Wat je zegt, ben je (niet per se altijd) zelf

Wegens overweldigende positieve reacties op mijn vorige blog, heb ik nóg maar eens een stukje audio geluisterd van een samenkomst georganiseerd door Martijn van Staveren. (Hij was er o.a. zelf ook bij. Alwéér! Hij lijkt overal wel zelf bij te zijn.) Wat ik nu toch hoorde!

Wéér zo’n dappere vrouw die zich krachtig uitsprak! Ik kreeg er een als-het-kalf-verdronken-is-wil-iemand-boter-bij-de-vis-gevoel van. Daar wilde iemand potverdorrie doorpakken!

Wat gebeurde er? Op ‘weer een hele mooie samenkomst’ sprak een vrouw duidelijk uit dat ze een sterk in-slaap-gevallen-gevoel om zich heen ervoer. Al de hele ochtend. En dat ze er genoeg van had en zelfs bijna had besloten om naar huis te gaan.
Het was ongeveer de hele ochtend gegaan over dat je naar je eigen gedrag moet kijken en je eigen leven en je je met je eigen zaken moet bemoeien etc.

Ja! Als je dat niet wilt horen, kun je natuurlijk het beste even lekker wegdromen of gaan slapen.

De vrouw die zich uitsprak, zei behalve een heleboel duidelijke taal ook heel vaak ‘sorry hoor’. Wat begrijpelijk is. In het patriarchale systeem waarin wij leven, moet je je als vrouw koest houden. Wij zijn daar allen van doordrongen en voor je het weet, word je als vrouw weggezet als desperate housewife. (Dat wil niemand.)
Sommige mensen vinden het heel moeilijk om ‘sorry’ te zeggen over hun eigen gedrag, maar vrouwen die zich uitspreken vinden dat helemaal niet, terwijl er toch niks mis mee is om je krachtig en openlijk uit te spreken. (En ook niet om sorry te zeggen als je iemand bedoeld of onbedoeld gekwetst hebt.)

Vrijwel direct na dit krachtige uitspreken, stelde een andere vrouw de vraag hoe dat dan voor de krachtige spreekster-zelf was. Dus – zeg maar – zoals kinderen dat zeggen: ‘wat je zegt ben je zelf.’ (En als je het zelf bent, mag je het om een of andere reden niet zeggen, of zoiets.)

Dit is wat altijd gebeurt! Let maar eens op. Als iemand uitbreekt uit een slaapsysteem, gaan andere mensen opstaan om diegene terug te fluiten, zodat alles kan blijven zoals het is en niemand iets aan hoeft te gaan. Als dat niet werkt, wordt de uitbreker weggezet als ‘gestoord’ of als desperate housewife. (En eigenlijk wil niemand dat.)

Het is natuurlijk waar dat wij allemaal naar onszelf moeten kijken. En ook is het goed om een ander te confronteren met wat ie van jou zegt: om te checken of het geen projecteren is. Maar… misschien is het goed om als iemand iets zegt, ook éérst die vraag aan onszelf te stellen, vóór we hem aan een ander stellen. En dan écht aan onszelf stellen hè? Niet zo van: ‘ja, ja, ja, ik ben een heel mooi mens’ en dan in je geheugen naar bewijzen zoeken die dat bevestigen. (Ook al voelt dat dan een beetje heel erg niet zo lekker. Schaam je niet! Dat werkt verlammend.)

Remco Campert schreef over ‘éérst de vraag aan jezelf stellen’ een mooi gedicht. Ooit las ik het voor op de begrafenis van mijn moeder. Verstandelijk begreep ik die keuze niet van mezelf omdat mijn moeder geen Tweede Wereldoorlogverzetsstrijder was geweest (ze was vlak na die oorlog geboren). Het gedicht wordt vaak gedeeltelijk voorgelezen op bevrijdingsdag. Altijd alléén de tweede strofe.
Ik was zelf mijn hele leven tegen mijn moeder in verzet geweest omdat mijn moeder het patriarchale systeem bij mij onbewust mijn hele leven met haar naar binnen fietste. En dat terwijl zij zich tegelijkertijd tegen dit systeem verzette en hierover gefrustreerd was.
Zo treurig is het hier op aarde gesteld. Door de niet-geheelde pijn van anderen zijn wij beschadigd en mét onze niet-geheelde pijn beschadigen wij anderen. En terwijl wij mooie bijeenkomsten hebben en liggen te slapen, profiteert een derde partij daarvan.

Dit gedicht gaat wat mij betreft niet per se over verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog of een andere oorlog zoals we die hier zien.

Iemand stelt de vraag (Remco Campert)

1.

Het was een geweldig feest
er stierven drie mensen
een van ouderdom
een door alcohol
een omdat hij vocht met de slang

O maar er werd gezongen
gedanst en gedronken!
De pijp ging rond en de pruim
oude verhalen werden nieuw
opa’s stonden in hoog aanzien
die zeiden dat het zo altijd was geweest
en altijd zo zou blijven
en de kinderen bleven erbij
tot ze niet meer konden.
O maar er werd gedanst
en gevrijd bij het leven
een dag een nacht en een dag!

Tot het zout op was
de kruiken leeg
en de schelpen door de kroegbaas
weer afgepakt
toen wankelden ze lachend de berghelling op
sliepen hun roes uit in het lange gras
een nacht en een lange dag

Terwijl ze sliepen
reden
beladen met het werk van hun handen
in kratten en balen verpakt
in bewaakte colonnes
de vrachtwagens naar de stad

de stad van de banken en congressen
de stad van de krotten en open riolen
de stad van de mooie dames met chauffeur
de stad van de hoeren voor een knaak
de stad waar iedereen verdient het zout in de pap
iedereen die een vinger in de pap heeft
de stad waar ze altijd van droomden
de stad die ze nooit zouden zien.

2.

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

3.

Iemand weigert de schelp
iemand houdt op met dansen
iemand smijt de kroegbaas de kruik in ’t gezicht
iemand zegt opa de pest met je oude verhalen

iemand wil het alfabet leren
iemand pakt de opzichter z’n zweep af
iemand steelt een geweer
iemand zegt dit is mijn grond

iemand staat zijn dochter niet af aan de landheer
iemand antwoordt niet met twee woorden
iemand houdt zijn graan verborgen
iemand viert geen feest als de vrachtwagens komen

iemand spuugt op de grond als hij de soldaten ziet
iemand snijdt de banden door
iemand verschuilt zich in het woud
iemand droomt niet meer

iemand richt zich op
iemand is voor altijd wakker
iemand stelt de vraag
iemand verzet zich

en dan nog iemand
en nog iemand
en nog.