Iets onnoemelijks, wat je niet kunt zeggen of waar je uit weg wil blijven

Ik heb een raar gen. Mijn vader had hem ook. Het is een gen dat maakt dat je een soort lopende encyclopedie bent van liedjes en gedichten. En dat er een liedje of gedicht tevoorschijn komt als er iets gebeurt dat in meer of mindere mate met zo’n liedje of gedicht te maken heeft.
Als iemand bijvoorbeeld voor een raam zit en zegt dat ie zich verveelt, dan zegt mijn hoofd:

Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen.

Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.
Godfried Bomans

Het kan ook gebeuren dat dat gedicht naar voren komt als iemand alleen maar ‘onnoemelijk’ zegt (want dat is een zeldzaam gebruikt woord, terwijl er genoeg dingen onnoemelijk zijn en je maar de hele tijd je best moet doen om daar toch woorden voor te vinden en er dan ook nog mensen zijn die dan gaan zeuren dat een bepaald woord het verkeerde woord is dat niet gezegd mag worden en zo, maar ja…).

Dit gen bleef zijn werk doen toen mijn vader dement werd en misschien is dat er mede de reden van dat ik mijn vader zo goed bleef begrijpen. Het is een geheime onthoudtaal waar dementie niet bij kan komen.

Gisteren was ik bij een Taskforcedag in Zwaanshoek. Het was een mooie en intense dag. En er zat ook een soort vrolijke positiviteit in de dag: Martijn is positief gestemd, maar niet positief getest. (Ingewikkeld is dat inderdaad, voor mij is links en rechts nog steeds iets wat ik niet automatisch weet en bij ‘positief getest’, moet ik altijd heel lang nadenken om te weten: ‘oja, dat is dan juist niet goed’, terwijl de impuls is: ‘o, fijn!’)
Maar hoe positief de dag ook was, eenmaal thuis voelde het bij mij en ook bij mijn partner alsof we zowel de marathon hadden gelopen als naar een begrafenis waren geweest van een dierbare vriend. Gelukkig had Martijn hiervoor gewaarschuwd: het lichaam kan dat soort grappen uithalen.

Er werden geen opnames gemaakt. Voor mij voelt dat heel goed. Ik heb me suf geluisterd naar opnames, maar ik voel al een tijdje: opnames HEBBEN, is toch echt iets heel anders dan aanwezig ZIJN (en je kunt ook een beetje niet aanwezig zijn als je jezelf gerust stelt dat je de opnames straks nog kunt beluisteren). Opnames bevredigen honger naar kennis en informatie, maar er ontbreekt iets onnoemelijks. Je merkt dat het best als je luistert naar een dag waar je zelf geweest bent. Het is als een Indiase maaltijd van mijn favoriete Indiase restaurant Balraj zonder de kruiden, de specerijen en de liefde die ze daar in het eten stoppen. Of zou dat te extreem gesteld zijn?

Tegen het einde van de dag riep iemand op een heel passend moment: ‘En vergeet dit niet!’ Dat lijkt inderdaad wel zo te zijn. Dat je steeds weer dingen vergeet. Gelukkig heb ik mijn rare gen dat mij een geheime onthoudtaal oplevert. En kwam er een gedicht naar voren over waar de dag in ieder geval op een bepaald moment over ging voor mij. Het was dit gedicht:

Op school stonden ze…

door Eduard Hoornik (1910-1970)

Op school stonden ze op het bord geschreven,
het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
de ene werkelijkheid, de andere schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven de dingen uitgeheven,
vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
is kind worden en naar de sterren kijken,
en daarheen langzaam worden opgelicht.


Wat betreft dat ‘kind worden’, daar ging het zeker over. En over het andere bewustzijn dat sommige kinderen hebben. En over de dag dat er op een basisschool in Zimbabwe een bezoek was van buitenaardsen. En hoe kinderen dat heel anders hebben ervaren dan volwassenen en daar ook anders mee omgingen. 

Martijn zei nog wel dat hij weg wilde blijven uit het gebied dat kinderen nu massaal worden ingeënt terwijl ze dus helemaal niet zo ziek worden van covid. Ondertussen zei hij dat wél. En dan moet je altijd extra goed opletten. En ik kreeg wéér een nieuw soort van gedicht in mijn hoofd. En zo is er toch nog een stukje audio te beluisteren. 🙂

‘Wat zij zei’: Van ‘Een goed gesprek’ van Marjan Luif

7 gedachtes over “Iets onnoemelijks, wat je niet kunt zeggen of waar je uit weg wil blijven

  1. Ik zit een beetje te piekeren over hoe het beeld dat – in elk geval op dit moment – op de homepage (en dus bovenaan deze pagina) van deze site is geplaatst, is in te passen in deze post. Twee paarden (of veulentjes volgens de omschrijving in de metainfo, al vind ik ze al best groot) die achter elkaar aan rennen, waarbij de achterste nog zijn hoofdstel om heeft, waarvan de voorste zich al heeft verlost.

    Ik zit in deze weide
    onnoemlijk gekwetst te wezen
    Ik wou dat ik twee paarden was
    die niets hoefden te vrezen

    • Wees dan ook gewoon twee onbevreesde paarden, hup! En gooi dat hoofdstel af (je moet niks Hebben, maar Zijn) 😉 Gekwetst zijn, is dan voor mensen die nog niet zijn begonnen. En boven gekwetst zijn moet je je uit heffen (tweede gedicht) 😉

      • Ja, precies! Maar als je het dan toch zegt, dan doe je het weer niet.
        Net als dat mensen zeggen: ‘met alle respect…’ en dan volgt er iets met heel weinig respect.
        En: ‘ik wil niet moeilijk doen, hoor…’ (Dan denk ik snel: Oké, doe maar niet dan…)
        Of: ‘sorry dat ik je onderbreek’ (Dan denk ik: Nee, ik wil niet onderbroken worden, doe het niet en zeg geen sorry!)