Familieopstelling (op zoek naar je Ware zelf)

Als je niets meer met spiritualiteit te maken wilt hebben, maar er toch een boek over wilt lezen, dan kun je bovenstaand boek helemaal veilig lezen. Het is een boek van Kluun. Veel mensen kennen zijn eerste (autobiografische en sappige) boek Komt een vrouw bij de dokter. Over een man die samen met een vrouw en een dochter een gezin vormt, tot het moment dat die vrouw op nog heel jonge leeftijd overlijdt aan kanker. (Familieopstelling is het vervolg op dit boek.)

In de laatste fase van het leven van die vrouw, gaat de hoofdpersoon ‘vreemd’ met een andere vrouw en dat vinden wij op aarde heel erg schokkend, slecht en vreemd. Omdat het met naaktheid te maken heeft en met liefde (en helemaal niet met angst).
Ik moet nu ineens denken aan dat er bij de laatste taskforcedag iemand vertelde dat ze voor het eerst naar een dag van Martijn was en dat al heel lang wilde, maar niet kon omdat ze al heel lang voor haar man fulltime mantelzorger is. En hoe blij ze was dat ze er nu was en dat ze het vaker ging doen.
Deze mevrouw ging niet vreemd! Juist niet! Ze ging gewoon uiteindelijk. En het beviel haar. Dat was de naakte waarheid. En ik was blij dat ze dat met ons deelde. Daar vallen de dingetjes van op hun plek. Deze mevrouw heeft nog geen tijd gehad om te mopperen over het woord ‘volgeboekt’ uit liefde voor haar man.

Maar dit boek dus:
De hoofdpersoon vrijt in dit vervolg op Komt een vrouw bij de dokter met de ex-vrouw van zijn beste vriend. En omdat dit the bloody limit van losbandigheid is, gaat hij uiteindelijk een spirituele cursus doen op aanraden van diezelfde beste vriend (die al ervaring heeft met zo’n spirituele cursus en volgens mij kampt met het misverstand dat vrouwen bezit zijn en ondanks die cursus ook nog steeds met pijn en trauma).

Het is een groot en hardnekkig misverstand dat vrouwen bezit kunnen zijn, maar dat komt ook door één van de zeventien geboden uit de nieuwe bijbelvertaling:

Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’

Dat gebod is zo sterk dat het ook nog werkzaam wil zijn, als je al lang gescheiden bent en helemaal niks (meer) met het Christelijk geloof hebt. Veel mensen komen daarvan in de spiritualiteit terecht, oftewel: van de regen in de drup.
In bewustzijnsgroepen heb ik overigens ook met een man te maken gehad die maar niet wilde begrijpen dat vrouwen géén bezit zijn. Die dacht heel ruimdenkend dat je een vrouw zou kunnen delen, kunt afpakken of vasthouden (die eerste twee dingen gingen om mij, terwijl ik juist al heel lang aan iedereen duidelijk probeer te maken dat ik van mezelf ben en andere vrouwen van hunzelf!).

Wat ik zo mooi aan dit boek vind, is dat de hoofdpersoon/auteur helemaal eerlijk is (of misschien bijna helemaal eerlijk) over zijn handelen en denken. Hij wil verschillende keren weggaan van die spirituele cursus en dan voel je het dilemma van ‘shit, ik moet geloof ik iets aan gaan en dat is gerust een beetje waar, maar er zit hier ook iets anders door, dat me helemáál niet aanstaat en er moet ook iets bij, dat er niet in lijkt te mogen.
Ik herken dit heel erg. Hoe vaak ik mijn tas wel niet gepakt heb op zo’n spirituele cursus.

En wat ik ook mooi vind aan het boek is dat de hoofdpersoon tijdens de cursus boos moet zijn op zijn ouders en dat hij dat niet doet, maar het bij zichzelf houdt en dat ook heel duidelijk inbrengt. Het gaat zo:

‘Omdat iedereen een mate van boosheid voelt ten opzichte van zijn ouders’
‘Ik niet.’ […]
[…] ‘Maar misschien is het wel zo dat jij in je script hebt geschreven dat je niet boos mag worden. Dat je altijd lief moet zijn. En daarom kun je niet eens een boze brief aan je …’
‘Nou moet je ophouden godverdomme,’ roep ik. ‘Ik word doodziek van dit gelul. Dit is waar ik al bang voor was toen ik al die formulieren van jullie moest invullen. Het is precies wat jullie altijd doen, het hele trucje: leg de verantwoordelijkheid van je kutleven lekker bij je ouders. Denk je echt dat ik daarin trap? Ik kom hier verdomme omdat het niet goed gaat met mij, omdat ik er een puinzooi van heb gemaakt. Weet je wat mijn vader in zijn leven heeft gedaan? Nou? Dat zal ik je eens zeggen: mijn vader heeft zich opgewerkt uit een arbeidersgezin van acht kinderen door zes dagen per week in een textielfabriek te zwoegen en elke avond, jarenlang, te studeren voor zijn mulodiploma om zo genoeg geld te verdienen om zijn gezin het leven te geven dat hij zelf nooit had. Dát is mijn vader! Hij zag hoe ongelukkig mijn moeder was door alle ruzies bij haar thuis en dus heeft hij haar daar weggehaald en gelukkig gemaakt. Zestig jaar lang is hij lief voor haar geweest en hield hij van haar. Dát is mijn vader! Dus ga mij nou niet vertellen dat ik de ene na de andere relatie naar de kloten help, omdat hij op zaterdagochtend niet kwam kijken als ik moest voetballen. Flikker toch op! Ik word doodziek van al dat gezever over een moeilijke jeugd. En maar zeiken van “Mijn vader begreep me niet” en “Het kwam allemaal doordat hij zo strenggelovig was”. Ik kom hier godverdomme omdat ik woedend ben op mezélf, niet op mijn vader. Mijn vader heeft met alle liefde die hij in zich had gezorgd voor mij, mijn zus en mijn moeder. Basta. Wat een gezeik zeg, gatverdamme.’

