Martijn: Dit is ook de wereld waar we nu zijn. En ik ben daar ook heel dankbaar voor om hier te zijn. We moeten het ook gewoon hier doen. Hou het simpel, hou het in de basis simpel. We kunnen hele grote veranderingen in onszelf laten stromen maar wel vanuit onszelf. Het vraagt een grote verantwoordelijkheid. En ik zeg dat niet als een meester of een leraar tegen jullie, verre van dat … ik zeg dat als familielid. Gewoon om ons allemaal goed te doordringen van de verantwoordelijkheid die er bij ons aanwezig moet zijn, om te werken hiermee…
Het is een heel oorspronkelijk stuk. We zijn zo ontzettend afgedreven geraakt van bewustzijnsbewegingen in onszelf. … Het gaat niet om techniek. Het is een besef moment vanuit een gevoelsintelligentie bij jezelf, waarin je merkt wanneer je gas geeft. Als je heel veel liefde voor iemand voelt, voor iemand die je nu gewoon heel goed kent, waar je ontzettend veel van houdt … En als je dat niet lukt, omdat je nu even geen mensen kent waarbij je dat goed kunt voelen, misschien is er een dier bij wie het goed kunt voelen … Maar als we ons op dit moment richten op die persoon, dat wezen waar we zo ontzettend veel liefde bij voelen, als we dat nu bij iemand voelen, ga dat maar eens uitleggen wat dat is. En dat wat we dan doen, binnen in onszelf, wat ons vermogen is, die compassie … dat is wat we doen met deze techniek.
En daarvoor moet je wel beseffen, echt beseffen, dat er geen verschil is tussen jou en wie dan ook. Dat is er niet. Natuurlijk, er zijn vervelende momenten. Maar mensen zijn zo slecht als dat ze zich tonen, dat is één. Ze zijn zo slecht als dat jouw brein wordt gesynchroniseerd dat ze slecht zijn, dat is twee, maar ze zijn zo slecht als dat je hen op afstand houdt met je bewustzijn. Hè, als we in bepaalde boeken lezen dat je je naaste lief hebt, dan heeft dat hiermee te maken. Je moet niet goedkeuren wat kwaadaardige krachten zijn. Je moet niet goedkeuren dat er maar allemaal dingen gebeuren wat tegen de vrije wil in gaat. Je moet ook niet bevechten. En je moet ook in ieder mens, in ieder mens die je voor je ziet, die je op de televisie ziet, ieder mens moet je ook de ruimte laten in jezelf om het goede te zien. Dat is heel erg belangrijk.
En ook het leven in elk stuk bewustzijn een plek geven. Extreem waardevol, dit zijn zulke simpele boodschappen, maar nou moeten we het nog maar eens een keer zien of we dit in het slagveld van bewustzijn overeind kunnen houden. En ik zeg je dit omdat het kan. En ik zeg jullie dit niet omdat ik zo goed ben, ik zeg het omdat ik niet lieg. Ik sta op de eerste steen en we kunnen dat!
En het is heel makkelijk om elkaar te verketteren, het is heel makkelijk om iets over een ander te denken. Het is heel makkelijk om iets af te sluiten, dat is allemaal zo gedaan, het is heel eenvoudig, dat gaat supersnel … Hè, het afserveren, uitsluiten en afgelopen. Maar trek nou de boel maar eens open. Kijk nou maar eens naar iedere reactie bij iedereen. Zie nou maar eens dat ieder mens in deze wereld vraagt om een kans, een kans om ook een glimp van jou bewustzijn te ervaren. Om een glimp van jouw goddelijkheid te mogen ervaren. En een glimp van jouw meesterschap als schepper te mogen ervaren. Want wat ontzeg je de ander allemaal door die persoon uit te sluiten?
Reactie: Wat ontzeg je jezelf niet?
Martijn: Ook dat … Het werkt zo van alle kanten eigenlijk uit.
Reactie: Dat slechte is dan ook een vertaling van de Kracht?
Martijn: Het slechte, iets met een andere doelstelling, parasiteert door organische frequentie, dan buigt ie om. Dus dat is een mix. En dat is ook wat er gebeurd als je in een bepaalde sessie samenwerkt, dat die aandachtsvelden zo sterk daarin gaan, doorheen gaan, dus niet in de persoon … We komen niet in elkaar, maar dat die aandachtsvelden zo worden gelanceerd, dat die parasitaire besmetting, dus de parasitaire intelligentie die erin zit, die sturend werkt, dat die niet kan bestaan in die frequentie van bewustzijn. En op het moment dat die eruit springt, dan trekt die tijdlijn, de mogelijkheden, die trekt weer naar het evenwicht uitkomst toe. Dus het is een misbruikt scheppend veld wat geparasiteerd wordt. En de parasiet komt niet voort uit de schepping. Je zou kunnen zeggen, ja dat is zo, maar dan duik ik een heel spiritueel geloofsovertuigingsysteem in. Dus die wil ik graag nog openhouden, die beweging, omdat we daar nog niet mee klaar zijn.
Bron: training april 2022
(bedankt voor het maken en delen van de transcript!)
(over het onderzoek van Alberto d’Anna, geschreven door Giorgio Cozzi) Wat als alles al gebeurd is???… De definitieve herverbinding met de goddelijke bron
Alberto d’Anna’s interessante theorie over een bestaan dat een script is dat al geschreven is en dat mensen voorbestemd zijn om te leven alsof het nieuw is
Alberto D’Anna (rechts, die zichzelf een vrijdenker noemde) wijdde vele jaren aan een metafysisch en spiritueel onderzoek, wat hem ertoe bracht een alternatieve hypothese te formuleren voor de huidige, op de een of andere manier antagonistisch tussen determinisme en vrije wil. In zijn onlangs herziene boek, Un chiodo e gocce d’acqua (=Spijker en waterdruppels) (Akkuaria uitgeverij), maakte hij een diepgaand proefschrift over kwantummechanica en theorieën van bewustzijn, waarbij hij ze koppelde aan de hypothesen geformuleerd door verschillende wetenschappers, om aan te tonen dat het bestaan niet altijd reageert op algemeen aanvaarde wetenschappelijke principes en dat de twijfels die opengelaten worden door de vele dilemma’s geen adequate antwoorden vinden in de huidige wetenschappelijke kennis.
De eeuwige vragen over wie we zijn en waar we vandaan komen, vinden uiteindelijk nieuwe mogelijkheden van verklaring die volgens hem geen idealistische of fideïstische paden (=opvatting, dat we kunnen goddelijke niet begrijpen, alleen geloven) hoeven te volgen, maar om in ons de essentie te herontdekken waarvan we gemaakt zijn. Op de een of andere manier een herverbinding met het eeuwige en het oneindige waaruit we komen en waarnaar alles zou terugkeren, in een macroscopisch ontwerp dat zou functioneren als een softwareprogramma, dat de primitieve wil (of oerwil) vertaalt in een concrete realiteit die wij, menselijke wezens, in ons bestaan zouden katalyseren terwijl we het leven.
Het programma zou vanaf het begin worden geschreven en de ontwikkeling ervan zou worden gekoppeld aan het feit dat “we de geschiedenis waarin we leven niet anders kunnen interpreteren”. Elke keuze zou in die zin de enige mogelijke keuze zijn en in ieder geval is het aan ons om het te maken alsof het onze eigen autonome keuze is en niet een goddelijk plan dat al geschreven is. Het spreekt voor zich dat we allemaal in een totaal deterministische werkelijkheid zouden leven waar vrije wil slechts een perceptie zou zijn van een keuzevrijheid die al sinds het begin der tijden geschreven is.
Vergelijking tussen wetenschap en spiritualiteit De menselijke geschiedenis zou ook de keten van bestaan kunnen voorzien, gericht op het mogelijk maken van uiteenlopende experimenten die zullen leiden tot het bereiken van eeuwige volheid door zichzelf opnieuw op te nemen in de Universele Geest waaruit zij afkomstig is en waarnaar zij zou terugkeren. De recente theorieën over parallelle universa, ontleend aan de subatomaire fysica, zijn misschien niet in tegenspraak met dit principe, omdat ze de verscheidenheid aan menselijke mogelijkheden in veel verschillende existenties waarin de verschillende keuzes aanwezig zijn en dus de verschillende films die ieder van ons zou leven, met elkaar zouden verbinden. Zonder de geleerde en diepgaande discussie over wetenschappelijke theorieën die aan de laatste hypothese voorafgaat, zou men kunnen denken aan een van de vele spiritistische oriëntaties die moderne gebeurtenissen bezielen; het is echter juist de helderheid van presentatie en de voortdurende vergelijking met wetenschappelijk bewezen kennis die inhoud geeft aan de door de auteur verwoorde concepten, die zijn gedachten en voorstellen vergelijkingswaardig maken.
Er zijn veel wetenschappers die strijden om interpretaties over bewustzijn en evenveel die tegengestelde wetenschappelijke hypothesen ondersteunen met betrekking tot de voorwaarden van de oorsprong van de mensheid en haar evolutie, in de zin van de betekenis ervan. Is er een God die het menselijke experiment heeft voortgebracht? Zijn we het resultaat van toeval? Een curiose combinatie van chemische elementen afgeleid van de Big Bang? Is er een ultieme wil in dit alles? Eindigt alles met de dood van het lichaam? Komt er een vervolg? En waarom? De vragen verdringen onze geest en sporen hem aan om antwoorden te zoeken die de wetenschap op dit moment niet kan geven, laat staan de religie alleen met zijn “geïnstitutionaliseerde legendes”, niet het resultaat van bepaalde gebeurtenissen, maar van verhalen die “politiek” zijn opgebouwd. Dit zijn in een notendop enkele van de vragen die worden gesuggereerd door het onderzoekswerk van Alberto D’Anna.
Verstrengeling en paralelli-universa Volgens de principes van verstrengeling zouden we allemaal met elkaar verbonden zijn, zoals blijkt uit de experimenten van de deeltjesfysica. Dingen zouden alleen gebeuren als we ze waarnemen, zoals de kwantummechanica laat zien met de onbepaaldheid van het deeltje en de golf tegelijkertijd (of het is energie, beweging, of het is materie, stabiel, maar niet de twee samen: en we kunnen het alleen weten als we het fenomeen waarnemen, alsof we ernaar staren, in het uiterste geval alsof we het hebben geproduceerd, dat wil zeggen, we hebben het bepaald). Als deze wetenschappelijke bewijzen waar zijn, dan is het ook waar dat het een potentieel is om ons bewust te worden van de universele verbinding die alles en elke informatie bindt waarmee we ons opnieuw kunnen verbinden, waardoor verschijnselen en gebeurtenissen mogelijk zijn die niet langer zo gebonden zijn door het zintuiglijke systeem waarmee we zijn begiftigd. Dit is wat D’Anna beweert, in lijn met wat parapsychologie ook beweert. Het feit dat de golffunctie, voordat deze wordt bepaald dankzij observatie, veel mogelijkheden heeft, stelt ons in staat om te denken aan een wereld van parallelle universa waarin er in de virtuele staat al het “ik” zijn die anders hebben gekozen dan hoe ze hebben gekozen in het “hier en nu”, in de dimensie waarin we nu leven of liever waarvan we ons bewust zijn in de huidige wereld.
De verklaring van dit boek, die in de huidige kennis geen rechtvaardigingen vindt voor een bepaalde manier van zijn van de werkelijkheid, eindigt met een intrigerend voorstel: de enige manier om de fundamenten van het bestaan te vereenvoudigen zou inherent zijn aan de overweging dat het “slechts” het resultaat is van een geschiedenis die al sinds het begin van de tijd is geschreven, waar de interpretatie die we eraan geven, dat wil zeggen de keuzes die we maken, ze worden al bepaald door alles wat eraan voorafging. Het gevolg is dat er een finalisme zou zijn van het “programma” waar we (immers) deel van uitmaken. We zouden alleen informatie zijn, zoals bepaalde wetenschappelijke theorieën beweren): opnieuw verbinding maken met een geest die ons heeft gebaard en die ons in zijn baarmoeder zal verzamelen. De dood zou daarom niet bestaan, reïncarnatie zou mogelijk zijn, aardse ervaring is een evolutionair pad dat we moeten herenigen met de Universele Geest en de Parallelle Universa zouden andere gelijktijdig aanwezige virtualiteiten zijn waarin de mens in de keuzes die niet gemaakt zijn nog steeds aanwezig is in de andere alternatieven. Af en toe zorgde een enkele ontkoppeling ervoor dat we flarden van parallelle levens waarnamen, wat hun existentiële waarde aantoont. Kortom, een mooie provocatie, waarover lezers standpunten konden innemen en hun gedachten konden laten weten.
