every thought arises and falls from the space. As each thought dies, what is left is the space that is truly listening. This space contains true compassion. Therefore, any response to your friend that comes from that space will be naturally compassionate.

From: Reflections of the One Life by Scott Kiloby

Image by Matt on Flickr


Erbij horen

(door David Price)

Een doel van het menselijk leven, ongeacht wie het bestuurt, is om van iedereen te houden die in de buurt is om bemind te worden.

— Kurt Vonnegut

*

Een schrijver – en ik geloof in het algemeen alle mensen – moet denken dat wat er ook met hem of haar gebeurt, een hulpbron is. Alle dingen zijn ons gegeven met een rede, en een kunstenaar moet dit intenser voelen. Alles wat ons overkomt, inclusief onze vernederingen, onze tegenslagen, onze verlegenheid, alles wordt ons gegeven als grondstof, als klei, zodat we het tot onze kunst kunnen kneden.

— Jorge Luis Borges

*

Na een paar minuten bewust ademen, sluit ik mijn ogen en luister naar alles wat ik kan horen: mijn eigen ademhaling, het gezoem van de koelkast, af en toe passerende auto’s, vogels die beginnen te fluiten rond 5:20 deze tijd van het jaar. Dan, naarmate mijn verbeelding er meer bij betrokken raakt, begin ik te ‘horen’ wat ik beschouw als het gezoem van de kosmos eronder. De langzame stem van het goddelijke?

Voor mijn doeleinden maakt het niet uit hoeveel van dit gezoem wordt ingebeeld. Ik voel het mijn zintuigen doordringen. Het is alsof alles gonst van het leven, niet alleen organische wezens. Het geeft me het gevoel dat ik een klein deel van de kosmos hoor die zijn gang gaat, met mij een klein deel ervan.

– Dr. Craig Chalquist

*

Jij hoort erbij. Overal. Ja, jij – met al je geschiedenis, angst, pijn. Ja, overal – in elke cultuur, gemeenschap, omstandigheid. Jij hoort bij dit lichaam. Je hoort bij dit moment. Je hoort bij deze adem… en deze. Je hoorde er altijd bij.

— Sebene Selassie

*

Er niet bij horen is onze geheime zorg, niet bij onze samenleving horen, zelfs niet bij onze familie, en dat gevoel achtervolgt ons terwijl we blijven proberen ons lidmaatschap te verdienen in een cultuur van afgescheidenheid en oordeel. School en later werk zijn gebaseerd op beloning en straf. De ergste straf is uitsluiting. Ons lot drijft op een gevoel van verbondenheid of het ontbreken daarvan. We raken zo vroeg gewond dat we in het geheim bang zijn voor verraad terwijl we zelf dezelfde zonden en overtredingen begaan.

Op deze manier verlaten we de levens die ons nodig hebben. De familie van levende wezens wordt over de hele planeet aan flarden gescheurd omdat we niet het gevoel hebben dat we erbij horen en het ons niet kan schelen. We hebben geleerd om er niet om te geven, om de wereld en haar lijden niet op te merken. We plannen onze ontsnapping naar Mars, met de fantasie om helemaal opnieuw te beginnen. We sluiten onwaardige mensen uit, op basis van hun accent of huidskleur. Het laatste wat ons opvalt is het ‘gezoem van de kosmos’. Daar hebben we geen tijd voor.

Onze politiek is een voortdurende strijd tussen diegene, die uitgebuit zijn en de uitbuiters. Ons onderwijs meet onze aanpassingsvermogen en gehoorzaamheid aan dat systeem. We ontwikkelen een drive om “onze kost te verdienen” omdat we weten dat we er niet toe doen alleen omdat we een mens zijn; we hebben deze regels onthouden toen we aan het opgroeien waren. De mentaliteit die deze cultuur creëert en in stand houdt, is goedgelovig, kinderachtig en half slapend.

In een samenleving die persoonlijke vooruitgang boven alles waardeert, is hebzucht de locomotief. Acculturatie, of ingroeien in dit systeem begint al heel vroeg, wanneer we nog beïnvloedbare kinderen zijn. We weten niets anders, dus we twijfelen er niet aan.

Tsuchiya Koitsu – Benkei-brug, 1933.

Sommige mensen breken met deze cultuur omdat ze een band hebben ontwikkeld met iets dat meer betekenis heeft, iets dat voor hen mooi is. Dat zijn de excentriekelingen en afvalligen die de middelen bij elkaar kunnen rapen om te overleven met behoud van hun innerlijke leven.

Als we onszelf weer aan elkaar kunnen knopen, kunnen we misschien weer bij de wereld horen. Het wacht nog steeds op ons, maar we moeten weer leren luisteren. De schepping is er nog steeds, we hebben het nog niet helemaal vernietigd. Wat de “langzame stem van het goddelijke” genoemd mag worden, spreekt nog steeds. We horen het misschien niet, maar we kunnen het niet de mond snoeren. Het enige dat nodig is, is weten dat we bij voorbaat erbij horen en een rol spelen in het voort-durende wonder. Als we verbaasd konden zijn in plaats van eeuwig bezig te zijn, zouden we onszelf en tegelijkertijd de wereld kunnen redden.