Ja, dat mag ook wel eens gezegd worden, natuurlijk. Al is het in een boek. Uiteindelijk doet hij ook een familieopstelling en daar heeft ie best wel wat aan. Misschien wel omdat hij zichzelf in die cursus bracht en niet zomaar akkoord ging met alles. 🙂


Iets onnoemelijks, wat je niet kunt zeggen of waar je uit weg wil blijven

Ik heb een raar gen. Mijn vader had hem ook. Het is een gen dat maakt dat je een soort lopende encyclopedie bent van liedjes en gedichten. En dat er een liedje of gedicht tevoorschijn komt als er iets gebeurt dat in meer of mindere mate met zo’n liedje of gedicht te maken heeft.
Als iemand bijvoorbeeld voor een raam zit en zegt dat ie zich verveelt, dan zegt mijn hoofd:

Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen.

Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.
Godfried Bomans

Het kan ook gebeuren dat dat gedicht naar voren komt als iemand alleen maar ‘onnoemelijk’ zegt (want dat is een zeldzaam gebruikt woord, terwijl er genoeg dingen onnoemelijk zijn en je maar de hele tijd je best moet doen om daar toch woorden voor te vinden en er dan ook nog mensen zijn die dan gaan zeuren dat een bepaald woord het verkeerde woord is dat niet gezegd mag worden en zo, maar ja…).

Dit gen bleef zijn werk doen toen mijn vader dement werd en misschien is dat er mede de reden van dat ik mijn vader zo goed bleef begrijpen. Het is een geheime onthoudtaal waar dementie niet bij kan komen.

Gisteren was ik bij een Taskforcedag in Zwaanshoek. Het was een mooie en intense dag. En er zat ook een soort vrolijke positiviteit in de dag: Martijn is positief gestemd, maar niet positief getest. (Ingewikkeld is dat inderdaad, voor mij is links en rechts nog steeds iets wat ik niet automatisch weet en bij ‘positief getest’, moet ik altijd heel lang nadenken om te weten: ‘oja, dat is dan juist niet goed’, terwijl de impuls is: ‘o, fijn!’)
Maar hoe positief de dag ook was, eenmaal thuis voelde het bij mij en ook bij mijn partner alsof we zowel de marathon hadden gelopen als naar een begrafenis waren geweest van een dierbare vriend. Gelukkig had Martijn hiervoor gewaarschuwd: het lichaam kan dat soort grappen uithalen.

Er werden geen opnames gemaakt. Voor mij voelt dat heel goed. Ik heb me suf geluisterd naar opnames, maar ik voel al een tijdje: opnames HEBBEN, is toch echt iets heel anders dan aanwezig ZIJN (en je kunt ook een beetje niet aanwezig zijn als je jezelf gerust stelt dat je de opnames straks nog kunt beluisteren). Opnames bevredigen honger naar kennis en informatie, maar er ontbreekt iets onnoemelijks. Je merkt dat het best als je luistert naar een dag waar je zelf geweest bent. Het is als een Indiase maaltijd van mijn favoriete Indiase restaurant Balraj zonder de kruiden, de specerijen en de liefde die ze daar in het eten stoppen. Of zou dat te extreem gesteld zijn?

Tegen het einde van de dag riep iemand op een heel passend moment: ‘En vergeet dit niet!’ Dat lijkt inderdaad wel zo te zijn. Dat je steeds weer dingen vergeet. Gelukkig heb ik mijn rare gen dat mij een geheime onthoudtaal oplevert. En kwam er een gedicht naar voren over waar de dag in ieder geval op een bepaald moment over ging voor mij. Het was dit gedicht:

Op school stonden ze…

door Eduard Hoornik (1910-1970)

Op school stonden ze op het bord geschreven,
het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
de ene werkelijkheid, de andere schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven de dingen uitgeheven,
vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
is kind worden en naar de sterren kijken,
en daarheen langzaam worden opgelicht.


Wat betreft dat ‘kind worden’, daar ging het zeker over. En over het andere bewustzijn dat sommige kinderen hebben. En over de dag dat er op een basisschool in Zimbabwe een bezoek was van buitenaardsen. En hoe kinderen dat heel anders hebben ervaren dan volwassenen en daar ook anders mee omgingen. 

Martijn zei nog wel dat hij weg wilde blijven uit het gebied dat kinderen nu massaal worden ingeënt terwijl ze dus helemaal niet zo ziek worden van covid. Ondertussen zei hij dat wél. En dan moet je altijd extra goed opletten. En ik kreeg wéér een nieuw soort van gedicht in mijn hoofd. En zo is er toch nog een stukje audio te beluisteren. 🙂

‘Wat zij zei’: Van ‘Een goed gesprek’ van Marjan Luif


Binnen de vervorming ligt nog steeds het oorspronkelijke

Als je vroeger niet mee kon komen op school (en gewoon anders dacht) dan was je meteen dom, tegenwoordig ben je dan gelukkig een beelddenker. Als je beelddenker bent, dan denken de meeste mensen dat je ook dyslectisch bent (of op zijn minst niet goed in taal). Het is vaak óf-óf en niet én-én. Daarom ben ik een infographicdenker en een animatiedenker. In de infographic hieronder kun je zien dat het wel degelijk om én-én gaat.
Ik heb laatst gesolliciteerd bij de Volkskrant voor freelance infographicsredacteur, maar ze wilden niet dat ik bewustzijn kwam brengen bij de Volkskrant. Mij leek dat nou juist best een goed idee. Ik doe niets liever dan infographics maken of animaties of andere plaatjes met woorden erbij. Maar ook leek het me wel een goede therapie omdat ik vroeger om mijn oren ben geslagen met de Volkskrant: niemand bij ons thuis durfde iets in te brengen tegen een bepaalde waarheid die in de Volkskrant had gestaan. Mijn partner deed dat op de eerste dag dat ik hem meebracht meteen wél (een spannende ervaring). En daarom werd mijn partner maar raar gevonden 😉 (misschien is hij dat ook wel, ik kan daar niet objectief over oordelen).