L’interessante teoria di Alberto d’Anna su un’esistenza che è un copione già scritto e che gli esseri umani sono destinati a vivere come se fosse nuova
Alberto D’Anna (a destra, che si è autodefinito libero pensatore) ha dedicato molti anni ad una ricerca metafisica e spirituale, che l’ha condotto a formulare un’ipotesi alternativa a quelle correnti, in qualche modo antagoniste tra determinismo e libero arbitrio. Nel suo libro, recentemente rivisitato, Un chiodo e gocce d’acqua (edizioni Akkuaria), ha compiuto una approfondita dissertazione sulla meccanica quantistica e sulle teorie della coscienza, agganciandole alle ipotesi formulate da diversi scienziati, in vista di dimostrare che l’esistenza non risponde sempre ai principi scientifici comunemente accettati e che i dubbi lasciati aperti dai numerosi dilemmi non trovano risposte adeguate nelle conoscenze scientifiche attuali. Le domande eterne su chi siamo e da dove veniamo, finiscono per trovare nuove possibilità di spiegazione che non richiedono, a suo dire, di tracciare percorsi idealistici o fideistici, bensì di riscoprire dentro di noi l’essenza di cui siamo fatti. In qualche modo una riconnessione con l’eterno e l’infinito da cui proveniamo e a cui tutto ritornerebbe, in un disegno macroscopico che funzionerebbe come un programma Software, che traduce la volontà primigenia in una realtà concreta che noi, esseri umani, catalizzeremmo nella nostra esistenza mentre la stiamo vivendo. Il programma sarebbe scritto in partenza e il suo divenire sarebbe legato al fatto che “non possiamo interpretare diversamente la storia che viviamo”. Ogni scelta sarebbe in questo senso l’unica scelta possibile e comunque tocca a noi effettuarla come se fosse una scelta autonoma nostra e non un disegno divino già scritto. Va da sé che vivremmo tutti in una realtà totalmente deterministica dove il libero arbitrio sarebbe soltanto una percezione di una libertà di scelta che invece è già scritta sin dall’inizio dei tempi.
Confronto tra scienza e spiritualità La storia umana potrebbe prevedere anche la catena delle esistenze, orientata a consentire una sperimentazione diversificata che condurrà al raggiungimento della pienezza eterna nel riassorbirsi nella Mente Universale da cui origina e a cui ritornerebbe. Le recenti teorie sugli Universi paralleli, mutuate dalla Fisica subatomica, potrebbero non risultare in opposizione a tale principio, in quanto raccorderebbero la varietà delle possibilità umane in tante esistenze diverse in cui sono presenti le diverse scelte e quindi i diversi film che ognuno di noi vivrebbe. Se non fosse per la dotta e approfondita disquisizione sulle teorie scientifiche che precede l’ipotesi finale, si potrebbe pensare a uno dei tanti orientamenti spiritualisti che animano gli eventi moderni; tuttavia proprio la chiarezza espositiva e il continuo confronto con le conoscenze scientificamente accertate, dà corpo ai concetti espressi dall’autore, che rendono meritevole di confronto il suo pensiero e le sue proposte. Sono molti scienziati che si contendono le interpretazioni sulla coscienza ed altrettanti che sostengono ipotesi scientifiche contrapposte relativamente alle condizioni dell’origine dell’umanità e alla sua evoluzione, in termini di senso e significato. Esiste un Dio che ha generato l’esperimento uomo? Siamo frutto del caso? Una straordinaria combinazione di elementi chimici derivati dal BIg Bang? C’è una volontà ultima in tutto questo? Con la morte del corpo finisce tutto? C’è una continuazione? E perché? Le domande si affollano alla nostra mente e la spronano a cercare risposte che la Scienza, al momento, non può dare, né tantomeno la sola religione con le sue “leggende istituzionalizzate”, frutto non di eventi certi, bensì di storie costruite “politicamente”. Queste in estrema sintesi alcune delle domande suggerite dal lavoro di ricerca di Alberto D’Anna.
Entanglement e universi paralelli Secondo i principi dell’entanglement saremmo tutti connessi, come dimostrano le sperimentazioni della Fisica delle particelle. Le cose accadrebbero solo quando noi le osserviamo, come dimostra la Meccanica Quantistica con l’indeterminazione della particella e dell’onda in contemporanea (o è energia, movimento, o è materia, stabile, ma non le due insieme: e possiamo saperlo solo quando osserviamo il fenomeno, come se lo fissassimo, in estremo come se lo producessimo, cioè lo determinassimo). Se queste dimostrazioni scientifiche sono vere, allora è vero anche che un potenziale è prendere coscienza del collegamento universale che lega ogni cosa e ogni informazione a cui ci si può riconnettere, consentendo fenomeni ed eventi che non sono più così vincolati dal sistema sensoriale di cui siamo pur dotati. Questo sostiene D’Anna, in linea con quanto sostiene anche la Parapsicologia. Il fatto che la funzione d’onda, prima di determinarsi grazie all’osservazione, ha tante possibilità, consente di pensare ad un mondo di universi paralleli in cui esistono allo stato virtuale tutti gli “io” che hanno scelto diversamente da come hanno scelto nel “qui e ora”, nella dimensione che stiamo vivendo ora o per meglio dire di cui abbiamo consapevolezza nel mondo attuale. L’enunciato di questo libro, che non trova nelle conoscenze attuali giustificazioni a un certo modo di essere della realtà, si conclude con una proposta intrigante: l’unico modo di semplificare i fondamenti dell’esistenza sarebbe insito nella considerazione che essa è “solo” frutto di una storia già scritta sin dall’origine dei tempi, dove l’interpretazione che ne diamo, vale a dire le scelte che facciamo, sono già determinate da tutto ciò che le ha precedute. La conseguenza è che esisterebbe un finalismo del “programma” di cui facciamo parte (in fondo saremmo solo informazioni, come certe teorie scientifiche sostengono): riconnetterci ad una mente che ci ha partorito e che ci raccoglierà nel suo grembo. La morte dunque non esisterebbe, la reincarnazione sarebbe possibile, l’esperienza terrena è un percorso evolutivo di cui necessitiamo per ricongiungerci con la Mente Universale e gli Universi Paralleli sarebbero altre virtualità compresenti in cui l’essere umano nelle scelte non compiute è comunque presente nelle altre alternative. Ogni tanto qualche sconnessione ci farebbe percepire brandelli di vite parallele, dimostrandone il valore esistenziale. Insomma, una bella provocazione, su cui i lettori potrebbero prendere posizioni e farci conoscere il loro pensiero.
Geselecteerde wetenschappelijke verklaringen – een samenvatting door Eberhard Liß. – Geschiedenis van het universum, onze planeet, de mensheid en onze uitdagingen in een vogelvlucht (of vanuit een ruimtevaartuig) gezien. Om waar te nemen.
De hieronder verzamelde gegevens komen overeen met eerder gepubliceerde verklaringen van bevindingen en hypothesen [zie eerste bron: GEOkompakt nr. 6, 2006, waarnaar de onderstaande paginanummers verwijzen].
Volgens de “Big Bang” theorie werd het universum (universum, kosmos) ongeveer 13,8 miljard jaar geleden op expanivatische wijze gecreëerd door een Big Bang singulariteit. – Ongeveer 85% van de materie in de kosmos is donkere materie. We kunnen alleen de resterende 15% zien [p. 138] Gebeurtenissen uit het verleden in de ruimte kunnen door mensen worden gedetecteerd door middel van astronomische waarnemingen, omdat sinds het begin van de uitdijing van het universum, licht ons in de buurt van de aarde heeft geraakt met een (zoals constant bepaalde) snelheid van ongeveer 300.000 km / s van afstanden van miljarden lichtjaren. Het licht van de oudste ontdekte sterrenstelsels is ongeveer 13 miljard jaar oud en dit markeert ook de grootste afstand waarop moderne telescopen nog steeds sterren kunnen vinden: ongeveer 13 miljard lichtjaar.
De structuur van het heelal wordt op recent gemaakte foto’s afgebeeld als een enorm web van draden van lichtgevende materie, als een complex netwerk van sterren en sterrenstelsels. [blz. 27]
Metingen toonden aan dat het heelal al zo’n 5 miljard jaar steeds sneller uitdijt (uitdijing met toenemende snelheid). [blz. 138]
200 tot 500 miljoen jaar na de oerknal ontstonden de eerste sterrenstelsels. Tot een biljoen zonnemassa’s zijn geconcentreerd in deze enorme structuren. [blz. 127]
De centra van veel sterrenstelsels (e.B. spiraalstelsels) bevatten superzware ‘zwarte gaten’ met tot enkele miljarden zonsmassa’s. Ze kunnen elk worden gevormd door de ineenstorting van een uitgebrande extreem zware ster. [blz. 97]
In een zwart gat (object met een enorme dichtheid) is de massa zo geconcentreerd dat deeltjes noch lichtstralen aan de zwaartekracht ontsnappen. Daarom is het onzichtbaar en alleen te herkennen aan zijn effect: het kan materie uit een ronddraaiende ster rukken door zijn extreme zwaartekracht. Alle materie die in het zwarte gat wordt getrokken (e.B. stofwolk) wordt zodanig verwarmd dat er röntgenstraling wordt geproduceerd, die ook vanaf de aarde kan worden waargenomen. [blz. 95]
Een van de ongeveer 100 miljard sterrenarchipels (sterrenstelsels) in het universum is het spiraalstelsel “Melkweg”. Dit ‘ons’ sterrenstelsel heeft een leeftijd van ongeveer 10 tot 13 miljard jaar. Het centrum van de Melkweg is een zwart gat met een massa van meer dan 4 miljoen zonnen. Rond deze baan een goede 100 miljard zonnen, die net als de onze tot het sterrenstelsel behoren. Naar schatting 5 tot 10 procent van dergelijke sterren is omgeven door planeten. Volgens de laatste bevindingen produceren de gaswolken van het sterrenstelsel gemiddeld zeven nieuwe zonnen per jaar. [blz. 27, 90, 62, 122] Over ongeveer 10 miljard jaar zal de Melkweg het Andromedastelsel ontmoeten, op ongeveer 2,5 miljoen lichtjaar afstand, dat momenteel met 500.000 km/u in onze richting raast. [blz. 6, 93]
Ons zonnestelsel (als planetenstelsel met de aarde) is een subsysteem van de Melkweg in het buitenste gebied van het sterrenstelsel (cf. infraroodbeeld, met halo rond het centrum van het sterrenstelsel). Het werd meer dan 4,5 miljard jaar geleden gevormd en heeft tot nu toe ongeveer 19 keer in het centrum van het sterrenstelsel gewerkt. De diameter is meer dan 150 000 astronomische eenheden (1 eenheid = gemiddelde afstand van de aarde tot de zon = 149,598 miljoen kilometer).
Onze zon ligt op ongeveer 26.000 lichtjaar van het centrum van de Melkweg in de Orionarm, een spiraalarm van het discusvormige sterrenstelsel (afvlakkend 1:6), dat een straal heeft van meer dan 50.000 lichtjaar. De zon is meer dan 4,5 miljard jaar oud en zal ongeveer 10 miljard jaar branden (d.w.z. nog steeds ongeveer 5 miljard jaar). Het heeft duizend keer zoveel massa als al zijn negen planeten samen. [blz. 7]. De planeten Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bewegen allemaal bijna in één vlak (def. Ecliptica) in bijna cirkelvormige banen rond de zon. Pluto, die sinds 2006 als een ‘dwergplaneet’ wordt beschouwd, maakt deel uit van de Kuipergordel
Onze aarde is meer dan 4,5 miljard jaar oud en wordt op een afstand van bijna 400.000 km door de maan om de maan heen gedraaid. De maan is ontstaan uit gesteente als gevolg van de inslag van een impactor op de oeraarde. De hete kern van de aarde heeft nog steeds een temperatuur van ongeveer 6000 °C (net als het zonoppervlak).
Het begin van het leven op aarde wordt verondersteld een willekeurige gebeurtenis te zijn, ongeveer 4 miljard jaar geleden. De evolutie van organismen (levende wezens) onder de zeer specifieke omstandigheden die hiervoor nodig zijn, is tot nu toe alleen op aarde bepaald. – Oudste fossielen van eencellige organismen zijn ongeveer 3,8 tot 2 miljard jaar oud.
