Gebrekspartners

Nog even over groepsdynamiekkwesties en over brongenoten. Dat is misschien niet zo’n leuk onderwerp, maar het is niet zo dat wat geen aandacht krijgt ook niet groeit. Als moestuinier weet je dat soort dingen (en sommige andere mensen weten dat ook). Je kunt nog zo veel aandacht geven aan je venkelplantje, het onkruid -wat ook gewoon plantjes zijn- groeit óók. Dat moet er dus met wortel en tak uit, als je geen gedoe wilt krijgen met je buren en de moestuincomplexvoorzitter. Zonder gedoe is die venkel nóg lekkerder. 🙂

Ik heb wel eens zó genoeg gehad van de groepsdynamiek rondom Martijn van Staveren dat ik heel hard tegen niemand in het bijzonder geroepen heb:

‘Wat nou brongenoten? Ik geniet helemaal niet!’
Ik bron genoot,
Jij bron genoot,
Wij bron genoten!

Ja, ooit misschien, maar niet NU! Wie brongeniet er NU?’


En op dat moment dacht ik dat het een goed idee zou zijn om de eetkamerstoelen in het appartement van mijn vader (waar ik toen was) die een enorme miskoop zijn geweest (ze zaten voor geen meter en waren nog lelijk ook), van zeven hoog naar beneden te keilen. Alle zes. En dat heb ik toen niet gedaan omdat onder de ramen van dat appartement de in- en uitgang van de ondergrondse garage is en ik zonder de gevolgen van de uitvoering van dat verder uitstekende idee óók wel genoeg gedoe had.
In plaats daarvan heb ik toen een mail naar Martijn van Staveren gestuurd (of zes, dat kan ook). 🙂
Ik begrijp wel waarom hij geen mail meer wil ontvangen, dat ligt dus aan het feit dat er ondergrondse parkeergarages bestaan en aan mij ;-).

Maar ik ben dan ook autistisch. Tenminste, dat heeft een brongenootpsycholoog eens tegen mij gezegd. Omdat ik ook al niet hou van ongevraagde, onverwachte of verplichte en ondoorvoelde fysieke aanraking (huggen, bijvoorbeeld). Maar autisten –dat moet ik haar nageven– nemen taal heel letterlijk en zijn dol op woordgrapjes. Ja, dat ben ik! Maar nee, ik ben niet autistisch, hoor. (En deze brongenootpsycholoog bedoelde dat helemaal niet naar. Dat is nou juist altijd het vervelende van dat soort dingen.)

En als ik het wél ben dan is mijn partner dat óók. Toen ik zojuist ‘geSPRekspartner’ zei, hoorde hij ‘geBRekspartner’. En hij moest daarvan lachen.
(Later heeft hij beweerd, dat ik dat ook zei: gebrekspartner, maar dat is écht niet zo, hooguit in zijn hologram. Niet in de mijne.)

We kunnen ons ook GEBREKSpartners noemen in plaats van Brongenoten. Wij moeten eerlijk zijn, we zijn behoorlijk gebrekkig soms. Allemaal! Ja, jij ook… En ik. En zelfs heel misschien ook Martijn van Staveren. Dat is best jammer. Want ik wil zo graag iemand tegenkomen zonder gebrek. Iemand die alles voor mij oplost en die alles weet. Ik wil dat gewoon. Dat zou alles zo veel makkelijker maken. Een soort god, zeg maar. Dat ik alleen maar hoef te zeggen: ‘Luister God, jij ziet dat allemaal misschien niet, maar dit en dat is heel erg niet in orde. Doe er wat aan, NU METEEN! Geduld IS GEEN schone zaak.’
Of dat als ik ergens geen zak van begrijp, het antwoord dan al op een presenteerblaadje voor me staat. En dat als ik heel erg boos ben of aandacht en erkenning wil voor mijn pijn, dat ik dan zonder consequenties gemene dingen tegen die God mag roepen en doen. En dat die God mij ook helemaal begrijpt dan. In alles. (Zeg, heb ik het nou goed begrepen dat de Rijdende Koffer onlangs in Zwaanshoek is gesignaleerd? Anyway…)

Maar ja… ik moet het dus doen met de wetenschap dat ik zelf een nogal gebrekkige god ben met een heleboel gebrekkige partnergoden om mij heen. Brongenoot is wel positiever dan Gebrekspartner, maar Gebrekspartner klinkt weer heel loyaal en zelfinzichtelijk.

Dag lieve brongenoten!

P.s. De analoge typemachine van vroeger was zo gek nog niet. Een blaadje erin draaien. Elke toets heel hard in moeten drukken, (‘Ping!’) en ‘Rang’ met die hendel naar de volgende regel. Dan nog naar het postkantoor voor een heleboel kopietjes, klein geld niet vergeten! En postzegels kopen en enveloppen bij de kantoorboekhandel, een pen voor de adressen, waar is mijn adresboekje? Ach, laat ook maar! En je kunt mails wél schrijven en niet versturen. Als een soort Conceptendagboek. Soms is dat verstandig, maar verstandig of niet: ik plaats deze blog nog even. 🙂