Menselijke warmte moet dóór het plastic heen

Wat vind ik van deze werkelijkheid?

Ook ik ken de vraag die Richard Pols zich stelt in een artikel dat bestaat uit een uitgeschreven tekst van Martijn van Staveren over ruimte geven en ruimte nemen en niet het programma laten draaien van buitengesloten zijn.
Ik neem hierbij de ruimte om te zeggen wat IK van deze werkelijkheid VIND.

Er is te veel plastic.
Er is te veel vorm. 
Er is te veel persoonlijkheid.
Er is te veel volgerschap.
Er is te veel angst.
Er is te veel kuddegedrag.

Dit laat programma’s draaien die BUITENSLUITEN en ‘SAMENKRACHT’ NIET LATEN ONTSTAAN!

Menselijke warmte moet dóór het plastic heen!

Ik neem hierbij de ruimte om de brief te delen die ik begin dit jaar aan mijn overleden vader schreef. De coronalockdown was toen op het tot dan toe hoogtepunt. Mijn vader overleed in een coronaconcentratiekamp. Ik neem de ruimte omdat ik niet meega in een programma dat ik zielig zou zijn en er niet bij zou horen. Niet omdat het om mij gaat, niet omdat het om mijn vader gaat, maar omdat het om mij gaat en omdat het om mijn vader gaat en om ons allemaal. Omdat wij mensen zijn.

‘Geef elkaar de ruimte’ is het corona-advies van de Rijksoverheid. Mijn advies is ‘Geef menselijkheid de ruimte’. En als je het in je hebt: KNAL HET ER DOORHEEN!

Hieronder mijn brief waarin ik buiten beschouwing laat dat ik in eerste instantie werd BUITENGESLOTEN en mijn vader in het coronaconcentratiekamp niet kon bezoeken.

Lieve vader, Lief mens, 

Dementie is een mensonterende ziekte.
Corona is een mensonterende ziekte.
Jou trof het beide.

Jouw leven begon in 1942 toen de wereld in oorlog was.
Ik ervaar het dat je ook in een oorlog gestorven bent.

Twee weken geleden werd je – hoewel je maar weinig verschijnselen had – positief getest en overgeplaatst naar een nieuwe zorglocatie aan de andere kant van Amsterdam. Een steriele omgeving waarin het voor jou onbekende verplegend en verzorgend personeel in beschermende pakken rondliep met een bedekt, bijna onzichtbaar gezicht en dubbele plastic handschoenen.

Ik denk dat je dat niet begreep, niet kon plaatsen en als ik eerlijk ben, kan ik de logica hierachter best volgen, maar vanuit menselijk oogpunt ben ik niet van plan dit te begrijpen. Vanuit mijn mens-zijn doe ik niet mee aan die logica.

Na enkele dagen ben je gestopt met eten en drinken. Je sloeg de aangeboden medicijnen uit de handen van het verplegend personeel. Jij aimabele, je hebt je verzet! Je hebt je verzet tegen een onmenselijk systeem waarin geen menselijke schuldigen zijn. Waarin geen klachtenloket voldoening of een oplossing zal brengen. Het is er niet.

Je had pijn van de zuurte die je huid had stuk gemaakt door er te lang in te liggen. En wat al niet meer. Maar je was vooral gestresst. Schrok van iedere aanraking en onverwachts geluid. ‘Erg onrustig’ noemen ze dat. Daar bestaan medicijnen voor. 

Je viel drie keer uit bed omdat je pogingen deed om weg te gaan. Dat is je uiteindelijk gelukt, maar op een andere manier dan je voor ogen had. Toen ik daarover gebeld werd, voelde ik me vooral opgelucht. Je hebt je strijd gestreden.

Je bent alleen gestorven in een kamer die systematisch op slot was en met een digitale sleutel kon worden geopend. Zo waren wij allen veilig en beschermd en kreeg menselijkheid maar weinig doorgang. Aan jouw sterven was niets vredigs of moois.

De laatste keer dat ik bij je was – ik in een beschermend pak – zag ik hoe je mijn dubbel behandschoende hand zocht en vond. We hielden elkaar enige tijd vast. Menselijke warmte dóór het plastic heen.

‘Na de dood is er niets’, zei je vorig jaar toen je af en toe nog redelijk helder was. Om er later aan toe te voegen dat je wel een grote reis zou maken.
‘Maar dan is er dus toch iets, anders hoef je geen reis te maken toch?’, vroeg ik. 

Je was het met me eens.
Ik reken erop dat je een reis maakte naar een wereld nog of veel mooier dan deze.
Leven vindt altijd doorgang!

Liefde!

Tamar

3 gedachtes over “Menselijke warmte moet dóór het plastic heen

  1. Dank voor het delen, Tamar. Ik weet nog jouw verhalen, hoe jullie, jij en je vader, vorig jaar wandelingen maakten en goed met elkaar hadden… En hoe treffend – menselijke warmte (en waarde) moet door het plastic heen…