Een koekje van het (eigen) boosheidsdeeg (inzicht: boosheid wil geven)

Lang geleden stond ik een keer in een overvolle tram. De tram stopte bij een halte en toen stapte er iemand in, die zich dusdanig opgelucht voelde dat ze de tram gehaald had, dat daar acuut een bepaalde geur bij vrijkwam. Deze geur was goed waarneembaar voor meerdere tramreizigers. Iemand voelde zich vrij daar een opmerking over te maken tegen niemand in het bijzonder. Iemand anders antwoordde daarop: ‘Allemaal een snufje, dan zijn we er zo vanaf.’

Zoals je met onaangename geuren omgaat, zo kun je ook met boosheid omgaan.

Gisteravond kwam mijn middelste zoon heel boos thuis. Hij had gedoe gehad in de blauwe supermarkt waar hij een bijbaantje heeft.
Ik was net alvast met mijn oudste zoon aan het avondeten begonnen, toen daar een wervelstorm van woede binnenkwam met een verhaal over grote onredelijkheid door iemand in de rol van leidinggevende waar écht helemaal niks aan deugt.
Ik ken haar niet, maar ze schijnt op alle fronten heel lelijk te zijn, ze heeft een heel stomme naam, écht nog nooit iets goed gedaan, ze loopt er altijd alleen maar de kantjes vanaf en ze is ook nog eens nooit vriendelijk en altijd onredelijk.
Zulke mensen heb je blijkbaar, maar mijn oudste zoon geloofde dat niet. Dat kun je best niet geloven, maar dat moet je natuurlijk niet op zo’n moment gaan zeggen. Boosheid vraagt niet om genuanceerde redelijkheid. Boosheid wil niks ontvangen, boosheid is een emotie die graag geeft. Misschien zijn boze mensen wel mensen die graag geven en dat er te weinig mensen zijn die willen ontvangen. Zou het een idee zijn om dit eens massaal te onderzoeken en uit te proberen om te kijken of dit waar is?

Je herkent boosheid aan een taalgebruik dat zich kenmerkt door het veelvuldig gebruik van de woorden ‘nooit’, ‘altijd’, ‘écht’ en ‘heel’. Een dwingende, geen tegenspraak duldende manier van doen. En een dominante, explosieve aanwezigheid van energie.

Mijn middelste zoon had voor straf voor het bestaan van ondeugdelijke leidinggevenden, extra veel koekjes meegenomen van de schaal die voor het personeel in de personeelskantine had gestaan. Hij vroeg ons of wij daarvan ook een koekje wilden. Dat deed hij op een best wel dwingende, bijna agressieve manier (en hij heeft van die grote donkerbruine ogen waarmee hij op veel verschillende manieren kan zeggen: ‘weiger mij niks’). Ik vond dat lief en ik dacht: allemaal een koekje, dan zijn wij er zo vanaf.

6 gedachtes over “Een koekje van het (eigen) boosheidsdeeg (inzicht: boosheid wil geven)

  1. Ik weet niet wat een blauwe supermarkt is, maar ik was zaterdagochtend in een hof of eigenlijk straat en in de kort tijd dat ik daar was werden er achter elkaar bevelen in vragende vorm gegeven. De ontvanger (O.) heb ik niet waargenomen, ik was druk met zegeltjes in een boekje plakken om een doos te kunnen ontvangen waarvan ik de inhoud helaas al kende. Wel stond ik even stil en dacht: Zou dit hem zijn? Ik heb veel begrip voor de ontvanger van de schijnbaar vriendelijke opdrachten, komende van een vrouw die geniet van haar leidinggevende functie en daar heel wat voldoening en ook status aan ontleent. Dat mag allemaal. Maar het is nu niet een persoon waar ik goed mee klik. Al doen we de laatste tijd allebei ons best om goed met elkaar om te gaan. Het ligt ook wel (eens) aan mij. Desondanks zou ik tegen hem zeggen, hou het nog even vol, leer hoe je hierin kan manoeuvreren. Maar ja, dat zou ik ook niet willen horen.

    • Ik weet geloof ik wie je bedoelt. Ja, zij geniet daarvan, maar als je je er niks van aantrekt dan is ze ook heel vriendelijk en bereidwillig. Ik stel haar altijd een ingewikkelde vraag. Bijvoorbeeld hoe het kan dat er geen losse rooibosthee meer is in grootverpakking (en waarom die kleine zakjes net zo duur zijn als luxe koffie). Dan kan ze goed laten zien hoe deskundig ze is en daar knapt ze van op. Ik weet dat ook niet met mensen die daarvan genieten, ik klik ook altijd slecht met ze als ik er veel mee te maken heb. Ze lijken wel in dezelfde groep te zitten als mensen die altijd zeggen ‘regels zijn regels’, terwijl ik dus Supernatuurveel 😉 van uitzonderingen houd. (Albert Heijn noem ik een blauwe winkel en bol.com en alle andere blauwe winkels. Blauw staat voor ‘vertrouwen’. Die winkels zijn dus heel erg te vertrouwen of hebben blauw daarvoor nodig.)

  2. “Boosheid vraagt niet om genuanceerde redelijkheid. Boosheid wil niks ontvangen, boosheid is een emotie die graag geeft.”
    Boosheid wil zich ook uiten, het MOET eruit. Ik weet niet of dat ‘geven’ is. Voor mijzelf voelt dat niet zo, als ik boos ben MOET dat eruit.

    • Nee, ik weet het ook niet zeker, maar meestal wil niemand het ontvangen: er gaat een luik dicht als het er te extreem uit komt naar iemand. Het best bewaarde geheim van boosheid is volgens mij dat het eigenlijk passie is. Passie voor Leven. Ik heb dat gezien in de Flamenco-dans. Dat is eigenlijk een boosheidsdans. Heel mooi om naar te kijken, ik zou het ook wel willen leren.

      • Ja dat ook.. Passie. En daadkracht ook.
        Als ik boos ben kan ik ineens zoiets hebben van ‘en nu is het gvd afgelopen’ en heb ik de daadkracht om iets te doen met passie. 🙂