Wat je van een hond kunt leren

Misschien moet de titel van deze blog eigenlijk zijn: Wat ik van mijn hond leer. Omdat ik natuurlijk niet precies zeker weet of dit voor alle honden en alle mensen geldt. Maar ik laat het toch maar even in de algemene stand staan. Om niks en niemand uit te sluiten.

Mijn hond is niet op puppie-cursus geweest. Nu is hij al een paar weken officieel geen pup meer en die kans is dus verkeken. Hij zal jammerlijk en voor altijd en eeuwig opgroeien voor galg en rat.
Ik heb gehoord dat je op zo’n cursus leert dat je een hond nóóit mag laten bepalen welke kant jullie op gaan. Dat schijnt vreselijk te zijn. En dat vind ik nou juist helemaal niet erg dat we dat allebei wel eens bepalen. Je komt nog eens ergens.
Ik geef mijn hond nooit beloningssnoepjes. Hij vindt dat sowieso niet lekker en ik heb iets tegen eetbeloning. Dat deed ik ook niet bij mijn kinderen toen dat nog puppies waren.
Ik schreeuw ook nooit ‘AF!’ of ‘BLIJF!’ of ‘HIER!’ tegen mijn hond. Sommige mensen denken dat honden achterlijk zijn en alleen korte afsnauwende bevelen (met boos wijzende of zelfs priemende vingers) begrijpen. Het tegendeel is dus waar. Een hond begrijpt een vriendelijk geformuleerd voorstel veel beter.
Mijn partner zegt dat honden de vrouwen van de samenleving zijn. En dat sommige mensen dus denken dat ze afgericht, getemd en kleingemaakt moeten worden. (Hij denkt zelf niet dat dat moet, hoor. Hij is niet bang voor ontembare vrouwelijkheid en ook niet voor honden.)

Maar wat kun je nou leren van een hond?