Maar nu even serieus: ik heb een infographic gemaakt van iets waarmee ik bezig was en waarvan Martijn laatst net heel toevallig ook iets zei en waar ik ook op de scheurkalender een plaatje (zie boven) vond dat net weer voor mijn neus verscheen. Dat is toch allemaal vreemd zo tegelijkertijd? Hier komt het allemaal (en zie boven) misschien hebben jullie er ook wat aan:

Kerkenveld 26 november 2021, Martijn van Staveren:
Dat wat het is geweest leidt tot dit moment.
Er is iets gebeurd. Meer dan 20.000 Siriaanse bezoekers kwamen hier in deze werkelijkheid met de boodschap van Christus. Niet van een persoon, maar van een eerbiedig veld: wees lief voor elkaar, zorg voor elkaar, verbind je met jezelf, zorg goed voor de wereld, dien niet een groter doel buiten jezelf, ieder dient zijn eigen doel van binnen om er te zijn. En dan ontmoet je elkaar en dan krijg je heel mooie reacties: planten komen in de woestijn tot leven. Waarom? Omdat de woestijn als trillingsveld voelt dat daar iets nodig is. Dus daar komen aardbeienplanten, appelbomen, er ontstaat mais. Alles ontstaat op basis van trillingsvelden van wat er nodig is. Wat er wordt gevoeld en wat er wordt geleefd.
20.000 mensen kwamen hierheen en 20.000 mensen konden hun boodschap ook uitvaardigen. Dat is ook gebeurd. Dat is prima gelukt. Het is alleen zo dat de tijdlijnen die er daarna zijn gekomen, de macht die er nu aan het ontstaan is, zich gekoppeld heeft aan het nu. De Darpa-Labyrintgroepen die NU het voortouw nemen om volledige controle over bewustzijn te krijgen (dus niet over de ziel want dat kan niet), maar over het lichaam: volledige besturing. Die zijn in de tijd teruggereisd (zo noem ik dat meer eventjes) en die hebben met hun vervormingstechnologieën de boodschappen en de fysieke informatie (wat allemaal energie is) aangepast, omgezet, vervormd. Zo is er een alternatieve tijdlijn ontstaan.

[Kijk nu naar het plaatje boven] Een andere vergelijking is:
Het gaat om vervormingstechnologie. Binnen de  vervorming ligt nog altijd het oorspronkelijke. Als je nou een LP hebt, langspeelplaat, dat woord was kennelijk te lang. Daarom is er LP van gemaakt. Daar staat een muziekstuk op. En als je met je vinger op die plaat gaat slepen. Dat gaat ie langzamer lopen en klinkt de muziek ook anders. Dus hetzelfde stuk gaat langer duren of hetzelfde stuk gaat sneller. Maar door te versnellen of te vertragen wordt ook de trilling anders, het muziekstuk wordt anders. Het klinkt anders, het wordt anders, het krijgt een andere betekenis. Je vindt het aangenaam of onaangenaam, maar eigenlijk vervorm je gewoon trilling. Je krijgt een andere boodschap. Dat is wat er gebeurd is. Dus die boodschappen van al die mensen uit die Siriaanse werelden die hier gebracht zijn op de aarde, over de hele aarde, die zijn vervormd. En die zijn vervormd in een personage.
Geen fysieke wereld, alles is energie. Als je een technologie hebt (omdat het een op technologie gebaseerde werkelijkheid is) om dat te vervormen: óók hoe het veld reageert (scriptmatig, dat is de matrix), dan kun je dat met technologie vervormen en kun je al die informatietrillingen – die door ons als een fysieke wereld worden gezien – vervormen en helemaal omzetten naar iets anders.
En zo zijn die bezoeken van die 20.000 mensen vervormd naar 1 verhaal, 1 persoon. En zo kan je zien dat het geen grote boodschap was voor de mensheid. Dus volkeren elkaar ontmoeten en daarin met elkaar in studie en dat quantumfysisch wordt aangezet en dat geestelijke evolutie op gang komt, maar dat alles verpakt wordt in één verhaal waarbij zo veel informatie voor/van 1 persoon tot niets anders kan leiden dan tot afhankelijkheid, verdediging en ook een soort verlossingsprincipe. Waar het om gaat is dat het een afhankelijkheidsveld gaat worden. Verpakt in een zeer krachtige liefdevolle energie. En zodra er een afhankelijksheidsprogramma in zit, word je uit een autoriteitskracht geduwd. Dat is gewoon wat er gebeurt. Dat is waarom mensen het niet los kunnen laten.

P.s. Voor de fysiek jongere lezers: een grammofoonplaat is hetzelfde als een langspeelplaat of een LP. Het is een soort Spotify, maar dan met een heel beperkt aanbod. 😉


Sorry we missed you (filmtip)

Omdat het weekend is: even een filmtip. De film Sorry we missed you kun je zien via Uitzending gemist. Ik heb hem gisteren gekeken. Kortgezegd gaat hij over: hoe mensen in hun overleven automatisch verdergaan. En: hoe kinderen altijd hun ouders proberen te redden en hoe dat misschien wel nooit lukt omdat er met een beetje geluk wel naar ze geluisterd wordt, maar ze niet gehoord (kunnen) worden.
Van deze film moest ik een beetje huilen.

Sommige mensen huilen in hun eentje emmers vol over iets. Ik huil bijna nooit. Ik spaar mijn emotie op en knal het er op een andere manier uit. Meestal dan. Ik doe het wél als ik zie hoe mensen menselijk zijn en hun best doen. En meestal is dat op een ongeschikt moment. Soms is dat irritant want ik moest laatst bijvoorbeeld plotseling heel erg huilen toen ik met mijn middelste zoon naar een informatieve schoolreispresentatie van zijn lerares Frans aan het kijken en luisteren was. Die lerares vertelde heel enthousiast en betrokken over Parijs (‘de stad van liefde en licht’). En over de reis die ze voor haar leerlingen had georganiseerd (en ‘hopelijk doorgaat’, maar zij dacht van wel en zou dat dan zo geregeld hebben).
Heel even zou ik dan eens een keer ‘normaal’ willen zijn. Gelukkig was het via Zoom, want ik ben ertoe in staat dat publiekelijk te doen als niemand anders dat doet. En mensen dat raar vinden en me dan over mijn rug gaan aaien.

Ik moet ook altijd huilen als kinderen vol verwachting en totaal vals Sinterklaasliedjes zingen. Terwijl ik Albert Heijn op dit moment totaal mijd vanwege diezelfde stomme liedjes die gezongen worden door ‘zuivere’ kinderkoren of nog erger: warme, zachte mannenstemmen. ‘Zachtjes gaan de paardenhoeven’ betekent dan voor mij: wegwezen en heel erg snel.