In de “prebiotische fase” (in het Archaïsche), die 200 tot 500 miljoen jaar duurde, ontstonden de eerste levensvormen (repliceerbare moleculen en eencellige organismen) – vermoedelijk in vloeibaar water (bewijs van oorsprong: 4,4 miljard jaar oude zirkoniumkristallen). – De geleidelijke verrijking van de atmosfeer met zuurstof werd ondersteund door de eerste organismen die in staat waren tot fotosynthese (2,5 miljard jaar geleden, cf. cyanobacteriën). – Oud zijn fossiele afzettingen van blauwalgen of groene algen (stromatolieten).
Vanaf het moment van oorsprong van het leven ontstaan primordiale cellen (zogenaamde procyten) zonder celkernen, die als archaebacteria-achtig worden beschouwd. – Zelfs vandaag de dag zijn er archaebacteria, die worden begrepen als “levende fossielen” van evolutionaire tussenvormen van de ontwikkeling van levende wezens (cf. 3 organismegebieden: proto-, pro- en eukaryoten). De aarde werd minstens 2 miljard jaar voornamelijk bevolkt door eencellige organismen (bacteriën, algen) totdat de eerste meercellige organismen werden gevormd (fossielen uit het Precambrium). Ongeveer 550 miljoen jaar geleden verschenen meercellige organismen in grote diversiteit, vooral oorspronkelijke trilobietsoorten (cf. “Cambrische explosie”). – Het eerste leven op het land was ongeveer 425 miljoen jaar geleden (Siluur).
Ongeveer 250 miljoen jaar geleden, bij de ommekeer van het Perm naar het Trias (d.w.z. van het Paleozoïcum naar het Mesozoïcum: Trias, Jura, Krijt), vond de grootste massa-extinctie in de geschiedenis van de aarde plaats (ongeveer 95% van alle soorten). Bovenal beïnvloedde het de warmwaterfauna’s en het plankton van de zeeën. – De belangrijkste oorzaak hiervan was een abrupte klimaatverandering, met name een snelle opwarming tot 10 graden (door vulkanisme) en ook een langzame afkoeling (door continentale drift). – Het supercontinent Pangaea, dat aan het einde van het Perm alle latere subcontinenten verenigde, dreef noordwaarts. – In deze tijd stierven veel meer soorten uit dan aan het einde van de dinosaurusperiode ongeveer 65 miljoen jaar geleden op de Krijt-Tertiaire grens (door meteoriet).
De ontwikkeling van vele soorten van de moderne tijd (Cenozoïcum: Tertiair en Kwartair) wordt gedocumenteerd door talrijke fossielen uit het Tertiair (beginnend ongeveer 65 miljoen jaar geleden) en het volgende Kwartair (beginnend ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden, duurt tot op de dag van vandaag). – De zoogdieren (als soort ongeveer 200 miljoen jaar oud) hebben hun grootste soortontwikkeling meegemaakt in het Cenozoïcum. Voor de verschillend ontwikkelde soorten kunnen stambomen alleen onvolledig en hypothetisch worden gepresenteerd. – Het volgende evolutieschema wordt vertegenwoordigd door het Natuurhistorisch Museum in kasteel Bertholdsburg in Schleusingen.
Het meeste fossiele bewijs voor de menselijke evolutie (als zoogdier) dateert uit de laatste twee- tot driehonderdduizend jaar (voorheen Homo sapiens, beginnend bij Homo erectus). De oudste fossielen van gemeenschappelijke voorouders van mensen (Homo) en mensapen (pongids) zijn gevonden in Oost-Afrika van meer dan 15 miljoen jaar geleden. Dergelijke hominoidea waren opvolgers van primaten (meesterdieren), waarvan de evolutie ongeveer 60 miljoen jaar geleden begon.
De ontwikkeling van tweevoetige mensachtigen (Hominidae) is gedocumenteerd door fossiele vondsten in Afrika (Ethiopië en Tanzania) uit een tijd van 3,2 tot 3,7 miljoen jaar geleden. Deze omvatten recent gevonden fossielen van de “Lucy”, de Australopithecus afarensis en andere “menselijke soorten” die zo groot waren als chimpansees. – Fossielen van “Ardi” zouden ongeveer 4,4 miljoen jaar oud zijn.
Homo habilis (bekwaam) was in staat om gevonden stenen werktuigen te maken die dateren van ongeveer 2 (ook: 2,2 – 1,4) miljoen jaar geleden. Zijn speciale vaardigheid in hoogwaardige vuursteenverwerking voor nuttige snijgereedschappen wordt toegeschreven aan een aanzienlijke vergroting van zijn hersenen tot ongeveer 800 cm³ (vooral de cortex).
Homo erectus (opgericht) wordt beschouwd als een veronderstelde afstammeling van Homo habilis. Het leefde ongeveer een miljoen jaar geleden (in het Pleistoceen) tot meer recent ongeveer 150.000 jaar geleden. Naast de vakkundige productie van vuistbijlen wordt hij ook gecrediteerd met het eerste gebruik van vuur (0,8 tot mogelijk 1,5 miljoen jaar geleden). De hersenen van Homo erectus hadden een volume van ongeveer 850 – 1225 cm³. Bij de geboorte was het slechts een derde zo groot als dat van een volwassene (zoals bij mensen, vergeleken met ongeveer 50% bij apen). De intensieve zorg van ouders voor hun peuters (cf. sociaal milieu van de mens) begon zich ongeveer 1,7 miljoen jaar geleden te ontwikkelen in de vroege Homo erectus. Homo erectus was een goede hardloper en waarschijnlijk al een jager-verzamelaar. Zijn zeer succesvolle soort breidde zijn actieradius uit over Afrika naar Azië en Europa, – al een miljoen jaar geleden, gedocumenteerd door verschillende locaties in China, Indonesië en Eurazië (zie foto).
Homo heidelbergensis, gevonden in Mauer bij Heidelberg, wordt beschouwd als een afstammeling van Homo erectus, die pas ongeveer 0,8 miljoen jaar geleden naar Europa emigreerde. Hij wordt wetenschappelijk beschouwd als de voorouder van de Neanderthaler in Europa.
De Neanderthaler leefde als bijzondere homosoort zo’n 130.000 tot 30.000 jaar geleden in West-Europa, het Midden-Oosten en Azië. In 1856 werden de eerste botvondsten ontdekt in de Neanderthaler bij Düsseldorf. Onlangs zijn DNA-sequenties van Neanderthalers bestudeerd met als resultaat dat ze voor 99,9% identiek zijn aan die van mensen (ongeveer 20 genen waren verschillend). Het is wetenschappelijk vastgesteld dat de Neanderthalers zich in een vroeg stadium (ongeveer 0,3 tot 0,5 miljoen jaar geleden) afsplitsten van de genetische lijn naar Homo sapiens. Deze bevinding bevestigt de hypothese van het “Out-Of-Africa Model” voor de ontwikkeling van Homo sapiens door natuurlijke selectie.
Het “Out of Africa Model” gaat ervan uit dat een kleine populatie homo erectus zich pas in Afrika heeft ontwikkeld tot homo sapiens, voor wiens genoom een leeftijd van ongeveer 170.000 jaar is bepaald. Nadat het slechts 0,1 tot 0,07 miljoen jaar geleden de rest van de wereld had gekoloniseerd, stierven alle andere afstammelingen van Homo erectus (inclusief de Neanderthalers) uit. Volgens deze hypothese zijn de huidige mensen veel meer genetisch verwant dan volgens het “multiregionale model” (de “parallelle” ontwikkeling van Homo sapiens) moet worden aangenomen.
De vroege Homo sapiens leefde voor de laatste ijstijd (zo’n 120.000 jaar geleden) als jager-verzamelaar, aantoonbaar in het Oosten en Azië. Zijn ontwikkelde intellect stelde hem in staat om hogerop te leren en problemen “intelligent” op te lossen. Of hij een begin van taalkundige communicatie met partners liet zien, is niet bekend. Zijn begrafenis van de doden in de aarde is gedocumenteerd voor ongeveer 100.000 jaar. De evolutionaire vergroting van het menselijk hersenvolume, vooral het cerebrum met een sterk vergrote frontale cortex (frontale hersenen), werd ongeveer 100.000 jaar geleden voltooid. De vroege steentijdman had een gemiddeld brein van dezelfde grootte als ‘de mens van vandaag’. De hersengrootte komt overeen met ongeveer drie keer het hersenvolume in vergelijking met de eerste mensachtigen en chimpansees.
De moderne Homo sapiens sapiens (de huidige mens) met ‘hoog ontwikkelde’ cognitieve capaciteit (lat. sapientia – geest, inzicht, wijsheid) leefde in de jongere paleolithische periode ongeveer 50.000 tot 10.000 jaar geleden. Typische fossielen van ongeveer 40.000 tot 20.000 jaar geleden werden bekend als “Cro-Magnon Man” (eerste schedel gevonden in Zuid-Frankrijk, 1868).
Al zo’n 40.000 jaar geleden drukte de mens linguïstische uitdrukkingsvormen uit voor subjectieve statusrapporten (statusrapporten) en expliciete boodschappen als uitspraken in de vorm van symbolische tekens en woorden (cf. hints of beschrijvingen). Deze kunnen voordelig worden gebruikt in sociale communicatie en interactie, e.B. met als doel hulp te bieden en “intelligente” probleemoplossing. Het leren van ten minste één taal wordt geassocieerd met een hoger bewustzijn (ongeveer 50.000 jaar geleden ontwikkeld), wat kenmerkend is voor mentale zelfreflectie en opzettelijk modelgebruik.
De adaptieve mens heeft “rationele” cognitieve en geheugencapaciteiten, in het bijzonder met het oog op individuele waarnemingen door herkenning, interpretatie, evaluatie en beoordeling van huidige situaties volgens zijn herinnerde ideeën of bijbehorende voorspellingen, waarmee hij empirische oordelen kan bepalen en zo ‘intelligente’ beslissingen kan nemen door verwachte gevolgen af te wegen, – op basis van zijn ervaringskennis (cf. » adaptieve geheugenstructuren). Het speciale vermogen van “creatieve” mensen om te denken in nieuwe manieren van denken (verbeelding, intuïtie) stelt hen in staat om ontwerpen of ideeën te creëren als conceptuele benaderingen van probleemoplossing, die kunnen worden geobjectiveerd als constructieve concepten of innovatieve scripties voor theoretische denkmodellen (cf. » cognitief-logische modellering ). Door hun pragmatische gebruik is het mogelijk om reproduceerbare hulpmiddelen te gebruiken om kunstmatige producten te produceren die culturele betekenis hebben en kunnen bijdragen aan de verbetering van sociale omstandigheden.
De eerste artistieke werken van de steentijdmens werden ongeveer 40.000 jaar geleden gemaakt. De ‘kunst van de laatste ijstijd’ wordt geïllustreerd door vele kleine sculpturen, rotstekeningen en grotschilderingen. In culturen rond 30.000 voor Christus werden ivoorsnijwerk gemaakt, gevolgd door kleisculpturen. Uit de periode 20.000 tot 11.000 jaar geleden, reliëfs uitgehouwen in de rots en grotschilderingen met gekleurde afbeeldingen van dieren en mensen (e.B kunstwerken in grotten in de buurt van Lascaux en Altamira).
De “Neolithische Revolutie” begon ongeveer 10.000 jaar geleden na de laatste ijstijd. De cultuurgeschiedenis van Europa wordt het best onderzocht. Er volgden afwisselend nieuwe culturen, gekenmerkt door speciaal ontworpen jachtwapens, bontkleding en hutten (landbouw gedurende 11.000 jaar, keramisch gebruik gedurende 9.000 jaar).
Met de bestrijding van het vuur ontstonden de eerste dorpsnederzettingen voor landbouw en veeteelt. De eerste stadscomplexen en grote gebouwen bestonden ongeveer 6000 jaar geleden (eerste stedelijke cultuur: Catalhöyük ongeveer 7400 jaar geleden). Een van de eerste steden van de mensheid was ur, die rond 4000 voor Christus in Mesopotamië werd gesticht. Als eerste hoge cultuur (na 4000 v.Chr.) komen de Sumeriërs voor in het zuiden van Mesopotamië. Ze worden gecrediteerd met de uitvinding van het wiel rond 3500 voor Christus (pottenbakkerswiel en wagenwiel).
Al rond 4600 – 4200 voor Christus waren er gouden sieraden en sinds ongeveer 4000 voor Christus koperen sieraden (gevonden in Egypte als grafgiften). Rond 3000 voor Christus begon het technische gebruik van kopererts (in Egypte) en rond 1500 voor Christus gebruikten de Hettieten de eerste ijzeren werktuigen. – Koper-tinlegeringen werden gebruikt voor het maken van gereedschappen in de bronstijd (rond 2500 – 800 voor Christus).
