De inleiding van het mooie boek van Suzanne Simard, een Canadese die haar verwondering en haar bevindingen onthult over het leven, communiceren en verbindingen van bomen in bossen.
Inleiding
VERBINDINGEN
Generaties lang heeft mijn familie de kost verdiend met het kappen van bossen. Ons voortbestaan was afhankelijk geweest van dit nederige beroep.
Het is mijn nalatenschap.
Ikzelf heb ook een behoorlijk aantal bomen gekapt.
Maar niets leeft op onze planeet zonder dood en verval. Hieruit ontspringt nieuw leven, en uit deze geboorte zal nieuwe dood voortkomen. Deze spiraal van leven leerde me ook een zaaier te worden, een planter van zaailingen, een bewaker van jonge boompjes, een onderdeel van de cyclus. Het bos zelf maakt deel uit van veel grotere cycli: de opbouw van de bodem, de migratie van soorten en de wateromloop van oceanen. De bron van schone lucht, zuiver water en goed voedsel.
Er schuilt een nodige wijsheid in het geven en nemen van de natuur – haar stille overeenkomsten en zoektocht naar evenwicht. Er schuilt een buitengewone vrijgevigheid in.

Het werken aan de ontrafeling van wat het was wat de bossen “doet tikken”, en hoe ze verbonden zijn met de aarde, vuur en water, maakte van mij een wetenschapper. Ik observeerde het bos en ik luisterde. Ik volgde waar mijn nieuwsgierigheid me heen leidde, ik luisterde naar de verhalen van mijn familie en mijn volk, en ik leerde van de onderzoekers. Stapje voor stapje – puzzelstuk na puzzelstuk – stopte ik alles wat ik had in mijn zoektocht naar wat er nodig is om de natuur te genezen.
Ik had het geluk een van de eersten te worden van de nieuwe generatie vrouwen in de houtkapsector, maar wat ik aantrof, was niet te begrijpen. Integendeel, ik ontdekte uitgestrekte landschappen zonder bomen, bodems ontdaan van de complexiteit van de natuur, een aanhoudende hardheid van de elementen, gemeentes ontdaan van oude bomen, waardoor de jonge bomen kwetsbaar waren, en een industriële orde die vreselijk misplaatst aanvoelde. De industrie had de oorlog verklaard aan die delen van het ecosysteem – de bladplanten en loofbomen, de knabbelaars, scharrelaars en teisteraars – die werden gezien als concurrenten en parasieten van handelsgewassen, maar waarvan ik ontdekte dat ze noodzakelijk waren voor het genezen van de aarde. Het hele bos – centraal in mijn bestaan en mijn gevoel voor het universum – leed onder deze verstoring, en daardoor leed al het andere er ook onder.
Ik ging op wetenschappelijke expedities om uit te zoeken waar we zo vreselijk de mist in waren gegaan en om de mysteries te ontrafelen waarom het land zichzelf herstelde wanneer het aan zijn lot werd overgelaten – zoals ik had zien gebeuren toen mijn voorouders bomen begonnen te kapen op wat lichtere manier. Gaandeweg werd het mysterieus, bijna griezelig, hoe mijn werk zich in gelijke tred ontvouwde met mijn persoonlijke leven, net zo nauw verweven als de delen van het ecosysteem die ik bestudeerde.
“Ik ontdekte dat ze zich bevinden in een web van onderlinge afhankelijkheid, verbonden door een systeem van ondergrondse kanalen, waar ze dingen bemerken, verbinden en relaties vormen met zo een oeroude complexiteit en wijsheid dat het niet langer ontkend kan worden. “
De bomen onthulden al snel verbluffende geheimen. Ik ontdekte dat ze zich bevinden in een web van onderlinge afhankelijkheid, verbonden door een systeem van ondergrondse kanalen, waar ze dingen bemerken, verbinden en relaties vormen met zo een oeroude complexiteit en wijsheid dat het niet langer ontkend kan worden. Ik voerde honderden experimenten uit, waarbij de ene ontdekking tot de volgende leidde, en door deze zoektocht ontdekte ik de lessen van boom-tot-boomcommunicatie, van de relaties die een bosgemeenschap creëren. Het bewijs was aanvankelijk zeer controversieel, maar de wetenschappelijke bevindingen staan nu bekend als grondig, peer-reviewed en veelvuldig gepubliceerd. Het is geen sprookje, geen verbeelding, geen magische eenhoorn en geen fictie uit een Hollywoodfilm.
Deze ontdekkingen stellen veel van de beheerpraktijken ter discussie die het voortbestaan van onze bossen bedreigen, vooral nu de natuur worstelt om zich aan te passen aan een opwarmende wereld.
Mijn vragen begonnen vanuit een oprechte bezorgdheid over de toekomst van onze bossen, maar groeiden uit tot een intense nieuwsgierigheid, waarbij de ene aanwijzing de andere opvolgde, over hoe het bos meer was dan alleen wat bomen bij elkaar.
In deze zoektocht naar de waarheid hebben de bomen me laten zien hoe sensitief en ontvankelijk ze zijn, hoe ze verbinden en met elkaar communiceren. Wat begon als een erfenis, en vervolgens als een plek uit mijn jeugd, een soort van troost en avontuur in West-Canada, is uitgegroeid tot een dieper begrip van de intelligentie van het bos en, nog meer, een verkenning van hoe we ons respect voor deze wijsheid kunnen herwinnen en onze relatie met de natuur kunnen helen.