Maar goed, het zou jammer zijn om de film Sorry we missed you te moeten missen, dus: snel naar Albert Heijn om een zak chips te kopen (en een doos tissues) om op de bank leeg te eten met Uitzending gemist aan. Het mág (en het is toch takkeweer: hoor de wind eens door de bomen waaien)!


Het Nu-moment bedenk je niet van te voren

Het draait allemaal om het NU-moment tegenwoordig. Niemand haalt meer oude koeien uit sloot. Niemand doet meer aan schuld en aflossing of wraak of ‘ja maar eerst zei je dit’. Niemand heeft het meer over zijn of haar ellendige verleden. We zitten allemaal in het quantumveld. Het is fantastisch… in het NU-moment.

Oude koeien uit de sloot halen
Maar nu wil ik het toch even over het verleden hebben. Over mensen met dementie wordt gezegd dat ze in het verleden leven. Dat is misschien waar, maar ook helemaal niet. Mijn vader leefde in de laatste fase van zijn leven heel erg in het NU(-moment). Juist omdat hij dementie had. Ik vond het een fijne tijd met hem en ik begreep hem net zo goed als altijd, misschien wel beter.
Mijn vader was af en toe – zoals veel mensen om mij heen – best wel heel goed geweest in het uit de sloot halen van oude koeien. (En ikzelf misschien ook wel, maar dat is altijd moeilijker te zien bij jezelf.) Hij was er zo goed in omdat hij eerst altijd heel lang niks zei. Hij had het niet over die paar koeien die in de sloot lagen. Pas als er net een koe te veel was bij gevallen, werden ze er allemaal in één keer uitgetrokken. Best praktisch, maar het heeft ook zo zijn nadelen. Bovendien gleden er vaak koeien terug de sloot in en die gingen dan nogmaals mee met de volgende lichting.

Stabiel bewustzijn is nodig
In dit NU-moment weet ik eigenlijk wel zeker dat ik er ook heel goed in ben of hopelijk: wás. Het heeft ook natuurlijk weer met je gemoedstoestand te maken. Als je je goed voelt, ben je geneigd te denken dat die koeien in die sloot zich wel redden. Ze zijn al oud en ervaren dus ze weten ook dat ze er vroeg of laat wel uitgehaald zullen worden. (Of eigenlijk denk je dat niet, omdat je dus helemaal niet denkt dan, maar zoiets voel je dan.)
Maar als je je slecht voelt en er nieuwe koeien in de sloot zijn gevallen dan wil je ze eruit halen en wel in dát NU-moment, maar niet nadat je eerst nog uitgebreid heel veel gedachten hebt toegelaten over hoe stom en onrechtvaardig die koeien eigenlijk wel niet zijn. (Voor stabiel bewustzijn kun je dit beter niet doen: je kunt dan het best een tunnel inrijden waar die gedachtes worden afgeketst. In géén geval stapel je ouwe koeien op elkaar!)

‘Ik rij nu een tunnel in’
In de tijd dat ik mijn vader regelmatig opzocht in het verzorgingshuis om te gaan wandelen, zat mijn vader altijd in het NU-moment. Vaak moest hij op dat NU-moment net naar een vergadering met zijn collega’s om het te hebben over een ingewikkelde werktechnische situatie met telefoondingen (mede door mijn vader kan niemand in Amsterdam zijn of haar vervelende telefoongesprek afbreken met de mededeling: ‘Ik rij nu een tunnel in’). Maar een NU-moment later wist ik hem er dan toch van te overtuigen dat het lunchpauze was en zijn collega’s er ook nog niet waren. Dan konden we wandelen en lunchen in het café tegenover het verzorgingshuis.

Mensen met dementie zijn goed in het NU-moment

Op zijn begrafenis heb ik de toehoorders alles verteld over hoe het met het NU-moment zit. Niet omdat ik vind dat je iedere mogelijkheid moet aangrijpen om te delen over jouw bewustzijnsontwikkeling, maar omdat mijn leven zo mooi was met mijn vader juist dóór in het NU-moment te zijn. En dat mensen met dementie daar nou net heel goed in zijn (ook al hebben ze het veel over het verleden). En dat als je dat zelf dan ook bent, dat je elkaar dan helemaal precies begrijpt. Omdat niks anders er meer toe doet dan alleen contact en mens-zijn. En je ook niks méér verwacht dan alleen dat je allebei BENT.

Iedereen houdt van het NU-moment
Ik vertelde op de begrafenis ook over mijn nieuwste ontdekking: iedereen houdt van het NU-moment! Als ik met mijn vader in een heleboel NU-momenten achter elkaar over straat liep, hadden wij samen heel veel sjans. Iedereen stopte om ons over te laten steken en iedereen zei ons (in de grote onpersoonlijke stad) gedag of lachte naar ons. Dat bedenk je ook niet van te voren.


Ruimte innemen als een roze wolk (en niets oplossen)

We zijn hier natuurlijk niet om lessen te leren. Dat is een spirituele gedachte van dat je nog niet goed genoeg bent en nederig moet zijn en verder moet zien te komen. Toch stond mijn leven de afgelopen intense periode in het teken van een thema, waardoor ik het als een les zou kunnen zien (wat ik niet doe). Het is mij natuurlijk ontmoedigd en er is modder in mijn ogen gesmeerd, maar ik hoefde het niet te leren, ik wist het al: ruimte innemen en zeggen: ‘Ik ben hier.’ Dat zeg je al meteen bij je ‘geboorte’.

Martijn had het laatst over een roze wolk die wij verspreiden in een matrix waar van binnenuit zwart modder wordt gespoten (zo ongeveer). Die roze wolk vloeit dan overal tussendoor. Duwt niks weg, maar is er gewoon óók. Ik ben er gewoon óók en ik ben er nu eenmaal.