Rond 3300 voor Christus creëerden de Sumeriërs een (wig)schrift dat, samen met de hiërogliefen in Egypte, een van de oudste in de mensheid is. – In het oorspronkelijke milieu van stedelijke culturen (stadstaten) ontwikkelden de volkeren hun schrift, uitgaande van een eenvoudig picturaal lettertype met interpreteerbare vormen van representatie (invariante tekens) als overeengekomen conceptuele symbolen voor toegewezen woorden van begrijpelijke uitspraken (vgl. In het begin was ‘Logos’.). Na de woorduiting volgde: woordelijk, syllabium en briefschrijven. Oud spijkerschrift (spijkerschrifttekens met een pen geperst in vochtige klei, lineair van links naar rechts) werd gevonden in Ugarit (Syrisch-Palestijns gebied) van ongeveer 1800 tot 1500 voor Christus. De Hettieten (in het oosten van Klein-Azië) namen het spijkerschrift over, maar na 1200 v.Chr. gebruikten ze hun eigen syllabium in picturale karakters. De hettitische taal is de oudste nog bestaande Indo-Europese taal. In het 2e millennium voor Christus werd het spijkerschrift niet alleen door de Hettieten overgenomen, maar ook door de Syriërs en vervolgens door de Perzen.
In de 9e eeuw voor Christus werd het Griekse letterschrift gemaakt met verwijzing naar het Fenicische schrift. In deze periode werd ook de Griekse kunststijl voor geometrisch ontworpen schepen gecreëerd. Een voorbeeld van oude kunst op kleivaten uit de periode voor 540 voor Christus is de grafische weergave van een quadriga als vaasdecoratie, die afkomstig is van Cerveteri (Attica):
Vroege culturen vonden geld uit als ruilmiddel of warenequivalent. Zeer oude gouden munten gevonden in Lydië (Klein-Azië) dateren uit ongeveer 650 voor Christus.
Het smelten van metalen en hun productieve gebruik, vooral ijzer (vóór ongeveer 750 voor Christus) en staallegeringen creëerden technische voorwaarden (later metaal- en staalindustrie) voor een “industriële” ontwikkeling van de mensheid met grote sociale en culturele implicaties.
Voor het begin van de 19e eeuw, beginnend vanuit Groot-Brittannië, begon een versnelde ontwikkeling van wetenschap en technologie, vooral gekenmerkt door een grootschalige productie van machines voor vele toepassingsgebieden. Deze “industriële revolutie” bereikte een enorme vermindering van de hoeveelheid handarbeid en leidde tot groeiende welvaart, vooral in de westerse wereld (zelfs na twee wereldoorlogen!). Sinds ongeveer 1965 gebruiken mensen hoogwaardige machines voor vele toepassingen, voertuigen en vliegtuigen, computers, robots, automaten, ruimtevluchtapparaten, satellieten en wereldwijde telecommunicatiesystemen met complexe functionaliteit.
Industrialisatie op wetenschappelijke basis steeg vanaf ongeveer 1980 tot een “technologische revolutie”. Dit bevorderde de groeigerichte markteconomie, die gepaard gaat met een verhoogd energie- en grondstoffenverbruik. De technische rationalisatie werd geïntensiveerd in productie, handel, transport en communicatie, ook in militaire technologie en ruimtevaart (zie » Chronk-gegevens). Innovatieve informatietechnologieën met veelzijdige (geminiaturiseerde) computers en “intelligente” technische artefacten maken verdere productiviteitsstijgingen mogelijk, ook bij het oplossen van sociale problemen. Voorzienbare gevolgen van deze ontwikkeling zijn een grotere complexiteit van processen die moeten worden beheerst en een riskante technologische afhankelijkheid van de “geïndustrialiseerde” mensheid.
De cultuur van de moderne consumptiemaatschappij met haar vele gemakken maar ook risico’s, bv. door automatisering en stortvloed van informatie met behulp van computers, wijkt steeds meer af van de manier van leven uit het stenen tijdperk, waarvoor ‘evolutionair aangepaste’ genetische aanleg van de mens is bedoeld. Dit resulteerde in een toenemende gevoeligheid van het menselijk lichaam voor cultuurgerelateerde ziekten, gecombineerd met exploderende kosten van ziektesystemen in geïndustrialiseerde landen. Grote moeilijkheden worden veroorzaakt door noodzakelijke oplossingen voor niet alleen commercieel-economische problemen, met name door verstedelijking, mechanisatie, vervoersbeleid, toerisme en toenemende (relatieve) verarming ondanks industriële overproductie. Grote ecologische en sociale problemen zijn te verwachten als gevolg van verdere bevolkingsgroei, massale werkloosheid, wereldwijde staatsschuld, veel vluchtelingen en oorlogen.
De bevolkingsgroei werd niet afgeremd, waardoor de wereldbevolking tussen 1964 en 2008 verdubbelde tot 6,6 miljard mensen. Tegen 2020 zal hun aantal naar verwachting toenemen tot meer dan 8 miljard. De verstedelijking in verband met industrialisatie heeft ertoe geleid dat vandaag ongeveer de helft van alle mensen in steden woont (2008: 3,3 miljard), waarvan ongeveer 30% (1 miljard) in sloppenwijken woont met groeiende criminaliteit en existentiële ontberingen (armoede, ziekten, onderwijsachterstanden). – In 2010 waren er al 30 ‘megasteden’, elk met minstens 10 miljoen inwoners. Ecologische gevolgen van “vervuilende” activiteiten van de snel groeiende mensheid zijn drastische milieuveranderingen (cf. vernietiging van de natuur met enorme vermindering van biodiversiteit, grondstoffenwinning en waterschaarste) en een klimaatverandering die mede door de mens wordt veroorzaakt, wat leidt tot opwarming van de aarde en stijgende zeespiegels. – Een toenemende existentiële bedreiging voor de mensheid kan worden veroorzaakt door gebrek aan grondstoffen, verarming, oorlogen, verwoesting en catastrofes.
Door de vermindering van vitale hulpbronnen neemt de concurrentie en oneerlijkheid tussen mensen toe ten koste van hun sociale samenwerking. Naast gevaren als gevolg van mogelijke economische en financiële crises, is er sociale onzekerheid als gevolg van fanatiek terrorisme en een groeiend oorlogsgevaar als gevolg van overbewapening en accumulatie van massavernietigingswapens, waarvoor internationale controle met het oog op veiligheid ontbreekt.
De “bloedige” culturele geschiedenis van de mensheid werd bepaald door massa-effectieve religies en ideologieën voor de demagogische rechtvaardiging van de vele op voordeel gerichte machtsstrijd en veroveringsoorlogen, – tot nu toe twee wereldoorlogen met daaropvolgende wapenwedloop (in 50 jaar sinds 1945 nog eens 150 oorlogen met ongeveer 30 miljoen doden – volgens het VN-rapport). Traditionele en nieuwe dogmatische ideologieën, die ‘demagogisch’ gedachten en acties jegens andersdenkenden beïnvloeden, leiden tot extreme vormen van fanatisme zoals haat en agressie (cf. laster, demonisering, verdrijvingen, uitroeiingen of terroristische aanslagen), – met politieke en/of religieuze doelen die meestal te wijten zijn aan economische of egoïstische belangen (cf. hebzucht naar winst en het nastreven van macht, ook angstpsychose).
Tot nu toe is er een gebrek aan effectieve controlemaatregelen om de wereldwijde gevaren als gevolg van aantasting van het milieu en klimaatverandering te verminderen, onder meer als gevolg van de toenemende afhankelijkheid van mensen van technologie, met name met betrekking tot (riskante en kwetsbare) informatie- en computertechnologie, die moet worden beschermd tegen fouten en misbruik (cf. Cyberrisico’s, Cyberwar of -terreur).
Het acute dilemma van »Homo sapiens« wordt ecologisch beoordeeld als een natuurlijke aberratie van de veeleisende diersoort “mens”, die zijn leefgebied herontwerpt en daardoor een milieuvernietigend effect heeft (in de zin van een zelfvernietiging van de natuur door de ‘gebrekkige constructie’ van de mens). – In dit verband zijn de volgende declaratieve verklaringen van toepassing:
“De ongeveer twee miljoen jaar die zijn verstreken sinds de vorming van het geslacht Homo zijn een zeer korte periode, en de bijna veertigduizend jaar dat Homo sapiens sapiens tot nu toe op aarde is geweest, zijn een praktisch onbeduidende periode op de tijdschaal van evolutie. Niettemin vindt in deze periode – met een steeds grotere versnelling – het grootste drama in de evolutionaire geschiedenis van het leven op aarde plaats.”
“Mensen hebben het vermogen om bewuste doelen te stellen, intenties na te streven, in het verleden en in de toekomst te kijken. Op grond van zijn zelfvertrouwen kan elke individuele persoon zich duidelijk “onderscheiden” van zijn omgeving, zijn soortgenoten en andere levende wezens. Hij kan bewust zijn doelen nastreven en proberen af te dwingen tegen de belangen van andere levende wezens in. Daarom kan het ook enorme rampen veroorzaken.” (beide citaten van Franz M. Wuketits, in: Die Selbstzerstörung der Natur, dtv 2002, pp. 125/126)
“De mens is een vooruitstrevend wezen. Naast het vermogen om alles op de meest meedogenloze manier aan de natuur te ontworstelen, heeft de mens ook het vermogen om zijn verantwoordelijkheid daarbij te heroverwegen. Hij moet en kan de waarde voelen van wat hij op het punt staat te vernietigen.” (Hans Jonas in gesprek, DER SPIEGEL 20/1992, p. 101)
“Als we er niet in slagen om onze intelligentie te gebruiken om onze agressie te beheersen, zijn de kansen voor de mensheid slecht. Maar zolang er leven is, is er ook hoop.” (Citaat van Stephen Hawking, uit: Lezing “Ist alles vorbestimmt?”, 1990)
“Na het onderzoeken van alle voorgaande overtuigingen, concluderen we dat we de betekenis van het leven niet kennen; maar de erkenning dat we niet weten wat de zin en het doel van het leven is, opent waarschijnlijk de uitweg voor ons – we hoeven dit alleen maar toe te staan in de context van onze verdere ontwikkeling, dan lopen we niet het risico alle andere mogelijkheden te belemmeren, zijn we niet enthousiast over het hebben van een definitieve kennis, de absolute waarheid, maar blijven we altijd in onzekerheid – we nemen het risico.” (Citaat van Richard P. Feynman, uit: Lezing over het belang van wetenschappelijke cultuur voor de samenleving, 1964)
“Als men de wereld neemt zoals hij is, is het onmogelijk om er een betekenis aan te verbinden waarin de doelen en doelen van het werk van de mens en de mensheid betekenisvol zijn.” (Citaat van Albert Schweitzer, uit: Vorrede zu “Kultur und Ethik”, 1923)
Albert Einstein verwierp de kwestie van betekenis en pleitte voor duidelijke ethische doelstellingen voor de mensheid. Hij schreef: “Vragen naar de betekenis en het doel van het eigen bestaan en het bestaan van schepselen heeft me vanuit objectief oogpunt altijd zinloos geleken.” (uit: “Mein Weltbild, Wie ich die Welt sehen”, rond 1930)
“Onze situatie op deze aarde lijkt vreemd. Ieder van ons lijkt onvrijwillig en ongevraagd om kort te blijven, zonder te weten waarom en met welk doel. In het dagelijks leven hebben we alleen het gevoel dat de mens er is omwille van anderen: degenen van wie we houden en talloze andere wezens die aan zijn lot gebonden zijn.” (uit: “Mein Glaubensbekenntnis”, plaat, 1932)
“Perfectie van middelen en verwarring van doelen lijken me kenmerkend voor onze tijd. Als we oprecht en hartstochtelijk verlangen naar de veiligheid, het welzijn en de vrije ontwikkeling van de capaciteiten van alle mensen, zullen we niet de middelen missen om zo’n staat te benaderen. Als zelfs maar een klein deel van de mensheid door dergelijke doelen wordt vervuld, zal het voor de duur superieur blijken te zijn.” (uit: Albert Einstein Archief, Jeruzalem, 28-557, p. 3, 1941)
“Mensen moeten blijven vechten, maar alleen wat de moeite waard is om voor te vechten: en dit zijn geen denkbeeldige grenzen, raciale vooroordelen of verlangens naar verrijking die de vlag van patriottisme ophangen. Onze wapens zijn wapens van de geest, geen tanks en projectielen.” (uit: “Warum Krtieg?”, Interview, 1931)
Resultaat: Zoals elk dier vecht de ‘godgelijke’ mens voor zijn zelfbehoud in een omgeving die slechts gedeeltelijk herkenbaar is. Daarnaast streeft hij naar de voordelige bevrediging van zijn subjectieve behoeften. – Door zijn agressieve acties kan hij niet alleen zichzelf vernietigen, maar ook zijn wereld; het heeft de natuur al zodanig beschadigd dat het voortbestaan ervan door rampen wordt bedreigd. – Het evolutionaire dilemma van Homo sapiens weerlegt zijn geloof in vooruitgang en is een “wereld-immanent” onderdeel van kosmische en natuurlijke levensprocessen. – Het is de vraag of de adaptieve ‘intelligente’ mensen voldoende rationeel inzicht kunnen krijgen in realistische contexten om passende oplossingen te vinden voor problemen voor ‘maatschappelijk verantwoord’ handelen. De meeste mensen zijn niet geïnteresseerd in wereldwijde problemen van de mensheid, om zichzelf er niet mee te belasten en proberen zo lang mogelijk van hun bedreigde leven te genieten. Kritische uitspraken over echte onzekerheden, gevaren of risico’s worden door het onbewuste in de hersenen negatief beoordeeld en zelfs bewust ontkend of bestreden, vooral vanwege noodzakelijke opiniecorrecties (tegen denkgewoonten) of zelfs in gevallen van erkende hopeloosheid (hulpeloosheid, machteloosheid).