  1. Dat je altijd moet afwapperen
    Mijn hond wappert altijd af, nadat iemand hem opgetild, geaaid, iets omgedaan of hem aangeraakt heeft. Ook wappert hij af na een minder leuke ontmoeting met een andere hond en eigenlijk ook na een leuke ontmoeting.
    Afwapperen is heel hard en kort je hele lijf los schudden om alle niet bij jou horende energie af te laten glijden. Het is een soort van schone lei maken.
  2. Dat niemand te vertrouwen is (en dat dat niet erg is)
    Een paar zaterdagen geleden moest ik ergens op een vroeg tijdstip zijn. Daarom liet ik mijn hond vroeg in de morgen uit. Dit bleek precies het onbetrouwbare-honden-uurtje te zijn. Mijn hond zag al in de verte een hond en dacht meteen: hee, tof! (Ik weet heel goed wat mijn hond denkt.) Maar die hond werd meteen aangelijnd en mijn hond begon te twijfelen aan de tofheid van die hond.
    Toen ik ‘goedemorgen’ zei, antwoordde de hondenuitlaatster: ‘Hou je hond ff bij je. Deze hond is niet te vertrouwen, dan weet je dat voor de volgende keer.’ De hond aan de lijn zag er opeens heel wolfsachtig uit en hij gromde met zijn tandvlees bloot.
    Het voelde als een belangrijke boodschap voor die dag, maar ik dacht: mijn hond is óók niet te vertrouwen. Dag en nacht loopt ie achter me aan en wil ie bij me zijn, maar als er een hond in de uiterwaarden loopt en ik roep hem, dan kijkt ie naar mij, terug naar de hond, nog even naar mij… en kiest dan toch voor die hond. Voor even. (Ik denk dat ie op zo’n moment even heel trouw aan zichzelf is.)
  3. Dat je na een ontmoeting geen vervolgafspraak hoeft te maken
    Een ontmoeting met een andere hond in de uiterwaarden duurt zolang hij duurt. Je hoeft daarna niet nog op te bellen of te mailen met: weet je nog hoe leuk het was? Of: zullen we meteen nog iets afspreken of verder praten? (En ook niet met: wat mij betreft doen we dat nooit meer.)
    De volgende ontmoeting komt wanneer die komt. Soms komen we heel vaak achter elkaar dezelfde honden met hun uitlaters tegen en dan weer heel lang niet. Die ‘onbetrouwbare’ hond hebben we sinds die ene zaterdag niet meer gezien. Althans, niet in die vorm. Je kunt dat soort dingen natuurlijk helemaal niet vastleggen.
  4. Dat je (de meeste) dingen niet persoonlijk moet nemen (en er ook niet zo lang op moet blijven kauwen)
    Ik ben al heel vaak per ongeluk op de staart of een pootje van mijn hond gaan staan. Omdat ie ook veel voor mijn voeten loopt. Ik stort mij dan op de grond en put mijzelf uit in verontschuldigingen. Mijn hond denkt dan alleen maar dat ik met hem wil spelen. Hij snapt helemáál het concept wrok niet. En ook niet het verschil tussen per ongeluk of expres.
  5. Dat als je klein van stuk bent, je je niet klein hoeft te voelen
    Mijn hond staat open voor álle honden. Ook voor honden die veel groter zijn. Sommige hondenuitlaters zeggen wel eens dat ‘zij’ (omdat hij er heel schattig en lief uitziet, denk ik) geen partij voor hun hond is. Wij trekken ons daar niks van aan. Je kunt met iedere hond van elke grootte spelen. Daar hoef je niet meteen iets van te denken. Wie heeft het hier over een partij? Wij zijn van de Partij voor de Dieren. Dieren zijn ook Mensen.
  6. Tot slot heb ik geleerd dat je Jagers hebt en Redders
    Dit heb ik geleerd van een mede-honduitlater. Zij zei dat mijn hond een Rescue was. Ik begreep dat heel lang niet, maar je hebt dus jachthonden en rescue-honden (ik weet ook niet waarom dat dan weer in het Engels moet, je zegt toch ook niet: ‘jouw hond is een Hunt’).
    Ik had wel door dat mijn hond geen jachthond is. Hij is vrienden geworden met de koeien in de uiterwaarden. Het lijkt wel of zij denken dat mijn hond een soort mislukt kalf is, maar eigenlijk weet ik vrij zeker dat denken iets is dat koeien bij uitstek niet doen.
    Ook is mijn hond vrienden geworden met ons nu-niet-meer-zo-eenzame moederkonijn. Zij heeft al haar kinderen overleefd en op haar oude dag besloten dat haar voorkeur uitgaat naar honden. Nou ja, alleen mijn hond, maar eigenlijk is dat ook meer een soort superkonijn. Een rescue superkonijn, dat dag en nacht aan mijn zijde staat. Zelf ben ik meer van de jacht dan van de rescue, dus dat komt wel goed uit, geloof ik.

3 gedachtes over “Wat je van een hond kunt leren

  1. Wat een heerlijk relaas.
    Voor mijn werk laat ik regelmatig de hond uit van een mevrouw. Die lijkt qua uiterlijk een beetje op jullie hond. (al is ‘jullie’ ook weer niet goed want het is immers geen bezit)
    Ik vind het al vervelend om hem aan de lijn te doen. Want daar begint het ‘wij bepalen’ al, en het ondergeschikt maken aan de mens. Maar aan de andere kant, als ik dat niet doe, dan steekt ie gewoon de straat over als er een auto aankomt. Dus ja, ergens ook wel een soort bescherming…
    We komen natuurlijk ook andere honden tegen met hun uitlaters en er zit veel verschil tussen dergelijke mensen. Boefje (zo heet het hondje), wil altijd even kennismaken. Die kennismaking gaat gepaard met snuffelen en eventueel spelen als het klikt. Maar als het spel te ruw wordt dan geeft Boefje met een snauw heel duidelijk aan dat de grenzen worden overschreden.

    Anyway, sommige mensen willen eigenlijk al niet dat de honden onderling kennismaken. Met een afhoudende houding lopen ze langs, maar Boefje en de andere hond trekken zich daar niets van aan en maken gewoon kennis. Wat ik uiteraard vrolijk toelaat en onderstreep met het zinnetje “Hoi, wie ben jij’? Soms ontspannen ze dan wat.