Programma’s in het lichaam: het (wereld)liefdetekort-en-honger-probleem oplossen
De modder in mijn ogen was onder andere het ‘goede moederschap’. Nergens worden voor het ‘goede moederschap’ precieze richtlijnen gegeven, maar er zijn wel een soort maffia-organisaties actief die oordelen, vergelijken en onuitgesproken verwachtingen hebben.
Een bewuste therapeut (maar dan écht, zoals uitgelegd is in de therapeutentraining waar hij nooit geweest is) zei een tijdje geleden tegen mij: ‘je wordt leeggezogen en dat moet je NU stoppen: écht NU!’. Hij heeft (als dat ook jouw stijl is) een fysieke stijl en had voor mij de vierdubbele hoeveelheid kokosolie nodig dan normaal. Ik verstond hem snoeiduidelijk. Hij werkt op een niet-spirituele (dus niet: [zucht]-je-doet-het-nog-steeds-helemaal-niet-goed-en-ik-weet-hoe-het-moet) manier. In woorden zei hij dat kinderen als ze klein zijn al beginnen met letterlijk leegzuigen van hun moeders. Ik vond het juist heel mooi om mijn kinderen te voeden met mijzelf, dus ik moest me daar in het begin wel even tegen verzetten. En toch is het ook waar. Voeden op aanvraag is mooi en voelde voor mij volkomen natuurlijk, maar je wordt ook leeggezogen. Je lichaam wordt half misbruikt. Het maakt niet of het ‘jouw eigen’ kind is dat huilt of een willekeurig kind in de tram: jouw moederlichaam reageert en wil melk geven (gáát ook melk geven): het (wereld)liefdetekort-en-honger-probleem oplossen. Ook nog jaren later als je ‘eigen kind’ dat helemaal niet meer op die manier wil.

En het principe van ruimte geven en zelfopoffering voor kinderen zet zich voort. Onbewuste moeders stimuleren elkaar daarin, door te oordelen en te vergelijken. Mijn kinderen konden nog niet lezen toen ze naar de kleuterschool gingen (mislukte moeder in randstad Nederland). Mijn kinderen gingen naar een kinderdagverblijf (slechte moeder in de provincie). Mijn oudste zoon kreeg een Gymnasiumadvies (fantastische moeder en slim). Mijn jongste zoons – opgebouwd uit dezelfde ingrediënten als mijn oudste zoon – gingen naar de Mavo (creatieve moeder, maar niet zo slim).

De eigen wil = ruimte innemen
Als je al van jongs af aanleert dat je geen ruimte in mag nemen en je wordt je daar niet van bewust, wordt dit het ‘nieuwe normaal’. Ik las in mijn oude schoolrapporten veel variaties op de zin: ‘Heeft een eigen willetje’.
Je kunt ook zeggen: ‘Kan goed haar ruimte innemen en precies zeggen hoe ze het voor zich ziet.’ Maar ‘mijn wil stond achter de deur’, zoals mijn heel lieve oma altijd vertelde dat tegen haar was gezegd.
Op de Vrije school waar mijn kinderen heel even hebben opgezeten, moest in de kleuterklas ‘de eigen wil gebroken worden’ (2012). Kinderen moeten daar ‘in de stroom’. Er zitten natuurlijk goede dingen aan de Vrije school, maar ik heb geen kinderen die zomaar ‘in de stroom’ gaan. Ze zijn niet per se dwars, maar ze willen ruimte voelen om uit eigen beweging stroming te maken. Ze houden er niet van als er aan ze geduwd en getrekt wordt. Er werd daardoor ook altijd gezegd dat ze geen échte jongens zijn. (En ook voor hoe je een échte jongen moet zijn, zijn weer eens geen precieze richtlijnen te vinden.)

Ruimte innemen met familie en andere groepen
Bij de bewustzijnsbijeenkomsten van Martijn heb ik het ruimte-inneemprobleem ook ervaren en voor mezelf onderzocht. Ik ben jarenlang nogal onder de indruk geweest van mensen met ellendige verhalen over hun leven. Ik was daardoor vergeten dat ik die zelf ook heb, als ik wil. En tegelijkertijd begreep ik er gewoon niks van dat mensen het zó ver laten komen en het daarbij lieten. Ik dacht vaak: je gaat je toch niet je leven lang laten beperken door één of meer familieleden? Tot ik erachter kwam dat ik dat zelf op een heel andere manier ook liet doen (en dat schoonfamilie een soort van BonusFamilie is).

Ik heb – omdat het ook écht niet meer anders kon – veel rigoureuze besluiten genomen waarop gereageerd werd met zieligheidsverhalen en manipulaties op het ‘goede moederschaps- en familiethema’. Met uitspraken als: ‘een slecht voorbeeld geven aan je kinderen’ en ‘bloed is dikker dan water’ (een stuk stroperiger óók, trouwens). En niet te vergeten: dat ik goeroes bezoek, maar de antwoorden nog niet heb gevonden. (Deze persoon krijgt het met Martijn aan de stok, dat heeft hij zelf gezegd als waarschuwing voor wie hem een goeroe noemt. 😉 Fijn dat Martijn mij dan toch een beetje redt, haha! Dat ik Martijn erbij kan halen, als een échte broer die het stiekem ook meteen voor mij opneemt. Eindelijk een broer waar je écht wat aan hebt.)

Gaan staan en blijven staan is niet rozewolkig
Beseffen dat je programmatig reageert en je daarvan losmaken, is een beweging die voor mij trouwens niet rozewolkig is. In die zin dat ik ervaren heb dat je moet gaan staan en blijven staan. Met je rug recht en zonder iemand erbij halen om je te redden of het voor je op te laten nemen! Gaan staan en blijven staan, kan best vriendelijk, maar dus niet rozewolkig. Het moet heel duidelijk zijn.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden
Eindelijk was tot mij doorgedrongen dat ik het (wereld)liefdetekort-probleem vanuit programma ‘wil’ oplossen, maar op die manier niet kan oplossen en dus ook niet ga oplossen. En daartoe ook niet meer verleid kan worden met zielige verhalen en onwaarheid. Ik moest/moet niet zacht zijn om mijzelf ‘heel’ te maken en me niet laten wegsturen. Ook niet voor een kinderverjaardag die in het belang van familie per se met familie gevierd schijnt te moeten worden zolang kinderen nog thuis wonen. (Mijn oudste zoon is 20 en maakt nog geen aanstalten het pand te verlaten, hoe lang moest dit ‘feest’ eigenlijk doorgaan? Ik heb écht mijn best méér dan gedaan.)