De volgende voorwaarden zijn vereist voor wereldwijde oplossingen voor complexe sociale problemen: collectief verantwoordelijkheidsgevoel, economisch gebruik van hulpbronnen, afstand doen van consumptie in solidariteit, wetenschappelijke inventiviteit en vertraagde bevolkingsgroei. Wereldwijde verbeteringen in de levensomstandigheden kunnen alleen worden bereikt door noodzakelijke bezuinigingsmaatregelen en staatsovereenkomsten (bijv. sociale overeenkomsten tegen aantasting van het milieu, gevaarlijke herbewapening, overheidsschuld, inflatie, permanente werkloosheid en toenemende criminaliteit).
Een ‘probleemoplossende’ samenleving vereist individueel verder leren in de creatieve (constructief-creatieve) activiteit om door middel van empirische en theoretische bevindingen vitaal inzicht te krijgen in natuurlijke contexten, – gecombineerd met mogelijke zelfkennis en zelfkritische rede in persoonlijkheidsontwikkeling.
Optimisten hopen op het probleemoplossend vermogen van intelligente mensen, die met hun verstand en inzicht ook schijnbaar onoverkomelijke uitdagingen kunnen weerstaan. – Omdat noodzaak je inventief maakt, is er een zekere hoop op “intelligente” oplossingen voor problemen en wereldwijd gecoördineerde staatsmaatregelen van het noodzakelijke crisismanagement. Als baken van hoop op noodzakelijke oplossingen voor problemen, zijn we op zoek naar goed presterende ‘fatsoenlijke’ mensen met kennis van zaken, verantwoordelijkheidsgevoel en sociale zorg, – vooral ‘slimme’ experts die kunnen worden gekwalificeerd voor speciale taken.
Literatuur
GEOkompakt Nr. 6, Gruner + Jahr AG & CoKG, Hamburg, 2006, ISBN 3-570-19599-6
Dieter B. Herrmann, Die Kosmos Himmelskunde, für Einsteiger, Franckh-Kosmos Verlags-GmbH & Co., Stuttgart, 19999,ISBN 3-440-09406-5
Richard Leakey, Die ersten Spuren, Über den Ursprung des Menschen, Wilhelm Goldmann Verlag, München, 1999, ISBN 3-442-15031-0
Franz M. Wuketits, Evolution, Die Entwicklung des Lebens, Verlag C. H. Beck oHG, München, 2000, ISBN 3-406-44738-4
Franz M. Wuketits, Naturkatastrophe Mensch, Evolution ohne Fortschritt, Deutscher Taschenbuch Verlag GmbH & Co. KG, München, 2001, ISBN 3-423-33063-5
Arndt von Haeseler en Dorit Liebers, Molekulare Evolution, Fischer Taschenbuch Verlag, Frankfurt a.M., 2003, ISBN 3-596-15365-4
Kleine Enzyklopädie der Fossilien, Tandem Verlag GmbH, KÖNEMANN, 2005, ISBN 3-8331-1312-X
Richard P. Feynman, Es ist so einfach, Vom Vergnügen, Dinge zu entdecken, Piper Verlag GmbH, München, 2003, ISBN 3-492-23773-8
(door Ad Broere) Dit is een gedeelte van mijn nieuwsbrief van juni 2022. Je kunt je op de nieuwsbrief abonneren via www.adbroere.nl:
‘Ik heb in mijn nieuwsbrieven geschreven over de oorspronkelijke Mens, die zich als een kernbeginsel in ons hart bevindt. Deze Mens kan zich weer in en door ons manifesteren als wij bereid zijn om de wedergeboorte mogelijk te maken. Ik schreef over Gnosis – of Christus, als dit woord meer bij je aansluit – , de Liefdekracht die vanuit het hart ons denken kan reinigen van de gevolgen van de ontelbaar vele ‘hacks’ die ons ten deel zijn gevallen. Ons denken wordt niet alleen vrijgemaakt van de programmering van buitenaf, het wordt tevens autonoom. Hiermee wordt bedoeld dat ons denken onafhankelijk wordt, niet beïnvloedbaar en verbonden met de wereld van de oorspronkelijks Mens. Dit is precies wat de krachten die onder andere Harari inspireren niet willen.
Deze krachten of energievelden beschouwen de mens als hun schepping. Als wij de oorspronkelijke Mens in ons laten herleven, dan zijn deze krachten hun macht over ons kwijt en dat tast hun eigen existentie aan. Het is daarom een zaak van leven of dood voor hen en ze zetten er alles voor in om ons voorgoed gevangen te nemen in een getranshumaniseerde menselijke vorm. Het is noodzakelijk dat zoveel mogelijk mensen zich ervan bewust worden, welke formidabele Kracht er in hen huist. Dit bewustzijn is het begin van vrij worden van de krachten die tot dusver over ons geheerst hebben. Als je je open gaat stellen, dan ga je ontdekken dat wij daarbij niet aan ons lot worden overgelaten. De oorspronkelijke wereld, de Mensheid die daar leeft en zij die daarnaar zijn teruggekeerd, volgen ons met al hun Liefde. Niet de emotionele liefde waar wij het vaak over hebben, maar de Liefde die het leven zelf is, die het Universum in beweging brengt en die ons tot een maakt. Deze toekomst wens ik ons allen van harte toe’.
Ik zag onlangs een videoblog, waar het om plastic probleem ging. Het blijkt dat in alle werelddelen os het ons als beschaving nog niet gelukt om de enorme hoeveelheid plastic zo te verwerken, dat het niet in het milieu terecht komt. En het gaat niet alleen om flessen, plastic zakken en wegwerp “medische spullen” van afgelopen twee jaar. De bulk wat er in het water terechtkomt bestaat uit gedumpte visnetten!
In de oceanen zijn er echte eilanden ontstaan (in het Engels ook “gyres” genoemd), daar waar de stromingen al dat plastic bij elkaar laat samenkomen. Sommige soorten van plastic worden week en worden “microplastics”. Helaas, blijven zowel harde stukjes als microplastics nog lang in het water drijven. Aan het einde van de episode praten ze ook over wat wel mogelijk is (zie onder).
Video: Plastic Pollution In The Great Pacific Garbage Patch Created Something Incredible
Earlier this year I warned that @TheOceanCleanup would catch and kill floating marine life. This week they announced they’re collecting plastic, and their picture shows HUNDREDS of floating animals trapped with plastic (red circles).
Oké, dus als er een grote net wordt gebruikt, dan vist die ook alle drijvende zeediertjes. Het wordt vergeleken met het “platwalsen van een weiland om plastic tasjes te bestrijden”. Is er een andere oplossing mogelijk, met het behoud van zeefauna?
Enkele jaren wordt er gewerkt aan de manieren om plastics af te breken door middel van bacteriën en enzymen. Eronder is een abstract uit een recente publicatie in Nature daarover.
Wat zal natuurlijk ook enorm helpen, is bewuster zijn hoe plastics worden geproduceerd, gebruikt en gerecycled.
================ ============================
Wetenschappers hebben een nieuwe enzymvariant ontwikkeld die afvalplastic in minder dan 24 uur volledig kan afbreken, waardoor de hoop wordt gewekt dat biologische processen een manier kunnen zijn om misschien een deel van de groeiende plasticcrisis in de wereld aan te pakken.
Onderzoekers van de Universiteit van Texas in Austin maakten donderdag bekend dat ze kunstmatige intelligentie hadden gebruikt om met succes een type enzym te ontwikkelen, hydrolase genaamd, dat PET-plastic kan afbreken tot zijn samenstellende moleculen. Deze materialen kunnen vervolgens worden hervormd tot nieuwe producten. <…>
Door machine learning ondersteunde engineering van hydrolasen voor PET-depolymerisatie
Abstract
Kunststofafval vormt een ecologische uitdaging (1,2,3) en enzymatische afbraak biedt één, potentieel groene en schaalbare, route voor het recyclen van polyesterafval(4).
Poly(ethyleentereftalaat) (PET) is goed voor 12% van het wereldwijde vaste afval(5), en een circulaire koolstofeconomie voor PET is theoretisch haalbaar door snelle enzymatische depolymerisatie gevolgd door herpolymerisatie of conversie/valorisatie in andere producten (6,7,8,9,10).
De toepassing van PET-hydrolasen werd echter belemmerd door hun gebrek aan robuustheid voor pH- en temperatuurbereiken, trage reactiesnelheden en het onvermogen om onbehandelde postconsumer-plastics direct te gebruiken. Hier gebruiken we een op structuur gebaseerd, machine learning-algoritme om een robuust en actief PET-hydrolase te ontwikkelen. Onze combinatie van mutant en scaffold (FAST-PETase: functionele, actieve, stabiele en tolerante PETase) bevat vijf mutaties in vergelijking met wild-type PETase (N233K/R224Q/S121E van voorspelling en D186H/R280A van scaffold) en vertoont superieure PET-hydrolytische activiteit ten opzichte van zowel wildtype als gemanipuleerde alternatieven (12) tussen 30 en 50 °C en een reeks pH-waarden. We tonen aan dat onbehandelde, post-consumer-PET van 51 verschillende gethermovormde producten allemaal bijna volledig kunnen worden afgebroken door FAST-PETase in 1 week. FAST-PETase kan ook onbehandelde, amorfe delen van een commerciële waterfles en een volledige thermisch voorbehandelde waterfles bij 50 ºC depolymeriseren. Ten slotte demonstreren we een closed-loop PET-recyclingproces door FAST-PETase te gebruiken en PET te hersynthetiseren uit de teruggewonnen monomeren. Gezamenlijk demonstreren onze resultaten een haalbare route voor enzymatische kunststofrecycling op industriële schaal.
In de documentaire vertellen ze over Sumerië, en later Assyria en Babylonië. Ze praten over ongelooflijke leeftijden van verschillende mensen van voor de vloed en over de kleitabletten met een verhaal van onder andere de aankomst van “goden”, of “diegene, die van de hemel kwamen” – Annunakene of Annunaki. Hele bijzondere afbeeldingen van wezens…
“…the fountains of the great deep [were] broken up, and the windows of the heavens were opened. And the rain was upon the earth forty days and forty nights.”
This quote from the Book of Genesis is part of a familiar tale — the story of Noah’s flood. Scholars have known for a long time that the Bible isn’t the only place this story is found — in fact, the biblical story is similar to a much older Mesopotamian flood story in the epic of Gilgamesh. Scholars usually attribute things like the worldwide occurrence of flood stories to common human experiences and our love of repeating good stories, but recently scientists have started to uncover evidence that Noah’s flood may have a basis in some rather astonishing events that took place around the Black Sea some 7,500 years ago.
The story, one of the oldest, if not the oldest in the world, concerns the birth of the gods and the creation of the universe and human beings. In the beginning, there was only undifferentiated water swirling in chaos. Out of this swirl, the waters divided into sweet, fresh water, known as the god Apsu, and salty bitter water, the goddess Tiamat. Once differentiated, the union of these two entities gave birth to the younger gods.
These young gods, however, were extremely loud, troubling the sleep of Apsu at night and distracting him from his work by day. Upon the advice of his Vizier, Mummu, Apsu decides to kill the younger gods. Tiamat, hearing of their plan, warns her eldest son, Enki (sometimes Ea) and he puts Apsu to sleep and kills him. From Apsu’s remains, Enki creates his home.