Denis Sarazhin

Bron: https://davidprice-26453.medium.com/belonging-34c401ff9915

Cover art: van Calvin Forsythe


Luister!, hoor mens aan

(door moniek van pelt) ik kan urenlang luisteren naar pianomuziek. Luisteren doet de zee en ik doe druppel voor druppel mee. ik beluister de bomen, de rivieren, de wind en het gras en zij richten zich tot mij. De bloemen geven kleurrijk aandacht, ik voel me bloesems lang bezien. De dieren fluisteren als ik luister, soms met een luide samenbrul. Het tekenpapier luistert mijn beeld tot leven. Als ik de vrijheid in mij beluister straal ik, mijn ware aanzien laat zich onomwonden zien. Ik hoor de wezens spreken tot ver in de kosmos, vol verhalen over een thuis die ik zo goed ken. In diepe afstemming laat ik mij door de levenskracht beschrijven als nooit te voren. Ik ervaar de immense fonkeling van leven in mijn waarneming, die meer omvat dan alleen mijn oren. Als ik luister naar mijn lichaam weet ik wat ze nodig heeft, wat er echt mankeert (de man-mens-inkeer) en hoe ik hierin kan zakken. En eigenlijk is het nooit de beschrijving van wat een dokter of de healer mij vertelt. Ik beluister andere talen, technologische verhalen, die mij niet voorspellen of verdoemen. Ik beluister geometrie in vele vormen en observeer de vrije mandela er dwars doorheen. Ik bemerk mijn enorme gevoeligheid voor leven al tijd als ik vrijuit luister. Ik voelde diep in, in het sterven van mijn aardse vader. In het geluid van het doodse zelf voelde ik zijn geloof erin. En de computerschermen bleven aan. Hij was mijn vader wel en hij was mijn vader niet. Hij ging niet naar huis en ik was hier niet thuis. En de vogels vlogen hoorbaar in hun gouden vlucht, rakend aan alle adem.

Ik zing mijn luisteringen aan de stilte, de sterren, aan het kind. En zij trillen zichtbaar terug. Ik beluister dat wat nooit gezegd is hier in ware woorden, omdat het zich geheimhouden wil. Maar mijn beweging in afstemming is vaak te verfijnd, te warm en trilt door de grove mazen van die wet heen. Ik luister en pel af, laag na laag na laag. En ik speel met bollen, draaiing, land en waarheid. Ik voel mij in die bewegingen zo speels, zo open, zo echt. Alles om mij heen reageert op mijn aanwezigheid, als is het op aarde dan een beetje en niet ten volle zoals thuis. Ja, zo ken ik het in mij..   Er is eigenlijk maar één ding van wat mij tegen zou kunnen houden om op te gaan in die kracht, in die energie. En dat is niet eens zozeer de overheersingstechnologie die de aarde wil en denkt te beheersen. Nee, het is de mens zelf. Mijn volk, die en masse drijft op een ingevoegde bestaanslaag die niet van hen is en die trilt en beeft.. van angst. Angst die de mens vol verleden vormt en normt en die hem uiterst bangt voor een mogelijke hack van lijf en zinnen. En ik luister naar de krachtsfrequenties die zich ver van mij houden, omdat er geen doorgangen zijn momenteel om in dit bezette veld die kracht vollicht te leven. Ik luister naar de aarde die niet goed gevoeld wordt en waar zo zwaar op geleund en gekreund en van geroofd wordt.

En ik luister naar de angst die in mij wil heersen. De mens die denkt dat hij weet dat hij denkt wie hij is.. De mens die spreekt tot hij preekt. De mens die zalft. De mens die troont. De mens die dwaalt. De mens die zich omringt met spirituele kleuren en geuren. De mens die is opgeleid in de leer van het systeem en zich warm houdt met feitenbreisels. De mens die gelooft in de verhaallijnen voor zijn neus. De mens die het heeft over verschillen tussen technisch en begrijpend luisteren. De mens die het maar blijft hebben over de kloof tussen kind en volwassene. De mens die redt en hoedt en opvoedt en onderwijst. De mens die in focus zo gericht is op geneeskunst, politiek, wetenschap en luistert naar alles behalve zijn ware natuur. De bange mens, zo bang voor lijf en mogelijkheden, zo angstig voor echte technologie.