‘We hoeven helemaal niks op te lossen.’
Dat heb ik Martijn al honderd keer horen zeggen. Dat leek me nogal logisch. En ik eet ook soms vlees en rij niet altijd met andere mensen mee om uitlaatgassen te beperken, ik heb mijn hond niet uit een asiel gehaald, ik zet me niet in tegen de bomenkap of 5G, ik vecht niet voor het milieu, etc. etc. Dus ik loste ook niks op, niet waar?

Ondertussen ga ik maar even verder met het – met mijn eigen willetje – verspreiden van mijn roze wolk. Niet iedereen begrijpt of waardeert dat meteen, maar dat is logisch.




The world of the Normal

‘Onvrijheid’ en ‘normaal’ lijken met elkaar te maken te hebben. Sinds corona heb ik nog nooit zo vaak het woord ‘normaal’ gehoord. Vooral dat ik dat ff moet doen. Of dat we dat allemaal moeten doen of daarnaartoe gaan, naar een ‘nieuw normaal’. Ik vraag mij af: hoe moet dat precies en waar ligt het? Maar eigenlijk hoef ik het niet per se te weten. Ik heb al een vaag idee wat de bedoeling is en ik ga er niet aan meedoen.
‘Normaal doen’ betekent in de praktijk dat je geen onverwachte dingen doet. Daar houden veel mensen niet van. Meestal worden die onverwachte dingen dan ook onvolwassen, kinderachtig of emotioneel genoemd. Dat mag niet: het moet voorspelbaar en weldoordacht zijn. Dat is normaal.

Hooggevoelig is abnormaal
Ik heb laatst iets heel abnormaals gedaan. Het was bij mijn buurjongen die nog maar net 19 is, maar wel al heel volwassen. Hij heeft een rijbewijs, een auto en hij kan al alcohol kopen.
Met zijn vader had ik na mijn abnormale actie een uitwisseling over wat normaal is. Hij legde mij uit dat het heel normaal is onder jongeren van deze leeftijd dat er elke vrijdagavond tot vroeg in de zaterdagochtend feestjes worden gegeven met geluid en alcohol (sindsdien weet ik dat ‘mijn eigen’ kinderen niet normaal zijn en daar ben ik best blij om). Ik legde mijn buurman uit dat ik wilde slapen op tijdstippen waarvan ik dacht dat ze normaal waren. Dat begreep hij, maar toen zei hij dat ik hooggevoelig was. Daar trapte ik niet in. Ik noem mezelf nóóit hooggevoelig. Stiekem betekent dat namelijk ‘zeurkont’ of ‘abnormale’. Er zijn wel honderd boeken geschreven en minstens zoveel cursussen gegeven om hooggevoeligheid als kracht te zien, maar in de ‘normale wereld’ wordt het alleen maar tégen je gebruikt. Dus: zeg dit nooit over jezelf of blijf hardnekkig ontkennen!

Een heel duidelijk gevoel
Oké, mijn kinderachtige actie ging zo. Na weer een nacht wakkerliggen door een alcholfeestje van mijn buurjongen en enkele keren in afnemende schaal vriendelijk vragen of het allemaal zachter kon, werd ik (inmiddels) dezelfde dag wakker met een heel duidelijk gevoel in mezelf. Ook mijn middelste zoon had lang wakker gelegen en was die nacht ziek en jarig geworden. Daar werd mijn gevoel nog duidelijker van.
Kortom: ik wilde een duidelijke uitwisseling met mijn buurjongen en dus belde ik bij hem aan, maar toen hij zag dat ik het was, wilde hij niet open doen. (Natuurlijk dronk ik eerst een kopje thee uit mijn favoriete theebeker, zie boven.)
Mijn buren hebben een ouderwetse trrrrrring-bel. Dat bracht mij op het idee om mijn boodschap over te brengen in een soort Morse-code. Ik vond mijn boodschap zelf behoorlijk genuanceerd en vooral muzikaal geformuleerd (en er ging heus wel even door me heen dat dit een redelijk onverwachte actie was van mezelf, maar ik bedacht me: misschien beter dan taal). Zijn ouders – die een weekendje weg waren omdat ze hooggevoelig zijn en hun kinderen toch alle vrijheid willen geven – vonden dat naderhand niet normaal en kinderachtig van mij en ook vonden ze dat ik met mijn buurjongen volwassener (boven mijn buurjongen staand/verstandiger) om had moeten omgaan.

Ik vind het prima om kinderachtig genoemd te worden. Er is niks mis met kinderen. Ik heb ze nog nooit gezien of behandeld als inferieure volwassenen (ik sta niet boven ze), maar dan vind ik het wel fair als ze mij (en mijn gezin) ook niet zo zien en behandelen. Ik wil ook best niet-normaal zijn, maar hooggevoelig ben ik niet. Het woord heeft wel iets aantrekkelijks als ‘beter voelend dan de rest’ zoals hoogbegaafd ook altijd iets lijkt om trots op te zijn. Het verschil met hooggevoelig is dat bijna niemand dan zegt: ‘O, als jij het zo goed aan kan voelen, zal het wel waar zijn en zullen we daarnaar handelen.’ Voelen legt vaak nog te weinig gewicht in de schaal. En emotioneel zijn, is al helemaal uit den boze. In the world of the normal dan. Het is best bevrijdend om gewoon over jezelf te bepalen dat je niet-normaal bent in een heel normale wereld. Dan hoef je in elk geval niet in discussie met je jezelf.


De rust is inmiddels teruggekeerd sinds mijn onverwachte actie en genoemde uitwisseling over wat normaal is. Binnenkort hebben we weer onze halfjaarlijkse borrel met de buren. Net als normaal. Binnen dit soort niet door mij bedachte normale tradities, kan ik als regular weird person trouwens prima functioneren.


De oplossing voor al je/mijn problemen

Als ik voel dat ik iets moet doen dat onverwachts is, of niet gangbaar, of vreemd en groter dan een dagje uit of het kopen van een nieuwe jas, zeg ik altijd: ‘Dit is een oplossing voor ál mijn problemen.’ Niemand kan daar iets tegenin brengen. Niemand kan jou weigeren een oplossing uit te voeren die een oplossing vormt voor ál je problemen. En niemand heeft echt zin om naar het probleem van een ander te luisteren, laat staan ál zijn of haar problemen, dus verdere uitleg is niet nodig.