Tiamat, once the supporter of the younger gods, now is enraged that they have killed her mate. She consults with the god, Quingu, who advises her to make war on the younger gods. Tiamat rewards Quingu with the Tablets of Destiny, which legitimize the rule of a god and control the fates, and he wears them proudly as a breastplate. With Quingu as her champion, Tiamat summons the forces of chaos and creates eleven horrible monsters to destroy her children.
Ea, Enki, and the younger gods fight against Tiamat futilely until, from among them, emerges the champion Marduk who swears he will defeat Tiamat. Marduk defeats Quingu and kills Tiamat by shooting her with an arrow which splits her in two; from her eyes flow the waters of the Tigris and Euphrates Rivers. Out of Tiamat’s corpse, Marduk creates the heavens and the earth, he appoints gods to various duties and binds Tiamat’s eleven creatures to his feet as trophies (to much adulation from the other gods) before setting their images in his new home. He also takes the Tablets of Destiny from Quingu, thus legitimizing his reign.
Hier is een hoofdstuk uit het boek “The Extraterrestrial Species Almanac” van Craig Campobasso uit het gedeelte “Hybride rassen”. Ik lees in dit stuk over parallelle realiteiten, hybridisering en ook chanelling die “een telepatische verbinding” wordt genoemd. Ik heb ook bijzondere dingen gezien (en hoop dat het door jou ook gezien wordt): de Aardse mens wordt hier ook als een hybride ras genoemd en “in duizend jaar (=is het al vastgezet voor ons?) komt er een mix van alle andere hybride rassen”. Aldus het boek. Interessant..
Universele oorsprong: Sassani-wezens komen driehonderd jaar in de toekomst van een parallelle Aarde. De mensen van die versie van de Aarde zijn de weg kwijt geraakt in hun dimensie en hebben hun planeet vernietigd. Ze muteerden in de Grey’s om te overleven, maar konden zich niet langer voortplanten en waren aan het uitsterven. Omdat ons, menselijk, DNA dicht bij dat van hen lag, bezochten ze onze tijdlijn voor genetisch materiaal en kruisten ze met ons om de volgende hybriden te creëren waarmee hun beschaving door kon gaan:
• Hybride 1: Kleine Grey’s staan bekend als de Maz’e.
• Hybride 2: Grotere Grey’s staan bekend als de Mazani.
• Hybride 3: Sassani-wezens zijn half mens, half Grey’s.
• Hybride 4: Sha’ya’el-wezens zien er iets menselijker uit.
• Hybride 5: Ya’ya’el-wezens zijn erg menselijk.
• Hybride 6: Aardse mensen worden het zesde hybride ras.
• Shalanaya: hybride kinderen die uiteindelijk met mensen op Aarde zullen leven.
• Hybride 7: Anu-Het, een vermenging van alle zes hybride rassen in duizend jaar.
Fysieke kenmerken: Sassani-wezens zijn gemiddeld vijf voet lang (ca. 153 cm). Ze hebben dunne lichamen met grotere hoofd en ogen, maar kleinere oren, neuzen en monden. Hun huid is bleek. Mannen hebben geen haar. Vrouwen hebben haar dat meestal wit is, maar er zijn uitzonderingen. Ze hebben vijf vingers en vijf tenen. Het zijn superintelligente wezens met een verhoogde hersencapaciteit en emotioneel in balans.
Geloofsovertuigingen: De Sassani leven volgens de vijf scheppingswetten:
1. Je bestaat.
2. Alles is hier en nu.
3. Het Ene is het AL en het AL is het Ene.
4. Wat je uitstraalt, krijg je terug.
5. Alles verandert behalve de Wetten.
Kosmische Agenda: Vanwege de succesvolle hybridisatie van de Grey’s en mensen van de Aarde, voelen de Sassani verwantschap met ons en zijn ze naar onze parallelle realiteit gereisd om de geavanceerde wetten van de fysica met ons te delen, om ons te helpen naar de vierde dichtheid te gaan in de vijfde dimensie. Ze hebben ervoor gekozen om te komen en onze overgang te helpen om het een vreugdevolle overgang te laten zijn, door ons bewustzijn te vergroten van de onbeperkte mogelijkheden die voor ons beschikbaar zijn.
Een eenvoudige Sassani-overtuiging: Integriteit = gedrag dat is afgestemd op gedachten die zijn afgestemd op emoties die zijn afgestemd op positieve overtuigingen. Ze geloven dat zelfbekrachtiging onze sleutel tot meesterschap is.
Technologie: Sassani beschaving hebben een driehoekig reisvaartuigen in en naar parallelle realiteit, die zijn donker metaalachtig van kleur, ongeveer tien meter aan elke kant. Op de uitgesneden onderkant-punten bevinden zich drie blauwwitte lichten en één oranjerood licht in het midden. Hun kleinere vaartuigen zijn verkenningsschepen. Iets grotere driehoekige schepen zijn onderzoeksvaartuigen, en moederschepen of stadsschepen zijn cilindrisch en kunnen één tot enkele kilometers lang zijn en honderdduizenden individuen bevatten.
De schepen zijn bewuste AI die telepathisch verbonden zijn met de piloten voor navigatie. Ze kunnen elektromagnetische en zwaartekrachtvelden gebruiken voor reizen met bijna lichtsnelheden en locatieverplaatsingsaandrijvingen gebruiken die worden aangedreven door universele energie voor onmiddellijke verplaatsing tussen sterrenstelsels.
Bewustzijnsvaardigheden: Sassani-wezens zijn volledig bewust, soeverein en telepathisch. Ze kunnen tijd en ruimte overstijgen met hun geest en zijn dus in staat om contact te maken met wezens in andere parallelle werkelijkheden, aangezien zij begrijpen dat alle werkelijkheden tegelijkertijd bestaan. Dit interdimensionale communicatieproces is de basis voor hun vermogen om door aardse mensen en andere wezens te channelen, aangezien het niets anders is dan een telepathische verbinding tussen twee wezens in verschillende, maar gelijktijdig bestaande, dimensies.
Dimensionale capaciteit: De Sassani leven in een andere frequentie van werkelijkheid in een hogere, vierde dichtheid / quasi vijfde dichtheid werkelijkheid die tien keer sneller trilt dan onze werkelijkheid. Dus hoewel we misschien denken dat zij in de ’toekomst’ driehonderd jaar voorlopen op onze realiteit, loopt hun beschaving in feite drieduizend jaar voor op de onze, technologisch en sociaal gezien.
******* ******* ******* ******* ******* *******
Sassani Beings
(a chapter from the book “The Extraterrestrial Species Almanac” by Craig Campobasso.)
Universal origin: Sassani beings are from a parallel Earth three hundred years in the future. The humans of that version of Earth have lost their way in their dimension and destroyed their planet. They mutated into the Greys to survive but could no longer reproduce and were dying out. Since our DNA was close to theirs, they visited our timeline for genetic materials and crossbred with us to create the following hybrids that would allow their culture to continue:
Hybrid 1: Small Greys are known as the Maz’e.
Hybrid 2: Taller Greys are known as the Mazani.
Hybrid 3: Sassani beings are half human, half Grey.
Hybrid 4: Sha’ya’el beings are slightly more human-looking.
Hybrid 5: Ya’ya’el beings are very humanlike.
Hybrid 6: Earth humans becoming the sixth hybrid race.
Shalanaya: Hybrid children who will eventually live on Earth with humans.
Hybrid 7: Anu-Het, a blending of all six hybrid races in a thousand years.
Physical characteristics: Sassani beings are five feet tall on average (ca. 153 cm). They have thin bodies with larger head and eyes, but smaller ears, noses and mouths. Their skin is pale. Males have no hair. Females have hair that tends to be white, but there are exceptions. They have five fingers and five toes. They are superintelligent beings with an increased brain capacity, and are emotionally balanced.
Belief System: The Sassani live by the five laws of creation:
You exist.
Everything is here and now.
The One is the All and the All are the One.
What you put out is what you get back.
Everything changes except the Laws.
Cosmic Agenda: Because of the successful hybridization of het Greys and humans of Earth, the Sassani feel a kinship to us and have traveled to our parallel reality to share the advanced laws of physics with us, to assist us in moving to the fourth density to the fifth dimension. The have chosen to come and help our transition to be a joyful one, by expanding our awareness of the unlimited possibilities that are available to us.
A simple Sassani belief: Integrity = behaviors aligned with thoughts aligned with emotions aligned with positive beliefs. They believe that self-empowerment is our key to mastery.
Technology: Sassani beings have triangular parallel reality travel craft, dark metallic in color, about thirty feet on each side. On the truncated underbelly points there are three blue-white lights, and one orange-red light mid-center. Their smaller craft are scout ships. Slightly larger triangular ships are exploratory craft, and motherships, or city-ships are cylindrical and can be one to several miles in length, holding hundreds of thousands of individuals.
The ships are sentient AI that are telepathically connected to the pilots for navigation They can use electromagnetic and gravitational fields for sub-light travel and use location displacement drives powered by universal energy for instantaneous relocation between star systems.
Consciousness Abilities: Sassani beings are fully conscious, sovereign and telepathic. They can transcend time and space with their minds and thus are able to contact beings in other parallel realities since they understand that all realities exist simultaneously. This interdimensional communication process is the basis for their ability to channel through Earth humans and other beings since it’s nothing more than a telepathic link between two beings in different, but simultaneously existing, dimensions.
Dimensional Capacity: The Sassani live in a different frequency of reality in a higher, fourth density / quasi fifth density reality that vibrates ten times faster than our reality. Thus, while we may think of them being three hundred years ahead of us in the “future” relative to our reality, their civilization is actually three thousand years ahead of ours technologically and socially.
Martijn: Als je al deze materie om je heen ziet hier en je ziet mij en je ziet elkaar, dan is het ogenschijnlijk zo dat je buiten jezelf iets waarneemt. En dat klopt natuurlijk ook, want het is buiten je lijf. Maar wat er gebeurt – en dat is wat dit lichaam doet … is informatie verzamelen en reproduceren.
We noemen maar even de zintuiglijke waarnemingen. Je ziet bijvoorbeeld dit bord, hier staat ie … Het bord zie je … dat zag je net ook al, maar nu wordt ie meer primair op de voorgrond gebracht, omdat ik aangeef, hier staat ie, dus dan kijk je ernaar, hè. Daardoor gaat er meer zintuiglijke waarneming naar dit bord.
Nou is het zo dat dit bord voor jou en mij zichtbaar is als een bord, maar ons brein ziet helemaal geen beelden. Ons lichaam kijkt niet in beelden, maar ziet velden. Ons brein ziet alleen maar velden. Dus dit bord wat je hier ziet, is in jouw brein – en het is niet dat het alleen in jouw brein is, maar het is een heel energieveld, een elektrisch circuit – zit dit bord als een elektronische draaggolf in je brein geplant. Toch is dat bord hier niet weg. Ondanks dat het hier staat, wordt die ook gereproduceerd door jouw eigen systeem in een elektronisch circuit.
Deze stap is héél waardevol. Je ziet mij, je ziet elkaar, je neemt mij niet over … je neemt het bord ook niet over. Je kunt ook een pijn van iemand niet overnemen … het is alleen dat je er naar kijkt, het potentieel van waarneming en dan wordt het beeld gereproduceerd door jezelf, in je eigen lichaam. …
Nou kijken jullie maar eens allemaal even mee. Stel je voor, we gaan allemaal met jou meekijken, dan zien wij … als wij dit elektronisch circuit kunnen decoderen naar een 3-dimensionaal beeld. Zien wij zeer waarschijnlijk een ander bord, dan dit bord.
Omdat het reproduceren van datgene wat je buiten jezelf ziet, afhankelijk is van de aandacht die je ervoor hebt. In deze wereld is een heel groot verstoringsprogramma actief. Door de systemen waar wij in leven, maar ook is er echt een verstoringsprogramma actief zodat je zo weinig mogelijk aandacht kunt hebben voor jezelf, waardoor je jezelf zo weinig mogelijk exact kunt reproduceren aan de binnenkant, maar waardoor je ook zo weinig mogelijk aandacht hebt voor de mens en de wereld om je heen en ook dat opnieuw niet goed wordt gereproduceerd, haperend en waardoor je de wereld buiten jezelf ook niet goed in jezelf kunt voelen. Dus als je in elkaars elektronisch circuit kijkt van het lichaam, hebben ze aan allerlei modellen in beelden de situaties naast elkaar neer gelegd van elkaar en we zeggen, kijk dit is wat wij van de wereld zien en vinden. Dan zie je in 44 verschillende beelden van de wereld. En dan denk je dat je met z’n allen over hetzelfde praat. Dit kijken, dit waarnemen, dit voorbeeld van het bord, heeft dus ook betrekking op jezelf … hoe je jezelf bekijkt. Hoe je jezelf eigenlijk ervaart.
