Door mij heen denken: de avondploeg

Hebben jullie dat ook? Dat de gedachtes waar je ‘s avonds en ‘s nachts mee wordt lastigvallen veel minder tof zijn dan de gedachtes overdag?

Dus: je hele dag was best wel goed. Niet alles ging op rolletjes, maar oké: te doen. Dan ga je naar bed met als doel in ieder geval uiteindelijk óók te slapen. En tadaaa! Alles wat eerst nog redelijk oké was, krijgt een wending die je nu zo langzamerhand wel kent. Niet leuk, dramatisch, stom, hopeloos, en het komt nooit meer goed. Dat is zeker.

Ik heb daar last van en mijn partner ook. Omstebeurt en soms tegelijkertijd. Het lijkt benijdenswaardig om een partner te hebben die ook met bewustzijn bezig is, maar daar zit ook een nadeel aan. Dat heb ik zojuist duidelijk gemaakt. En er is nog een nadeel. Wij hebben samen met z’n tweeën last van de groepsdynamiek die je ook in de groep rondom Martijn hebt. Kun je nagaan hoe zielig wij eigenlijk zijn.

Het aspect van deze groepsdynamiek die heel veel voorkomt in de groep ‘Partner-en-ik’ en ook in de groep rondom Martijn is het aspect: ‘Ja maar IK’. Kortgezegd komt ie hierop neer: ik-heb-geen-ruimte-voor-jou-want-ik-heb-zelf-veel-te-veel-pijn-op-dit-moment-en-ik-wil-dat-je-er-voor-mij-bent. En het aspect: ‘Laat mij alsjeblieft gewoon even onredelijk zijn, ik heb pijn nu. (snap dat dan!)
Dat werkt heel slecht, zeg maar gerust: niet. Als je daar allebei in zit.

Daar komen die minder toffe gedachtes dan ook nog eens bij. En je kunt je afvragen: wie denkt dat eigenlijk? Wie denkt er door mij heen? Als dat ene aspect er vanmiddag heel anders uitzag dan nu, heeft die gedachte dan wel dezelfde ‘bron’? Is het wel dezelfde gedachte?

Volgens mij niet. En volgens Martijn van Staveren ook niet, volgens hem zijn er acht groepen actief.

Ik kan ze niet precies van elkaar onderscheiden, maar ik heb besloten dat de avondploeg van Door-mij-heen-denkers een stel chagerijnen zijn. Ze hebben er de pest in dat ze ‘s avonds en ‘s nachts moeten werken en gaan extra vervelend doen. Ik mag ze niet, maar ik laat ze gewoon hun gang gaan (dat werkt het best). Ik zeg tegen ze: ‘tuurlijk, jahoor, dat is zo. Heel erg stom indeed! Iedereen, alles, de hele wereld en ver daarbuiten. Nee, en het komt nooit meer goed. Klopt!’
Als zij willen dat ik dat denk, dan doe ik dat gewoon voor ze. Ik ben de beroerdste niet. Maar de volgende dag ga ik gewoon weer wat anders denken. Meestal gaat het dan ook weer een stuk beter met de groepsdynamiek in mijn eigen groep.