Een tijdje geleden moest ik plotseling naar Peru. Ik was daar nog nooit geweest, maar dat het noodzakelijk was erheen te gaan, was gekomen sinds ik een boek schreef over Zuid-Amerika (dat vooral uit door mij gevonden foto’s van stockbureaus bestaat). Je kunt het kopen bij kwaliteitsboekhandel Action. En ik signeer het graag voor je.
Zomaar naar Peru gaan, kán helemaal niet als je een gezin hebt en het ook nog bijna kerstmis is. Maar het zou een oplossing zijn voor ál mijn problemen, dus daarom ging ik wél en iedereen had het ook goed zonder mij. Nergens heb ik me zo probleemloos gevoeld als in het tropisch regenwoud van Peru. Het heeft veel opgeleverd, om het maar praktisch te zeggen.

Harmonische chaos
Thuis kreeg ik natuurlijk uiteindelijk weer nieuwe problemen. Heel veel zelfs. Je zou kunnen zeggen dat ik in een harmonische chaos terecht ben gekomen. En daardoor bleef ik doorgaan met nieuwe radicaal doorvoelde besluiten (die sommige mensen niet begrijpen en ook niet leuk of zelfs harteloos vinden).
Ik heb dus ook een hond in huis gehaald (omdat ik mijn leven lang al een hond wil én omdat het een oplossing was voor al mijn problemen). Iedereen vindt het tot nu toe leuk. Alleen de poezen moeten er nog even over nadenken. Ik zeg al steeds tegen ze dat Martijn óók zegt dat je niet zo veel moet denken en aanwezig moet zijn in je hoofd, maar ze zijn tot nog toe ongevoelig voor Martijnbewijzen wat dit betreft.

Martijnbewijzen
Voor wie wél gevoelig is voor Martijnbewijzen: Martijn zegt óók dat je moet doen wat je voelt. Bijvoorbeeld dat als je voelt dat je naar de bergen van Noorwegen moet, dat je daar dan heen moet gaan. En als het niet kan, dat dat ook goed is. Ik weet even niet meer precies hoe hij dat laatste nou bedoelde, maar het kan zijn dat hij bedoelde dat het ook op een andere manier kan, of dat hij alleen maar even de druk er een beetje af wilde halen, maar ik zou dus gewoon wél gaan.

Even iets over geld en corona
Nu denk je misschien dat geld en corona een belemmering vormen om dit te doen. Dat is niet zo. Ik wil daar wel meer over zeggen, maar dan wordt deze blog te lang en ik wil het ook nog even over mijn hond hebben. 😉 In ieder geval: geld en corona gaan geen belemmering vormen als je voelt dat je de oplossing weet voor ál je problemen (is mijn ervaring).

Hondkijken
De 3 belangrijkste praktische problemen die mijn hond oplost:

1. Ik slaap veel beter met een hond aan mijn voeten of tegen mij aan (ik sliep bizar slecht en veel te weinig en mijn hond is goed in slapen en daardoor ik ook).
2.  Ik breng een hogere trillingsfrequentie in de wereld. Ik schijn sinds mijn hond er is, zes octaven hoger te praten. Ik had (onbewust) het idee dat honden – en andere wezens – mij dan beter begrijpen of zo, maar mijn oudste zoon voelt zich dan niet serieus genomen (wat ik ook wel weer snap, dus hier stop ik gedeeltelijk mee.)
3. Ik doe (beter) Niks. Het leek me best een goed idee toen Martijn laatst zei dat je ook wel op de bank liggend een zak chips mag leegeten als je moe bent. Alleen wist ik niet hoe dat moest. Ik doe dat nooit en ik ben wél heel moe. Ik at wel eens een zak chips leeg als ik aan het koken was en daar te laat mee was begonnen. Ik heb gemerkt: ik kan heel goed alleen maar hondkijken en verder niks doen.

Kortom: ik voel mij veel beter op mijn plek in mijn harmonische chaos
als er vaak een hond bij is. Ik denk dat er nog wel meer voordelen gaan komen.

P.S. Ik bedacht me dat het grappig is om in een hondenasiel als iemand vraagt of ie je kan helpen te antwoorden: ‘Nee dank je, ik kijk liever even hond.’ (Maar dus niet bij een bewustzijnssamenkomst, dan is het beter om naar binnen te kijken.)

Hieronder een document dat ik vond toen ik zocht op Zuid-Amerika. Ik heb het al lang niet gelezen, maar het zal wel informatie bevatten die hier precies mee te maken heeft.


Hondenroddels, walk in en honden zijn te lief

Stiekem houdt iedereen een beetje van sappige verhalen en roddels. Hoe minder je je eigen leven leeft, hoe meer je ervan houdt, denk ik. Dit wordt dus een vrij oninteressant  verhaal. Ik hoorde namelijk laatst een sappige roddel over Martijn van Staveren: hij schijnt een walk in te zijn. Dit was voor mij echt even een alarmbel: ik denk nog veel te gekaderd en ik neem nog te makkelijk gewoon dingen aan. Hij had natuurlijk ook een fly in of een suddenly appear kunnen zijn. Nooit bij stilgestaan!

Ik weet niet wie met die roddel begonnen is, maar wel dat diegene een hond heeft én (dit is mijn persoonlijke conclusie:) altijd eerder op samenkomsten aanwezig is dan Martijn-zelf. Anders kun je dat niet weten.

Dat deze persoon deze roddel vertelt over Martijn, schijnt ermee te maken te hebben dat honden niet meer toegestaan zijn bij de samenkomsten en daar is deze persoon het blijkbaar niet mee eens. Ik begrijp dit probleem van beide kanten. Het punt is: honden zijn te lief. Daarom wil je honden ook de hele tijd meenemen naar alles waar jij óók bent.
Maar aan de andere kant: honden zijn te lief. Als je met jezelf bezig gaat en andere belangrijke zaken, kun je je beter niet laten afleiden door de liefheid van honden. Het is een groot probleem dat honden zo lief zijn. Ook als je helemaal niet per se wil, móét je naar een hond kijken en het liefst wil je een hond ook de hele tijd aanraken of met hem spelen. Daar is gewoon helemaal niks aan te doen. De oplossing moet je dan ergens anders zien te vinden. Er zijn natuurlijk genoeg mensen die dit óók vinden en niet zo nodig bij samenkomsten naar binnen hoeven te lopen (eigenlijk is dat een win-win-situatie: je kunt liefheid het best zo’n groot mogelijk gebied laten beslaan, honden zijn uitstekende verspreiders ervan). [Voor de duidelijkheid: ik bedoel dat er mensen zijn die dolgraag op honden willen passen (ik ken er best veel). En die kunnen dan ook eens genieten van de liefheid van honden.]