    Wat me ook opvalt is dat veel mensen vaak verkleinend en met een verhoogde toon tegen hun hond praten als een soort compliment en alsof het dier achterlijk is… “oh, wat heb je dat goed gedaan”; ‘goed zo’; ‘braaf’ etc etc..

    Toch heeft Boefje het niet op sommige andere honden. Dan gaat hij al grommen als hij ze 500 meter verderop ziet lopen. Wat dat is weet ik niet. Waarschijnlijk een soort intuïtief gevoel van ‘jij bent niet oké’. In dat geval is het toch wel fijn dat ik hem aan de lijn heb want de lijn staat dan strak omdat ie de desbetreffende hond wil aanvallen. (wat al eens gebeurd is toen ik de lijn losjes vast had en hij het uit mijn handen rukte terwijl hij op die hond afstoof).

    Afijn, ik vind het enorm inspirerend om met hem te wandelen en te spelen en om te zien hoe ze doen. Als ik meer tijd had zou ik zelf ook een hond ‘nemen’.

    • Ja, het is echt superleuk om een hond uit te laten, hè! Ook als je andere honden en mensen tegenkomt. 🙂 Dat was eigenlijk het enige nadeel dat ik van te voren zag: dat ik dan ‘hondengesprekjes’ zou moeten voeren. Maar dat is dus vaak een heel leuk aspect. Ik was zelf nogal onder de indruk van al dat grensoverschrijdende gedrag in de media. Maar niemand leek het daarover te willen hebben, al helemaal niet in bewustzijnsland. Zo van: ja, niet wéér MeToo en zo. Maar ‘mijn’ hond vertoonde dit gedrag zelf. Dus had ik een heel makkelijk bruggetje: ‘ja, sorry mijn hond vertoont grensoverschrijdend gedrag.’ (Dwars door de voorpoten naar achter duiken. En dan moest ‘Sofie’ niet zo chagrijnig doen van haar uitlater en alles toelaten.) Ik kreeg daar lol in, maar ben er nu wel mee gestopt om de hele tijd dat onderwerp in te brengen en te ‘hondbashen’. (Hondbashen is tegen de hond praten om eigenlijk de uitlater een lesje te leren, zo van: ‘mag jij helemaal niet los van je baasje?’) Ik zei ’tegen Sofie’ dat ze best voor zichzelf mocht opkomen en dan heus niet chagrijnig was. Ik heb nog wel andere dingen gezegd, ook. Ik had toen een ervaring waar twee mannen korte tijd compleet stil van vielen. Terwijl het niet schunnig of onvriendelijk was (doe ik nooit), alleen volgens een logica die ze zelf nog nooit hadden bedacht. Een beetje in datzelfde gebied van ‘een hondenvrouwtje wil dat niet en een mensenvrouwtje ook misschien wel niet’. Het was een vreemde ervaring, omdat ik er niet per se op uit was om mensen lesjes te leren of zo. Toen ik verder liep, kreeg ik van een groep mensen die aan de kant stonden voor iets, een applaus, terwijl die dat niet hadden kunnen horen en niemand eigenlijk leek te weten waarom ie aan het klappen was voor mij. Dat ontstond zo en we waren er allemaal wel blij van. Echt zo’n leuk vreemde ervaring.
      Ik kan er een boek over schrijven over al onze uitlaatavonturen :-).
      Ik denk wel dat het vooral fijn is om een hond te hebben als je niet alléén de zorg ervoor hebt. Want hij is er altijd.

      • Ik heb niet altijd zin in hondengesprekjes, soms ga ik bewust een andere route als ik iemand in de verte zie aankomen.

        Maar vanmorgen was het weer zover. Boefje zag een hond die hij niet zo aardig vindt en ging door het lint. Blaffen, grommen, aan de lijn trekken omdat ie er naartoe wilt… De uitlater en zijn hond negeerden het maar. haha!

        En ja, een hond is fijner als je met z’n tweeën bent of met meer. Daarom doe ik het ook niet, hoe leuk ik ze ook vindt. Het liefst zou ik daarom op een boerderij wonen met allerlei soorten dieren die gewoon hun eigen gang gaan.