Geen schuld, geen straf, maar aandacht (Schuld: deel 1)

Schuld
Ik doe wel eens een soort spelletje dat ik in een bepaalde tijdspanne van alles wat er gebeurt, iets of iemand de schuld geef. Bijvoorbeeld: ik snij me bij het koken in mijn vinger en ik bedenk dan door wat of wie dat komt, maar het mag niet aan mijzelf liggen. En hoe meer schuldigen, hoe beter. Dus: verkeerd mesje (niet door mij gekocht), omdat iemand (niet ik) de vaatwasser niet heeft uitgeruimd (niet mijn taak), verkeerde verlichting omdat iemand (niet ik, want ik heb daar geen verstand van) de nieuwe lampjes nog steeds niet heeft opgehangen. En zo verder.
Je krijgt dan heel inzichtelijk dat je ‘iemand de schuld geven’ ook best wel vaak niet voor een spelletje doet. Terwijl je nog wel zo bewust bent!

Bewuste mensen weten: schuld bestaat niet

Straf krijgen
Als schuld niet bestaat, dan slaat straf al helemáál nergens op. Straf voelt – als je het krijgt – ook héél vreemd. Op mijn lagere school was straf dat je bordrijwoorden over moest schrijven op de gang. Of gewoon op de gang staan. In ieder geval: niet aanwezig zijn. Dat was toen al best ouderwets volgens mij, want zo oud ben ik nou ook weer niet.
Straf krijgen, geeft je in een klas een bepaalde status die best positief is: jij dappere held, durft je te verzetten tegen het systeem. Straf is het bewijs daarvan.
Toen ik een keer op de gang bordrijwoorden aan het overschrijven was (en ik eerder de klas niet in mocht) kwam de hoofdmeester langsgelopen. Dat was een heel aardige man, die mij even ging vragen wat ik aan het doen was. Ik voelde mij helemaal niet dapper en heldhaftig. Ik moest ervan huilen dat ie dat vroeg. Omdat ik de logica van (mijn) straf niet kon uitleggen en ook niet kon inzien. En omdat ik me schaamde voor de aardige hoofdmeester voor de straf die ik niet aan mezelf had gegeven voor iets waar ik me ook niet schuldig over voelde. Zo vreemd voelt straf. De hoofdmeester had dat aspect van onderwijs volgens mij ook niet precies begrepen op de pedagogische academie.

Straf geven
Maar straf is niet alleen een (dubieus) aspect van pedagogiek en komt niet alleen in het onderwijs voor. Zo raar als straf krijgen voelt, zo gewoon kan het voelen als je het zelf geeft. Niet alle straf natuurlijk, maar wel de volgende, die we allemaal misschien wel eens gegeven hebben: negeer- of jij-bent-voor-mij-niet-aanwezig-straf.
Als iemand iets gedaan heeft wat in mijn nadeel is uitgepakt en waarvan ik hem of haar de schuld geef, krijgt ie straf. Ik doe dan tegen zo iemand alsof hij of zij niet bestaat.
Dat is niet zo bewust, maar ik moet iemand toch een lesje leren? Of niet soms?

Oké, niet dus. Ik hou daarmee op. Beloofd aan mijzelf: Ik ben geen juf en ik hoef niemand een lesje te leren. Ik zou graag een bewust mens zijn.

‘Maar ik heb wél bloed, ja?!’
Bovenstaand kopje is een ietwat verontwaardigde uitspraak van een van mijn zoons, toen ie (lang geleden) door toedoen van iemand anders op zijn knie was gevallen en ik daar naar zijn mening te makkelijk overheen stapte.
We hebben wel bloed, ja. Wat doen we met een wond die niet genoeg aandacht krijgt?
Hiervoor hebben wij een soort klachtenloket nodig waar men weet dat schuld niet bestaat en een oplossing niet hoeft te worden gegeven. De huid geneest zichzelf. Maar betrokken aandacht kan dat proces wél versnellen. (Ik ben een groot voorstander van het versnellen van dát soort processen, dat zeg ik altijd al. Maar het lijkt wel of sommige mensen mij niet goed verstaan.) 🙂  

5 gedachtes over “Geen schuld, geen straf, maar aandacht (Schuld: deel 1)

