(Groeps)vermoeide reiziger onderweg naar huis

Ik heb in mijn leven vele mensen ontmoet die wisten wat er aan mij schortte. Zij wisten wat mij mankeerde, met welk ‘onbegrepen informatieveld’ ik nog worstelde, welk ‘traumaveld’ ik ‘nog niet had omgedraaid’ en ga zo maar door. Ik heb zelfs te maken gehad met iemand die mijn ‘stroom’ wel even wilde ‘versnellen’ of iemand die alleen al aan mijn ogen kon zien, wat er precies in mij omging. Ook las ik artikelen van mannen die precies weten hoe het bij vrouwen zit en ook bij mannen (namelijk veel beter dan bij vrouwen), onlangs nog op deze site.
Wat ik altijd al wist en steeds beter weet, is dat zij die het zeiden te weten, weten het maar al te vaak niet. Niet voor mij. Niet voor mij als vrouw. Niet voor mij als partner, moeder, zus, (schoon)dochter, brongenoot, buur, … en niet voor mij als mens. Ik ben de enige die dat weet of kan weten.

Ik weet niet of jij dit ook weet.

Op mijn beurt, weet ik niet welk gevecht jij voert in jezelf. Ik weet niet of jij meer of minder getraumatiseerd bent dan ik. Daar meer of minder werkelijk naar gekeken hebt dan ik. Ik weet niet wat jij denkt, ik weet niet wat jij voelt, ik weet niet wat jij allemaal hebt meegemaakt. Ik weet niet hoe jij elke morgen de dag tegemoet treedt of hoe je nacht was. Ik weet niet hoe groot, sterk en heftig de aanvallen zijn die jij of een ander zegt te hebben ervaren. Ik weet niet of ze groter, sterker en heftiger zijn dan die van mij.
En of dat er wat toe doet.
Ook niet of daar meer of minder buitenaardsen bij aanwezig of betrokken zijn dan bij mij.
En of dat er wat toe doet.

Wat ik weet, is dat als ik denk te weten dat ik het weet over jou of een ander, dat ik dan een invulling doe en mogelijk projecteer.

Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe iemand die ik zeer nabij ben, zeer lief heb en die ik al meer dan mijn halve leven lang ken, te maken had met intense diepe pijn. Ik zou het zijn oertrauma kunnen noemen. In zijn nabijheid leek het of ik kon voelen wat hij voelde, niet inhoudelijk, maar in energie-intensiteit. Het voelde groot, intens, diep, maar weten wat het precies was, deed ik niet. Ondanks de woorden die hij eraan gaf, helemaal precies begrijpen waar hij doorheen ging, deed ik niet. Oplossen kon ik het niet. Voorkomen dat hij er steeds weer in raakte ook niet. Met schoonheid en ‘samen’ en ‘wij allemaal’, had het niets van doen, noch met de vraag uit welk universum hij komt.

Ik ben zelf ook door diepe pijnlagen gegaan. Heb lichamelijke sensaties gehad die angstaanjagend waren. Over de grond gekronkeld van de pijn, de wanhoop in de ogen gekeken. Met schoonheid en ‘samen’ en ‘wij allemaal’, had het niets van doen, noch met de vraag uit welk universum ik kom.
Iemand die mij zeer nabij is, mij zeer lief heeft, en mij al meer dan zijn halve leven kent, kreeg daar veel van mee. Hij kon het niet voor mij oplossen, noch verzachten. Wat ik precies voelde, begreep hij niet. Maar ruimte gaf hij wel. Ruimte aan wie ik was. Wezenlijk.

Wezenlijk verschillen wij niet van elkaar. Wezenlijk is er geen verschil tussen hem en mij. Wezenlijk is er misschien ook geen verschil tussen jou en mij. Waarschijnlijk heb jij ook wel eens te kampen met gevoelens van onzekerheid, niet gehoord of gezien zijn, onmacht, ergernis, woede, onrechtvaardigheid, eenzaamheid, of welk (onbeschrijflijk) en intens gevoel dan ook. Waar jij dat precies aan relateert, weet ik niet.

De laatste tijd denk ik vaak: groepen, daarin hoor ik niet thuis en een ‘mensenmens’ ben ik ook al niet. Het best voel ik mij met mijn hond in de natuur met wie en waar ik deze blog nu schrijf (nou ja, zijn bijdrage is vooral ‘space holden’ en heel erg blij zijn).
Ik moest net denken aan toen eens, tijdens een groepstribunaal van bewuste mensen waarvoor ik – boven in de bergen van Marokko – terecht kwam, het oordeel luidde: ‘jij bent iemand met een gebruiksaanwijzing die ik niet kan vinden.’

Mijn enige gebruiksaanwijzing is: geef mij een beetje ruimte voor wie ik wezenlijk ben, dan ben ik op mijn mooist (en sorry als er ook wel eens een beetje shit meekomt). Misschien is dat wel een universele gebruiksaanwijzing, dus ik geef het ook aan jou. Het zou kunnen dat jij dan ook op je mooist bent.
Dwing mij niet jou of iemand anders te volgen, jou of degene die jij volgt als méér te zien dan mezelf. Beleer mij niet met kennis die niet uit jezelf komt. Ik kan het niet horen. Het is verspilde moeite en misschien wel meer dan dat.

En voor de rest voel ik in mijzelf wat ik zelf voel en zelf weet, zelf ontdek.

Ik laat mij graag inspireren, maar vertel mij niks over mij. Hoop niet dat ik iets ‘later ook als een cadeau kan zien’ (prima als jij dat doet). Denk niet dat je mij ‘moet redden’ of gered hebt. Maak mij niet tot slachtoffer, zodat jij je beter of zelfs een held kunt voelen.

Ik vind het leuk als je mij vraagt hoe het met me gaat, maar stel mij geen vragen die je geleerd hebt te stellen op een van de vele therapeutische opleidingen die je gedaan hebt en die lijken alsof je een open vraag stelt, maar eigenlijk iets moeten bevestigen dat jij al besloten hebt te weten over mij (nu moet ik het alleen nog maar zeggen en weet jij je bevestigd in iets wat niet waar is of waar hoeft te zijn.) Wat gebeurt er als wij hier beiden niet bewust van zijn?

Geef mij ruimte, ik geef het jou.
En ja, ik ga ook wel eens de mist in. Mijn intentie is daarop terug te komen, daar open in te zijn, dat in mijzelf te zoeken. Als er oorlog is, vrede met mijzelf en met jou te sluiten. Te vergeven door te weten dat wij elkaar misschien niet begrijpen, maar dat wij niet wezenlijk verschillen. Als het goed is, graven wij van twee kanten.

Ik ben als mijn hond.
Ik wapper mijn lijf los.
Mijn cellen trillen open.
Het mag er meteen (of nu alsnog) weer uit.
Het dient me niet.
Het is niet van mij.

En toch bedankt, hoor.
Voor alles.


P.s. Aan alle freelance-therapeuten met wie ik te maken had:

Lief en mooi mens,
Dat je me ongevraagd gediagnosticeerd hebt en me daarmee gepoogd hebt te kleineren in plaats van behulpzaam en betrokken te zijn met het in mijn kracht komen (zoals je misschien dacht te doen), dat vind ik wél heel erg, maar ik neem het je niet kwalijk.

Wij zijn allen even ‘ver’.
Even ver van huis.