Doorgaans staan we daar helemaal niet bij stil. Maar wie ben jij eigenlijk, hoe ervaar jij jezelf als je in de spiegel kijkt, als je over jezelf denkt, wat gebeurd er met jou aan de binnenkant als er gevraagd wordt om iets te vertellen.
Wie ben je op dat moment. Wie ben je op het moment dat je tegen je moeder of je vader of je kind iets zegt, wie ben je op dat moment. Allemaal verschillende borden. Dus allemaal andere reproducties aan de binnenkant. Als je geen aandacht hebt voor jezelf, dat is ook waarom onze geheugens gewist zijn als mensen, om de aandacht in onszelf te wijzigen … “want hij zei die zichzelf niet kent, reproduceert zichzelf ook niet in het veld”… dat is het uitgangspunt.
Daarom moeten wij ook leren luisteren naar wie we werkelijk van binnen zijn want daar ligt de sleutel. Als je kijkt naar dat bord, wordt dat bord dus gereproduceerd in jouw systeem. Dat bord verdwijnt hier niet, het komt niet in jou terecht … jou systeem reproduceert het bord in een elektromagnetisch, elektrisch veld, zo noem ik dat maar eventjes. Wat gebeurd eigenlijk, je genereert energie. Besef dat goed! Besef goed dat de ontwikkelaars van deze werkelijkheid dat niet voor niets hebben gedaan. Deze lichamen die zonder toestemming brutaal gehackt zijn, gehackt om te voorkomen wat ik nu ga benoemen … die gaan weer aan! En dat start met ons bewustzijn, eerst moet het beseft worden, voordat dingen kunnen gaan lopen. En dat ons besef, ons vermogen van besef … onze aandacht is de generator van levensenergie. Dit bord, door dit waar te nemen, wordt gereproduceerd in jouw systeem. Goed beseffen!
Alleen maar door de waarneming, genereer je energie. Hè? Zit het zo simpel in elkaar? Ja … Alles wat je in jezelf ziet, inclusief jezelf en daarom moeten wij ook… ouderwetse woorden … we moeten onszelf aanvaarden. Als wij onszelf kunnen aanvaarden in hoe we doen en hoe we zijn, met onze gekkigheden erbij, met onze dingen als we denken, moet dat nou zo … Als we onszelf aanvaarden, dan aanvaarden wij ook onszelf aan de binnenkant en dan genereren we onszelf ook binnenin. Diegene die zichzelf aanvaardt herschept zichzelf aan de binnenkant. Versterkt dus het bewustzijn. Maar zo simpel … alles wat je waarneemt en dat kan met je zintuiglijke systeem, maar je zintuigen kunnen ook uit, dat je het over je waarnemingsvermogen hebt, voorstellingsvermogen. Alles wat wij onder de vlag van waarneming kunnen schuiven, is genereren van energie. Wij genereren biologisch elektrische energie. Goeie genade …
Nou moet je daar eens over na gaan denken. Want wat gebeurd er met die energie? En dan gaan we er nu even vanuit, dat het nergens heen wandelt en dat we niet lekken. Wat gebeurd er? Die energie wordt dus opgeslagen, maar energie – dat zijn frequentievelden, dat zijn trillingsvelden … En al die verschillende waarnemingen die allemaal geometrieën zijn, allemaal energievelden van het lichaam. Die gaan maar door en het borrelt en het schuift wat bij en er schuift weer wat bij en weer wat bij … En dat wordt een oneindige klank, een oneindige trilling en misschien zelfs wel als we al die trillingen weer bij elkaar opgeteld worden, dat die trilling tot stop komt … onsterfelijk … Alleen maar door hier te zijn …
Dit is de basis. De basis is, dat wezens die een menselijke ervaring hebben hier op de Aarde, in het lichaam, juist door aandacht te hebben, in het lichaam energie gaan genereren. Dus dat lichaam reproduceert datgene wat er buiten wordt waargenomen, in het veld … het veld wordt groter en het genereren van binnenuit stopt als er geen aandacht meer is.
Want echte aandacht is de verbinding met de gezamenlijke hartslag. Dan is er altijd energie. Als je uit de synchroniciteit gaat, met aandacht van de kracht van de ander, van de situatie … als je uit die verbinding bent en je zit in een mind verbinding, zit je in 2 verschillende circuits en dan heb je alleen maar een eigen circuit. Een eigen circuit raakt op, leeg. Dan word je moe en dan is het gebeurd … afgelopen. Dan moet je slapen en dan word je moe en dan is het net of je ziek wordt … je kunt niet meer, je hebt geen kracht meer om verder te breien.
En als je in de aandachtskracht zit, (dus op de eerste steen gaan staan,= niet liegen) zodra je in die aandachtskracht zit, dan komt die gezamenlijke frequentie, die je als mensen ook met elkaar kunt voelen. Dat is een hele schone zuivere echte frequentie, dan is er gezamenlijke levensfrequentie, dat is een menselijk contactveld, zo noem ik het nu even, een kosmisch menselijk contactveld … waarin er een één-frequentie is. De één -frequentie zorgt ervoor dat je dus niet kunt uitputten. Dus als je in aandacht leeft, blijf je in uitwisseling met de kracht. Dat blijft. En kan alles gegeneerd worden in je systeem.
En wat gebeurd er? Steeds meer energie. En hoe meer je waarneemt, wij zeggen wel eens op Aarde: hoe langer ik leef, hoe wijzer ik wordt hè. Maar dat is natuurlijk niet zo. Dat is bijna een soort zelflerend programma van de mind. Dat is het niet. Je hebt wijsheid vanuit je hoofd en je hebt ook innerlijke wijsheid. Het is inderdaad waar, hoe langer je leeft … en dat is niet, dat je bij 80 jaar wijzer bent. Sommige mensen hebben dat op hun 15de al, die hebben minder remmers er tussen zitten, of zijn zonder remmers hier gekomen dat kan ook nog om een bepaalde reden. Maar je wordt innerlijk wijzer omdat je meer ervaring hebt.
Dus je hoeft niet altijd met alles en iedereen in gesprek, je kunt verschrikkelijk wijs worden, superwijs worden van heel veel natuurfilms. Als je een jaar lang allemaal mooie natuurfilms ziet, moet je eens kijken wat een wijsheid in frequentie er in jezelf is en dat wordt allemaal gereproduceerd in je systeem. Zo simpel als ik het nu vertel, maar het mag ook niet ontgaan. Alles wat jij meemaakt, alles wat je ziet, wordt gedragen in jezelf. Vervelende dingen, leuke dingen. Zware dingen, luchtige dingen.
Alles wat er gebeurt word gereproduceerd in ons systeem. En de frequentie stapelt zich op en die stapelt zich op en we gaan er nog steeds vanuit dat er geen lek is. En de frequenties die komen bij elkaar – en dat zijn allemaal geometrieën – en het vult zich, en dat zijn hologrammen, trillingsvelden … En het vult zich en het vult zich en dat zijn allemaal duizenden, miljarden verschillende tonen en frequenties en ze komen steeds dichter bij elkaar … en dan pieppppp … weg … Alles valt weg tegen elkaar.
En ik zeg niet dat je opgaat in het niets, ik heb het over het moment van hier op de Aarde, wat er gebeurt met ons, als wij in die processen terecht komen. Op dat moment is er zoveel informatie en wijsheid in trilling, dat we niet meer kunnen sterven. En daarom is er een programma aan de gang in deze werkelijkheid, om er voor te zorgen dat de mensen hier niet onsterfelijk worden, dat het bewustzijn zich maximaliseert. En de mensen die hier wel onsterfelijk gaan worden, zullen onsterfelijk “gemaakt worden” door technologie. Maar dat zegt nog niks over het bewustzijn aan de binnenkant.
Er is een agenda gaande hier, hier in deze werkelijkheid, die ons constant onze kracht gebruikt. En als ik dat dus in een grafiekje neerzet, dit is echt een soort besef, inzichtmoment … dwarsverbanden, duwen, trekken, kneden …
Je bent als het ware constant dit aan het doen, … stijgende lijn, dus je krijgt steeds meer energie. Steeds meer wordt er aan vibratie … elektronisch circuit … energie in je lichaam gegenereerd. En als er niets gebeurd, dan gaat dat dus steeds verder en verder en verder. En leidt het tot het ontwaken van de mens. Van bewustzijn.
En dat is ook gaande op dit moment. Mensen zijn zich er heel erg bewust van. Dat het gewoon werkelijk over iets anders gaat en het wordt werkelijk stevig achter de gordijnen gehouden waar het echt over gaat. Als er niks gebeurt, dan is die lijn uiteindelijk een totaliteit van allemaal waarnemingen en frequenties. Maar wat er eigenlijk gebeurt in deze wereld is dit … boem … er gebeurd iets. En we kunnen dat trauma noemen, maar ik noem het maar even “lek-momenten” door de dag heen. En denk nu maar niet dat het allemaal heel erge trauma’s zijn hoor …
(Bron: Martijn van Staveren, fragment uit een training april 2022)
Bedankt voor het maken en delen van het transcript!
Martijn: Ik lag gisteravond in bed… ik lag lekker te luisteren naar de wind, was zo ontzettend heerlijk genieten. En de zijkanten, bij oogkassen, daar heb je de botten en aan die kant begon het bij mij te trillen. Ik kan dat ook “uitzetten”, als ik het, zeg maar, niet wil, maar ik liet dat gewoon gebeuren. Dus ik lag zo en daar komen allemaal lichtvelden hieruit, aan de zijkant, ik lag zo rustig. En toen transformeerde zich de hele ruimte waarin ik aanwezig was, en het is niet de transformatie, want de ruimte bleef gewoon bestaan, maar er is een overloop van de een naar de andere ruimte, en toen stond ik in een ruimte, een heel groot onderzoekscentrum. Ik heb zoiets al eerder gezien, een kleine, ik heb erover in de lezingen wel eens eerder verteld. Maar het was een heel groot onderzoekscentrum, daar liepen allemaal mensen uit de Siriaanse beschavingen en daar liepen ook Pleiarische mensen. En ik liep daar doorheen en mensen vonden het ook mooi, dat ik er was.
Ik liep niet gelijk, ik stond zo rustig te kijken, dus mijn lichaam van dit wordt vanuit mijn bewustzijn gereproduceerd, opnieuw opgebouwd, in die plek. En ik loop door die hele grote ruimte met hele … anderhalve meter grote vloertegels, niet donkergrijs, ook niet licht, een stevige kleur grijs met donkergrijze vlammen doorheen op de vloer. Heel mooi glimmend. Ik zie die mensen lopen om me heen, mensen ze zeggen mij ook gedag. En in het veld voelde ik ook dat het hele veld me gedag zei, een collectieve gewaarwording vanaf hen. Ik begin te lopen en ik voelde dat ik geobserveerd werd. En ik mijzelf had ook afgestemd heb dat ik te gast ben op een andere plek. Ik liep naar een 5 a 6 meter verderop zijnde muur en het was helemaal van glas. Ik kijk ernaar – het is heel hoog, 6 – 7 meter hoog, een heel grote wand. Er was een hele stevige balie van links naar rechts gebouwd, helemaal zwart, glimmend zwart, en er stonde mensen zo naar buiten te kijken. En ik loop naar hen toe en ik vraag: “Mag ik ook…?”. En het wordt gelijk gezegd: “Kijk maar lekker.” Het is geen vragen, he. Het is echt iets van deze wereld, het is aangeleerd. Aan wie moet je vragen of je mag kijken, eigenlijk?