  1. Ja, mooi dat je dit vertelt. Het is heel fijn als we ons zijn, waarin pijn en problematiek vaak een onderdeel is, kunnen delen. Mijn voorstellingsvermogen staat los van mijn man zijn, ik vind de verhalen heel verhelderend. Ik ben het met je eens dat delen goed en fijn is. En ik geloof dat we het er over eens zijn, dat het niet te gek moet worden. Ik heb naar heel wat pijn geluisterd, dus ik doe dat en kan dat, goed, maar het was ook wel eens teveel.
    We mogen elkaar erkennen, we delen ons zelf, en we doen ons best deze kermis zo goed mogelijk te doorlopen en zoveel mogelijk verzamelde ballast over boord te gooien, inzichtelijk en liefdevol zodat het niet weer in je botsauto kruipt. Ofzo, bij wijze van dat de woorden tot mij kwamen, ofzo.

    • Ja, mooie beeldspraak. De botsauto. En ik herken het ook wel dat er een beetje te veel vanuit andere botsauto’s in mijn botsauto gekotst is. Of dat ik daar te veel waarde aan gehecht heb. En dat ik daardoor niet in de gaten had dat ik zelf ook behoorlijk misselijk was. 🙂

  2. De belangrijkste aandacht die een wond nodig heeft is die van jezelf. Dat je zelf bewust bent van je wond, die erkend, en die vanuit een breder/dieper/groter Zelf aandacht en koestering geeft. De wond helemaal voelen en omarmen, de wond laten spreken (klacht), zelf het loket zijn, zelf de klacht ontvangen. Je hebt daar niemand bij nodig, al kan die erkenning van een ander fijn zijn, jij bent zelf de magiër waarin alles kan bestaan, gezien kan worden en geheeld kan worden, op kan lossen in de heelheid die je in de kern bent. Soms is het functioneel om samen te kijken naar een wond, omdat je zelf blinde vlekken kan hebben en een ander vragen kan stellen of aspecten naar voren kan brengen die je zelf niet zag of waar je niet op kwam. Er zijn mensen die daar goed in zijn en kenbaar maken dat ze beschikbaar zijn om je daar bij te helpen, te assisteren in het zelf ervaren en terugbrengen van de wond/wonden naar de bron, jij zelf. De klacht leeft in jou en het loket is ook in jou. Het buiten jou plaatsen van het loket is een vraag om erkenning en eventueel hulp (ik heb pijn, zie je dat niet?! Erken mijn pijn!). Eigenlijk zoek je een oplossing en dat is goed, want we willen niet in pijn leven. Maar niet iedereen is goed in het erkennen van jouw pijn en daar een fijn antwoord op geven, wat goed voelt en waar je iets aan hebt. Het blijft jouw pijn, die in jou ontstaan is en in jou kan oplossen, al dan niet met behulp van iemand die goed is om je te begeleiden om je pijn in al zijn dimensies er te laten zijn, te zien, met al zijn verborgen oorzaken en gevolgen, met alle overtuigingen en doorgevoerde afsluitingen van je eigen kracht en plezier. Met al zijn schatten, de grote schat die jij bent. Een wondje op je knie kan genoeg hebben aan erkenning via iemand ‘buiten jou’. Maar misschien is er een mechanisme wat terug blijft keren, ‘kijk naar mijn wond’. Misschien stilt de pijn doordat de ander kijkt en ga je dan weer verder, zonder dat je de wond in en met jezelf al zijn klachten hebt laten uiten. Misschien is elk wondje op je knie wel een verwijzing naar een veel grotere wond. Misschien is elk wondje op je knie een hint, een uitnodiging, om naar die grotere, vergeten wond en oorzaak te gaan. Misschien gebruik ik het woord misschien wel te veel, misschien maakt dat mij niets uit, misschien denk ik gewoon hardop en misschien is dat voor wie dan ook functioneel, irritant, amusant, dubieus of te serieus. Misschien doen we allemaal wat we denken dat goed is en misschien zien we niet hoe het ook anders en functioneler kan. Opdat wij in ons zelf en met elkaar, heerlijk vrij surfen op de golf die Leven heet.