Die mens wijst naar een tijdsbubbel waarin beelden afdraaien als van een film. Mijn persoon moet daarin een rol spelen. En in die ervaring van die bubbel ga ik dan in verleden tijd spreken en over mij. Hoe mal, om zo te moeten luisteren naar wie ik niet ben. Ik zal toch een stukje met je delen van dit verleden in mij en luister naar de frequentie;

Die mens luisterde nooit naar mij toen ik jong en kind, en toen ik zo vaak happend naar frisse lucht.. Ik werd er nukkig mens van, rebels, warrig, vergeetachtig en vol dromen. Weigerend om te gehoorzamen. En uiteindelijk weigerend om te luisteren naar deze frequentie vol van beta en beterweter. Want in die trilling in het verplichte luisteren, lag reeds het grote akkoord aan dit leven, zoals ik blijkbaar voorbestemd was. Ieder knikte van ja. En ik kon het niet, ik had mijn taal erin nog niet gevonden en ik liet me er niet naartoe sturen. Al moest ik wel gehoorzamen soms, te vaak dan me lief was. Die beta manische frequentie liet me voelen dat ik dit leven dus niet wilde en dan maar doods moest denken. En dus voel-dacht ik aan dood. Het werd mijn fascinatie, want als ik naar dood luisterde zoals ik naar het sterrenleven luisterde, dan kreeg ik bij de energie dood geen vrije beweging terug. Geen fijngevoeligheid trof mij, nee mijn aanwezigheid sloeg neer. dood. En ik luisterde dieper. Dit was niet wat de wind me zei, de blaadjes en de tak. Zij spraken anders, zo anders. Ik raakte diep verwikkeld in een gevecht om spontaniteit. En als ik thuis was in mijn eigen omgeving, dan hoorde ik soms direct , soms langzaam, de waarheid van leven altijd weer gaan spreken. Als ik uitgevochten was met de beelden in mijn hoofd, die ik meenam van buiten. Maar ik hield niet alle beelden buiten. Sommige beelden kropen heimelijker weg, dan ik hen kon terugvinden in trilling. En daar waar ik vocht om mijzelf tegen mijzelf, was ik daar wel thuis?

Ben je er nog? Ik hoor de beta manische trilling in dit gevecht om zelf, in mij. Ik zou nog paginalang door kunnen schrijven over de leegheid, het verlangen, het informatiegebrek, de zoektocht. Over mijn vallen en opstaan. En dan zou ik schrijven naar de punt vol openheid en heelheid. Het zou het verhaal rond maken. Mensen houden van een mooie ronding aan een verhaal. En ik zou de frisse lucht ademen in wat ze hier de thetastaat van zijn noemen. Het bewustzijn in de hersenen die het aardse verhalenspel kan overzien, die de leegte in zichzelf echt kan aanvaarden en die weet heeft van het echte mensthuis op zovele plekken in de kosmos. Ik zou wederom willen delen van hoe je jezelf uit de bezette beta-brein-staat kunt spreken. En het is prachtig om zo te schrijven. Ik heb het jarenlang gedaan en doe het nog. Het is een ritme van zijn in een poging, een onaffe herinnering in melancholie meedragend en daarin zoekend naar de gaten en dan springen. Overigens doen veel mensen alsof ze ergens uit gesprongen zijn en dat zijn ze dan toch niet echt. … verder lezen

Bron: Earth Matters https://earth-matters.nl/moniek-van-pelt/luister/


LAKOTA over STILTE .. THE GIFT OF SILENCE

(door Heleen van den Berg)

“Wij Indianen weten wat stilte is.

We zijn er niet bang voor. Stilte is voor ons zelfs krachtiger dan woorden. Onze oudsten zijn getraind in de manieren van stilte en hebben deze kennis aan ons overgedragen. Observeer, luister, en dan handelen, zouden ze ons vertellen. Dat was de manier van leven.

Bij jou is het precies het tegenovergestelde. Jij leert door te praten. Jij beloont de kinderen die het meest op school praten. In jullie feesten proberen jullie allemaal tegelijkertijd te praten. In je werk heb je altijd vergaderingen waarin iedereen iedereen onderbreekt en allemaal vijf, tien of honderd keer praat. En dat noem je ‘een probleem oplossen’. Als je in een kamer bent en er is stilte, word je nerveus. Je moet de ruimte vullen met geluiden. Dus je praat dwangmatig, zelfs voordat je weet wat je gaat zeggen. Blanken praten graag. Ze staan ​​de ander zelfs niet toe een zin af te maken. Ze onderbreken altijd.

Voor ons Indianen lijkt dit op slechte manieren of zelfs domheid.

Als je begint te praten, ga ik je niet onderbreken.

Ik zal luisteren.

Misschien stop ik met luisteren als ik het niet leuk vind wat je zegt, maar ik zal je niet onderbreken.

Als je klaar bent met praten, zal ik een beslissing nemen over wat je zei, maar ik zal je niet vertellen dat ik het niet eens ben tenzij het belangrijk is. Anders blijf ik gewoon stil en ga ik weg.

Je hebt me alles verteld wat ik moet weten. Er valt niets meer te zeggen.

Maar dit is niet genoeg voor de meerderheid van de blanken.

Mensen moeten hun woorden als zaden beschouwen. Ze moeten ze zaaien en dan in stilte laten groeien.

Onze oudsten leerden ons dat de aarde altijd tegen ons praat, maar we moeten zwijgen om haar te horen.

Naast de onze zijn er veel stemmen. Veel stemmen … ‘

Lakota Verhaal over STILTE van Aŋpétu Wašté Wiŋ (1889-1971)