De werkelijke reden voor dit blogje is dat ik eigenlijk heel erg graag aan de hele wereld wil vertellen dat ik ook een hond mocht. En dat ik hem gisteren heb opgehaald. Ik wil al mijn hele leven een hond en onlangs mocht het ook in enen van mezelf. Het zal je niet verbazen als ik zeg dat hij heel erg veel en veel te lief is en dat is nog gematigd uitgedrukt. Dit kun je alleen geloven als je hem zou zien in het écht, maar ik neem hem nooit mee naar samenkomsten: dan zou het alleen nog maar om hem draaien.
Ik heb hem gevonden op een hondenroddelwebsite. Over hem werd gezegd dat hij ‘Slim, Loyaal, Actief, Blij, Aanhankelijk, Pittig, Extravert, Zachtaardig, Intelligent, Zelfstandig, Speels, Dapper, Levendig, Alert en Vriendelijk’ is. Niet dat hij te lief is, maar dat is ook net zo overbodig om te zeggen als dat iemand wel eens ergens naar binnen loopt.

Zou het waar zijn dat honden heel erg op ‘hun baasje’ lijken? En zou dat dan meteen in gaan zodra je ‘baasje’ wordt of altijd al zo geweest zijn? Zulke roddels wil ik nou ook wel eens over mezelf horen.

P.s. Als je je nu afvraagt hoe ik deze blog kon schrijven: hij ligt tegen me aan te slapen.


Moeten, Rare zinnetjes en Wat is kostbaar? – Deel 1

[Als je geen zin hebt om (een persoonlijk verhaal) te lezen, maar wel van muziek houdt waar je stijl van achterover slaat, scroll dan direct naar beneden en druk op play.]

Veel mensen hebben een aangeboren en ongeneeslijke allergie voor het woord ‘moeten’. Ik ben daar ook mee geboren. Ik heb gemerkt: de allergische reactie is het grootst als het woord gecombineerd wordt met ‘gewoon even’. Als iemand zegt: ‘Je moet gewoon even …’ dan ontstaat er kortsluiting in mijn systeem en dan versta ik niks meer van wat daarna gezegd wordt. Dus zulke zinnen kun je net zo goed niet tegen mij zeggen.

Toch zijn er dingen die ‘gewoon moeten’
Een tijdje geleden had mijn partner ondraaglijke procespijn die maar niet wegging. Het zat niet in zijn fysieke lichaam, maar ergens anders en overal. En ik was er (ongewild) heel goed in om die procespijn steeds weer op te laten laaien.
Toen we weer eens midden in de nacht uren in de woonkamer zaten te praten en een poging deden de procespijn precies aan te wijzen, kwam er een heel raar zinnetje in mijn hoofd op. Een heel onvriendelijk en onbetrokken klinkend zinnetje (in mijn hoofd klonk het al zo!). Dat zinnetje ging niet weg. Dus uiteindelijk moest ie er toch uit.
Ik kleedde mijn zinnetje heel zorgvuldig in door te zeggen dat dat zinnetje in mijn hoofd zat, niet van plan was om weg te gaan en dat ik het daarom echt even moest zeggen. Het zinnetje was: ‘Doe niet zo moeilijk!’ (Zoiets zeg je écht niet tegen iemand met ondraaglijke procespijn, maar ik deed het tóch.)
En daarachteraan kwam toen een heel onverwachte zin die niks met alles te maken leek te hebben en dat zinnetje was: ‘Je moet gewoon gaan motorrijden, dat wil je toch al je hele leven?’

Dat was waar. Dat wilde hij al zijn hele leven, maar daar hadden we het nooit meer over gehad. Zijn zussen hadden het hem vroeger verboden omdat motorrijden heel gevaarlijk is. En ik wilde het er ook niet over hebben, want mijn overtuiging is dat motorrijden doodsoorzaak nummer één is.
De laatste tijd is mijn partner meerdere keren plotseling dood neergevallen en toch maar weer levend geworden: één keer tijdens een bekrachtiging in Zwaanshoek en ook een keer in een wellnesshotel (toen we een poging deden ons wat wellnesser te voelen). Vanuit dat hotel is hij behoorlijk non-wellness met gillende sirenes naar een ziekenhuis ver weg gebracht (ik mocht niet mee vanwege corona). Artsen stelden daar vast dat hij fysiek volkomen gezond is. Alles bij elkaar was dat een kostbaar grapje, ter waarde van zeker een half motorrijbewijs en weinig wellness-brengend.

Mijn partner gaat binnenkort afrijden voor zijn motorexamen. Ik denk dat hij meteen slaagt omdat hij er volgens mij heel goed in is. Dat kan ik zien als hij zijn motorkleren aan heeft. Dan zie ik: dit ben jij. Hier zit jij op. Hier ben jij van. Zo moet het zijn.
Het ziet er zó goed uit, dat ik mijzelf meteen een chicky voel dat achterop zou moeten springen, maar ik kijk wel link uit: motorrijden is doodsoorzaak nummer één.

Behalve motorrijden, is mijn partner méér gaan doen waar hij heel goed in is en waar hij zichzelf het best kan ervaren. Dat is muziek maken. Als hij muziek maakt (schrijft, bedenkt, maakt en zingt, tegen mij zegt wat ik moet bassen en zingen en alles in elkaar knutselt) dan kan hij heel goed duidelijk maken waar het om gaat. En anders ook wel, maar als hij zingt echt snoeiduidelijk. (Misschien nog wel duidelijker dan …, onee: je moet jezelf en anderen nóóit meten en vergelijken en ik heb Martijn ook nog nooit horen zingen.).
Ik weet nu zeker dat mijn partner niet meer nepdood neervalt tot het moment dat het echt zo ver is (op een motor, ooit).

Luister zelf maar eens. Het nummer heet Drop your mask. Hoor je de noodzakelijkheid? Het moet gewoon dus.

Drop your mask – Ap van Rijsoort