    • Volgens mij ben ik het met jouw hardop denken eens in grote lijnen. Wat ik doe is ook hardop denken en het dan op brongenoten zetten. 😉 Je kunt (vaak/soms) iemands pijn eigenlijk niet helemaal begrijpen. Ik ga even een anekdote delen. Ik heb drie kinderen en toen ik die ‘wilde’, hoefde ik maar aan een kind te denken en ik was zwanger. Niet écht, want ik ben Maria niet. Een goede vriendin van mij die ik ken van de kleuterschool en met wie ik heel vaak vadertje-en-moedertje gespeeld heb, kan geen kinderen krijgen en kampte met een grote moederwens en zoals ze het zelf zegt: moederliefde die ze niet kwijt kon. Ze werd juf, maar dat hielp niet. Uiteindelijk werd, toen zij een laatste terugplaatsing van een eitje zou krijgen, borstkanker geconstateerd. Nu verviel ook adoptie want daarvoor mag je geen ziekte hebben. En ze moest kiezen voor haar eigen leven (wat ze deed) en de behandeling tegen borstkanker was succesvol. Iedereen had veel begrip en liefde voor haar tijdens de behandeling van borstkanker. Maar zij zei: dat was echt helemaal niks in vergelijking tot jarenlang ‘vechten’ om een kind te krijgen.
      Ik heb dit verhaal gehoord in een lange wandeling en ik dacht: dit kan ik me dus eigenlijk helemaal niet voorstellen. Ik heb dit totaal anders meegemaakt. En ik had zelf ook een verhaal wat zij zich niet kan voorstellen. En ook kan zij zich niet écht voorstellen dat het krijgen van kinderen niet altijd met roze wolken te maken heeft. Dat wordt vaak zo voorgesteld. Ik kan je zeggen: ik heb die roze wolken heel vaak heel hard voorbij zien drijven. Ik ben lang een hippe huilende moeder op een bakfiets geweest met drie blonde bolletjes in mijn bak die ik heel erg lief vond en nog steeds vind. Maar ik vind het echt heel belangrijk dat ik een klachtenloket ben voor mijn vriendin die ik op een bepaald niveau nooit helemaal kan begrijpen en ik vind het heel fijn dat zij dat voor mij is. Al zie ik haar helemaal niet vaak.
      En misschien kun jij je niet écht iets voorstellen bij beide verhalen omdat je een man bent. Maar toch denk ik dat het goed is dat wij dit even zo uitwisselen. En het is voor mij prima dat anderen dat ook lezen. Want in wezen hebben we dezelfde pijn, maar in een andere kleur. En dat kan ik wel voelen (maar dus niet helemaal begrijpen of voorstellen) en dan voel ik mij betrokken en niet zo alleen. 🙂

    • En nu ben ik nog even hardop aan het denken: de belangrijkste erkenning komt uit jezelf, schrijf je. Ja, ik denk ook dat dat zo is. Maar ik denk ook dat er trauma op kan komen wanneer ik tegen mijn zoon had gezegd: ‘ja, nou èn, dat je bloed hebt.’ Het zal niet aan één voorvalletje liggen, maar als ik dat structureel zou hebben gedaan. Dan leer ik mijn zoon dus aan: het doet er helemaal niet toe dat jij een wond hebt. En bloed. Jij doet er überhaupt niet toe. Volgens mij hebben veel mensen die boodschap wel meegekregen in hun jeugd en krijgen ze dat nog steeds te horen. Volgens mij heeft het ook alles te maken met een bewustzijnsproces. In deze wereld wordt voortdurend gezegd: de mens doet er niet toe (al moeten wij denken van wel met al die fantastische maatregelen die er helemaal niet voor zorgen dat wij niet dood gaan). En misschien is dat wel de wederopstanding van de mens. Dat we zeggen: ‘Wij doen er toe, het gaat om ons, ja?!’ 😉 En dat het klachtenloket daarbij helpt.

      • Maar… het is ook wel weer vervelend als iemand de hele tijd (in allerlei verschillende bewoordingen) zegt: ik heb pijn, ik heb pijn, ik heb pijn. Dit gebeurt wel veel misschien. Of de hele tijd? Ik weet het niet.