Een van de eerste aanwijzingen kwam toen ik de berichten aan het aftappen was die de bomen heen en weer stuurden via een cryptisch ondergronds netwerk van schimmels. Toen ik het verborgen pad van de gesprekken volgde, leerde ik dat dit netwerk doordringt in de hele bosbodem en alle bomen verbindt in een netwerk van boomgroepen met schimmelverbindingen ertussen. Een schematische kaart onthulde, tot mijn verbijstering, dat de grootste, oudste bomen de bron zijn van schimmelverbindingen met opkomende zaailingen. Bovendien staan ze in verbinding met alle buren, jong en oud, en dienen ze als spil in een jungle van draden, synapsen en knooppunten. Ik neem je mee op reis die het meest schokkende aspect van dit patroon onthulde: dat het overeenkomsten vertoont met ons eigen menselijke brein. Daarin nemen oud en jong elkaar waar, communiceren en reageren ze op elkaar door chemische signalen uit te zenden. Chemicaliën die identiek zijn aan onze eigen neurotransmitters. Signalen die ontstaan door ionen die door schimmelmembranen stromen.
De oudere bomen kunnen onderscheiden welke zaailing uit hun familie is.
De oude bomen zorgen voor de jongen boompjes en voorzien hen van voedsel en water, net zoals wij dat met onze eigen kinderen doen. Rede genoeg om erbij stil te staan, diep adem te halen en na te denken over de sociale aard van het bos en hoe cruciaal dit is voor de evolutie. Het schimmelnetwerk lijkt de algemene conditie van bomen te promoten. En meer. Deze oude bomen bemoederen hun kinderen.

De Moederbomen.
Wanneer Moederbomen – de majestueuze knooppunten in het centrum van communicatie, bescherming en bewustzijn in het bos – sterven, geven ze hun wijsheid door aan hun verwanten, generatie na generatie, en delen ze de kennis van wat helpt en wat schaadt, wie vriend of vijand is, en hoe zich aan te passen en te overleven in een steeds veranderend landschap. Het is wat alle ouders doen.
Hoe is het mogelijk dat ze waarschuwingssignalen, berichten van erkenning en veiligheidsmeldingen net zo snel kunnen versturen als telefoontjes? Hoe helpen ze elkaar door nood en ziekte heen? Waarom vertonen ze menselijk gedrag en waarom functioneren ze als een burgermaatschappij?
Na mijn leven lang bosdetective te zijn geweest, is mijn perceptie van het bos op de kop gezet. Met elke nieuwe onthulling raak ik dieper verankerd in het bos. Het wetenschappelijke bewijs is onmogelijk te negeren: het bos is geprogrammeerd voor wijsheid, bewustzijn en genezing.
Dit is geen boek over hoe we de bomen kunnen redden.
Dit is een boek over hoe de bomen ons zouden kunnen redden.
Vertaling uit het Engels door Anna Krasko
Foto-bronnen:
More than 200 year old tree of Silk Cotton (Ceiba pentandra) at Lalbagh, Bangalore door P.L. Tandon https://www.flickr.com/photos/13070711@N03/8603788960/
https://www.flickr.com/photos/judywilliams/5363812681/
https://www.flickr.com/photos/80199236@N03/21555202302/
https://www.flickr.com/photos/anpalacios/14360578462/




























