De goede mens en het persoonlijke delen

Geheel tegen mijn gewoonte in, luisterde ik onlangs een stukje audio-opname van een bijeenkomst georganiseerd door Martijn van Staveren (en voor wie dat relevant is: hij was op die bijeenkomst o.a. zelf ook aanwezig). Geheel tegen mijn voornemen in, schrijf ik hierover nu een blog.

Op het stukje audio dat ik beluisterde, hoorde ik iemand delen dat ze een aantal sciencefiction-films had bekeken en daarin had gezien hoe er in die films sprake was van goede, welwillende mensen die zich houden aan afspraken die buiten hen om gemaakt zijn tégen de mens. En hoe zeer dat haar geraakt had.
Dit lijkt mij ongeveer precies wat hier op aarde en dus ook bij de samenkomsten van Martijn van Staveren aan de hand is:

Met goede mensen kun je de grachten dempen, maar goede mensen die hun kracht niet erkennen en niet inzetten, en klakkeloos afspraken honoreren die buiten hen om zijn gemaakt, zijn – in die momenten – de handlangers van het kwaad.

Dit geldt ook voor de mens die zijn of haar waarheid niet krachtig uitspreekt uit angst verkeerd begrepen te worden of niet in de smaak te vallen. (= angst voor onvertogen woorden en conflict én angst niet sympathiek gevonden te worden.)
Het gevaar dreigt nu – omdat Martijn van Staveren heeft gezegd dat er rake klappen nodig zijn – dat er ongecontroleerd gemept en geschopt gaat worden en dat is nou net niets nieuws onder de zon.

Even vóór het delen over sciencefiction-films, sprak een man zich uit over het vele persoonlijke delen dat bij de samenkomsten van Martijn van Staveren gebeurt. Hij maakte de vergelijking met ‘bijeenkomsten van desperate housewives’ en kon rekenen op een warm, bevestigend applaus.
Ook dit lijkt mij ongeveer precies wat hier op aarde en dus ook bij de samenkomsten van Martijn van Staveren aan de hand is:

Veel goede mensen vinden het nodig om met ‘taakkrachtige’ woorden, vrouwen af te zeiken, ze van zogenaamd negatieve tendensen de schuld te geven, of ze ‘gewoon’ even weg te zetten. ‘Ach, ach, die emotionele (huis)vrouwtjes toch,’ lijkt de algemeen geaccepteerde gedachte. Veel goede mensen vinden dat dit gebeurt, ook niet zo erg. De meesten hebben het niet eens door en klappen of lachen lekker mee, want wat zijn we samen mooie goede mensen bij elkaar!

Zelf werd ik enige tijd geleden op een Taskforce-forum door een man als slet neergezet, die voor ‘haar eigen man’ geheime dingen met Martijn van Staveren zou doen. Daar bleef het niet bij: inmiddels ben ik behalve slet, ook saboteur én intruder (ook al zo’n krachtige Engelse term). De plaatser van dit bericht werd onlangs uitgebreid gecomplimenteerd voor zijn mooie zangstem door iemand die van deze situatie op de hoogte is en een heel groot hart heeft. Applaus voor de hyena’s achter de schermen, die vóór de schermen zo voorbeeldig de moederlijke gevoelens weten op te roepen en/of heel licht en lief zijn. Ze weten alles van the force, dus laten we ze krachtig pamperen en nog eens naar een opvoerinkje luisteren.

De Engelse krachtterm Taskforce is voor mij inmiddels nogal leeg. Het lijkt een beroep te doen op de neiging ‘riddertje te willen spelen’ met stoere woorden en een daadkracht die voor mij in ieder geval weinig hoopgevend is.

Persoonlijk delen mag niet meer bij Martijn van Staveren. Dit is afgesproken in Blegny. Voor dat ‘samen-zijn’ heb ik me afgemeld. Ik was daar dus niet bij en honoreer geen afspraken die buiten mij om gemaakt zijn. Dit is dus mijn persoonlijke delen op een site waar veel (ex-)Martijn van Staveren-volgers en -sympathisanten komen.
Ik honoreer het ook niet dat vrouwen worden weggezet als inferieure desperate wezens door mannen (en vrouwen), die riddertje of reddertje aan het spelen zijn of vanuit een andere (onvolwassen) rol opereren.

Ik heb bij Martijn van Staveren veel te maken gehad met goede mensen die zich veelbelovend uitspreken met krachtige woorden, maar schitteren in afwezigheid als daadkrachtig handelen passend is, of erger: met dezelfde krachtige woorden andere mensen denken te moeten uitschakelen of zogenaamd (in hun proces) helpen, terwijl ze het zelf niet aangaan. Let wel: dapper achter de schermen en ver van het oog van ‘de meester’ bij wie ik nogal een ‘als-het-kalf-verdronken-is-dempt-men-de-put-gevoel’ heb.