En ik kijk dus naar buiten en door dat glas zie ik flinterdunne gouden draadjes. Weet je de sliertjes die je in de kerstbomen hangt die van goud zijn? Die, maar dan vele, vele malen dunner, en het is als een honingraat in het glas, net als van bijen, zo ziet het eruit. En terwijl ik in de lengte, zo van links naar kijk, zie ik dat het een soort gouden raamschittering is. En toen vertelde het raam: Geef je aan waar je naar wilt kijken en wij zullen zorgen dat je het ziet. Ik kijk naar buiten en ik gaf niets aan wat ik wilde zien, ik keer er gewoon doorheen. Ik kijk naar buiten en ik zie een enorme bergrug en die stond vol met bloemachtige struiken, alleen maar bloemen in allerlei kleuren. En ik kijk zo uit het raam naar beneden en we zitten aan de rand van een enorm ravijn. Als je zegt Grand Canyon – in volle bloei, zo groot, die Kracht. En ik kijk zo naar buiten en – het is heel mooi. En ik besluit om naar buiten te gaan en ik loop naar buiten. Aan de zijkant er is een opening, een trap die loopt naar links, ik ga ervan af. Ik zie daar precies langs de rand van anderhalve meter tussen het object, waar ik dus in was, en de natuur, echt zo’n looprand, en ik kon het een scene zijn uit een decor, of overheen of erlangs lopen, maar oei, je zou zo 5 kilometer naar beneden kunnen vallen. Dus het was echt het scherp van de snede, de omgeving. Wij creëren hier altijd de veilige omgevingen, uit angst. Maar daar waar we vandaan komen is dat niet. Er is daar geen onveilige omgeving maar daar kun je dus miraculeuze situaties tegenkomen die totaal niet angstig zijn of een gevaar-setting opleveren, helemaal niet, nul. En kijk naar het object, een heel groot voertuig… Heb je wel eens een zilvervisje gezien? Het is zilvervisachtig maar dan aan de voorkant is de zilvervis veel breder en dan met een soort versmalling naar achteren. Zo’n heel groot object. En aan de voorkant van de zilvervis heel hoog, en aan de achterkant niet helemaal naar beneden lopend, maar zo naar de zon , er waren meerdere lichtbronnen. En toen ik daarnaar kijk toen dacht ik: Wow, wat leuk. Want ik besefte vanuit mezelf dat ben ik hier wel, maar eigenlijk ben ik hier ook niet.
En toen liep ik weer naar binnen, de mensen stonden met de handen op die panelen en toen gingen we aan de zijkant, daar hingen ook een heel groot zwart scherm was waar allemaal lichtvelden in draaide die bijhouden wat er allemaal in matrixen, in werelden, gebeurt. Het was een heel groot onderzoeksgebouw.
Ik liep door het gebouw heen en toen kwam ik Pietha(?) tegen, de man die ik wel eens eerder heb ontmoet, hele grote bruine baard. Hij heeft heel donkerpaars, donkerblauw, het is moeilijk te duiden die kleur… Marineblauw lijkt ook een beetje tegen paars aan te zitten. Hij had een pak aan, echt een pak met aan de voorkant ook echt zo’n schild van bruine kleur. En Pietha zei me gedag want ik was zelfs een paar keer eerder geweest, dat is heel veel jaren geleden. En toen was Nah’eshrah, dat is een vrouw met heel wit haar -ik heb sowieso 12-13 mensen gezien. Die vrouw, Nah’esh heeft heel wit haar, vol maar stijl, tot iets over de schouders. En zij was in super witte kleding, glimmend wit, zoals een glimmend witte piano, weet je, probeer je maar eens kleding zo glimmend wit te krijgen. En hele mooie laarzen, aan de binnenkant ze liepen zo scheef, heel mooi met een gebroken wit… glimmende inleg, aan de bovenkant liep het ook zo…zilverwit, gebroken wit-achtige inleg. Perfect wit pak. En hier een heel mooi gouden rand met allemaal tekens daarin. En Nah’esh zei me ook gedag en ik zei: Dag, Nah’esh. Precies zo. En toen ik het uitsprak voelde ik al de contactlijnen tussen mensen.
En toen kwam nog een andere persoon erbij, El’ra … die heeft donker haar. De man komt uit de Pleiarische constellatie en de vrouwen komen uit de Siriaanse werelden. Ze vertelden dat ze daar precies weten wat er gebeurt, ze houden alles bij. Elke mogelijkheid die er ook wordt ingevuld wordt exact gemonitord, van elke wereld. En toen kon ik door de grote schild wat aan de muur hangt, het is de muur van een enorme omvang, daar zit het hele uurwerk in van alle universa en werkelijkheden die zij monitoren. Die heeft een eigen bewustzijn dat gevoed wordt door de mensen die daarmee werken en dat bewustzijn houdt nauwlettend in de gaten wat er allemaal in al die werelden gebeurt. En als daar een aandachtspunt is dan verschijnt het ook als een hologram in dat zwarte beeld. En daar kijk ik zo naar, en ze was heel vredig, heel rustig.
En toen wist ik: Ja, dat is allemaal leuk en aardig dat ik hier ben maar ik weet ook precies waar het is. Dus ik loop zo de ruimte uit, doe de deur open (de deur zoals hier), loop door allemaal gangen heen en ineens kom ik bij een uitgang, een glazen deur. Ik doe de deur open en ik ben in de stad. Ik weet precies waar het is. Ik kon de hele stad ook exact herinneren. En toen ik dat gebouw uitging, wat aan de voorkant zo’n zilvervis object is wat wij vanuit hier als ruimteschepen zien, zag ik vanuit de andere kant als een onderdeel van een heel groot complex van allerlei gebouwen, onderzoekcentra. De onderzoekcentra die hebben de technologie die op bewustzijn gebaseerd is, waarmee ze zichzelf kunnen verplaatsen, in alle dimensies, in alle plekken, in alle locaties. Ze kunnen overal naar toe navigeren en zij geven daarbij zelf de vorm aan hoe ze daaruit komen te zien.
Ik kijk zo door de stad, het is een heel grote stad in de natuur gebouwd, bergen, licht groen was alles, er waren geen donkergroene bomen, alles was lentegroen maar in volle bloei en overal waren gebouwen, allemaal van verschillende architectuur en alles was een soort grote campus. Het is een onderzoeksfaciliteit, het is een wereld op zich. En allemaal verschillende afdelingen. En het hele complex, de hele stad die daar is, dat is één van de ontelbare steden, locaties, waarin exact bijgehouden wordt wat er allemaal gebeurt. Alles wordt exact gezien. Precies.
En toen liep ik naar een auto toe, zo noem ik het maar even. Het is een rechthoek waarvan de hoeken heel erg rond zijn. Die was lichtgroen met wit, zo een beetje als de blaadjes, hele mooie, schone objectjes. Daar zaten twee paneeltjes in en als je daar in gaat zitten, die raakt de grond niet, die ligt boven de grond, we noemen dat zweven. Je gaat erin zitten en legt je handen daarop, daarmee maak je contact, er komt vriendschaps-contact tussen jou en het object. Het object heeft eigenlijk een eigen identiteit maar de identiteit komt eigenlijk voort uit jou. Dus je komt jezelf tegen, dus de technologie die daar is, die komt eigenlijk voort uit jou. Je maakt contact, legt je handen daarop en dan kon ik ergens aan denken waar ik naar toe wilde. Maar ik besloot dat niet te doen omdat ik ook besefte dat ik hier ben. Ik wist niet precies hoe de tijd hier liep.
Dus toen heb ik naar binnen gegaan, zag mensen lopen. Het is heel veel vriendschap, heel veel blijheid is daar. Voor onze begrippen hier, we zitten in totale verwrongenheid. Als je in die wereld gewoon even bent, ja, er zijn eigenlijk geen woorden voor. Het is zo vol aan energie en het is zo vol levensreden, er is zo ontzettend veel vriendschap onderling, dat voel je. Dat hele veld, het is heel vol, vol met leven. En in dezelfde tijd is het super sereen en stil. Het is totale rust en alles aanwezig, het is heel vol en voelend. En zo liepen we terug, liepen naar binnen. ‘Ben je even naar huis geweest?’ Ik zeg: Ik ben niet naar huis geweest, toen moeste ze lachen. Toen kwamen we bij een bord en toen werd er tegen me gezegd: “Jullie moeten geen zorgen maken!” Letterlijk. “Jullie moeten geen zorgen maken, uit zorgen blijven en gewoon jezelf zijn, hoeven nergens bang voor te zijn, we zien IEDEREEN (en het was zo indringend). Wij zien iedereen, ie-der-een”. En het was niet tegen mij gezegd, maar boem – zo ging die – we zien iedereen.
En toen wist ik dat ik dit hier moet gaan vertellen. En tegen iedereen moet het eigenlijk ook naar buiten toe. Iedereen wordt gezien, iedereen wordt met dezelfde aandacht en dezelfde intentie bekeken. Iedereen wordt gezien en het werd letterlijk gezegd: “Jullie moeten je GEEN ZORGEN maken! Er is geen rede om bezorgd te zijn.” En toen lieten ze mij precies dat zien wat ik vandaag opnieuw heb benoemd. En dat is ook de boodschap die daarin ligt, dat ik het op die manier zou kunnen benoemen…
“Onthoudt, dat alles gezond is in wie we werkelijk zijn, laat de illusie nooit zover komen dat je bezorgd moet zijn, want daar waar je in de zorgen komt, kom je in het systeem vast. En dat is niet waarom jullie daar zijn. Jullie moeten ook paraat staan voor ons”. Wij zijn een soort transponders (dat is transmitters + responders). We zijn om de dingen hier te zien, te voelen, te detecteren, door te zetten, te ontvangen, te genereren, los te koppelen, zaken los te maken. En vervolgens om de bron te laten starten. En dat is een heel emotioneel moment dat het tegen mij wordt gezegd. Want het waren al de drie mensen die speciaal op een rijtje stonden en op het ontzagwekkende manier hun vriendschap … uitspraken: ”Wij zien jullie allemaal!”
“Hoe verwacht je te communiceren met de oceaan, als je elkaar niet eens kunt begrijpen?”
Solaris is een science fiction boek geschreven door Stanislaw Lem. Er zijn daarvan ook 2 verfilmingen gemaakt, eentje door een geniale regisseur Andrei Tarkovsky (zie link onderaan).
Solaris en Bach (impressie) – 3:51
Het verhaal
ERGENS in ons heelal, dat zich lichtend uitstort in talloze galaxieën, draait, beschenen door twee zonnen, een planeet die helemaal overdekt is met een oceaan. In haar dampkring zweeft een ruimtestation, waar drie bemanningsleden wonen. Als de kosmonaut-inspecteur Kris Kelvin er aanmeert, heeft een van hen net zelfmoord gepleegd. De anderen gedragen zich overspannen en komen hun kajuit haast niet uit. Ze hebben namelijk elk een geheimzinnige ,,bezoeker” en dat drijft hen tot waanzin. Ze vermoeden dat de oceaan hun diepste bewustzijn kan peilen, en wat zich daar bevindt, materialiseert. Ook Kris krijgt bezoek over de vloer: op een ochtend zit zijn vrouw Hari op zijn bed. Springlevend. Tien jaar geleden is zij overleden. (Bron: Het Standaard https://www.standaard.be/cnt/gklia9lb )
Diepere kijk
Solaris is een verhaal over bewustzijn, die van een Mens en een bewustzijn van een andere soort, van de oceaan van de planeet Solaris.
Oké, geschreven in 1961 lijkt het mij niet helemaal geloofwaardig, hoe wetenschappelijke discussies gevoerd worden of hoe beslissingen genomen worden. Maar aan de andere kant, zowel in het verhaal als zeker in de film is de zoektocht voelbaar (het is een ware voel-film, geen verhaal-film) naar wie wij zijn als mensheid. Wie is de Mens, wie ben ik? En dat de poging om een ander intelligentie te begrijpen komt erop neer om eerst echt onszelf te zien, onszelf te begrijpen, te ervaren.
“De mens is eropuit gegaan om andere werelden en andere beschavingen te verkennen zonder zijn eigen labyrint van donkere gangen en geheime kamers te hebben verkend, en zonder te vinden wat er achter deuropeningen ligt die hij zelf heeft verzegeld.”
“Wij zoeken alleen de Mens. We hebben geen behoefte aan andere werelden. We hebben spiegels nodig. We weten niet wat we met andere werelden aan moeten. Een enkele wereld, de onze, is voldoende; maar we kunnen het niet accepteren voor wat het is. We zoeken naar een ideaalbeeld van onze eigen wereld: we gaan op zoek naar een planeet, naar een beschaving die superieur is aan de onze, maar ontwikkeld is op basis van een prototype van ons oerverleden. Tegelijkertijd is er iets in ons dat we niet graag onder ogen zien, waar we ons tegen proberen te beschermen, maar dat toch blijft, omdat we de Aarde niet in een staat van oer-onschuld achterlaten. We komen hier aan zoals we in werkelijkheid zijn, en als de bladzijde is omgeslagen en die werkelijkheid aan ons wordt onthuld – dat deel van onze werkelijkheid dat we liever in stilte aan ons voorbij laten gaan – dan vinden we het niet meer leuk.“ Solaris (1961)
Solaris | SCIENCE FICTION | FULL MOVIE | directed by Andrei Tarkovsky (English subtitles)