Site pictogram Brongenoten

De mensen van de straat, zij hebben een band en een pact – Zutphen, 17 september 2022

Mensen van de straat: één besloot de IJssel bij Zutphen in te lopen. Een ander wist haar daarvan te weerhouden. Mensen van de straat die elkaar niet kenden. Zij hebben een band en een pact.

Onlangs las ik hier een blog waarin geschreven werd over ‘een mens van de straat’ zijn. Ik vond dit mooi verwoord. Ik herken mij erin ‘een mens van de straat’ te zijn. Graag zou ik een pleidooi houden voor ‘de mens van de straat’ zoals in de betekenis in de blog Samen in de Samenleving.
In mijn eigen woorden: een mens die betrokken handelt in gelijkwaardigheid en in het nu-moment, als Mens binnen én in samenwerking met een ‘matrixsysteem’. Niet in verzet, maar ‘voorbij verzet’. Niet mee- of tegenbewegend, maar zelfbewegend. Niet arrogant, niet belerend en niet ‘door de strot duwend’. In respect met al het leven.

Aan de hand van wat ik dit weekend meemaakte, volgt hieronder in vorm van een chronologisch verhaal mijn pleidooi voor ‘de mens van de straat’.

Zaterdagmorgen-vroeg besloot een mens de rivier de IJssel in te lopen. Haar bril liet ze thuis, haar sieraden had ze afgedaan (voor haar dochters). Alleen haar plaatje deed ze in.

In vastbesloten gang liep zij door de uiterwaarden naar het water. Door regen en wind in haar zomerpyjama. Zij voelde geen kou, ze voelde niets meer.

Mijn partner, die net de hond uitliet, ontmoette haar (van slechts de rivier die haar moest helpen). Ze wilde niemand tot last zijn. Ze was moe, maar vastberaden.

‘Mag ik je dan alleen nog even vasthouden voor je gaat?’ vroeg mijn partner tenslotte.

Toen ik zaterdagmorgen beneden kwam, zat er een buurvrouw aan de keukentafel in een zomerpyjama. Ik wist wel wie zij was. Onlangs had ik haar bij het hond uitlaten gesproken over de mooie bloemen in haar zijtuintje die zij verzorgde en die het ondanks de droogte toch zo mooi deden. Nu wist ik ook dat ze Amanda heette.
Langzaam begon ze weer te voelen, ze had het koud. We maakten warme chocolademelk en ontbijt en haalden een vest en dekens.

Omdat ze geen telefoon bij zich had, konden we haar dochters niet bereiken (wie staat er tegenwoordig nog in het telefoonboek?). Naar haar man ging ze zeker niet terug. Waar ze heen moest, wist ze niet. Ze had wel 113 gebeld, maar daar waren alle medewerkers in gesprek geweest. Ze had de voicemail ingesproken.
(113 is een nummer waar je naar toe kunt bellen als je zelfmoord wilt plegen. Soms zijn alle medewerkers in gesprek net als jij de IJssel in wilt lopen. Misschien word je teruggebeld, maar jij neemt dan niet op.)

Ondertussen vertelde ze haar levensverhaal. Hoe ze er ooit van had genoten te koken voor de mensen in een verzorgingshuis. Hoe ze daar de bewoners bij had betrokken en hoe fijn die dat hadden gevonden. Levensvuur in haar ogen. Ze lachte zelfs.
Hoe ze steeds meer had moeten doen in minder tijd, hoe het niet meer had gegaan. De zorg voor haar man, de zorg voor haar moeder, de zorg voor haar dochters. Tot ze uiteindelijk was afgekeurd. Ze zat inmiddels al jaren thuis met haar man die nu met pensioen was en haar niet kon vasthouden. Dat was zijn trauma en misschien had hij het wel nooit geleerd.
Ze vertelde nog veel meer. Over familie en haar lieve vader die veel te vroeg was doodgegaan. En dat ze had geleerd dat je nooit ruzie moet maken.

Het best leek haar als ik naar haar dochters huis zou gaan om te vertellen waar ze was en zij haar zouden komen halen. Ze kon het hen niet aandoen daar in deze toestand aan te komen. (En hun oplettende buren ook niet, die hadden toch al zoveel meningen.)

Op het omschreven ongeveer-adres deed niemand open.

Ik reed naar het huis waar ik haar gezien had, destijds toen ze de bloemen langs haar huis verzorgde. Door het raam zag ik een vader en een dochter in bezorgde toestand. Ik belde aan en vertelde dat het inmiddels goed ging met Amanda. En dat ze bij ons thuis was en graag haar dochters wilde zien. Ze braken toen ik vertelde dat mijn partner haar met alle macht had tegengehouden de IJssel in te lopen. Ik vertelde niet dat het enige wat geholpen had, de uiterste vraag was of hij haar nog even vast mocht houden (en hij dat ook had gedaan).

De man was lief, zacht en gebroken. ‘Ik zou je wel een knuffel willen geven,’ zei ik. In een vijf minuten lange knuffel vertrouwde hij me toe dat je soms het hardst schopt tegen wat je het liefst hebt. En hoeveel hij van Amanda hield.

De politie werd gebeld, ons adres doorgegeven.

Ondertussen vlogen helikopters boven de stad en voeren boten over de IJssel op zoek naar een vrouw die niemand tot last wilde zijn en een uitweg zag in verlost worden door de onderstromen van de IJssel. Ook burgernet was ingeschakeld.

Even nadat ik met Amanda’s dochter weer thuis was, werd er aangebeld. Drie politievrouwen en een politieman stonden voor de deur in vol ornaat. We werden verhoord over hoelang we niet de politie hadden gebeld of 112 (de hele ochtend niet, het was inmiddels al middag). En waarom we dat niet hadden gedaan.
‘Wij volgden ons hart,’ zei ik. Wat waarschijnlijk ‘lief en naïef’ geklonken zal hebben en wat ook niet helemaal de lading dekt, maar wel werd begrepen.
We kregen een standje en de aanbeveling dat de volgende keer wél te doen (de volgende keer?). Geen moment was het in mijn hoofd of dat van mijn partner opgekomen om hier de politie bij te betrekken. Of dat ‘de volgende keer’ wel gaat gebeuren, weet ik niet. Onze hoofden zijn blijkbaar niet zo ‘systeemdenkerig’, maar we begrepen het wel.

Dat er mensen onnodig lang in spanning hebben gezeten over het leven van Amanda. Dat er onnodig veel mankracht en materieel is ingezet en dat er onnodig ‘burgers’ langs de IJssel hebben gezocht. Daarvan denk ik: we hebben allemaal wel eens wat. En dat is heel erg, maar ook weer niet.

Toen de politiemensen werden bedankt, antwoordde er één namens alle vier: ‘Daar zijn we voor’.
‘Wij ook’, zei ik, met mijn grootste glimlach namens de rest van ons.

Amanda heet niet echt ‘Amanda’. De rest is naar waarheid verwoord. Amanda had ook Tamar kunnen heten, of Ap (zoals mijn partner heet). Mijn partner verwoordde het naar Amanda als: ‘Wanneer je de kracht hebt om zoiets te doen, ben je ook sterk genoeg voor een andere stap. Je bent te mooi en te lief (te mens) om te gaan, je bent hier nodig.’
Zo voelden wij dat alledrie.

Spring naar toolbar