En die ‘krachtige’ vaagtaalsprekers die zich erop voorstaan dat ze ‘échte Taskforcers’ zijn? Velen hebben de onnodige verantwoordelijkheid losgelaten (of er nooit mee te maken gehad), maar er onvoldoende betrokkenheid voor in de plaats gezet. Dát is spiritualiteit. Het recht als mens opeisen en er behalve het dienen van het persoonlijke eigen belang niets wezenlijks mee doen. Niet staan als een betrokken krijger, maar ‘doen alsof’, teren op ervarinkjes die gelden als bewijs voor een groot bewustzijn en in halleluja alleen maar roepen wat alles mooi is en dat ze ‘leiding nemen’, terwijl ze hun Martijn-van-Staveren-abonnement nog maar eens verlengen. Maar geen volger zijn, hoor! Lang leve de onsterfelijken, halleluja!

Volgens de klager over het vele persoonlijk delen en Martijn van Staveren zou het bij het persoonlijke delen gaan om het ‘fatsoen’ dat een persoonlijke deler moet opbrengen. Ik heb het liever over ‘respect’.
Fatsoen… daarmee wordt over het algemeen bedoeld: de normen en waarden die ons worden aangeleerd door het patriarchisch systeem waarin wij leven en dat ons onderdrukt.
Ik vind het weinig respectvol als je je niet uitspreekt naar de persoonlijke deler op het moment dat dit gebeurt, maar naderhand met de zekerheid van veel eer, glorie en medestand gaat delen dat je tégen (dat soort) persoonlijk delen bent.

Erg dapper is het ook niet. Dapper was de vrouw die tijdens ‘weer een hele mooie bijeenkomst’ het lef had om te zeggen dat ze muren voelde! Dapper was ook de man die aan de man die ‘onder andere zo leuk (respectloos!) met het moedermedicijn ayahuasca experimenteert’ vroeg wat hij – behalve aandacht vragen voor zijn lollige, experimenterende grensoverschrijdende persoonlijkheid – in te brengen had. (Dat is sowieso een goede vraag.)

Dapper zijn de goede mensen die persoonlijk delen uit echtheid, ongeacht of de groep, Martijn of wie dan ook, dat aan zal spreken. Zonder een beeld te willen neerzetten van het eigen valse zelfbeeld. Zonder anderen als dumpplek te gebruiken voor niet-aangegane pijn. Volgens mij is dat zelfs noodzakelijk om iets wezenlijks te bewerkstelligen.

P.s. Op de allereerste Taskforcedag vroeg Martijn van Staveren: Are you ready to die? Het zou veelstemmig Jaaaa! hebben geklonken. Aangezien we onsterfelijk zijn, stel ik (gewoon in het Nederlands) de vraag: ben je klaar voor vrede?

Moed is de moeder van de vrede!
Moed om helder in te zien waarin wij zitten en hoe wij door de niet-geheelde pijn van anderen zijn beschadigd én hoe onze niet-geheelde pijn anderen beschadigt.
Als het oorlog is, kun je ‘de lieve vrede’ niet redden of bewaren.
Je kunt er alleen voor gaan staan en er krachtig naar handelen: geen taakkracht maar daadkracht. Overal en met of zonder Martijn van Staveren. Omdat je het bent, niet omdat je een taakje moet doen dat er voor de buitenwereld (of binnenwereld van Martijnvolgers onder elkaar of Martijn) goed uitziet. En niet omdat je zogenaamd bewuster bent dan mensen die niet naar Martijn gaan. Dat valt nog maar helemaal te bezien.

Ik ben trouwens niet boos, maar duidelijk. En ik ben ook geen anti-Martijner. Dus als jij geen volger bent, hoef je je ook niet tegen mij te keren omdat ik de halleluja-taal niet spreek. Maar oordeel gerust negatief over mij, ik zie het als veilige illusie die jou beschermt de waarheid over je eigen leven niet onder ogen te komen.  
Ik geloof in gelijkwaardigheid en heb alle vertrouwen in de onsterfelijkheid en de kracht van dat kalf in die put. Die kan zelfs die dempende putdeksel er wel afkrijgen en eruit klimmen. (Zo, toch nog even een dierverhaal, I LOVE IT! Zeer bijdragend! De volgende keer zing ik een lied.)

Een gedachte over “De goede mens en het persoonlijke delen

  1. Heerlijk, de geheel tegen de verwachtingen in bewegingen 🙂 Naar wat ik gehoord heb is er nooit “een verbod” op het delen van wat iemand op dat moment voelt dat het gedeeld wil/ moet worden. Oké, bij bepaalde gesprekken is het een wens om aandacht en focus op het grote plaatje te houden. Maar het is en was nooit het verbod. En verder zijn we (ik, jij, wij) in het proces om zo te kijken naar iemand, naar een groep, naar de situatie, dat we echt ervaren, dat het “een situatie” is, een moment-opname. Dus geen generalisatie, geen oordeel nodig, geen labels, eigenlijk ook geen idee, dat ik “weet” wat een ander denkt of bedoelt. Ook al lijkt het zo.